artikel

Alles is te verpompen

Algemeen

Echt spectaculaire innovaties zijn er de afgelopen jaren misschien niet geweest bij het verpompen van voedingsmiddelen. Maar met vele kleine productaanpassingen sluiten de nieuw ontwikkelde pompen aan bij de trends in de industrie. Prioriteit één is en blijft hygiëne.

Technologie [machine/apparaten]
Thema: Efficiënt en duurzaam
Dionne Irving

Van vis tot eidooier
Alles is te verpompen

Echt spectaculaire innovaties zijn er de afgelopen jaren misschien niet geweest bij het verpompen van voedingsmiddelen. Maar met vele kleine productaanpassingen sluiten de nieuw ontwikkelde pompen aan bij de trends in de industrie. Prioriteit één is en blijft hygiëne.

Eind 2003 beschreef VMT waar een producent op moet letten bij de aanschaf van een pomp. Behalve de benodigde capaciteit en geleverde druk zijn ook de eigenschappen van het product van belang. Daarnaast de lengte en diameter van toe- en afvoerleidingen en alle apparatuur voor en achter de pomp. Het is maatwerk, zo was de conclusie vier jaar geleden. Wat is er sindsdien veranderd in de wereld van pompen?

Reinigbaarheid
Hogere capaciteiten tot wel 250m3 per uur, minder dode ruimte, efficiënter energieverbruik, betere reinigbaarheid en flexibele aansluitingen zijn de belangrijkste pompverbeteringen van de afgelopen tijd. De reinigbaarheid van pompen blijft erg belangrijk in de voedingsmiddelenindustrie. Van alle nieuw ontwikkelde pompen, wordt er altijd een hygiënische variant ontwikkeld. Maar het is niet altijd nodig om een pomp in te zetten die voldoet aan de hygiëne-eisen van het EHEDG-keurmerk. Het te verpompen product en de plaats in het proces bepalen of een hygiënische pomp nodig is. Daar is Peter Bader, salesmanager bij Geveke pompen, het helemaal mee eens. “In ons assortiment hebben we altijd een instapmodel voor die plaatsen in het proces waar de eisen aan hygiëne minder streng zijn, bijvoorbeeld voor sterilisatie van het product.” Bader adviseert levensmiddelenbedrijven om bij aanschaf van een pomp met een specialist te praten. “Die heeft kennis over levensmiddelenprocessen en hygiëne-eisen. Grotere bedrijven hebben de eisen al op orde, maar kleine bedrijven weten soms niet of ze een EHEDG-gekeurde pomp nodig hebben.”
Ontwikkelingen zitten vooral ook in de asafdichting. Dat is de plek waar de te verpompen vloeistof in contact komt met de buitenlucht. Dat is gelijk het meest kritische deel van de pomp, want vatbaar voor verontreiniging en lastig reinigbaar bij CIP (Cleaning In Place). Bader: “De asafdichting bij het verpompen van bijvoorbeeld suikerstroop is lastig. Je zal er bij dit product altijd voor moeten zorgen dat de afdichting goed bereikbaar is.”

Aansluiten bij trends
Samenvoegen van bedrijven maakt dat er steeds grotere batches worden verwerkt. Daarnaast willen voedingsmiddelenbedrijven de houdbaarheid van hun producten verlengen door een hygiënischer eindproduct te maken. Ook willen bedrijven zo lang mogelijk wachten met reinigen zodat de totale productietijd langer wordt. Op deze trends moeten pompen naadloos aansluiten. Martijn Haan, marketingmanager van Van Wijk&Boerma pompen, ziet vooral ook dat de kwetsbaarheid van producten in de voedingsmiddelenindustrie een belangrijk aandachtspunt is. “We hebben daarom een centrifugaalpomp op de markt gebracht, een cornell pomp, voor producten die niet beschadigd mogen raken tijdens het verpompen, zoals groente en aardappelen. Deze producten gaan maximaal één keer door het pomphuis heen. Onlangs verkochten we deze pomp aan een klant die er mossels mee opvist uit de zee.”
Voor kwetsbare producten zoals slagroom zijn er ook speciale pompen beschikbaar. Een slangenpomp van Watson-Marlow blijkt eidooiers succesvol te kunnen verpompen (zie kader).

Markt blijft goed
Bader ziet geen invloed van de gestegen energieprijzen op het koopgedrag van zijn klanten. “Met pompen kun je weinig doen aan efficiëntie.” In tegenstelling tot Bader ziet Haan dat de energieprijs wel zijn werking heeft op de markt. “In heel de EU zijn pompen verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van het totale energieverbruik van de industrie. De aanschafprijs van een pomp is ongeveer vijf tot zeven procent van de totale lifecyclekosten. Het is dus veel interessanter om te kijken naar de andere 95 procent, zoals onderhoud of energie. Een grotere pomp die minder energie verbruikt is wel duurder om aan te schaffen, maar verbruikt minder energie, heeft minder last van slijtage en vraagt minder onderhoud.” Een andere manier om energie te besparen is door een frequentieregelaar op de elektromotor van de pomp te plaatsen. Hiermee is het toerental te regelen afhankelijk van de behoefte.
Energiezuinig of niet, pompen zullen altijd nodig zijn. Intussen is bijna alles goed te verpompen. Haan: “We verkopen volop, zeker in de zuivel en in de groente- en fruitsector. Ook de vleesverwerkende industrie is een goede afnemer. De pompenmarkt blijft interessant. Door uitbreidingen en nieuwe productlijnen is de vraag naar nieuwe pompen groot genoeg,” vertelt Haan.
Ook Bader is tevreden. “De omzet voor verdringerpompen in de voedingsmiddelenindustrie is vijf à zes miljoen euro. Daarvan hebben wij minder dan de helft in handen, helaas.”

Het artikel ‘Toepassing van pompen is maatwerk’ verscheen in 2003 in VMT 26. Abonnees kunnen het artikel downloaden in het archief op onze website www.vmt.nl.

Reageer op dit artikel