nieuws

NVWA legde drie dwangsommen op tijdens fipronilcrisis in 2017

Wetgeving & Toezicht

Tijdens de fipronilaffaire in 2017 heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zes waarschuwingen uitgedeeld en zestien rapporten van bevindingen opgemaakt.

NVWA legde drie dwangsommen op tijdens fipronilcrisis in 2017

Bovendien heeft de organisatie drie last onder dwangsommen opgelegd. Het gaat hierbij om bedrijven die  geen, te laat of onvolledig melding maakten van overschrijdingen van de fipronilnorm.

Dit schreef Bruno Bruins in antwoord op Kamervragen van D66 Kamerlid Tjeerd de Groot over het debat (7 maart 2019) inzake het rapport van de commissie-Sorgdrager (juni 2018) over de fipronilcrisis (zomer 2017). In de Kamerbrief schrijft de minister voor Medische Zorg en Sport dat zodra in partijen fipronil boven de maximale residulimiet (MRL) wordt aangetroffen, de ondernemer de betreffende partij uit de handel moet nemen en het wegmengen niet wordt toegestaan door de NVWA.

Gezondheidsbescherming

Deze uitspraak (eerder ook gedaan door Bruins tijdens het debat over het fipronilrapport) is conform artikel 19 van de Algemene Levensmiddelenwetgeving (EG) № 178/2002.

“Een exploitant van een levensmiddelenbedrijf moet namelijk, indien hij redenen heeft om aan te nemen dat een levensmiddel dat hij ingevoerd, geproduceerd, verwerkt, vervaardigd of gedistribueerd heeft niet aan de voedselveiligheids- voorschriften voldoet, onmiddellijk procedures inleiden om het betrokken levensmiddel uit de handel te nemen en de bevoegde autoriteit (= NVWA) daarvan in kennis te stellen”, schrijft Bruins.

Bruins: “Zodra het product de consument bereikt kan hebben, stelt de exploitant de consumenten op doeltreffende en nauwkeurige wijze in kennis van de redenen voor het uit de handel nemen en roept zo nodig, wanneer andere maatregelen niet volstaan om een hoog niveau van gezondheidsbescherming te verwezenlijken, de reeds aan de consument geleverde producten terug.”

NVWA

“In het najaar van 2017 bevatte een vijfde van de eieren meer fipronil dan het gehanteerde MRL”, zei  De Groot in een algemeen overleg over de NVWA. “De NVWA constateert dat eiverwerkende bedrijven dachten dat het te hoge percentage fipronil zou verdunnen bij de verwerking.”

Deze gedachte van De Groot is onderschreven in het fipronilrapport. In punt 329 van het rapport Sorgdrager staat dat er inspecties in de eiersector tussen 4 en 8 september 2017 werden uitgevoerd. “Daaruit kwam naar voren dat de naleving van de wettelijke voorschriften inzake de voedselveiligheid niet goed was”, schrijft de commissie-Sorgdrager.

“De NVWA maakte in de laatste week van september 2017 rapporten van bevindingen op, omdat afnemers niet waren geïnformeerd over partijen eieren met een te hoog fipronilgehalte, en omdat daarover evenmin meldingen waren gedaan bij de NVWA en er geen procedures in werking waren gesteld om eieren uit de handel te nemen”, aldus het rapport.

Wetsmisvattingen

De minister erkent deze conclusie in zijn brief: “bij de eiverwerkende bedrijven bestond een misvatting over hun verplichting om aan de NVWA de gehalten fipronil boven de MRL in tussenproducten die toch zou verdwijnen bij verdunning, te melden.”

Hij schrijft dat een vertegenwoordiger van de betreffende partijen aangegeven heeft dat bij “de afhandeling van het fipronilincident voorrang is gegeven aan het informeren van klanten en consumenten boven het doen van meldingen aan de NVWA”. Hij voegt toe dat deze begunstiging misschien misplaatst was.

Reageer op dit artikel