nieuws

Plantenextracten met een technologische functie maken ‘clean label’ lastig

Wetgeving & Toezicht

Plantenextracten met een technologische functie maken ‘clean label’ lastig

De voedingsmiddelenindustrie is de afgelopen jaren steeds vaker gebruik gaan maken van plantenextracten met bestanddelen met een technologische functie. Deze plantenextracten worden op het etiket opgevoerd als ‘gewoon ingrediënt’, maar zijn volgens de letter van de wet eigenlijk een levensmiddelenadditief. Producten worden zo onterecht als ‘clean label’ bestempeld. Hoe zit het precies?

Inmiddels gebruiken levensmiddelenproducenten steeds vaker plantaardige extracten met een technologische functie als levensmiddelenadditief. Een bekend voorbeeld daarvan is bietenextract met waarin van nature de levensmiddelenadditieven nitraat/nitriet (E250, E251) in voorkomen. Bietenextract wordt daarom veel gebruikt in vleesproducten tegen oxidatie. Producenten kunnen zo melden dat hun producten een ‘clean label’ hebben, omdat levensmiddelenadditieven in extracten niet hoeven te worden geëtiketteerd.

Misleiding

Het Europese Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders(SCPAFF), welke de Europese Commissie adviseert, is echter van mening dat consumenten zo worden misleid. Consumenten moeten er namelijk van uit kunnen gaan dat er dan geen levensmiddelenadditieven zijn gebruikt als deze niet vermeld worden op het etiket.

Daarom heeft de SCPAFF in september 2018 nogmaals eerder gedane uitspraken hierover uit 2006 en 2010 bevestigd. Die uitspraken gelden voor extracten met hoge niveaus aan nitraat of nitriet maar ook voor alle andere plantenextracten met een zodanig gehalte aan bestanddelen dat ze een technologische functie in een levensmiddel kunnen vervullen.

Wanneer een additief?

Als de toevoeging van een extract bedoeld is bijvoorbeeld als conserveringsmiddel, antioxidant, stabilisator, dan betekent dat een doelbewust gebruik van een levensmiddelenadditief. Daarom moeten die extracten worden gezien als levensmiddelenadditieven en voldoen aan de wettelijke eisen voor de etikettering en zuiverheid van additieven, vindt de SCPAFF [h21]  en dus ook de Europese Commissie (en is het dus als het ware een ‘wet’). Dat betekent dat het levensmiddelenadditief moet worden geëtiketteerd met de specifieke naam of E-nummer van het additief.

Paprika-extract

We nemen paprika-extract als voorbeeld. Als levensmiddeladditief is de benaming dan E160c of paprika-extract. Als een extract van paprika als ingrediënt bij de bereiding wordt gebruikt, dan mag de benaming als levensmiddelenadditief niet worden gebruikt maar als een ingrediënt, bijvoorbeeld ‘extract van paprika’ .       

Aroma’s

Aroma’s zijn producten die aan levensmiddelen worden toegevoegd om hieraan geur en/of smaak te geven of die te wijzigen. Ze zijn vervaardigd of bestaan uit onder meer aromastoffen, aromatiserende preparaten, rookaroma’s of mengsels daarvan. Plantenextracten kunnen in een levensmiddel een functie hebben als aroma en als levensmiddelenadditief. Wettelijk is het gebruik van aroma’s is in de Europese Unie vastgelegd[1]. Zij mogen alleen bij de bereiding van levensmiddelen worden gebruikt als zij staan op de ‘Communautaire lijst van aroma’s en uitgangsmaterialen’.  Dat houdt in dat als plantenextracten een technologische functie als aroma hebben, ze moeten voldoen aan de aromawetgeving.


Achtergrond

In 2006 en 2010 sprak het Europese Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (SCPAFF) zich uit over het gebruik van extracten. Het ging om spinazie-extract met hoge nitraatgehaltes in worstjes en om gefermenteerde plantaardige bouillon, verrijkt met nitriet. Spinazie-extract werd doelbewust gebruikt voor het conserveren van het eindproduct. Daarom was deze commissie in 2006 van mening dat als zo’n extract bewust als een levensmiddelenadditief wordt gebruikt met een beoogd technologische doel er dan sprake is van het gebruik van een levensmiddelenadditief. Dat betekent dat zo’n extract daarom moet voldoen aan de regelgeving voor levensmiddelenadditieven (zuiverheid en etikettering). In 2010 kwam dit spinazie-extract weer aan de orde. Nitraat kan door microbiologische fermentatie worden omgezet in nitriet. Dat nitriet kan worden gebruikt bij de productie van vleesproducten en is zo aanwezig in gefermenteerde plantaardige bouillon. In die bouillon zal nitriet een technologische functie hebben als conserveermiddel en kleurstabilisator. Dit nitriet wordt dus doelbewust gebruikt als levensmiddelenadditief. An sich zijn nitrieten als levensmiddelenadditief toegestaan in vleesproducten, vaak met een maximum toevoeging van 150 mg/kg. Die nitrieten moeten dan als levensmiddelenadditief voldoen aan wettelijke zuiverheidscriteria. Als ingrediënt van gefermenteerde plantaardige bouillon voldoen die nitrieten niet daaraan.


Op het Food Future Event op 9 april wordt ook uitgebreid ingegaan op ‘clean label’ tijdens de sessie/workshop ‘De Dirty Label Revolutie’. Bekijk het programma van het Food Future Event hier en schrijf u snel in.

[1] VERORDENING (EG) Nr. 1334/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 december 2008 inzake aroma’s en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in en op levensmiddelen en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad, Verordening (EG) nr. 2232/96, Verordening (EG) nr. 110/2008 en Richtlijn 2000/13/EG.

 

Reageer op dit artikel via LinkedIn

Reageer op dit artikel