artikel

Expertpanel: werkt de voedingsmiddelenindustrie genoeg samen met jonge ondernemers?

Mensen & Loopbaan

Jonge ondernemers hebben vaak goede ideeën om de wereld te verbeteren. De hulp van ervaren vakgenoten uit de voedingsmiddelenindustrie is meer dan welkom. Maar helpen zij hen voldoende? Of is het juist andersom en kunnen grote foodbedrijven van de creativiteit en flexibiliteit van deze ondernemers leren? Dit artikel is verschenen in VMT 7 op 5 juli 2019.

Expertpanel: werkt de voedingsmiddelenindustrie genoeg samen met jonge ondernemers?

Mary van Hoek-Hendriks
docent/adviseur Food Innovation HAS Hogeschool

Ik hoop wel dat wij er voor hen zijn. We zien een trend dat steeds meer jonge ondernemers zich graag willen inzetten voor een betere wereld. Ze hebben vaak briljante ideeën. Maar ze kunnen dit niet alleen. Ze hebben partners nodig die hen verder helpen, bijvoorbeeld op het gebied van financiën of commercie. De meeste jonge ondernemers vinden die partners ook, waardoor ze weer een stap verder kunnen zetten. Of deze jongeren ook op de lange termijn hun ambities waar kunnen maken? Dat zal nog moeten blijken. Ze hebben in elk geval als voordeel dat ze met weinig geld genoegen nemen. Ze voelen het niet als gemis dat ze met hun onderneming niet meteen veel geld verdienen. Maar je hebt ook veerkracht nodig om als ondernemer succes- vol te zijn. Ondernemen is vallen, opstaan en weer doorgaan. Dat zie ik elke keer weer. Dan hebben ze bijvoorbeeld net met veel moeite een merk geregistreerd, maar blijkt dat er toch weer iets fout is gegaan. Met als gevolg dat ze opnieuw kunnen beginnen. De jonge ondernemers die dat weten te overwinnen, redden het echt wel. Zij kunnen de hulp van ervaren ondernemers uit de voedingsmiddelenindustrie daarbij goed gebruiken.”

Jan Klerken
eigenaar Scelta Mushrooms

“Ik zie het bijna als onze maatschappelijke plicht om jongeren met een duurzaamheidsdroom vooruit te helpen. Natuurlijk zie ik ook dat niet alle plannen die jongeren hebben even realistisch zijn. Zo zijn er jongeren die insecten zien als een nieuwe bron van eiwitten. Maar je zult wel iets moeten doen om die insecten toegankelijk te maken voor consumenten. Dat vinden sommige dan een stap te ver en die haken af. En om succesvol te zijn moet de passie er vanaf druipen en moet je een never-give-upmentaliteit hebben. Een project duurt altijd drie keer langer dan je had gedacht en het kost veel meer geld dan begroot. Je moet het lef hebben om het geld eraan uit te geven. Een voorbeeld daarvan is het registreren van een merknaam. Dat kost zo’n 900 euro en veel jonge ondernemers vinden dat te veel. Toch is het belangrijk om dat wél te doen. Anders kun je aan het einde van een ontwikkel- traject tot de conclusie komen dat je je merknaam niet mag gebruiken en kun je weer helemaal opnieuw beginnen. Als ervaren ondernemer zie je dat soort mogelijke problemen vaak al lang van tevoren aankomen. Daarom is het advies van een senior ook zo belangrijk. Het helpt je om misstappen te voorkomen.”

Michael Luesink
oprichter BOON-foodconcepts

Als jonge, startende ondernemer heb je mensen met expertise om je heen nodig. De juiste mensen zijn de sleutel tot succesvol ondernemerschap. Ik heb gekeken met welke mensen ik een winnend team kon formeren. Bij de start heb ik bijvoorbeeld veel gehad aan de hulp van conceptmaker Roy Schellekens en Harry van Delft van HAS Hogeschool. Ze hebben me geholpen met de ontwikkeling van het merk en het bedrijf. We zijn inmiddels zakenpartners. In 2017 zijn we bovendien gaan samenwerken met Jan Klerken, eigenaar van Scelta Mushrooms, om internationaal te groeien. Maar niet alleen startende ondernemers hebben hulp van de branche nodig. Multinationals en retailers hebben ons ook nodig. De foodwereld is conservatief en daardoor laten ze kansen lig- gen. Start-ups hebben die goede, nieuwe ideeën wel. Daarom zou het goed zijn als de gevestigde orde meer met start-ups gaat samenwerken door hen te helpen meer impact te maken. We hebben elkaar nodig om samen concepten op de markt te brengen voor een betere wereld. Natuurlijk weet je als startende ondernemer vooraf niet of je idee slaagt. Maar je hebt meer te winnen dan te verliezen. Daarom zou ik ook andere jongeren met een ondernemersdroom adviseren om er gewoon voor te gaan.”

Martijn Rol
sectorspecialist Food Rabobank

“Start-ups kunnen baat hebben bij ondersteuning door grote foodbedrijven. Echter, de branche heeft de start-ups zelf ook nodig om te blijven innoveren. De sector is aan het veranderen. Grote foodbedrijven zijn goed in massaproductie, maar we zien juist groei in niches. Consumenten zijn meer op zoek naar bijzondere, duurzamere of gezondere producten en daar willen ze best iets extra’s voor betalen. Multinationals zijn lang niet altijd goed in staat om daar op in te spelen. Ze willen graag producten op de markt brengen die relatief snel een serieus volume aan omzet per jaar opleveren. Om dan te investeren in kleinschalige nieuwe concepten die zich nog moeten bewijzen, is uitdagend. Daarom kan het interessant zijn om de samenwerking aan te gaan met een start-up. Als bank zijn we altijd bereid om ondernemers met goede ideeën te helpen met een financiering, kennis of de inzet van ons net- werk. Mocht een start-up ideeën hebben die te risicovol zijn voor een bancaire financiering, dan zoeken we samen met hen naar alternatieven, zoals crowdfunding of een investeringsfonds. Ook grote foodbedrijven zouden prima in staat zijn om start-ups te helpen. Ik hoop dat deze partijen elkaar meer vinden, omdat dit de innovatiekracht van de hele sector ten goede komt.”

Reageer op dit artikel