Zo voldoe je aan de richtlijnen voor ethyleenoxidegehalte in eindproduct

KENNISPARTNER - Eind 2020 werd ethyleenoxide aangetroffen in een partij sesamzaad in India. Omdat er nu extra aandacht op het gewasbeschermingsmiddel is gevestigd, wordt het ook in andere producten gevonden. De NVWA controleert en interpreteert de EU-richtlijnen daarbij nauwer dan de autoriteiten in sommige andere EU-landen. Hoe kan je aan deze richtlijnen voldoen en de voedselveiligheidsrisico’s beheersen?

Ethyleenoxide is een gewasbeschermingsmiddel dat al jaren gebruikt wordt om schade aan gewassen door toedoen van insecten te voorkomen. Het wordt ook gebruikt als desinfectiemiddel van specerijen en kruiden. De stof kan kanker veroorzaken bij mensen die vaak en langdurig met de stof in aanraking komen. Tot nu toe is ethyleenoxide aangetroffen in sesamzaad, johannesbroodpitmeel, guargom, kruiden en specerijen.

Johannesbroodpitmeel en guargom

De johannesbroodboom en de guarplant groeien met name in India. Uit het gewas wordt johannesbroodpitmeel of guargom vervaardigd. Het gewasbeschermingsmiddel blijft ook in deze producten aanwezig.

Maria Lamers, quality consultant bij Eurofins: ‘Soms stijgt het ethyleenoxidegehalte juist bij het verwerken van de johannesbroodboom of guarplant, als gevolg van het droogproces. In een recept voegen producenten johannesbroodpitmeel in hele kleine hoeveelheden toe als additief E410: als bindmiddel/verdikkingsmiddel of als stabilisator. Bijvoorbeeld in sauzen, ijs, marinade van vleesproducten, kaas of vegetarische snacks.’

Het regent recalls

‘Het regent op dit moment echt recalls, omdat johannesbroodpitmeel en ook guargom (additief E412) in zo veel producten zit’, vervolgt Lamers. ‘Ook in roomkaas, brood, koek en kant-en-klaarmaaltijden bijvoorbeeld. Daarnaast is ethyleenoxide aangetroffen in kruiden en specerijen.’ In de Belgische supermarkten zijn in de maanden juni, juli, augustus zo’n 80 recalls geweest van levensmiddelen; in Nederland zijn het er iets minder dan 40.

Hogere MRL’s buiten de EU

De NVWA controleert streng. Lamers: ‘In grondstoffen mag in de EU volgens Verordening EG 396/2005 tussen de 0,01 en 0,1 mg/kg ethyleenoxide zitten. Daarmee is het gebruik binnen de EU nagenoeg verboden. In Azië, Zuid-Amerika en in Amerika gelden hogere residulimieten. Buitenlandse telers en producenten zijn misschien niet altijd op de hoogte van de EU-richtlijn. Zij maken hun producten voor buiten Europa en houden alleen rekening met hun eigen hogere MRL’s. Door de partijen verder te verhandelen, kunnen ze ook in Europa terechtkomen.’

Een gecontamineerde grondstof

Tijdens grenscontroles heeft de NVWA ethyleenoxide aangetroffen in uiteenlopende producten. Lamers: ‘De NVWA eist daarom nu dat eindproducten die zijn geproduceerd met een grondstof die een overschrijding aan ethyleenoxide bevat, óók uit de handel moeten worden gehaald.’

Binnen de EU gaan de autoriteiten daar verschillend mee om. ‘In België, Frankrijk en Nederland geldt dat eindproducten met een gecontamineerde grondstof met ethyleenoxide boven de norm, niet in de handel mogen komen. Ook al is de grondstof nog zo verdund in het eindproduct dat het gehalte ethyleenoxide daarin niet is te traceren’, aldus de quality consultant.

Uit de handel?

Stel dat je 0,5 gram guargom per 100 gram aan je eindproduct toevoegt dat 0,2 mg/kg ethyleenoxide bevat, dan bevat het eindproduct in totaal 0,0002 mg/kg ethyleenoxide. Lamers: ‘In Duitsland geldt daarom: je mag een product verkopen als niet is aan te tonen dat er ethyleenoxide in zit. In Nederland zegt de NVWA dat het eindproduct is gemaakt met een onveilige grondstof en het moet daarom uit de handel genomen worden. Eigenlijk geldt: zelfs als je een saus gebruikt in het eindproduct, die is vervaardigd met johannesbroodpitmeel met een verhoogd ethyleenoxidegehalte, moet ook het eindproduct uit de handel gehaald worden.’

Monitoring op ethyleenoxide

‘De aandacht en monitoring op ethyleenoxide zijn pas zijn verscherpt nadat de overschrijdingen tijdens controles aan het licht kwamen. Daarom zien we op dit moment ook meer overschrijdingen dan voorheen’, legt Lamers uit. ‘Maar monitoring op ethyleenoxide is niet eenvoudig. Het aantonen van de aanwezigheid van ethyleenoxide in het eindproduct is lastig, omdat het in hele kleine hoeveelheden wordt toegevoegd.’

2-chloorethanol

Soms is de grondstof ook eerst verwerkt, zoals sesamzaad in sesamolie of johannespitbroodmeel in saus. Bovendien gaat ethyleenoxide een verbinding aan met andere stoffen in het product en vormt het 2-chloorethanol. Lamers: ‘Daarom analyseren we op beide stoffen. Het beste is om de grondstof te laten analyseren in plaats van het eindproduct. Zo weet je zeker dat je aan alle richtlijnen voldoet, voedselveilig inkoopt en de gezondheid van de consument is gewaarborgd.’

Zicht op de leverancier

Een analyse is niet altijd nodig. Lamers: ‘Een goed analysecertificaat van dezelfde partij of batch waarin een overschrijding van de MRL op ethyleenoxide wordt uitgesloten, volstaat ook. Vraag je leverancier naar zo’n analysecertificaat en onderzoek hoe zij de veiligheid van hun product proactief borgen. Dit gaat verder dan onderzoek op ethyleenoxide in sesamzaad, johannesbroodpitmeel en guargom alleen. Ik adviseer niet alleen te kijken naar de ingekochte grondstoffen, maar ook naar de ingrediënten van samengestelde producten die u gebruikt. Heeft u twijfels? Dan kunt u kiezen voor een analyse.”

De keten in kaart brengen

De handelaar of additievenproducent van grondstoffen als johannesbroodpitmeel of guargom zit vaak in het buitenland. Lamers: ‘Het in kaart brengen van de keten is dan extra belangrijk. Van de schakels binnen de EU én daarbuiten. Met die informatie kunt u gerichter onderzoek doen en alleen testen waar nodig. Bovendien verkleinen inkopers en producenten daarmee de kans op fraude met een partij.’

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Eurofins, kennispartner van VMT

Dit vind je misschien ook interessant