Relevante ontwikkelingen in de taxonomie van schimmels: oude bekenden krijgen een nieuwe naam

Relevante ontwikkelingen in de taxonomie van schimmels: oude bekenden krijgen een nieuwe naam
Foto: Jos Houbraken

In de afgelopen decennia heeft de classificatie en naamgeving van schimmels, meestal aangeduid als taxonomie, een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Voor de voedingsmiddelenindustrie is het van belang te weten met welke bederffactor we precies te maken hebben en wat de eigenschappen daarvan zijn. Daarom is een nauwkeurige en betrouwbare identificatie op soortniveau belangrijk.

Schimmelsoorten kunnen namelijk sterk verschillen in hun eigenschappen, zoals hun vermogen om hittebehandeling (pasteurisatie) te overleven, mycotoxinen te produceren en op bepaalde voedselproducten te kunnen groeien. Een juiste soortidentificatie helpt bovendien bij het bepalen waar een contaminant zich in het productieproces kan bevinden, omdat verschillende soorten vaak uiteenlopende eigenschappen en verspreidingsroutes hebben, zoals overdracht via direct contact of via de lucht. Deze soort specifieke verschillen hebben dus directe gevolgen voor de voedselveiligheid en kwaliteitscontrole.

Idealiter wordt de identificatie van schimmelsoorten gebaseerd op een combinatie van verschillende benaderingen.

  1. Fenotypische kenmerken
    Dit zijn kenmerken waarin het voorkomen (morfologie) en de groei van de schimmel worden beschreven. Dit was tot 35 jaar geleden de belangrijkste methode om taxonomie bij schimmels uit te voeren.
  2. Biochemische methoden
    Daarnaast worden biochemische methoden gebruikt, bijvoorbeeld een bepaalde kleuringsreactie of de productie van bepaalde stoffen.
  3. Moleculaire technieken
    De moleculaire technieken, waaronder sequentie (bepaling van de volgorde van de basen) van bepaalde specifieke stukjes DNA, die daarna worden vergeleken in een database, zijn de standaard om tot betrouwbare identificatie te komen.
    De ITS (internal transcribed spacer) barcode wordt daarbij algemeen beschouwd als de primaire standaard voor vergelijking en identificatie van schimmels.

Nog steeds geen eenduidig taxonomisch systeem

Ondanks de grote vooruitgang bestaat er nog geen volledig en universeel geaccepteerd taxonomisch systeem voor alle schimmels. Het blijft werk in uitvoering. Schimmels kunnen namelijk best veel op elkaar lijken en het is daarom speuren naar methodieken om de soorten van elkaar te onderscheiden.

De ontdekking van een nieuwe schimmel op salami

Een mooi voorbeeld is de ontdekking van de schimmelsoort Penicillium salamii. Wanneer salami rijpt, worden op de buitenkant van de worst sporen van de schimmel Penicillium nalgiovense aangebracht. Dit is een witte Penicillium-schimmel, wat best bijzonder is omdat van de ongeveer 600 verschillende Penicillium-soorten het merendeel groen is. Door het gebruik van P. nalgiovense zit er een witte laag op deze worsten. Salamimakers brengen deze schimmel aan voor bescherming tegen groei van bederf en pathogene micro-organismen, wat bijdraagt aan de voedselveiligheid. Daarnaast heeft P. nalgiovense invloed op het rijpingsproces en smaak.

Een andere groene Penicillium die goed op worstoppervlakten groeit is P. nordicum. Deze maakt echter het mycotoxine ochratoxine A en dat is niet gewenst. Daarom worden de worsten voorbehandeld met P. nalgiovense, die dan de groei van P. nordicum voorkomt. Ondanks deze gecontroleerde toepassing, wordt salami soms ook via spontane fermentatie geproduceerd.

Op deze salami ontdekte men een groene Penicillium-soort. Deze schimmel werd in cultuur gebracht en is uiteindelijk als nieuwe schimmelsoort beschreven.

Maar hoe beschreven we deze schimmel?

Daartoe moest deze schimmel los gegroeid kunnen worden (‘reinkweken’, zie Figuur 1). De kolonies werden gefotografeerd terwijl ze groeiden op verschillende groeibodems.

Figuur 1: Opnames van de schimmel Penicillium salamii op verschillende voedingsbodems. Ook zijn er foto’s gemaakt van de onderzijde van de kolonies (onderste rij) - Jos Houbraken
Figuur 1: Opnames van de schimmel Penicillium salamii op verschillende voedingsbodems. Ook zijn er foto’s gemaakt van de onderzijde van de kolonies (onderste rij) - Jos Houbraken

Specifieke stukjes DNA werden verkregen. De ITS-barcode werd aanvankelijk beschouwd als de meest veelbelovende marker voor de identificatie van schimmels.
Inmiddels is echter duidelijk geworden dat voor een betrouwbare identificatie op soortniveau van P. salamii, dit stukje DNA helemaal geen goed onderscheid geeft en dat andere DNA-stukjes, zoals uit het β-tubuline- of calmoduline-gen, noodzakelijk zijn voor een goed onderscheid.

Het blijft speuren naar methodieken

Maar hoe kom je tot de beschrijving van een nieuwe soort? De foto’s helpen goed, maar in combinatie met DNA-sequentie wordt het veel beter. Met deze kennis gewapend zouden we in de toekomst met geavanceerde technieken, zoals specifieke stukjes DNA herkennen, onderscheid kunnen maken tussen schimmels met verschillende eigenschappen.

De groene Penicillium van salami is vergeleken met veel andere schimmelstammen die we in de collectie hadden, waaronder een paar stammen van theebladeren uit Uganda, van gedroogde ham uit Slovenië en vanuit grond uit Australië.

In Figuur 2 wordt een ‘boom’ afgebeeld waarin de verschillen tussen de stukjes DNA van de schimmelstammen worden weergegeven. Een stukje DNA bestaat uit honderden DNA-basen, ‘letters’, en die bouwen verschillen op in de tijd. Hoe verder de stammen van elkaar afstaan, hoe meer verschillen. Een mooi te onderscheiden groepjes met weinig onderlinge verschillen wordt beschouwd als een 'soort' en dat is in de figuur heel goed te zien.
Andere Penicillium-soorten zoals P. tularense, hebben veel meer verschil (de ‘takken’ van de boom zijn langer). De totale beschrijving, foto’s en microscopie, DNA-sequentie en de productie van bepaalde stoffen (specifiek voor de schimmel) leiden tot de introductie van een nieuwe soort: Penicillium salamii sp. nov. (species novum!)

Figuur 2: Vergelijking van DNA volgordes van verschillende soorten schimmels. Die van de P. salamii-stammen verschillen het minst van elkaar en vormen een duidelijk groep. Dat geeft aan dat deze schimmels met elkaar een soort vormen.
Figuur 2: Vergelijking van DNA volgordes van verschillende soorten schimmels. Die van de P. salamii-stammen verschillen het minst van elkaar en vormen een duidelijk groep. Dat geeft aan dat deze schimmels met elkaar een soort vormen.

Veranderende regels voor identificatie en naamgeving

Naast de veranderende methoden om schimmels te identificeren zijn ook de regels voor het toekennen van de juiste naam aan schimmels (nomenclatuur) aan veranderingen onderhevig.

Schimmels kunnen zich grofweg op twee manieren voortplanten: seksueel en aseksueel. Wanneer schimmels zich seksueel voortplanten worden speciale vruchtlichamen gevormd, zoals bij paddenstoelen. Dat kunnen echter ook microscopisch kleine structuren zijn. Van heel veel Penicillium-soorten is deze seksuele vorm niet bekend en wordt aangenomen dat ze zich aseksueel voorplanten: het zijn ‘klonen’. Echter wanneer ergens elders in de wereld ineens wel een seksuele vorm werd gevonden, kreeg die een eigen naam. Dus de seksuele vorm (noemen wij teleomorf) en de aseksuele vorm (anamorf) van dezelfde schimmel werden vaak als afzonderlijke soorten beschouwd en kregen verschillende namen. Dit systeem stond bekend als ‘duale nomenclatuur’.

Moleculaire analyses hebben aangetoond dat deze verschillende verschijningsvormen vaak tot dezelfde soort behoren. Daarom is wereldwijd het principe ‘one fungus = one name’ ingevoerd. Dit betekent dat voor elke schimmelsoort nog slechts één officiële wetenschappelijke naam wordt gebruikt.

Figuur 3: Op deze tortilla groeit één Aspergillus-soort die zowel groene (asexuele) en geel/oranje (sexuele) sporenstructuren vormt.
Figuur 3: Op deze tortilla groeit één Aspergillus-soort die zowel groene (asexuele) en geel/oranje (sexuele) sporenstructuren vormt.

Jan Dijksterhuis

Jan Dijksterhuis

Westerdijk Fungal Biodiversity Institute

Jos Houbraken

Jos Houbraken

Head Food and Indoor Mycology abij Westerdijk Fungal Biodiversity Institute

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.

  1. Plantaardige trends in horeca: 'Gasten bereid meer te betalen voor kwaliteit en authenticiteit, kansen voor producenten'
  2. Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit de monitor Nationale Aanpak Productverbetering 2025
  3. Stijgende prijzen aardgas door oorlog Midden-Oosten: 'Foodsector blijft kwetsbaar'
  4. Oorlog in Midden-Oosten doet Japanse chips van kleur verschieten
  5. Foodsector (nog) niet PPWR-gereed: 'Geen uitdaging voor één afdeling'
  6. TU Delft helpt WHO wereldwijde voedselveiligheid beter in kaart te brengen
  7. Verdrink je in de PPWR? Deze artikelen helpen je verder
  8. St. Paul bouwt nieuwe smeltkaasfabriek
  9. Belgische recalls en waarschuwingen juni: Listeria in salade en spreads
  10. PPWR: van verpakkingspaspoort tot PFAS-limieten - praktische inzichten voor voedselproducenten (webinar terugkijken)
  1. Nederlandse recalls en waarschuwingen juni: Salmonella in rundergehakt, verkeerd etiket worst
  2. Protein Brewery casht bijna €20 miljoen en gaat nu vaart maken
  3. 3 baby's met botulisme opgenomen in ziekenhuis: Verenigde Staten roept in Europa geproduceerde babyvoeding terug
  4. Kauwgombranche keert zich fel tegen verkoopverbod, BenBits is de uitzondering
  5. Lactalis vecht nieuwe Nutri-Score berekening aan: 'zuivel komt er nadelig uit'
  6. Scoren met innovatieve waterlinzenhummus na EU-goedkeuring
  7. Productinnovaties juni: De Kuyper lanceert Ready-to-Serve Spritz-cocktails
  8. Young QA: 'Hoe zorg je ervoor dat de theorie correct wordt toegepast in de praktijk?'
  9. Europees Parlement akkoord met nieuwe NGT-verordening
  10. 'Een audit bewijst vooral dat je één dag per jaar in controle was'