Lessen uit de coronacrisis voor foodindustrie: 'werk met R&D aan scenario's voor afzetspreiding' (podcast)

Er zijn voor de voedingsmiddelenindustrie belangrijke lessen te leren uit de coronacrisis. Niet alleen commercieel, maar ook op het gebied van duurzaamheid en voedselveiligheid. "We leren wederom hoe voorzichtig we moeten omspringen met onze voedselproductie, dat we moeten waken voor overproductie en moeten nadenken over de spreiding over de verschillende afzetmarkten."

Dat zegt commercial director Linda Schulte van Eurofins Food, Feed, Water Benelux in een vraaggesprek met VMT over de coronacrisis. Het bedrijf ondersteunt met zo’n 800 labs en aanwezigheid in 47 landen vele voedingmiddelenbedrijven in de hele keten bij het borgen van onder meer voedselveiligheid en kwaliteit. De coronacrisis heeft op de gehele foodsector een grote impact op heel veel gebieden. Zo zag Eurofins Food, Feed, Water Benelux dat aanvankelijk de globale transport van voedingsmiddelen werd bemoeilijkt. Schulte: “Toen China op slot ging, had dat een enorm effect op de transportsector. Containers met goederen kwamen vast te zitten in de havens. Ieder bedrijf dat voedsel exporteert, heeft daar last van. China is bijvoorbeeld een groot exportland voor onze zuivelindustrie, dus daar ontstonden grote problemen omdat de circulatie van containers stopte. Verder zag je dat een aantal Europese grenzen dichtgingen met lange files met vrachtwagens tot gevolg. Dat beperkte tijdelijk de doorstroming van versgoederen. Dat gaat inmiddels een stuk beter. Verder zagen we het hamstergedrag bij consumenten in heel Europa. Lokale leveranciers hebben daarvan kunnen profiteren, maar exporterende bedrijven zitten met volle warehouses en vrieshuizen. We hopen dat dit nu weer langzaam loskomt.”

Linda Schulte, Eurofins Food, Feed, Water Benelux

Hoe vergaat het producenten die vooral aan de horeca en foodservice leveren?

“Dat zijn aanvankelijk natuurlijk de grote verliezers, want die zagen ineens hun complete afzet wegvallen. Dat heb je niet met een druk op de knop opgelost. Nu zie je veel lokale initiatieven ontstaan, ook heel leuke waar wij aan meedoen. Een partij die kaasjes levert aan de toeristische sector bijvoorbeeld, die worden nu uitgeleverd aan de voedselbanken en de verzorgingstehuizen. Er gebeurt veel op dit vlak.”

Het zijn vaak lokale en heel goed bedoelde initiatieven, maar leveren toch geen structurele oplossing als dit nog lang gaat duren?

“Klopt. De pijn zal iedereen voelen. Maar je ziet bedrijven ook actief kijken naar echt nieuwe commerciële kansen. De keukens in verzorgingshuizen gaan dicht, maar voor producenten van kant-en-klare maaltijden kan dit ineens een nieuwe afzetmarkt opleveren. Kanalen verschuiven heel snel nu.”

Zien jullie dat voedingsproducenten hier goed op inspringen? Hoe flexibel zijn ze?

“Dat verschilt per partij. Ik sprak gisteren met een klant in de specerijen die snel tussen kanalen kan switchen als dat nodig is. Dat is een belangrijke les voor producenten denk ik: zorg dat je niet te afhankelijk bent van één bepaald kanaal. Zeker als je met je R&D-afdeling van tevoren scenario’s uitwerkt, kun je veel beter op dit soort omstandigheden inspelen. Ik geloof dat we op dit moment een miljoen ton aardappelfrietjes hebben liggen in Nederland op dit moment. Die vinden nu geen weg naar de markt nu de horeca gesloten is en je kunt niet in één keer alle patat van de horeca voor thuisgebruik verwerken. Ik hoop dat de branche op een idee komt om iets anders met deze aardappels te doen. Misschien hadden die er stamppotten van moeten maken voor de gaarkeukens in de verzorgingshuizen? Er komen vast nog wel ene paar goede ideeen los.”

Dan over de productie zelf. Welke veranderingen zien jullie daar sinds de crisis?

“Wij hebben veel contact met de kwaliteitsmanagers- en teams (QA/QC). Die zijn de eerste weken vooral bezig geweest met de coronacrisis en hadden vaak zitting in crisisteams. Nu zien we daar een stabilisatie. Er is weer meer focus op de normale werkzaamheden. Voedselveiligheid en kwaliteit komt weer volledig terug in de aandacht. Wel ligt de focus nog volledig op productie en R&D staat bijvoorbeeld vaak nog op een lager pitje momenteel.”

Heeft dat negatieve gevolgen voor R&D?

“Niet per se. R&D-ers werken nu vooral thuis, maar ik zie ook wel kansen. Wellicht hebben mensen nu meer ruimte in de agenda voor creatieve ideeën gekregen en het nadenken over strategische vraagstukken. Er komen mogelijk ook positieve dingen voort uit deze crisis zoals efficiënt werken, spreiding over markten creëren en minder afhankelijk zijn. Ik denk dat het creatie los gaat maken.”

Dan externe auditoren: deze worden sinds de coronacrisis bijna niet meer toegelaten. Hoe hebben jullie dat gemerkt en hoe wordt daarmee omgegaan?

“De eerste weken was er vooral wat paniek bij de bedrijven en werden er bijna geen externen in de bedrijven toegelaten. Dat begint nu wat te versoepelen. Onder strenge voorwaarden worden toch weer mondjesmaat mensen toegelaten in bedrijven. Onze mensen die monsters nemen hebben er ook speciale pakken voor bijvoorbeeld.”

Wat betekent de coronacrisis voor Eurofins?

“We zien dat voedingsmiddelenbedrijven zich hebben gericht op de essentie: produceren. Interne labs bij voedingsbedrijven zijn bij sommigen daarom toch tijdelijk uit voorzorg gesloten. Daarom worden wij nu vaker als ‘backup lab’ ingeschakeld. Dat heeft ons ook nieuwe klanten opgeleverd.”

Welke lessen kan de foodsector in zijn geheel leren uit de coronacrisis?

“We hebben nogal wat crises gehad de afgelopen jaren. Denk aan de BSE-crisis die veel extra voedselveiligheidscontroles en procedures heeft teweeg gebracht. Dat was niet voor niets. Kijk naar de fipronilaffaire, ook die heeft veel in gang gezet. Ik hoop dat deze crisis ons allemaal weer bewust maakt dat we zorgvuldig met onze voedselketen omgaan, dat we nadenken over overproductie en afzetmarkten.”

Check hier alle podcasts van VMT