nieuws

‘Optimel vanillevla-uitspraak zorgt voor meer onduidelijkheid’

Wetgeving & Toezicht

‘Optimel vanillevla-uitspraak zorgt voor meer onduidelijkheid’

KENNISPARTNER – De uitspraak van de Reclame Code Commissie (RCC) dat ‘Optimel vla Vanille’ een misleidende productnaam is, zorgt voor nog meer onduidelijkheid binnen de voedingsmiddelenindustrie rondom productbenamingen. Dat betoogt advocaat Victor van Ahee, advocaat in het Food & Beverages team van Loyens & Loeff.

Enkele weken geleden heeft de Reclame Code Commissie (RCC) een klacht van Foodwatch tegen ‘Optimel vla Vanille’ van FrieslandCampina toegewezen. Zij oordeelde dat de verpakking van deze vanillevla misleidend is, omdat het product geen vanille bevat en op de verpakking wel op verschillende plaatsen het woord ‘vanille’ werd gebruikt.

Niet misleiden

Op grond van de (Europese) wetgeving en rechtspraak mag je niet misleiden, waarbij voor de bepaling van misleiding wordt gekeken naar de ‘gemiddelde consument’. In dit geval bevatte het product helemaal geen vanille (ook geen vanille-aroma) terwijl vanille(aroma) ook niet in de ingrediëntenlijst stond. Maar zelfs als de ingrediëntenlijst klopt kan alsnog sprake zijn van misleiding als de rest van de verpakking wel een bepaalde aanwezigheid veronderstelt.

Zit er vanille in?

Analyse labIn deze zaak ging de discussie over de vraag of een gemiddelde consument bij de term ‘vanillevla’ verwacht dat er vanille (van de vanilleplant) in het product zit. Producent FrieslandCampina vond (gesteund door een marktonderzoek) van niet, Foodwatch vond (gesteund door een diametraal andersluidend marktonderzoek) van wel. De RCC oordeelt uiteindelijk dat FrieslandCampina niet heeft kunnen aantonen dat de gemiddelde consument inderdaad niet denkt dat er daadwerkelijk vanille (van de vanilleplant) aanwezig is in vanillevla. De klacht is daarom toegewezen.

Niet gek

Juridisch gezien is de uitkomst van deze uitspraak niet gek, want zoals het Engelse gezegde luidt: ‘if it looks, quacks and swims like a duck, it probably is a duck’. Met andere woorden, als de verpakking vanille meermaals noemt en prominent in de naam van het product voorkomt (en andere vanillevla’s ook vanille bevatten) dan is het misleidend als er in vanillevla geen vanille zit.

Gemiddelde consument?

Het probleem met deze uitspraak is dat het onvoldoende duidelijkheid geeft. De RCC wijdt ongeveer anderhalve pagina (van de zeven) aan haar eigen oordeel en dat oordeel is dan ook niet heel overvloedig en duidelijk geformuleerd. De RCC gaat slechts summier in op de marktonderzoeken van beide partijen en lijkt daar zelfs willekeurige statistieken uit te hebben geselecteerd om aan te geven wat ‘relevant’ is om te bepalen wat een ‘gemiddelde consument’ in dit geval denkt/doet. Ook gaat de RCC te gemakkelijk uit van het uitgangspunt dat de producent alles maar moet bewijzen (waarbij de RCC juist een specifieke onderzoeksvraag had gesteld).

VIC

Tenslotte laat de RCC een belangrijk artikel uit de Voedselinformatie voor consumenten-verordening (VIC) onbesproken. Artikel 22 van de VIC-verordening geeft immers aan dat je de hoeveelheid van een ingrediënt moet opnemen in de ingrediëntenlijst als je dat ingrediënt gebruikt in de benaming of opvallend gebruikt op de verpakking. Betekent dit dan niet ook dat je moet aangeven dat je geen vanille gebruikt in vanillevla (maar alleen vanillesmaak van kunstmatige aroma’s)?

Onduidelijkheid

cover_vmj_2017Het is jammer dat een dergelijke zaak, waar relevante vragen spelen, terecht komen bij de RCC die geen bindende uitspraken geeft en waar de procedure in een (te) snel tempo wordt afgewerkt. Deze uitspraak heeft tot gevolg dat het voor de industrie niet duidelijk is hoe ze met deze vraag moet omgaan (waar een benaming van een product tevens een ingrediënt bevat die niet altijd standaard in het product zit). Aan de andere kant heeft Foodwatch al aangegeven deze uitspraak te gebruiken om meer klachten in te dienen bij de RCC voor andere producten.

Hoger beroep

Deze uitspraak leidt er dus niet toe dat er minder procedures en meer duidelijkheid zal ontstaan (wat wel het doel is van de zelfregulering met de Reclame Codes en de RCC). FrieslandCampina heeft aangegeven in beroep te gaan, dus hopelijk zal de RCC in beroep een wat duidelijkere uitspraak doen, al zal de uitkomst waarschijnlijk niet wijzigen.

Auteur: Victor van Ahee is advocaat in het Food & Beverages team van Loyens & Loeff N.V., kennispartner van VMT.

Reageer op dit artikel