nieuws

Alternatieve eiwitten: de wettelijke mogelijkheden en belemmeringen (longread)

Wetgeving & Toezicht

Alternatieve eiwitten: de wettelijke mogelijkheden en belemmeringen (longread)

Als er wordt gesproken over alternatieve proteïnen, kan het gaan om eiwitten uit lupine, insecten, waterlinzen, algen, zeewier, quinoa of kweekvlees. De weg naar de markt is echter niet altijd een gelopen race. Dit uitgebreide artikel wordt gedetailleerd ingegaan op de wettelijke mogelijkheden en belemmeringen voor de verhandeling van ‘alternatieve proteïnen’.

Nut en noodzaak van de consumptie van alternatieven voor vlees zijn tegenwoordig niet meer omstreden. Dit heeft met name te maken met gezondheid, duurzaamheid en dierenwelzijn. Wat betreft gezondheid lijkt het rapport van het WHO-kankeragentschap gepubliceerd op 26 oktober 2015 een keerpunt. Dit betreft een rapport opgesteld door 22 wetenschappers uit 10 landen op basis van 800 epidemiologische studies. De uitkomst vermeldt dat de consumptie van 50 gram bewerkt vlees (zoals worst en ham) per dag het risico op darmkanker vergroot met 18%[1].

Richtlijnen goede voedingOp 4 november 2015 publiceert de Gezondheidsraad de vernieuwde versie van de Richtlijnen goede voeding. Deze zijn een weergave van de actuele stand van de wetenschap over de relatie tussen voeding en chronische ziekten. Ook hier is de kern van de aanbevelingen voor een gezond voedingspatroon een meer plantaardig en minder dierlijk dieet aan te houden[2].

Het verhaal over duurzaamheid is bekend. De huidige productiemethoden van levensmiddelen (waaronder vlees), vragen te veel van onze natuurlijke bronnen om duurzaam te zijn in 2050, wanneer onze wereldbevolking naar verwachting 9,8 miljard mensen telt.[3] Verder bestaat er een disbalans in consumptie: terwijl tegenwoordig 462 miljoen mensen lijden aan ondergewicht, hebben juist 1,9 miljard mensen overgewicht.[4] Tot slot valt, wegens toenemende welvaart, op sommige plekken in de wereld toenemende consumptie van vlees te verwachten, bijvoorbeeld in China met zijn 1,4 miljard inwoners.[5] Ten opzichte van Europa met zo’n 500 miljoen inwoners zijn dit enorme aantallen. Het is daarom moeilijk voorstelbaar dat ons consumptiepatroon ongewijzigd wordt voortgezet.

Voor een aantal mensen speelt bij hun keus voor vleesvervangers dierenwelzijn een bepalende rol. Ook al is het fokken en houden van dieren voor consumptie gereguleerd en wordt hun welzijn gecontroleerd,[6] minder consumptie van dieren betekent simpelweg dat minder dieren behoeven te worden gedood.

Soms valt niet te vermijden dat in de veehouderij een virus de kop opsteekt. Om verdere verspreiding tegen te gaan, worden dieren in zo’n geval vaak op massale schaal geruimd. Denk bijvoorbeeld aan de varkenspest in 1997/1998, ontstaan in Duitsland door het voeden van varkens met onverhitte restproducten uit keukens. In deze periode werden in dertien maanden meer dan twaalf miljoen varkens vernietigd.

700.000 hiervan waren besmet met het virus; de overige werden preventief geruimd.[7] Ter bescherming van het voortbestaan van de veestapel kan deze maatregel worden verdedigd. Vanuit menselijk oogpunt blijft dit echter moeilijk te verteren, vooral wanneer betreffend virus voor mensen niet besmettelijk is en een groot aantal dieren preventief wordt geruimd.

Novel food of niet?

Als alternatief voor en in aanvulling op vlees bestaat tegenwoordig een groot aantal mogelijkheden die in de toekomst naar verwachting nog zullen toenemen.[8] Sommige van deze levensmiddelen worden volgens een hoogtechnologisch procedé vervaardigd. Andere zijn simpelweg nieuw voor menselijk consumptie, althans hier in Europa. Voor dit soort producten is de Novel Food-wetgeving van belang; zij zullen aan specifieke veiligheidseisen moeten voldoen voor marktbetreding.

Andere alternatieve proteïnen zijn niet aan de Novel Food-wetgeving gebonden en kunnen zonder enige belemmering in de EU worden verhandeld. Dit artikel beoogt inzicht te verschaffen waar de scheidslijn van wel of geen novel food ligt. Voor een goed begrip wordt hieronder kort het wettelijk kader van de Novel Food-wetgeving toegelicht, alsmede de op handen zijnde wijzigingen daarin.

Huidige Novel Food-wetgeving

novel-foodEen ‘nieuw levensmiddel’ of novel food is een levensmiddel of ingrediënt dat voor 15 mei 1997 binnen de EU niet in significante mate voor menselijke voeding werd gebruikt. 15 mei 1997 slaat terug op de datum sinds welke de eerste Novel Food Verordening[9] (Vo. 258/97) van toepassing is. Aanvankelijk valt ook genetisch gemodificeerd voedsel onder deze verordening, maar hiervoor is later specifieke wetgeving ontworpen.[10] Vooralsnog beslaat de Novel Food Verordening voedingsmiddelen en voedselingrediënten:[11]

  • met een nieuwe of gewijzigde primaire molecuulstructuur;
  • die bestaan uit micro-organismen, schimmels of algen;
  • die bestaan uit planten of delen die daaruit zijn geïsoleerd en voedselingrediënten die uit dieren zijn geïsoleerd;
  • waarvan de voedingswaarde, het metabolisme of gehalte aan ongewenste stoffen tijdens het productieproces op significante wijze is gewijzigd.

Wanneer een voedingsmiddel of voedselingrediënt in een van deze categorieën valt en geen zogenaamde ‘geschiedenis van veilig gebruik’ heeft, moet een autorisatie voor verhandeling worden verkregen. Hiervoor dient een uitgebreid veiligheidsdossier te worden ingediend bij de bevoegde nationale autoriteit (in Nederland het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen van het CBG), die deze doorstuurt naar de Europese Commissie. De Commissie verspreidt deze aanvrage vervolgens onder de lidstaten, die hun opmerkingen of bezwaren aan de Commissie doorgeven.[12] Als een lidstaat bezwaar heeft tegen verhandeling van een novel food, wint de Commissie het advies van de EFSA in.[13]

Dit orgaan is onder de huidige wetgeving niet gebonden aan een termijn voor haar advies. In de praktijk kan de gehele goedkeuringsprocedure daarom wel zo’n drie tot vijf jaar in beslag nemen. Positief resultaat behelst een individuele autorisatie voor de aanvragende partij.

Een verkorte procedure is beschikbaar op basis van zogenaamde ‘wezenlijke gelijkwaardigheid’.[14] Dit houdt in dat het nieuwe levensmiddel of voedselingrediënt qua samenstelling, voedingswaarde, metabolisme, beoogd gebruik en gehalte aan ongewenste stoffen gelijkwaardig is aan een bestaand voedingsmiddel of een eerder geautoriseerde novel food. In zo’n geval volstaat het dat de bevoegde nationale autoriteit een veiligheidsdossier beoordeelt en de Commissie notificeert dat wezenlijke gelijkwaardigheid is vastgesteld. Zo’n procedure kan aanmerkelijk sneller worden doorlopen dan een gehele goedkeuringsprocedure; doorgaans binnen zes tot twaalf maanden na indienen van het dossier bij de nationale bevoegde autoriteiten. In de praktijk is markttoetreding op basis van de verkorte procedure veelvuldig voorgekomen.[15]

Nieuwe Novel Food-wetgeving

Het totaal aantal Novel Food-autorisaties tussen 2000 en 2017 is beperkt gebleven tot 116.[16] Waar de eerste Novel Food Verordening heeft bijgedragen aan de veiligheid van nieuwe levensmiddelen, vormt deze wet bepaald geen stimulans voor productinnovatie. De verordening moest daarop op de schop, niet alleen voor het stroomlijnen van de autorisatieprocedure, maar ook voor aanpassing aan de huidige stand van de techniek en anticipatie op de toekomst. Verder is voorzien in de vereenvoudigde introductie in de EU van traditionele levensmiddelen uit derde landen.

De nieuwe Novel Food Verordening[17] (Vo. 2015/2283) is van toepassing op 1 januari 2018. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige wetgeving zijn de volgende:

  • stroomlijning autorisatieprocedure: een aanvraag voor een handelsvergunning wordt rechtstreeks ingediend bij de Commissie[18], die het totale autorisatietraject beoogt te beperken tot achttien maanden.
  • generieke autorisaties: autorisaties worden niet langer verleend op individuele basis, maar worden opgenomen in de Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen. Ieder die voldoet aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend, kan het betreffende levensmiddel op de markt brengen.[19] De procedure van wezenlijke gelijkwaardigheid komt hiermee te vervallen.
  • ·vereenvoudigde autorisatieprocedure voor traditionele levensmiddelen uit derde landen: levensmiddelen die ten minste een generatie (25 jaar) een plaats hebben in het dieet in landen buiten de EU, kunnen in de EU worden toegelaten op basis van gedocumenteerde gegevens waaruit een geschiedenis van veilig gebruik blijkt.[20]
  • uitbreiding aantal categorieën novel foods: in totaal onderscheidt de nieuwe Novel Food Verordening tien categorieën novel foods.[21] In aanvulling op de bestaande vier categorieën worden nu ook als novel foods benoemd levensmiddelen geproduceerd uit celcultuur (‘kweekvlees’) en uit hele dieren (insecten).
  • Hieronder wordt beschreven welke impact de huidige en toekomstige Novel Food-wetgeving heeft ten aanzien van zes voedingsmiddelen of voedselingrediënten.

    Proteïnen uit koolzaad

    koolzaadEen voorbeeld van plantaardige eiwitten vormt het product dat DSM wint uit koolzaad en verhandelt onder de naam CanolaPRO™. Feitelijk is dit een bijproduct uit de vervaardiging van koolzaadolie, gemaakt uit de cake die overblijft na persing van het koolzaad. Voordat dit product voor de humane consumptie kan worden toegepast, moeten eerst enkele stoffen worden verwijderd. DSM heeft hiervoor specifieke technologie ontwikkeld en ziet goede potentie voor dit product, onder meer ten behoeve van ouderen- en sportvoeding.

    Koolzaad is immers beschikbaar in groot volume; er hoeft geen extra land voor verbouwing te worden aangewend. Verder heeft het product een gunstig nutritioneel profiel (het bevat alle essentiële aminozuren met een hoge verteerbaarheid[22]) en heeft het een goede functionaliteit wat betreft oplosbaarheid, emulgerend vermogen, viscositeit (mayonaise!) en stabiliteit. Qua oplosbaarheid komt het in de buurt van wei-eiwit, wat het mogelijk geschikt maakt als vervanger van dierlijke eiwitten.

    De DSM-koolzaadproteïne is een novel food. In plaats van zelf het complete Novel Food-traject te doorlopen heeft DSM marktautorisatie verkregen op basis van wezenlijke gelijkwaardigheid. Het referentieproduct betrof een koolzaad proteïne van een Duitse firma, die op 1 juli 2014 een autorisatie voor verhandeling verkreeg.[23] DSM heeft aangetoond dat haar product qua samenstelling, voedingswaarde, beoogd gebruik en gehalte aan ongewenste stoffen hiermee overeenstemt. Hierna is op 27 maart 2017 de notificatie van wezenlijke gelijkwaardigheid aan de lidstaten gedaan en opgenomen in het zogenaamde notificatieregister.[24] Het totale traject van wezenlijke gelijkwaardigheid heeft na eerste submissie van het dossier bij het CBG, omstreeks negen maanden geduurd.

    Insecten

    insect-281730Alternatieve dierlijke eiwitten kunnen worden gevonden in insecten. Niet alleen voorzien insecten in alle essentiële aminozuren, maar ook beschrijft de wetenschap dat de kweek van insecten een meer duurzaam alternatief is voor de productie van proteïnen dan op basis van kippen-, varkens en rundvlees.[25] Dit wordt onderschreven door het Voedingscentrum. [26] In vele delen van de wereld behoren insecten al tot de reguliere humane voeding, maar in Europa is dit tot nu toe nog niet het geval.

    Een bedrijf dat anticipeert op de acceptatie van insecten voor humane voeding is Proti-Farm. Nadat zij sinds omstreeks dertig jaar ervaring heeft opgedaan met de productie van insecten voor dierlijke voeding, werkt zij momenteel aan de opschaling van de buffalo’s (Alphitobius diaperinus) voor humane voeding. Dit insect wordt momenteel verwerkt in zogenaamde Bux-burgers, die voor 43% buffalo’s bevatten en in zeven Nederlandse restaurants worden verkocht. Ook zijn Proti-Farm’s buffalo’s verwerkt in de Insecta-producten van het Belgische bedrijf Damhert. Daarnaast verwerkt het Franse Jimini’s hoofdzakelijk de buffalo’s van Proti-Farm in hun producten (snacks, energy bars).

    Onder de nieuwe Novel Food Verordening gelden insecten expliciet als novel food. Dit valt onder meer terug te voeren op de EFSA-opinie uit 2015, waarin staat dat nog geen complete data beschikbaar zijn omtrent de eventuele risico’s van het gebruik van insecten voor humane voeding.[27]

    De nieuwe Novel Food Verordening voorziet in een overgangsprocedure voor levensmiddelen die voor 1 januari 2018 rechtmatig worden verhandeld. In Nederland betreft dit onder meer de meeltor, de piepschuimkever en de Europese treksprinkhaan.[28] Vanaf 2 januari 2020 dient voor verhandeling van deze insecten of levensmiddelen waarin zij worden verwerkt een marktautorisatie beschikbaar te zijn. Proti-Farm bereidt momenteel haar Novel Food-dossier met betrekking tot de buffalo voor, dat zij in januari 2018 zal indienen. Waar haar dossier data bevat verkregen uit eigen onderzoek, zal zij daarbij beroep doen op databescherming.

    Kweekvlees

    kweekvleesEen heel andere vorm van dierlijke eiwitten betreft zogenaamd kweekvlees. In Nederland houdt het bedrijf MosaMeat zich hiermee bezig. MosaMeat vervaardigt haar product op basis van stamcellen uit de spieren van een levende koe (‘satellietcellen’). Deze cellen worden geïsoleerd uit het spierweefsel en daarna in een reactor samengebracht om te vermeerderen. Wanneer de massa groot genoeg is, worden de satellietcellen hieruit geoogst en gestimuleerd om zich tot spierweefsel te ontwikkelen. Zo wordt vlees voor menselijke consumptie gekweekt, met daartoe geëigende structuur en textuur. Het doel is een eindproduct te genereren dat identiek is aan conventioneel vlees.

    Op dit moment wordt de technologie van MosaMeat nog verfijnd; niettemin wordt verwacht dat het product over twee jaar opschaalbaar zal zijn voor humane consumptie, waarna het rond 2020 op de markt zou kunnen worden gebracht. Een Novel Food-autorisatie voor kweekvlees is een vereiste; kweekvlees is het typische soort high tech food waarop deze regelgeving is gericht.[29] Voor het veiligheidsdossier overweegt MosaMeat vooralsnog geen studies in mensen. Ten eerste acht het bedrijf de effecten van reguliere voeding niet eenvoudig te meten in de mens, waardoor men veel foutnegatieven verwacht. Ten tweede zou het zeer moeilijk zijn nuttige eindpunten voor zo’n studie te formuleren.

    Samenvattend ziet MosaMeat de Novel Food-procedure niet als een onneembare horde. Men verwacht de benodigde data die veiligheid moeten substantiëren zonder probleem aan te kunnen leveren.

    Waterlinzen

    EendenkroosWaterlinzen, ofwel voedselveilig geteeld eendenkroos, groeien van nature in Nederland maar vormen geen onderdeel van het traditionele Nederlandse voedingspatroon van voor 1997. Wel is het gewas hiervoor interessant vanuit nutritioneel oogpunt: het bevat tot 40% eiwit en heeft een bijzondere aminozuursamenstelling door de aanwezigheid van vertakte aminozuren.[30]

    Vanwege deze nutritionele, maar ook vanwege technische voordelen, legt ABC Kroos zich toe op verwerking van dit gewas ten behoeve van de voedselindustrie. Volgens ABC Kroos vertoont de markt veel interesse, maar is levering juridisch nog een probleem. De onderneming ziet een ‘kip-ei verhaal’: de markt wil tonnen afnemen en ook investeerders zien kansen, maar daarvoor willen deze partijen wel marktzekerheid.

    Om het product op de markt te brengen, zijn er echter forse investeringen nodig voor het opbouwen en indienen van een Novel Food-dossier. ABC Kroos ervaart de Novel Food-wetgeving dan ook als belemmering voor marktintroductie van innovatieve producten, met name voor het mkb. ABC Kroos heeft inmiddels een partner gevonden voor het opbouwen van een Novel Food-dossier. Ook werkt zij voor dit doel samen met Wageningen Universiteit & Research. Haar aanvraag wordt naar verwachting in de eerste helft van 2018 ingediend, met als doel haar product eind 2019 in Europa op de markt te brengen en mogelijk al eerder daarbuiten.

    Een andere Nederlandse onderneming actief op het gebied van waterlinzen pakt de markttoegang anders aan. Dit betreft Aquible[31], die haar pijlers richt op de Amerikaanse markt. In de Verenigde Staten kunnen waterlinzen op de markt worden gebracht nadat er een zogenaamde GRAS-status is verkregen. Het gaat hierbij om een zelf toegekende status, verkregen na positieve beoordeling van een veiligheidsdossier door een onafhankelijke commissie van wetenschappelijke experts.[32] Er is dan geen verdere goedkeuringsprocedure door de FDA nodig. Mocht een bedrijf toch een expliciete goedkeuring vande FDA wensen, dan kan het deze onder bepaalde – ietwat strengere – voorwaarden alsnog verwerven.[33] Aquible streeft naar verkrijging van de zelf toegekende GRAS-status. Zij houdt daarbij rekening met de voorwaarden die gelden voor een expliciete goedkeuring als een eventuele volgende stap, want goedkeuring door de FDA komt de geloofwaardigheid van het product ten goede.

    Aquible is bereid tot deze investeringen omdat ze veel potentie ziet in de Amerikaanse markt. Ten eerste heeft het vastgesteld dat er vanuit de Amerikaanse millennial veel vraag is naar alternatieve proteïnen, het liefst plantaardig. Ten tweede kunnen waterlinzen in Californië vanwege het gunstige klimaat jaarrond gekweekt worden, wat meer kostenefficiënt is dan kweek in Nederland. De versoepelde  markttoegang ten opzichte van de EU tot slot geeft de doorslag bij de keuze voor Amerika om waterlinzen te lanceren.

    Algen/zeewier

    MicroalgenAlgen (bijv. spirulina en chlorella) en zeewier (bijv. nori, suikerwier en kelp) worden ook vaak genoemd als bron van eiwitten. Het Voedingscentrum prees zeewieren in 2015 al aan als mogelijke vleesvervanger.[34] Onder zeewier onderscheidt men bruine, rode en groene stammen wieren. Wieren behorende tot de rode stammen bevatten relatief de meeste eiwitten[35], maar Stichting Noordzeeboerderij, brancheorganisatie voor de wierensector, ziet deze eerder als een aanvulling op het dieet dan als vleesvervanger. Vanwege de specifieke smaak, umami, zijn wieren namelijk zeer geschikt als smaakmaker. Daarnaast worden uit zeewier geleermiddelen zoals agar en alginaat vervaardigd.

    Voor de genoemde algen en wieren levert de Novel Foodwetgeving geen obstakels op, want zij hebben alle een geschiedenis van veilig gebruik. Zo verwerkt bijvoorbeeld The Dutch Weedburger suikerwier in haar burger en chlorella in haar kenmerkende groengekleurde broodjes. Een ander voorbeeld is de zeewiertagliatelle van Seamore, die himanthalia elongata (riemwier)[36] bevat. Om na te gaan of een bepaald soort wier of alg een geschiedenis van veilig gebruik heeft, kan de Novel Food-database[37] worden geconsulteerd. Deze is niet uitputtend, maar geeft wel een eerste indicatie op gebruiksgeschiedenis. Daarnaast ontwikkelt Stichting Noordzeeboerderij een lijst van wieren met een geschiedenis van veilig gebruik, met name op basis van de langdurige praktijk in Frankrijk, Ierland en Schotland.

    Quinoa

    quinoa lrQuinoa is van oorsprong een Zuid-Amerikaans gewas, dat tegenwoordig ook in Europa wordt verbouwd, waaronder in Nederland. Quinoa is van nature rijk aan proteïnen en bevat alle negen essentiële aminozuren in een balans die zeer goed is qua biologische beschikbaarheid voor de mens.[38] Ook bevat quinoa andere nutriënten zoals ijzer die dit ‘pseudo-graan’ geschikt maakt als basis voor vleesvervangers. In Nederland houdt GreenFood50 in Wageningen zich bezig met de ontwikkeling en vervaardiging van ingrediënten op basis van quinoa, zoals proteïnerijk quinoa meel met 24% proteïnen, dat wordt geleverd aan voedingsbedrijven in binnen- en buitenland.

    Mede dankzij de nauwe samenwerking met Wageningen Universiteit & Research en Topsportrestaurant Papendal heeft GreenFood50 de kennis in huis op het gebied van de ontwikkeling en toepassing van quinoa-ingrediënten met specifieke producteigenschappen. Uit onderzoek bij het Topsportrestaurant is gebleken dat de hoeveelheid eiwitten die het lichaam kan opnemen beperkt is tot 20 gram per eetmoment. Hierdoor is het interessant om tijdens diverse maaltijden en tussendoortjes proteïnerijke producten te consumeren voor een betere opname door het lichaam gedurende de dag.[39]

    Alhoewel quinoa an sich geen novel food is[40], kan het wel in deze categorie belanden bij toepassing van bepaalde innovatieve productiestappen zoals extractie. Bij deze processen worden de quinoa-proteïnen uit de zaden geëxtraheerd. Hierdoor krijgt het eindproduct een hoger percentage aan proteïnen tot wel 95%. Bij deze processen treedt echter denaturisatie van de proteïnen op waardoor de positieve producteigenschappen blijvend veranderen. Bovendien zijn deze processen door de hoge grondstofkosten economisch niet interessant.

    Conclusie

    Dit artikel beoogt duidelijkheid te bieden over de juridische aspecten rondom markttoegang van alternatieve proteïnen. Zoals uit diverse praktijkvoorbeelden blijkt, vallen niet alle alternatieve proteïnen onder de Novel Food-wetgeving. Over het algemeen geldt dat hoe meer high tech of onbekend in de EU een product is, hoe groter de kans dat het product onder deze wetgeving valt.

    Per 1 januari 2018 is de nieuwe Novel Food Verordening van toepassing. De verwachting bestaat dat deze de markttoegang van novel foods zal vergemakkelijken, onder meer omdat generieke in plaats van individuele autorisaties zullen worden verleend. Gezien het succes van de verkorte procedure op basis van wezenlijke gelijkwaardigheid onder de huidige Novel Food Verordening, lijkt deze  verwachting gerechtvaardigd.

    Verder wordt verkorting van de procedure verwacht omdat EFSA gebonden is aan een maximumtermijn voor haar advies. De praktijk zal uitwijzen of de nieuwe Novel Food Verordening de autorisatieprocedure voor nieuwe voedingsmiddelen ook daadwerkelijk versimpelt. Hoe dan ook, zoals hier aangetoond vallen sommige alternatieve proteïnen ook geheel buiten de Novel Food-wetgeving.

    Verder lijkt het relevant de vraag op te werpen of deze ‘alternatieve proteïnen’ eigenlijk wel zo alternatief zijn. Een deel hiervan kent immers een geschiedenis van veilig gebruik, binnen of buiten de EU. Bovendien zijn alternatieve proteïnen door de noodzaak tot diversificatie wellicht sneller mainstream dan men nu nog kan voorzien.

    Auteurs: Karin Verzijden is advocaat bij Axon Advocaten. Jasmin Buijs is paralegal, eveneens bij Axon Advocaten. Axon Advocaten is Kennispartner van VMT

    De oorspronkelijke versie van dit artikel is in december 2017 verschenen in Waar & Wet. Het artikel is met toestemming van Waar & Wet en Axon Advocaten overgenomen.

    VOETNOTEN


    [1] World Health Organization – International Agency for Research on Cancer, Monographs evaluate consumption of red meat and processed meat26 October 2015. Voor de nodige context bij deze conclusie, zie IARC. Monographs questions and answers via www.iarc.fr

    [2] Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding 2015, 4 november 2015. Overigens erkent de Gezondheidsraad dat vlees nuttige stoffen bevat. Zij doet dan ook geen oproep in het geheel geen vlees meer te eten, hooguit de vleesconsumptie te verminderen.

    [3] Zie www.un.org per 25 september 2017.

    [4] Zie www.who.int per 25 september 2017.

    [5] Aantal vermeld in Demographics of China, www.wikipedia.org per 25 september 2017.

    [6] In Nederland gebeurt dit bijvoorbeeld op basis van de Wet dieren, Stb. 2011, 345.

    [7] www.vlees.nl

    [8] Denk bijvoorbeeld aan ‘kweekvlees’ dat hieronder wordt besproken

    [9] Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedsel ingrediënten, PbEG L 43 van 14 februari 1997, p. 1.

    [10] Verordening (EG) 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, PbEU L 268, van 18 oktober 2003, p. 1.

    [11] Art. 1 lid 2 Vo 258/97.

    [12] Art. 6 lid 4 Vo. 258/97.

    [13] Art. 11 Vo. 258/97. Hoewel de wetgeving verwijst naar het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding, heeft EFSA deze taak in 2003 overgenomen.

    [14] Art. 5 Vo. 258/97.

    [15] Zie overzicht notificaties op https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/safety/docs/novel-food_notifications_en.pdf

    [16] Volgens telling op basis van de lijst van autorisaties, gepubliceerd op de Commissie website: https://ec.europa.eu/food/safety/novel_food/authorisations/list_authorisations_en

    [17] Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen (…), PbEU L 327 van 11 december 2015, p. 1.

    [18] Art. 10 lid 1 Vo. 2015/2283.

    [19] Art. 6 lid 2 Vo. 2015/2283

    [20] Art. 14 – 20 Vo. 2015/2283.

    [21] Art. 3 lid 2 Vo. 2015/2283.

    [22] Het gaat om een PDCAAS van 0,92 tot 1 op een maximum van 1, zoals blijkt uit de opinie van EFSA gepubliceerd in EFSA Journal 2013; 11 (10): 3420. PDCAAS staat voor Protein Digestibilty Corrected Amino Acid Score en geeft aan hoe goed een bepaald voedingseiwit door het menselijk lichaam kan worden opgenomen.

    [23] Commission implementing Decision of 1 July 2014 authorising the placing on the market of rapeseed protein as a novel food ingredient under Regulation 258/97 of the European Parliament and the Council (2014/424/EU).

    [24] Notifications pursuant to article 5 of Regulation (EC) No 258/97 of the European Parliament and of the Council – zie nr. 388: https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/safety/docs/novel-food_notifications_en.pdf

    [25] D.G.A.B. Oonincx en I.J.M. de Boer, Envirohttp://foodhealthlegal.com/?p=548nmental impact of the production of mealworms as a protein source for humans, a life cycle assessment, PLOS ONE, 19 december 2012.

    [26] http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/insecten.aspx

    [27] EFSA Scientific Opinion, Risk profile related to production and consumption of insects as food and feed, 5 oktober 2015. Hieruit blijkt onder meer dat er nog maar beperkte data beschikbaar zijn wat betreft de microbiële voedselveiligheid.

    [28] Zie voor het gedogen van bepaalde insecten in Nederland en België en een risico-evaluatie door BuRO in opdracht van de NVWA: http://foodhealthlegal.com/?p=548

    [29] Zie art. 3 lid 2 (a) (iv) Vo. 2015/2283.

    [30] Deze informatie wordt vermeld op de website van ABC-Kroos.

    [31] ABC-Kroos en Aquible zijn samenwerkingspartners; Aquible maakt gebruik van de eiwitwinningstechnologie van ABC-Kroos.

    [32] In het veiligheidsdossier dient op basis van algemeen geaccepteerd wetenschappelijk onderzoek aangetoond te worden dat de substantie veilig geconsumeerd kan worden voor het beoogde gebruik. Zie https://www.fda.gov/food/ingredientspackaginglabeling/gras/ucm083022.htm

    [33] Kwantiteits- en kwaliteitseisen aan het veiligheidsdossier zijn identiek aan die voor de goedkeuring van nieuwe additieven. Aanvulling op algemeen geaccepteerd wetenschappelijk onderzoek door niet-gepubliceerde onderzoeken is mogelijk. Voor levensmiddelen die voor 1958 al geconsumeerd werden, volstaat bewijs van een geschiedenis van veilig gebruik. Zie https://www.fda.gov/food/ingredientspackaginglabeling/gras/

    [34] www.voedingscentrum.nl

    [35] Het gaat hier naar schatting om 40% eiwitten in roodwieren tegenover 25% in groenwieren en 15% in bruinwieren. Zie https://www.nemokennislink.nl/publicaties/proeven-aan-zeewier/

    [36] Himanthalia elongata werd al voor 15 mei 1997 geconsumeerd in onder andere Frankrijk, Ierland en Schotland.

    [37] ec.europa.eu/food/safety

    [38] Quinoa scoort een PDCAAS van 0,86 op een maximum van 1. Zie voetnoot 23 voor de definitie van PDCAAS.

    [39] Zie hiervoor ook het promotieonderzoek van ir.dr. Floris Wardenaar, beschikbaar via http://edepot.wur.nl/399863

    [40] http://ec.europa.eu/food/safety/novel_food/catalogue/search/public/index.cfm

    Reageer op dit artikel