nieuws

Is clean label mogelijk bij gebruik van plantenextracten? (longread)

Wetgeving & Toezicht

Is clean label mogelijk bij gebruik van plantenextracten? (longread)

Zijn de verschillende clean label alternatieven, waaronder plantenextracten, nog wel toegestaan? Of hebben sommigen toch een E-nummer nodig? Dat is een centrale vraag waar veel voedingsmiddelenproducenten, maar ook de NVWA zich over buigen. Op het Food Law Event op 20 juni zal de NVWA het additievenbeleid voor 2019-2020 uitgebreid toelichten. In dit artikel de feiten op een rij over het gebruik van plantenextracten.

Uit onderzoek[1] van BENEO, een Duitse leverancier van ingrediënten, blijkt dat consumenten meer aandacht besteden aan de ingrediënten die in een product zitten dan aan de beschrijving van het product of het merk. In totaal deden zo’n drieduizend consumenten mee aan dit onderzoek, gedaan in het Verenigd koninkrijk, Duitsland en de Verenigde Staten.

Clean label belangrijk

Ingemaakte tomatenDie consumenten willen gezondere keuzes maken en daarom is het gebruik maken van clean labeling erg belangrijk. Omdat ongeveer de helft van de ondervraagde mensen clean label belangrijk vond, zijn er voorkeurstesten gedaan met verschillende soorten tomatensaus. Het meest populair was het label ‘gemaakt met natuurlijke ingrediënten’. 56% Van de ondervraagden gaf aan dat het duidelijk te zien was dat het product ‘natuurlijk’ is. Die consumenten kregen ook nog drie andere verpakkingen te zien. Eén met gemodificeerd maiszetmeel, één met rijstzetmeel en één met E-nummers. 73% van de consumenten koos voor de verpakking met rijstzetmeel, 19% die met maiszetmeel en 8% voor het product met E-nummers. Hieruit blijkt dat consumenten een natuurlijk product associëren met ‘geen kunstmatige toevoegingen’ en tegelijkertijd zoeken deze consumenten naar duidelijke en relevante teksten op verpakkingen.

Plantenextracten

In de afgelopen jaren is de levensmiddelenmiddelenindustrie steeds vaker gebruik gaan maken van plantenextracten die bestanddelen bevatten met een technologische functie. Deze plantenextracten worden op het etiket vermeld als een ‘gewoon ingrediënt’, maar zijn volgens de letter van de wet feitelijk een levensmiddelenadditief. Zo worden producten onterecht als ‘clean label’ bestempeld.

Natriumnitriet en natriumnitraat

bietenEen bekend voorbeeld is bietenextract waarin van nature de levensmiddelenadditieven E250, natriumnitriet en E251 Natriumnitraat voorkomen. Bietenextract wordt daarom veel gebruikt in vleesbereidingen en vleesproducten als conserveermiddel. Door die toevoeging kunnen producenten hun producten als ‘clean label’ op de markt brengen omdat levensmiddelenadditieven in extracten niet hoeven te worden geëtiketteerd.

Bamboevezels

Een ander voorbeeld van het gebruik van natuurlijke plantaardige ingrediënten als vervanging van additieven is het gebruik van bamboevezels. Zij worden gebruikt als verdikkingsmiddel in zeewierburgers waardoor meer water kan worden toegevoegd aan daarnaast leveren zij ook nog voedingsvezels[2]. En ook in runderhamburgers en schnitzels.

Spinazie-extract

Ook spinazie-extract wordt naast bietenextract gebruikt als levensmiddelenadditief vanwege de aanwezigheid van nitriet. Snijbiet wordt ook wel Belgische spinazie genoemd maar heeft geen relatie met spinazie[3]. Deze stof kan worden toegevoegd als smaakcomponent maar kan bewust worden gebruikt vanwege het nitraatgehalte voor conservering van gekookte varkenspasteitjes[4]. Dit kan ook met selderij, spinazie en sla.

Extracten van granaatappel en citrusfruit zijn vervangers van het levensmiddeladditief citroenzuur als voedingszuur en antioxidant in vlees zoals in gehakt om verkleuring en bederf tegen te gaan.

Misleiding

Het Europese Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (SCPAFF) adviseert de Europese Commissie, EC. Dit comité is echter van mening dat bij gebruik van plantenextracten met als doel om te fungeren als levensmiddelenadditief de consumenten worden misleid. Consumenten moeten er namelijk van uit kunnen gaan dat als er geen levensmiddelenadditieven op het etiket worden vermeld, die stoffen ook niet zijn gebruikt.

De SCPAFF heeft in 2006 en 2010 al uitspraken over dit misleidend gebruik gedaan en heeft deze nog eens bevestigd in september 2018. Die uitspraken gelden voor extracten met hoge niveaus aan nitraat of nitriet maar ook voor alle andere plantenextracten met een zodanig gehalte aan bestanddelen dat ze een technologische functie in een levensmiddel kunnen vervullen. Voor de hand ligt dat het gebruik van natuurlijke plantaardige ingrediënten doelbewust bij de bereiding als levensmiddelenadditief, dat ingrediënt de benaming als levensmiddelenadditief moet worden gebruikt.         

Wanneer een additief?

Als een extract bewust wordt toegevoegd als conserveringsmiddel, antioxidant of stabilisator, dan wordt doelbewust een levensmiddelenadditief gebruikt. Daarom moeten die extracten worden gezien als levensmiddelenadditieven en voldoen aan de wettelijke eisen voor de etikettering en zuiverheid van additieven, vindt het SCPAFF en daarmee ook de EC. Dat betekent dat het levensmiddelenrecht rond levensmiddelen voorschrijft dat het gebruikte levensmiddelenadditief in het extract moet worden geëtiketteerd met de specifieke naam of E-nummer van het additief.

Paprika-extract

paprikaWe nemen paprika-extract als voorbeeld. Als levensmiddeladditief is de benaming dan E160c of paprika-extract. Als een extract van paprika als ingrediënt doelbewust bij de bereiding wordt gebruikt om dit levensmiddel te kleuren dan moet de benaming als levensmiddelenadditief worden gebruikt. Wordt dit extract als geur- en/of smaakstof gebruikt, dan moet de benaming als een ingrediënt worden gebruikt, bijvoorbeeld ‘extract van paprika’ .       

Aroma’s

Aroma’s zijn producten die aan levensmiddelen worden toegevoegd om hieraan geur en/of smaak te geven of die te wijzigen. Ze zijn vervaardigd of bestaan uit ondermeer aromastoffen, aromatiserende preparaten, rookaroma’s of mengsels daarvan. Plantenextracten kunnen in een levensmiddel een functie hebben als aroma en als levensmiddelenadditief. Wettelijk is het gebruik van aroma’s is in de Europese Unie vastgelegd[5]. Zij mogen alleen bij de bereiding van levensmiddelen worden gebruikt als zij staan op de ‘Communautaire lijst van aroma’s en uitgangsmaterialen’.Dat houdt in dat als plantenextracten een technologische functie als aroma hebben, ze moeten voldoen aan de aromawetgeving.

Veiligheid en zuiverheid

Niet onbesproken mag blijven dat de samenstelling van plantaardige ingrediënten en plantenextracten qua aanwezige levensmiddelenadditieven in de praktijk kan variëren door allerlei omstandigheden tijdens de teelt en opslag. Van de meeste levensmiddelenadditieven zijn de zuiverheid en de gehalten aan werkzame stoffen vastgelegd in wetgeving en worden gecontroleerd. Daarom mogen zij alleen worden gebruikt als zij daar aan voldoen.

Deze gegevens zijn niet vastgelegd van plantaardige ingrediënten en worden doorgaans ook niet gecontroleerd. Dat kan betekenen dat als het gehalte aan werkzame stof in een plantaardige ingrediënt onder het noodzakelijke gehalte voor de functie als bij voorbeeld conserveermiddel ligt, het gehalte te laag kan zijn voor het doel (conserveren), en zo een onveilig levensmiddel kan opleveren.

NVWA en handhaving additieven

De Nederlandse levensmiddelenindustrie en de retail vraagt zich af hoe het beste met deze materie kan worden omgegaan en in hoeverre het nog haalbaar is om een clean label strategie te voeren. De toezichthouder NVWA heeft het onderwerp additievenetikettering inmiddels scherper op de kaart staan en wil de industrie hierover informeren. Dat gaat de NVWA doen op 20 juni op het Food Law Event. Joyce de Stoppelaar van de NVWA en Kees Planken van het ministerie VWS zullen op de vraag ingaan of de verschillende alternatieven voor clean label, waaronder plantenextracten, nog wel zijn toegestaan. Ook wordt het webdossier additieven uitgediept waarbij  oude, bekende standpunten en nieuwe standpunten naar voren komen.

Achtergrond

In 2006 en 2010 sprak het Europese Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (SCPAFF) zich uit over het gebruik van extracten. Het ging om spinazie-extract met hoge nitraatgehaltes in worstjes en om gefermenteerde plantaardige bouillon, verrijkt met nitriet. Spinazie-extract werd doelbewust gebruikt voor het conserveren van het eindproduct. Daarom was deze commissie in 2006 van mening dat als zo’n extract bewust als een levensmiddelenadditief wordt gebruikt met een beoogd technologische doel er dan sprake is van het gebruik van een levensmiddelenadditief. Dat betekent dat zo’n extract daarom moet voldoen aan de regelgeving voor levensmiddelenadditieven (zuiverheid en etikettering). In 2010 kwam dit spinazie-extract weer aan de orde. Nitraat kan door microbiologische fermentatie worden omgezet in nitriet. Dat nitriet kan worden gebruikt bij de productie van vleesproducten en is zo aanwezig in gefermenteerde plantaardige bouillon. In die bouillon zal nitriet een technologische functie hebben als conserveermiddel en kleurstabilisator. Dit nitriet wordt dus doelbewust gebruikt als levensmiddelenadditief. An sich zijn nitrieten als levensmiddelenadditief toegestaan in vleesproducten, vaak met een maximum toevoeging van 150 mg/kg. Die nitrieten moeten dan als levensmiddelenadditief voldoen aan wettelijke zuiverheidscriteria. Als ingrediënt van gefermenteerde plantaardige bouillon voldoen die nitrieten niet daaraan. 

[1] Zie https://www.beneo.com/wp-content/uploads/2018/11/beneo_clean-label-infographic_fv.pdf

[2] Zie https://www.consumentenbond.nl/voedingstests/zeewier-vis-burgers

[3] Zie https://www.dekooktips.com/warenkennis/groenten/snijbiet.htm

[5] VERORDENING (EG) Nr. 1334/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 december 2008 inzake aroma’s en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in en op levensmiddelen en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad, Verordening (EG) nr. 2232/96, Verordening (EG) nr. 110/2008 en Richtlijn 2000/13/EG.

Reageer op dit artikel