Natasja Oerlemans van het Wereld Natuur Fonds: ‘Voedselproductie moet drastisch veranderen om biodiversiteit en voedselzekerheid te garanderen’ (podcast)

De wereldwijde biodiversiteit is sinds 1970 afgenomen met 68%. Dit komt volgens het WWF voor een groot deel door hoe wij voedsel consumeren en vooral ook produceren. VMT praat met Natasja Oerlemans, Head of Food & Agriculture bij het Wereld Natuur Fonds (WWF), over wat de voedselindustrie kan veranderen om biodiversiteit in de toekomst te garanderen en pandemieën te verminderen.

Het internationale Living Planet Report is een uitgebreid onderzoek naar de trends in de wereldwijde biodiversiteit en de gezondheid van de planeet. Om de neergang van de biodiversiteit wereldwijd te stoppen, moet drastisch worden ingegrepen in de manier waarop mensen voedsel produceren en consumeren, waarschuwt het Wereld Natuur Fonds (WWF).

Natasja Oerlemans - Hoofd Voedsel Landbouw WWF Nederland. Ruurd Dankloff
©Ruurd Dankloff

Voedselzekerheid

Volgens het WWF is biodiversiteit essentieel voor onze voedselzekerheid. “Met biodiversiteit bedoelen we de relaties tussen alle dieren en planten. Denk daarbij aan bestuivende insecten zoals bijen en regenwormen die de bodem vruchtbaar maken”, legt Natasja Oerlemans, Head of Food & Agriculture bij het WWF, uit. “Biodiversiteit betekent een zo groot mogelijke verscheidenheid aan dieren, planten en natuurlijke processen op aarde. Als daar elementen uitvallen – zoals bepaalde insecten – kunnen bijvoorbeeld gewassen niet meer bestoven worden. Als er weinig tot geen bodemdieren meer zijn, loopt de productiviteit van de bodem terug waardoor er uiteindelijk geen gewassen meer geteeld kunnen worden voor ons voedsel. Dus biodiversiteit en de wijze waarop we voedsel produceren hangen heel erg met elkaar samen.”

‘Biodiversiteit en de wijze waarop we voedsel produceren hangen heel erg met elkaar samen.’

Natasja Oerlemans

Ontbossing en pesticiden

Het WWF stelt dat de manier waarop wij voedsel produceren en consumeren een grote invloed heeft op de neergang van de biodiversiteit. “Dat heeft een aantal oorzaken”, legt Oerlemans uit. “Ten eerste is voedselproductie de belangrijkste veroorzaker van biodiversiteitsverlies door ontbossing en het omzetten van natuurgronden in landbouwgrond voor veeteelt en gewassen. Een ander belangrijk effect is dat we steeds meer pesticiden en kunstmest gebruiken om productie op te hogen. Dit geeft een hogere voedselproductie, maar heeft negatieve effecten op bijvoorbeeld de kwaliteit van water, lucht en de bodem en daarmee op de wilde dieren en planten.”

bloemrijke akkerrand tarweveld bij Wieringerwaard_©Sjon Heijenga (vrij te gebruiken)-A1200x800
©Sjon Heijenga

Veranderingen in voedselproductie

Er moet dus iets veranderen in de voedselproductie, stelt het WWF. “Een belangrijke oplossing is om natuurgebieden te beschermen. Dus voedsel produceren zonder te ontbossen”, vervolgt Oerlemans. “Daarnaast is het belangrijk om op de landbouwgronden die we hebben, zo duurzaam mogelijk te produceren. Met zo min mogelijk chemie en kunstmest en zoveel mogelijk natuurlijke processen. Bijvoorbeeld door akkers te voorzien van een rand bloemen waardoor insecten kunnen overleven. Deze insecten zijn goed voor bestuiving en als natuurlijke bestrijding. Dus we moeten zoeken naar een nieuwe balans tussen natuurbescherming en voedselproductie.”

Duurder voedsel

Om duurzamer voedsel te produceren streeft het WWF naar ‘landbouw mét natuur’. “Dat kunnen voedingsproducenten stimuleren door eisen te stellen aan de wijze waarop voedsel geproduceerd wordt. Daardoor zal het voor boeren noodzakelijk worden om milieuvriendelijker te produceren”, aldus Oerlemans. “Dit zal in eerste instantie kostenverhogend werken omdat we gewend zijn om naar de spuit te grijpen. Maar voedingsbedrijven moeten ook een eerlijke prijs tegenover duurzame landbouw zetten. De huidige voedselproductie en de negatieve effecten op de natuur worden niet verdisconteerd in de prijs. Dus we moeten kijken naar een voedselsysteem waarbij boeren gestimuleerd worden om natuurvriendelijk te produceren en waarin we als consumenten verantwoordelijkheid nemen door meer te betalen.”

‘Vervuiler-betaald’-principe

Oerlemans pleit ervoor om alle kosten die de samenleving maakt te verrekenen in de kostprijs van onze voeding. “Daarmee ga je het vervuiler-betaald-principe introduceren, waarbij je de verborgen kosten door vervuiling verdisconteert in de marktprijs van het product.” Om deze true pricing te realiseren is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid, stelt Oerlemans. “Ik denk dat iedereen aan zet is. Als eerste de boeren, maar zij gaan pas bewegen als ze er een boterham mee kunnen verdienen en het toekomstperspectief geeft. En daar ligt dan weer een rol voor voedingsbedrijven. Tenslotte heeft de overheid een belangrijke rol op het gebied van stimulerende maatregelen. Er moeten ook eisen gesteld worden aan voedsel geproduceerd buiten Nederland, om een eerlijke concurrentie te creëren.”

Financiële instellingen en biodiversiteit

“Banken, verzekeraars en pensioenfondsen moeten samen meehelpen het uitsterven van dieren en gewassen door milieuvervuiling tegen te gaan,” zei Frank Elderson, directeur toezicht bij de Nederlandsche Bank, tijdens de Academie-lezing van het Planbureau voor de Leefomgeving. Elderson waarschuwt voor miljardenverliezen bij financiële instellingen als investeringen in de voedselsector verloren gaan door het verdwijnen van insecten en gewassen, meldt de NOS.

“Ons klimaat en onze biodiversiteit staan onder grote druk en dat leidt tot grote risico’s waar ons financiële systeem niet immuun voor is”, aldus Elderson “Driekwart van de voedselgewassen is in meerdere of mindere mate afhankelijk van bestuiving door vogels of bijen. Als die wegvallen is een groot deel van de voedselproductie in gevaar.”

Elderson roept banken, verzekeraars en pensioenfondsen op om net zo’n afspraak te maken als zij eerder deden bij het klimaatakkoord. “Ik daag hen uit om als eerste ter wereld ook een biodiversiteitsverplichting aan te gaan en hier jaarlijks over te rapporteren. We kunnen het tij nog keren maar we hebben niet de luxe om langer te talmen. Het is hoog tijd om onze destructieve gewoontes te laten varen.”

Langetermijninvestering

Ondanks dat de transitie naar duurzame voedselproductie kosten met zich meebrengt, zullen deze investeringen zich op de lange termijn zeker uitbetalen volgens het WWF. “Ik ken boerenbedrijven die zonder chemie produceren waardoor ze uiteindelijk kosten besparen en een beter inkomen hebben. Maar om daar te komen moet je eerst door een fuik van kosten en onzekerheid. Het duurt zo’n 5 tot 10 jaar om wilde dieren zoals insecten terug te krijgen die je kunnen helpen bij de productie van voedsel. Ik wil boeren en voedingsbedrijven vragen om ook naar de lange termijn te kijken. Want als we die investeringen nu niet maken, komt dit op de lange termijn dubbel en dwars terug in uitgeputte gronden en gebrek aan insecten.”

‘Als we die investeringen nu niet maken, komt dit op de lange termijn dubbel en dwars terug.’

Natasja Oerlemans

Gebakken peren

“En dan stort het systeem in”, stelt Oerlemans. “De afgelopen drie jaar zag je dat biologische boeren minder last hadden van de droogte, omdat een levende, gezonde bodem droge periodes veel beter kan opvangen. We zullen op de korte termijn moeten investeren in natuurvriendelijke voedselproductie, dit zal zich op de lange termijn terugbetalen. We moeten dus nu dingen doen die misschien pas over 10 jaar echt positief effect opleveren. Maar als we het nu niet doen, zitten we over 10 jaar met de gebakken peren.”

Onderdeel van de keten

Het WWF stelt: “Natuur en voedselproductie kunnen elkaar versterken als biodiversiteit en natuurherstel onderdeel zijn van het verdienmodel van de hele keten”. Maar wat moeten voedingsbedrijven daarvoor doen? “Voedingsbedrijven moeten een eerlijke en goede prijs betalen aan boeren. Ook kan een voedingsbedrijf iets doen aan het opvoeden van consumenten”, legt Oerlemans uit. “80 procent van de Nederlanders vindt het belangrijk dat de natuur adequaat beschermd wordt. De meeste mensen linken dat nog niet aan voedsel, maar voedingsbedrijven kunnen dat wel doen door te zeggen dat het eten van voedsel ook effect heeft op hoe de natuur ervoor staat.”

Copywright WWF James Morgan-A1200x800
©James Morgan

Voedselverspilling en plantaardig

Voedselverspilling moet daarbij meer aandacht krijgen volgens Oerlemans. “We hebben het nu vooral over consumptie en een eerlijke prijs voor producten. Maar 30 procent van het voedsel wordt weggegooid. In westerse landen is dat met name in supermarkten en bij mensen thuis. Wereldwijd gaat het ook bij transport en opslag van oogsten vaak mis. Voedingsbedrijven kunnen voedselverspilling zeker tegengaan door het gebruik van reststromen. Ook stimuleren wij vanuit het WWF een aangepaste leefstijl met meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten. Daar kunnen voedingsbedrijven slim op inspelen, en dat gebeurt ook al.”

Gevarieerd en niet bewerkt

Aan consumenten adviseert het WWF om gevarieerd te eten. “Eet veelal plantaardig en eet divers. Meer diversiteit in wat we eten kan ook diversiteit op het land helpen. En zorg dat je dingen eet die je grootmoeder nog herkent bij wijze van spreken. Dus zo min mogelijk bewerkt”, aldus Oerlemans. Maar vleesvervangers zijn meestal bewerkt, hoe strookt dit? “Dat is een dilemma. Ik zie vleesvervangers als interessant voor mensen die vaak vlees eten en de smaak van vlees willen vervangen. Maar als je daar niet aan gehecht bent adviseer ik om bonen te eten. Ze zijn gezond, eiwitrijk en ook nog eens goed voor de bodem omdat ze zelf een natuurlijke ‘kunstmest’ creëren in de bodem.”

‘Meer diversiteit in wat we eten kan ook diversiteit op het land helpen.’

Natasja Oerlemans

Corona en veeteelt

De natuurorganisatie stelt dat de huidige coronapandemie laat zien dat de balans tussen mens en natuur ziek is. “We halen steeds meer wilde dieren uit natuurgebieden om op te eten. Daarnaast staan natuurgebieden zelf steeds meer onder druk waardoor het leefgebied van wilde dieren beperkter wordt”, vertelt Oerlemans. “En je ziet dat het heel makkelijk is voor een virus om over te springen van wilde naar landbouwdieren in gebieden waar heel intensief landbouwhuisdieren worden gehouden. Doordat mensen in de intensieve veehouderij zo dicht met dieren samenleven, zie je dat een virus heel makkelijk kan overspringen op mensen.”

Minder intensief

Moeten we intensieve veehouderij verminderen? “We moeten ons gaan afvragen of intensieve veehouderij op de lange termijn wel houdbaar is. Niet alleen voor een pandemie maar ook voor het inzetten van landbouwgronden. De meeste dieren in intensieve veehouderij eten grondstoffen die we ook als mens kunnen eten. Het is dus inefficiënt om dit aan dieren te voeren”, aldus Oerlemans. “We hebben voldoende landbouwgrond in de wereld om alle mensen te voeden, maar dan moeten we wel andere keuzes maken.”

Akkerhommel bij wikke_©Willemina Heijenga (vrij te gebruiken)-A1200x800
©Willemina Heijenga

Vleesproductie herinrichten

Volgens Oerlemans moeten we vleesproductie op een andere manier inrichten. “Ik ben er helemaal niet voor om het eten van vlees te verbieden. We moeten alleen gewassen die rechtstreeks door mensen geconsumeerd kunnen worden niet als veevoer gebruiken. Maar voor grasland ligt het anders. Enkel koeien en geiten kunnen voedsel voor mensen van grasland halen. Dus die kunnen een heel belangrijke rol spelen. Maar nu zie je dat de meeste koeien die op ons bord liggen granen hebben gegeten in plaats van gras, terwijl een koe een heel goed dier is om gras om te zetten in vlees of zuivel. Dat betekent dus dat we met een andere bril kijken naar hoe we onze voedselproductie zouden moeten inrichten.”

Schouders eronder

Samengevat moeten we dus de voedselproductie anders gaan inrichten volgens het WWF door: duurzamer landbouw te stimuleren, een eerlijke prijs te vragen en te betalen voor voedingsmiddelen, minder vleesconsumptie, minder intensieve veehouderijen en rest- en bijstromen hergebruiken. “Met het Living Planet Report brengen we een alarmerende boodschap. Maar het is allemaal nog niet verloren want we kunnen nog veranderen. Maar dan moeten we wel met z’n allen de schouders eronder zetten”, concludeert Oerlemans.