nieuws

Wat is er mogelijk met cognitieve claims op voeding?

Wetgeving & Toezicht

Wat is er mogelijk met cognitieve claims op voeding?

Welke gezondheidsclaims zijn er voor voedingsmiddelenproducenten beschikbaar die in verband kunnen worden gebracht met cognitieve vaardigheden? En onder welke voorwaarden mogen deze worden gebruikt? En hoe flexibel is het systeem van claims eigenlijk?

Meer en meer consumenten wereldwijd maken zich zorgen over cognitieve gezondheid en prestaties. Daarom wijdde Food Matters Live (gehouden van 21 – 23 november 2017 in Londen) één van haar seminars aan nieuw onderzoek naar het het verband tussen voeding en cognitieve gezondheid. Daarin paste ook een presentatie over de voorwaarden voor het gebruik van zogenoemde cognitieve claims. Hieronder wordt beschreven welke gezondheidsclaims in verband met cognitieve vaardigheden beschikbaar zijn en onder welke voorwaarden. Ook wordt bezien in hoeverre het systeem van claims flexibel is en wat er daarbuiten nog mogelijk is.

Voedselinformatie voor consumenten

Het algemene kader voor gezondheidsclaims is neergelegd in de Verordening over de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (“Voedselinformatie Verordening”) en in de zogenaamde Claims Verordening. De Voedselinformatie Verordening bevat het principe van eerlijke informatiepraktijken. Dit houdt in dat informatie over een levensmiddel niet misleidend mag zijn, bijvoorbeeld door daaraan specifieke kenmerken toe te dichten die het bezit. Verder verbiedt de Voedselinformatie Verordening medische claims met betrekking tot levensmiddelen te maken. Dit betreft claims gericht op het voorkomen of genezen van ziekten. Zo is het niet toegestaan ten aanzien van een voedingssupplement te claimen dat dit reumaverschijnselen verlicht.

Claims Verordening

De Claims Verordening bevat het systeem van regels over voedings- en gezondheidsclaims. Een claim is een vrijwillige mededeling, in welke vorm dan ook, waaruit blijkt of waarmee wordt gesuggereerd dat voeding bepaalde kenmerken heeft. Feitelijk vertelt een claim welk effect het levensmiddel heeft. Een gezondheidsclaim mag alleen worden gebruikt in relatie tot een specifieke nutriënt, waarvan is aangetoond dat die in voldoende mate aanwezig is voor een gunstig fysiologisch of nutritioneel effect. Zo’n nutriënt moet ook aanwezig zijn in een vorm die het lichaam kan opnemen en in die mate dat het geclaimde effect tot gevolg heeft. Het bereik van de Claims Verordening bevat alle commerciële uitingen over levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker. In de zaak Innova Vital is verduidelijk dat zo’n eindverbruiker ook een zorgprofessional kan zijn.

Juridisch kader cognitieve claims

Toegestane cognitieve claims kunnen worden gemaakt voor jodium, ijzer en zink. Voor al deze nutriënten is de claim “draagt bij aan het normaal functioneren van de cognitieve functie” beschikbaar. Verder kan met betrekking tot jodium de claim “draagt bij aan het normaal functioneren van het zenuwstelsel” worden gebruikt. De gebruiksvoorwaarden voor deze claims worden berekend op basis van de zogenaamde referentie inname (“RI”) die wettelijk is gedefinieerd voor elk mineraal. Daarbij wordt verschil gemaakt tussen voeding (15 % RI) en dranken (7,5 % RI). Zo moet een levensmiddel waarvoor een claim gelinkt aan ijzer, minimaal 2.1 mg / 100 g of 1.05 / 100 ml bevatten. Elke claim moet overigens slaan op een eindproduct dat gereed is voor consumptie, bereid volgens de instructies van de producent.

Flexibiliteit in bewoordingen

In de praktijk zien we dat levensmiddelen producenten vaak proberen de toegestane claims een beetje in hun voordeel om te buigen. In Nederland wordt hierbij de helpende hand gereikt door de KOAG-KAG, die een lijst met toegestane alternatieve claims heeft gepubliceerd. Zo kan als alternatieve claim voor een product met zink de claim “draagt bij aan een normaal probleem oplossingsvermogen” worden gebruikt. Wat betreft een claim voor een product bevattende jodium, kun je denken aan “speelt een belangrijke rol bij geestelijke inspanning en activiteit”. Verder is het met betrekking tot een product dat het vereiste minimum aan ijzer bevat toegestaan de te claimen “draagt bij aan normale intelligentie”.

Voorbeelden uit de praktijk

In de praktijk zien we dat veel producten die gericht zijn op cognitie in het geheel niet de geautoriseerde claims gebruiken. Zo verhandelt het bedrijf Flora Health het voedingssupplement ginkgo biloba, dat “helps to enhance cognitive function and memory in an aging population”. Ook vonden wij het voedingssupplement Mind Focus met diverse vitaminen en mineralen en een groene thee extract van het bedrijf Bio Fusion. Dit product claimt dat het “improves mind focus and concentration instantly”. Ten slotte vonden wij het product Neuravena van het bedrijf Frutarom op basis van groene haver, waarop vijf klinische studies betrekking hebben die zouden aantonen dat het ten goede komt aan de cognitieve functie. Hoe kan dit worden verklaard? De eerste twee producten bevatten duidelijk claims die in de EU als medische claims zouden worden opgevat en als zodanig verboden zijn.

Opties buiten het systeem van cognitieve claims

Producten die niet voldoen aan Europese standaarden komen mogelijk uit andere landen of territoria, waar andere regels gelden voor claims dan in de EU. Zonder enige claims hier genoemd goed te keuren, kan worden gemeld dat ginkgo biloba en Mind Focus afkomstig zijn uit respectievelijk Canada en de Verenigde Staten. Dat geldt niet voor het product Neuravena, waarvan de fabrikant stelt te zijn een “global manufacturer of health ingredients backed by the science, an supported with documentation and the regulatory compliance our customers demand.” Het verschil hier is dat Neuravena niet in een commerciële setting gericht op eindgebruikers wordt aangeboden, maar in een wetenschappelijke portal. De website van Frutarom bevat zelfs een disclaimer dat deze niet op consumenten is gericht. In een niet-commerciële, puur wetenschappelijke omgeving is de Claims Verordening niet van toepassing. Dit biedt de mogelijkheid aan levensmiddelenproducenten om over hun R&D op het gebied van cognitie te communiceren buiten het kader van geautoriseerde gezondheidsclaims. Voorwaarde daarbij is wel dat de wetenschappelijke site niet een button bevat die rechtstreeks doorklikt naar een bestelportaal.

Conclusie

Het aantal toegestane gezondheidsclaims gericht op cognitie is beperkt in aantal en omvang. Verscheidene lidstaten laten wel enige flexibiliteit in bewoordingen toe, wat het gebruik van claims doorgaans aantrekkelijker maakt. Verder is het mogelijk in een wetenschappelijke omgeving claims te gebruiken buiten het systeem van geautoriseerde claims. In zo’n omgeving is de Claims Verordening immers niet van toepassing. Dat biedt de mogelijkheid de laatste R&D resultaten over voeding en cognitie te communiceren.

Dit artikel is gebaseerd op een Engelstalig artikel van Axon Advocaten over dit onderwerp.

Auteur: Karin Verzijden, Axon Advocaten. Axon is kennispartner van VMT.

Reageer op dit artikel