nieuws

Hoe betrouwbaar is het gebruikte medium bij microbiologisch onderzoek?

Voedselveiligheid & Kwaliteit

KENNISPARTNER – Om zeker te weten dat microbiologische tellingen kloppen is het van belang te controleren of de gebruikte media voldoen aan de kwaliteitseisen. In de media van verschillende leveranciers kan namelijk een grote variatie zitten net als binnen de verschillende batches van een leverancier.

Hoe betrouwbaar is het gebruikte medium bij microbiologisch onderzoek?

De productiviteit van een medium is afhankelijk van een aantal factoren. De samenstelling moet in orde zijn, de gebruikte componenten moeten van goede kwaliteit zijn, de sterilisatie moet de juiste temperatuur hebben gehad en de pH moet kloppen. Een telling kan veel lager uitvallen als een van deze factoren niet in orde is. Of een leverancier wel of niet geaccrediteerd is kan ook een verschil maken.

Een laboratorium van een waterbedrijf trof bij het testen op Legionella op het medium van leverancier A 1300 kolonievormende eenheden aan en op een vergelijkbaar medium van leverancier B 7600. Dit om aan te geven hoe groot het verschil kan zijn en dat het belangrijk is zeker te weten dat het gebruikte medium doet wat ervan verwacht wordt. Een medium bestaat uit chemische componenten en extracten van natuurlijke materialen, zoals bijvoorbeeld vlees, waarbij de grootste variatie vaak afkomstig is van deze natuurlijke componenten. Eerder verscheen in VMT een artikel over dit onderwerp, dat het belang van betrouwbare media aangeeft.

Testen voor een hogere betrouwbaarheid

Wanneer gewerkt wordt met microbiologisch referentiemateriaal kan vastgesteld worden of het juiste medium gebruikt wordt, of de beoogde micro-organismen voldoende goed groeien en of – indien de media zelf bereid worden – door de laboranten de juiste procedure gevolgd wordt. De eisen waaraan een medium moet voldoen is vaak dat minimaal 50% van de onderzochte micro-organismen moet zijn terug te vinden op het gebruikte medium in vergelijking met de groei op een niet-selectief referentiemedium. Als er 100 micro-organismen tot uitdrukking komen op het referentiemedium, moeten er dus minimaal 50 kolonies kunnen worden teruggevonden op het selectief medium.

In de ISO 11133-norm uit november 2014 staat beschreven hoe verschillende media getest moeten worden. De procedures zijn uitgebreid en moeten nauwkeurig worden uitgevoerd. Best practices van de norm zijn te vinden op internet. Het uitvoeren van deze tests biedt meer zekerheid over de kwaliteit van de gehanteerde media en geeft een betrouwbaardere uitkomst van microbiologische onderzoeken die in laboratoria worden uitgevoerd.

Gevolgen voor productie

Wanneer laboratoria hun media niet testen, is niet bekend of het medium de juiste kwaliteit heeft. Dit kan resulteren in onjuiste microbiologische uitslagen. Men kan bijvoorbeeld bij een slecht werkend medium pathogenen missen en ten onrechte een vals negatief resultaat rapporteren. Ook kan men al jaren een medium gebruiken dat onvoldoende productief is voor een specifiek micro-organisme. Hierbij kan men in de productie ten onrechte uitgaan van kwalitatief goede producten, terwijl de methodeanalyse gewoonweg onvoldoende micro-organismen heeft kunnen aantonen. Productiemethoden zullen in enkele gevallen aangepast moeten worden, indien na gebruik van kwalitatief goede media nu limieten worden overschreden of meer producten moeten worden gedowngrade. Des te meer reden om zeker te weten dat de gebruikte media voldoen aan de verwachting.

Auteur: André Siccama, QA-manager en consultant bij Biosisto, kennispartner van VMT

Foto: Jantina Mulder

Reageer op dit artikel