HAK investeert in zonne-energie ondanks ruimtegebrek op netwerk

Hak plaatst zonnecentrale op het dak van de productielocatie in Giessen ondanks dat er lokaal te weinig ruimte is op het elektriciteitsnetwerk. Dit maakt het project risicovol. Rabobank en leverancier Groendus helpen bij dit project.
Delen:

Netcongestie houdt in dat er lokaal te weinig ruimte is op het elektriciteitsnetwerk om energie die huishoudens of organisaties zelf niet gebruiken terug te leveren. Deze overbelasting is voor zowel levering als teruglevering van elektriciteit een probleem.

Misgelopen inkomsten

Als een bedrijf niet alle geproduceerde energie direct kan gebruiken, wordt zonder teruglevering inkomsten misgelopen. Om het businessmodel rond te krijgen is dit vaak nodig. Daarom worden projecten in netcongestie-gebieden vaak geannuleerd of uitgesteld, totdat de capaciteit op het net is vergroot. De verwachting is dat de netcongestie in Giessen in Noord-Brabant pas over 3 tot 5 jaar wordt opgelost.

“Op het moment dat wij het bericht kregen dat wij niet konden terugleveren vanwege congestie in het gebied, wilden we het project niet zomaar stopzetten. Samen met Groendus hebben we hierop doorgepakt zodat het project alsnog gerealiseerd kon worden,” aldus Maikel Jongenelis, CFO van HAK.

Gedeelde risico’s

HAK en Groendus gaan toch door met het project. De bedrijven verdelen de risico’s. Groendus neemt de investering van de zonnecentrale voor haar rekening. HAK betaalt hiervoor een maandelijkse leasevergoeding, waarbij zij ten minste 80% van de opgewekte zonnestroom vergoedt. Daarmee is Groendus in staat om het project te ontwikkelen en financieren.

Financiering

Rabobank levert ook geld voor de zonnepanelen die op het dak liggen bij HAK. De bank heeft 20 miljoen euro beschikbaar voor duurzame zonnecentrales. Ivan Das, director bij Rabobank Project Finance: ’Rabobank wil per 2025 55% van de financieringsbehoefte in de energietransitie realiseren. De samenwerking tussen Groendus en HAK laat zien dat we dit samen voor elkaar kunnen krijgen.”