artikel

NVWA-dossier: duidelijkheid over additieven (longread)

Wetgeving & Toezicht

Er moet voor eens en voor altijd duidelijkheid komen over het gebruik van additieven in levensmiddelen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft daarom een speciaal webdossier in het leven geroepen. Additieven (E-nummers) in levensmiddelen is een hulpmiddel voor fabrikanten op basis van wetgeving. Een van de hete hangijzers: het gebruik van clean label-additieven zoals plantenextracten. Dit artikel is verschenen in VMT 10.

NVWA-dossier: duidelijkheid over additieven (longread)

De Nederlandse interpretaties over Europese levensmiddelenwetgeving gaf de NVWA tot dusver meestal via de zogenoemde ‘infobladen’. De komende jaren worden deze infobladen stap voor stap vervangen door webdossiers. Een eerste webdossier dat de NVWA op haar website heeft gepubliceerd gaat over additieven in levensmiddelen.

Het thema leeft

Waarom is er nu gekozen voor additieven? Immers, tot 2016 deed de NVWA namelijk weinig aan het toezicht op additieven, weet Joyce de Stoppelaar, coördinerend specialistisch inspecteur voedselveiligheid bij de NVWA. “De prioriteit lag vooral bij voedselveiligheid, het toezicht op het gebruik van E-nummers en hulpstoffen stond laag op de ranglijst. Maar dat bleek een maatschappelijk spanningsveld: heel veel consumenten, consumentenorganisaties en ngo’s vonden het thema wel belangrijk.” Een vragensessie met NVWA-inspecteurs bracht aan het licht dat het thema erg leeft binnen de voedingsmiddelenindustrie. Een recent voorbeeld daarvan is de enorme discussie over de mogelijke voedselveiligheidsrisico’s bij het gebruik van de witte kleurstof titaniumdioxide (E171).

Investeren in kennis

Ook een bezoek van de Food and Veterinairy Office (FVO) van de Europese Commissie in 2015 leerde dat additievengebruik in de vleesverwerkende sector mogelijke voedselveiligheidsrisico’s kan opleveren. Dit omdat er additieven zoals nitriet en fosfaten worden gebruikt in producten waarin dit niet is toegestaan of omdat meer wordt gebruikt dan is toegestaan. Ook constateerde de NVWA dat er een risico is op misleiding van de consument door het gebruik van bijvoorbeeld niet toegestane kleurstoffen.

De NVWA voerde daarom in 2016 een project rond additieven in vleesbereidingen en vleesproducten uit. “Op dringend advies van de Europese Commissie (EC) heeft de NVWA toen besloten het toezicht erop op te pakken”, zegt De Stoppelaar. Allereerst moest de NWVA weer investeren in de inmiddels verdwenen kennis over additieven. Inspecteurs kregen een opleiding en er werd besloten om ieder jaar een andere sector onder de loep te nemen, te beginnen met de vleessector.

De Stoppelaar: “De inspecteurs bezochten de fabrieken van de zestig grootste bedrijven en keken naar het productieproces, de receptuur, de specificaties en het etiket. Hieruit bleek dat de additievenwetgeving niet altijd even goed wordt nageleefd. (zie ook: de eerste staat van voedselveiligheid) Zo werd bijvoorbeeld nitriet of fosfaat toegevoegd aan vleesbereidingen, wat niet is toegestaan. De producenten zijn het hier niet mee eens: de betreffende vleeswaren die zij in de handel brengen zijn volgens hen geen vleesbewerkingen maar vleesproducten. En daaraan mogen deze additieven wel worden toegevoegd. Een aantal producenten zijn daarom in beroep gegaan tegen de opgelegde boetes. Ook in vleesproducten werden veel overtredingen aangetroffen. Voor een groot deel bleken deze opgelost tijdens de herinspecties.”

Wat we ook leerden was dat leveranciers van additieven soms in de specificaties stelden dat hun product ‘een technologische hulpstof ’ is die niet op het etiket hoeft te worden vermeld. Dat bleek dan toch een additief te zijn dat soms wel, en soms niet geëtiketteerd moest worden op het eindproduct.” Naast vleesbedrijven heeft de NVWA gekeken naar handelaren in additieven (mengers, importeurs en producenten). Bij slagerijen is de toezichthouder gaan kijken naar het gebruik van het verboden sulfiet. De helft van de gecontroleerde slagerijen die sulfiet hadden besteld, bleek dit te gebruiken in vleesbereidingen zoals gehakt en tartaar.

Viswerkende industrie

SchelpdierenVoor dit najaar staan controles in de visverwerkende industrie gepland, inclusief schaal- en schelpdieren. De Stoppelaar: “We hebben gemerkt dat er heel veel issues zijn waarbij de interpretaties verschillen. Wij moeten dus centraal standpunten formuleren en die centraal uitdragen. Die standpunten formuleren we gezamenlijk met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Ook wordt er afgestemd met het Belgische voedselagentschap FAVV, de EC en de EC-werkgroep Additieven.”

Webdossier

Omdat de levensmiddelenindustrie veel behoefte heeft aan uitleg, heeft de NVWA een webdossier gepubliceerd. In dit dossier worden de lastige onderdelen van de wet met infographics toegelicht. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld carry-over en wat dit is, het verschil tussen een technologische hulpstof en een additief, hoe je omgaat met kleurende levensmiddelen en wat er komt kijken bij clean label. Een eerste versie van het webdossier, geschreven door wetgevingsexpert Milja Ligtermoet van Eurowet, staat nu online. Het wordt de komende maanden verder verfijnd met behulp van input uit de voedingsmiddelenindustrie, consumentenorganisaties, het Voedingscentrum en brancheverenigingen.

 

De wetgeving

De basis voor het webdossier is de uitleg van de additievenwetgeving. Die is tweeledig en omvat Verordening (EG) nr. 1333/2008 en Verordening (EU) nr. 231/2012. De eerstgenoemde verordening stelt vast welke additieven in bepaalde levensmiddelen worden gebruikt. Deze voorschriften zijn bedoeld om te zorgen voor een goed werkende interne markt in de Europese Unie. Daarnaast heeft de verordening tot doel de consument te beschermen, onder andere op het gebied van gezondheid en eerlijke handelspraktijken. De Stoppelaar: “Het gebruik van de verordening lijkt op het eerste gezicht heel eenvoudig, maar in de praktijk lopen fabrikanten vaak tegen interpretatiekwesties aan: in welke categorie valt mijn levensmiddel? Ook zijn er veel voorwaarden en uitzonderingen.”

Zuiverheidseisen

De toegestane levensmiddelenadditieven moeten vervolgens voldoen aan de specificaties en zuiverheidseisen. Die staan omschreven in Verordening (EG) nr. 231/2012. In de bijlage bij deze verordening staan de specificaties van de in bijlage II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 opgenomen levensmiddelenadditieven. Voor bijvoorbeeld bietenrood zijn er maximumgehalten aan nitraat, arseen, lood, kwik en cadmium vastgesteld. Als een additief niet aan de zuiverheidseisen voldoet, mag het niet gebruikt worden.

Etikettering additieven

Voor het etiketteren van additieven is ten slotte Verordening (EG) nr. 1169/2011 van kracht. Volgens Bijlage VII (deel C) moeten additieven worden aangeduid met de naam van de categorie, gevolgd door hun specifieke benaming óf het E-nummer. Als een additief tot meer dan één categorie behoort, wordt de categorie vermeld die past bij de voornaamste functie in het betrokken levensmiddel, bijvoorbeeld kleurstof, stabilisator of emulgator.

Clean label

“Het idee dat bepaalde E-nummers giftig of eng zijn is hardnekkig onder consumenten. Fabrikanten spelen daarop in met het ‘schoonmaken’ van het etiket door bijvoorbeeld bepaalde E-nummers te vervangen door clean label-alternatieven. Clean label moet de waslijst aan ingrediënten indammen, de samenstelling van producten transparanter maken en is een sterk marketinginstrument. Clean label zorgt voor meer transparantie.” Een zorgelijke trend, vinden het ministerie van VWS en de NVWA. “Want zijn de alternatieven nou zoveel beter dan de gewraakte E-nummers?”, vraagt De Stoppelaar zich af.

Clean label is een zorgelijke trend

“Waar het bij de voorbeelden in het kader (zie kader) op neerkomt is dat al deze toegevoegde stoffen dezelfde functie vervullen als een additief, omdat deze voldoen aan de definitie van een additief. Zo moeten zij onder andere een technologische functie hebben in het eindproduct en niet als zodanig worden geconsumeerd. In principe is dat toegestaan, mits de toegevoegde stof voldoet aan de additievenwetgeving (denk aan zuiverheidseisen, verontreinigingen, zware metalen) en de etiketteringswetgeving en dus consumenten niet misleidt. En daar wringt vaak de schoen. Want als een toelating wordt aangevraagd voor het toegevoegde clean label-ingrediënt voor gebruik als additief, dan krijgt het additief een E-nummer. Dan moet op het etiket alsnog het werkzame additief worden vermeld en/of het E-nummer hiervan. En dat staat natuurlijk haaks op de clean label-strategie. Dan is er een patstelling. Wij zeggen overigens niet dat het niet mag, want er zijn altijd uitzonderingen en grijze gebieden. Maar de algemene lijn is dat het toevoegen van de eerder genoemde vervangers wordt gezien als niet toegelaten additiefgebruik. Je voegt dezelfde stof toe, maar dan in een vorm die niet voldoet aan de specificaties en zuiverheidseisen en niet is goedgekeurd.

Clean label-alternatieven

Een aantal vervangers die industrie gebruikt en de NVWA regelmatig tegenkomt.
• Conserveringsmiddelen: fermentatieculturen zoals die worden gebruikt in traditionele producten als yoghurt/kaas (E270).
• Conserveringsmiddelen voor vleesproducten: groente-extracten in plaats van nitraat/nitriet (E250-251). Je voegt eigenlijk toch nitriet toe, maar dan in ongezuiverde vorm. En zonder dat je de exacte concentratie weet.
• Conserveringsmiddelen voor fruitsalades: gefermenteerde suiker in plaats van kaliumsorbaat (E202).
• Conserveringsmiddelen voor vis: gefermenteerde suiker in plaats van lactaat (E325) of acetaat (E262). De suiker wordt gefermenteerd waardoor er een zuur ontstaat wat bijvoorbeeld lijkt op het goedgekeurde additief azijnzuur of acetaat. Het is dus min of meer dezelfde stof, maar dan ongezuiverd en zonder E-nummer.
• Smaakversterkers: gistextract in plaats van glutamaat (E621). De vraag is hoeveel gistextract erin mag zitten voordat het wordt gezien als het additief glutamaat.

Communicatie op verpakking

Ook de manier waarop stoffen worden gecommuniceerd op de verpakking levert discussies op. “Wij komen gevallen tegen waarbij fabrikanten zeggen dat ze een bepaalde stof declareren als aroma, maar dat er soms letterlijk in de specificaties staat dat die betreffende stof, bijvoorbeeld een citrusextract, ook een conserverende werking heeft. En dan staat er soms in de specificaties van de leverancier ook nog bij: ‘Als je niet meer dan hoeveelheid X doseert, dan proef je het niet in het eindproduct!’ Dan denk ik: hoezo aroma? Dat zijn zaken waar wij tegenaan lopen als NVWA. Als het als aroma wordt toegevoegd dan vinden wij dat je het ook moet proeven. Niet zeggen dat je het als aroma toevoegt, maar het stiekem wel gebruiken als conserveringsmiddel. Dat is de discussie waar we met veel partijen in zitten.” •

 

Meer weten? Kijk hier voor het complete webdossier: nvwa.nl/onderwerpen/additieven-in-levensmiddelen

Plantenextracten met een technologische functie maken ‘clean label’ lastig

Is clean label mogelijk bij gebruik van plantenextracten? (longread)

4 hete hangijzers in etiketteringswetgeving (longread)

Reageer op dit artikel