nieuws

Foodwatch eist 8 aanpassingen op levensmiddelenwetgeving; FNLI en expert reageren

Wetgeving & Toezicht

Foodwatch eist 8 aanpassingen op levensmiddelenwetgeving; FNLI en expert reageren

Consumentenorganisatie Foodwatch vindt de hervormingsplannen van de Europese Commissie voor het wijzigen van de Algemene Levensmiddelenverordening (ALV) van de EU (Verordening (EG) nr. 178/2002) ontoereikend. Wanneer de wetgeving niet wordt aangepakt, blijven voedselschandalen zich volgens Foodwatch voordoen. De FNLI ziet dat anders en zet juist in op een versterking van het (private – en publieks-) toezicht, binnen de kaders van de ALV.

De Algemene Levensmiddelenverordening van de EU (Verordening (EG) nr. 178/2002) is in 2001 goedgekeurd als reactie op de BSE-crisis. De ALV wordt nu herzien als onderdeel van het REFIT-proces’ (Regulatory Fitness and Performance Programme) van de Europese Commissie. In april 2018 diende de commissie een hervormingsvoorstel in om de risicobeoordeling te verbeteren. Zo zullen studies over de veiligheid van bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat, in de toekomst meer openbaar worden gemaakt.

Kritiek Foodwatch

Foodwatch bekritiseert het voorstel als onvoldoende. De fundamentele zwakheden van de levensmiddelenwetgeving van de EU moeten worden weggewerkt, eist Foodwatch. De zelfbenoemd voedselwaakhond heeft acht specifieke eisen ingediend. De organisatie heeft voornamelijk kritiek op het feit dat de bepalingen van de EU-levensmiddelwetgeving die volledige traceerbaarheid voorschrijven, nooit zijn gehandhaafd. “Hierdoor hebben de grote voedselschandalen van de afgelopen jaren geleid tot de verkoop van onveilige producten waarbij bedrijven en autoriteiten niet in staat waren om deze producten op tijd in de keten op te sporen”, aldus de organisatie. Daarnaast vindt Foodwatch dat consumenten niet voldoende zijn gewaarschuwd.

Reactie FNLI

Op verzoek van VMT heeft de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie bij monde van de FNLI gereageerd op de kritiek van Foodwatch. “Elke voedselveiligheidsincident is er één te veel”, aldus de FNLI. Maar de fabrikantkoepel distantieert zich naar eigen zeggen ‘met klem’ van de opmerking van dat bedrijven onvoldoende aan bewaking van de voedselveiligheid doen. “Net als de NVWA overigens stelt in haar ‘staat van de voedselveiligheid’ ons voedsel is veilig.”.

FNLI vervolgt: “De FNLI is van mening dat de ALV veel voordelen biedt voor zowel consument als producent. Met de komst van de Algemene Levensmiddelen Verordening is ook de Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) opgericht. Dankzij EFSA is er een uniforme veiligheidsbeoordeling van allerlei producten en/of uitingen zoals additieven, nieuwe voedingsmiddelen en gezondheidsclaims. Consumenten kregen zo een gelijke hoge mate van bescherming en producenten een level playing field in heel Europa. Ook de installatie van het zogenoemde RASFF systeem is een positieve ontwikkeling. Hierin worden bijvoorbeeld alle producten vermeld (toegankelijk via een website) die van de markt gehaald zijn, omdat deze onveilig waren.”

FNLI vindt niet dat de ALV moet worden aangepast, zoals Foodwatch voorstelt, maar dat er moet worden gewerkt aan een versterking van het (private – en publieks-) toezicht, binnen de kaders van de ALV. “De Commissie Sorgdrager bevestigt deze weg voorwaarts; maak publiekstoezicht het sluitstuk op private toezicht. De industrie werkt via ketenborging.nl aan een verdere verbetering van het private toezicht en opent haar deuren voor de NVWA. Zo stelt de aanwezige kennis in de industrie over productie, producten en bijbehorende risico’s de NVWA in staat haar integrale risicoanalyse zo op te stellen, dat zij haar publiekstoezicht risico gestuurd en dus zo efficiënt en effectief mogelijk kan inzetten.”

Eisen Foodwatch aan ALV en reactie expert

Foodwatch stelde acht eisen op die in het huidige voorstel moeten worden aangepast met daaronder in rood een reactie van onafhankelijk wetgevingsexpert Heereluurt Heeres (Food Law Consultancy) die op verzoek van VMT hierop reageerde.

1. Traceerbaarheid – Artikel 18 van de ALV moet worden gehandhaafd op het niveau van de lidstaten.

Heeres: “Terecht punt. Er is een handhavingsprobleem. Er moet daadwerkelijk gehandhaafd worden op nationaal niveau. Ook moet de interne traceabilty opgenomen worden in de wetgeving (binnen het bedrijf). Mogelijk moet er daarom een Europese handhaver komen in plaats van zo’n 28 nationale. Dit moet een groter/breder orgaan zijn dan de FVO die alleen maar toeziet op de nationale autoriteiten van de lidstaten en daarbij gelukkig wel constateert dat er veel mis is op het gebied van nationale handhaving.”

2. Voorzorgsbeginsel – De toepassing van het voorzorgsbeginsel  bij risicocommunicatie en risicomanagement en de goedkeuring van potentieel schadelijke stoffen, moet verplicht worden gesteld voor de Europese Commissie, EFSA en de autoriteiten van de lidstaten. Artikel 7 van de ALV moet hierop worden aangepast.

Heeres: “Het doel van het voorzorgsbeginsel moet worden gedefinieerd en van daar uit worden uitgewerkt. Voor wie geldt het en wanneer? Nu is het te vaag.”

3. Misleidende etikettering – Artikel 8 en 16 van de ALV moeten alle etiketten en productpresentaties die consumenten mogelijk kunnen misleiden expliciet verbieden. Momenteel is de misleiding van consumenten eerder regel dan uitzondering volgens Foodwatch, ondanks deze artikelen.

Heeres: “Wat misleiding is moet beter worden gedefinieerd en wel op basis van de perceptie van de consument en niet die van de zogenaamde ‘gemiddelde consument’. Dan kan beter worden bepaald wat misleiding is en zo beter gehandhaafd.”

4. Openbaarmakingsverplichtingen voor overheidsinstanties – Overheidsinstanties moeten worden verplicht om burgers onmiddellijk en uitgebreid te informeren (volledige transparantie), niet alleen wanneer er mogelijke gezondheidsrisico’s zijn, maar ook in het geval van fraude. Hiervoor moet artikel 10 worden gewijzigd. 

Heeres: “Als we met zijn allen vinden dat het echt om veiligheid en echtheid/eerlijkheid van de levensmiddelen gaat, dan moet dit artikel inderdaad worden aangepast.”

5. Testverplichtingen voor bedrijven – Bedrijven moet worden verplicht om de kwaliteit en veiligheid van de producten die zij verkopen te testen. Via een amendement in artikel 19 kunnen verplichte testprogramma’s (met betrekking tot zowel voedselveiligheid als fraude) aan producenten en detailhandelaren worden opgelegd.

Heeres: “Als we met zijn allen vinden dat het echt om veiligheid en echtheid/eerlijkheid van de levensmiddelen gaat, dan moet die verantwoordelijkheid meer worden afgedwongen door meer handhaving op onder meer het HACCP-plan, meer transparantie ten aanzien van de controlegegevens en benadrukken van de mogelijkheid om schade als gevolg van te kunnen claimen op basis van productaansprakelijkheid. Mogelijk moet Richtlijn productaansprakelijkheid hiervoor worden aangepast en omgevormd tot een Verordening.”

6. Recht van de consument op informatie – Er is behoefte in de lidstaten en op EU-niveau aan effectieve wetgeving die individuele consumenten toegang geeft tot alle informatie van de overheid met betrekking tot voedsel. Hiervoor moet een artikel worden toegevoegd aan de ALV.

Heeres: “Wederom; als we met zijn allen vinden dat het echt om veiligheid en echtheid/eerlijkheid van de levensmiddelen gaat, dan moet het recht op informatie worden vastgelegd. Dat kan dan ook worden gebruikt in het kader van productaansprakelijkheid.”

7. Recht van de consument om actie te ondernemen tegen bedrijven – Het is lastig voor consumenten om producenten aan te klagen vanwege de bewijslast, het financiële risico en de geringe individuele schade voor de consument. Systemen voor consumenten om samen actie te kunnen ondernemen bestaan amper. Deze zouden moeten worden opgenomen in de ALV. Daarnaast moet de ALV worden gewijzigd om de consumentenorganisaties het recht te geven om producenten aan te klagen wanneer zij niet voldoen aan de wettelijke vereisten.

Heeres: “Class action moet mogelijk gemaakt worden als we met zijn allen veiligheid en echtheid/eerlijkheid van levensmiddelen belangrijk vinden. Waarbij mogelijk het arrest van de Des-dochters (Hoge Raad 9 oktober 1992) kan helpen. Dit dwingt de levensmiddelenindustrie om de veiligheid en eerlijkheid op een hoger niveau te brengen.”

8. Recht van de consument om actie te ondernemen tegen overheidsinstanties – DE ALV moet worden gewijzigd om organisaties het recht te geven om autoriteiten aan te klagen wanneer zij hun plicht tot handhaving van wetgeving niet nakomen. Daarnaast moeten consumentenorganisaties het recht krijgen om naar de rechtbank te stappen om secundaire wetgeving te laten toetsen met bovenliggende wetgeving.  

Heeres: “Dit gaat te ver. In Nederland hebben we de mogelijkheid dat ons parlement in actie komt. Oftewel afhankelijk van de mogelijkheden in een lidstaat tot controle van de handhaving moet dit recht worden opgenomen.”

Algemene persoonlijke reactie van Heeres op het statement van Foodwatch: “Er moet (meer) draagkracht komen dat we als burger/maatschappij/gemeenschapveiligheid en echtheid/eerlijkheid van de levensmiddelen echt belangrijk vinden. Is die er, dan moet de macht van de levensmiddelenindustrie worden beperkt en die van de consument sterk worden vergroot. Op EU schaal en ook op Nederlandse schaal zie je dat de levensmiddelenindustrie een veel te grote rol speelt door de speelruimte die zij krijgt. Een belangrijk doel van de levensmiddelenindustrie is nu eenmaal ‘winstmaximalisatie’.  Daar is niets mis mee, maar om veiligheid en echtheid van levensmiddelen op een bepaald niveau te houden, zijn er wettelijke regels nodig evenals een effectieve handhaving. Convenanten hebben meermaals bewezen dat ze niet werken.”

Reageer op dit artikel