Op de Friedman School of Nutrition Science and Policy aan Tufts University in Boston, treffen we Timothy Griffin, hoogleraar Nutrition, Agriculture, and Sustainable Food Systems. Hij doet al 40 jaar onderzoek doet naar verduurzaming van landbouw en de voedselketen. Initiatieven zijn volgens Griffin gelukkig niet altijd afhankelijk van federaal overheidsgeld. Een goed voorbeeld daarvan is humanitair onderzoek wat zijn universiteit doet naar honger en voeding. De belangrijkste geldstroom kwam van USAID, het Amerikaanse internationale ontwikkelingsprogramma, maar dat werd begin 2025 stopgezet toen Trump weer in het zadel kwam. Toch zal dat werk rondom humanitaire voedselcrises niet zomaar stoppen, vertelt Griffin aan de groep Europese journalisten die hem bezoekt. "Iedere dag denken we na over hoe we dit blijven kunnen doen."

Helpen met duurzaamheid
De federale overheid is overigens nooit de belangrijkste aanjager van duurzaamheid geweest, weet de hoogleraar. Griffin zat in 2015 bijvoorbeeld zelf in de adviescommissie voor de Amerikaanse voedingsrichtlijnen en probeerde toen tevergeefs duurzaamheid erin te krijgen. Dat lukte niet, ondanks de massale maatschappelijke roep vanuit bedrijven en belangenorganisaties. De vraag om meer sturing op duurzaamheidsbeleid in de voedselindustrie blijft tot op de dag van vandaag actueel. Griffin probeert veel organisaties en bedrijven daarom te helpen met hun duurzaamheidsbeleid. "Bedrijven en organisaties lopen niet weg hiervan en investeren zelf, ondanks de opstelling van de federale overheid."
Abonnement op groentepakket
De projecten die worden ondersteund vanuit de Friedman School of Nutrition Science and Policy zijn breed. Een van de langstlopende voorbeelden is New Entry Sustainable Farming Project, dat al 25 jaar nieuwe boeren opleidt. Het programma begon eind jaren negentig met immigranten die naar de regio Boston trokken en op een boerderij in Massachusetts gewassen uit hun geboorteland leerden telen. Het is uitgebouwd met een een abonnementssysteem voor groentepakketten. Op deze manier kan zo’n initiatief op eigen benen staan.
Ook kweekvlees heeft het lastig
Maar er zijn ook duurzaamheidsprojecten die hinder ondervinden van regelgeving en politiek in het land of in andere staten. Dat speelt bijvoorbeeld bij het onderzoek naar cellulaire landbouw: vlees en zuivel gekweekt uit cellen in plaats van dieren. Het Tufts Center for Cellular Agriculture (TUCCA) is een samenwerking tussen de Friedman School en de faculteit Biomedical Engineering. Studenten in dit lab richtten inmiddels bedrijven op voor gekweekte zuivel, vlees en vis. Echter, meerdere Amerikaanse staten hebben gekweekt vlees inmiddels verboden. Zulke deelstatelijke verboden botsen volgens Griffin uiteindelijk op de federale regels voor vrije handel tussen staten. “Het kan vijftien jaar duren voordat we het antwoord weten rondom kweekvlees,” zegt Griffin.
Staten investeren zelf
Wat de federale overheid de financiële ondersteuning van initatieven op het gebied van duurzaam voedsel terugschroeft of laat liggen, pakken meer zelf op. Zoals in Maine. Wie daarover veel weet is Claire Hawkins, directeur Natural Resource Markets & Economic Development bij het Maine Department of Agriculture, Conservation and Forestry. Zij stond mede aan de wieg van het Agricultural Infrastructure Investment Program: een steunprogramma dat de staat Maine in 2022 optuigde met federale coronanoodgelden. In Maine werd het geld besteed aan de verwerkingscapaciteit van lokale landbouw- en voedselbedrijven. Tijdens de pandemie bleken deze bedrijven namelijk niet in staat om de groeiende vraag naar lokaal voedsel bij te benen. De vraag om hulp uit de industrie was groot, weet Hawkins: "We kregen voor 200 miljoen dollar aan aanvragen binnen voor 20 miljoen dollar die beschikbaar was." Uiteindelijk kregen 64 boerderijen en voedselbedrijven een bijdrage. Na die eenmalige coronasteun is er in Maine inmiddels een doorlopend investeringsprogramma opgetuigd die de staat zelf financiert.
Staatssteun Maine
Amanda Beal, Commissioner van het Maine Department of Agriculture, Conservation and Forestry, noemt drie bedrijven die geld kregen uit het steunprogramma van Maine: tempéfabrikant Tootie’s Tempeh, mouterij Blue Ox Malthouse en crackerfabrikant Maine Crisp Company. Met deze steun waren de bedrijven in staat grondstoffen bewerken tot een product met meer marge. Maine houdt daarnaast zijn bossen bewust in stand: er groeit jaarlijks meer hout aan dan er wordt gekapt, aldus Beal, die zelf al zeven jaar aan klimaatdoelen voor de staat werkt.
Big Agriculture
Hoewel de VS in de wereld bekend staat om de term Big Ag, ofwel, Big Agriculture waarin de industriële megafarms de voedselproductie controleren, is dat volgens Hawkins niet aanwezig in Maine. "Big Ag, zoals we dat noemen, bestaat eigenlijk niet in deze staat." Bedrijven werken volgens haar juist nauw samen om elkaar en de natuurlijke hulpbronnen in stand te houden. Verder wijst Hawkins op regionale samenwerking tussen de Noordoostelijke staten (van Maine tot Connecticut, New Jersey, New York en Pennsylvania), die volgens haar als één "cultureel voedselgebied" opereren en elkaar opzoeken bij investeringen, ook weer een vorm van zelforganisatie tussen staten.
Voedselsysteem Massachussetts
Ook in Massachussetts werkt naar eigen zeggen aan een krachtig en duurzaam voedselsysteem. Ashley Randle, Commissioner van het Massachusetts Department of Agricultural Resources (MDAR) werkt daaraan. De staat staat telt zo'n 7.000 boerderijen en cranberry’s zijn het grootste voedselgewas met ruim 300 telers. Zuivel staat op de vierde plek met 95 melkveebedrijven. Aquacultuur, met name oesterkweek, groeit het hardst. Onder de noemer klimaat en duurzaamheid loopt een cluster subsidieprogramma's, samen goed voor 30 tot 40 miljoen dollar per jaar aan financiering voor boerderijen, non-profitorganisaties, visserijen, scholen en voedselbanken. Het Agricultural Climate Resiliency and Efficiencies-programma financiert onder meer grondbewerkingsapparatuur voor boeren die niet willen ploegen.

Voedselveiligheid onder druk
Voedselveiligheid is een domein waar de staat sterk afhankelijk is van federale overheidssteun. En die staat flink onder druk. Randle zegt dat er druk staay op de financiering die haar organisatie krijgt van de Food and Drug Administration (FDA) voor het eigen voedselveiligheidsprogramma op boerderijniveau. Als er wordt geknepen, betekent dat Massachusetts zelf meer inspecteurs moet betalen. Randle: "Als die verantwoordelijkheid verschuift, hebben we meer financiering nodig om het werk te kunnen doen dat FDA-inspecteurs nu doen." Ook de federale steun voor landbescherming via de Natural Resource Conservation Service ligt stil, tot zorg van Randle.
Consistentie is voor haar het sleutelwoord. Op de vraag hoe ze aankijkt tegen het beleid van de huidige federale regering op het gebied van duurzame landbouw, is Randle stellig: "We zijn vastbesloten om door te gaan, ongeacht wat er op federaal niveau gebeurt." Een deel van de financiering loopt via samenwerkingsovereenkomsten met USDA en blijft dus kwetsbaar, maar de eigen programma's van de staat veranderen daardoor niet, aldus Randle.
Met dit artikel besluit VMT de serie Voedsel uit de VS die het afgelopen jaar op de website verscheen. Een overzicht van alle artikelen in de serie vind je hier.




















































