artikel

4 hete hangijzers in etiketteringswetgeving (longread)

Wetgeving & Toezicht

Voedingsmiddelenproducenten hebben iedere dag opnieuw te maken met uiteenlopende en soms complexe etiketteringsissues. Er is regelgeving, maar veel vraagstukken zijn ook afhankelijk van eigen interpretatie, vragen uit de markt en van de speerpunten die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kiest in het toezicht. Vier ‘hete hangijzers’ op een rij. Dit artikel verscheen in VMT 6, 2019.

4 hete hangijzers in etiketteringswetgeving (longread)

Dit artikel is een uitgebreidere versie van het artikel dat in printmagazine VMT 6, 2019 te vinden was.

Dit onderwerp komt aan bod op het Food Law Event op 20 juni. Klik hier voor programma en registratie.

1. Additieven en plantextracten

Een dossier dat de industrie momenteel flink bezighoudt, is de vermelding van additieven en het juiste gebruik van onder meer plantenextracten. Want de term ‘clean label’ klinkt wel mooi, maar in de praktijk blijkt iedere producent weer anders om te gaan met de invulling hiervan.

Veel producenten merkten bij consumenten de afgelopen jaren een groeiende afkeer van grote aantallen E-nummers op het etiket en een voorkeur voor ‘puur natuur’. “De zoektocht naar natuurlijke alternatieven voor E-nummers is dan ook begrijpelijk”, vindt Peter Meewisse, kwaliteitsmanager bij Hilton Foods Holland. Maar het kan doorschieten, zo bleek de afgelopen jaren.

Bietenextract is bijvoorbeeld een bekend voorbeeld dat een E-nummer kan vervangen. In bietenextract komen van nature de levensmiddelen-additieven E250 natriumnitriet en E251 natriumnitraat voor. Het wordt daarom veel gebruikt als conserveermiddel in vleesbereidingen en vleesproducten. Door die toevoeging kunnen producenten hun producten als clean label op de markt brengen omdat levensmiddelenadditieven in extracten niet hoeven te worden geëtiketteerd, was de gedachte.

Meewisse: “Er is geen duidelijke scheidslijn tussen additieven met uitsluitend functionaliteit en producten met uitsluitend effect op de smaak of de kleur. De vraag is dan wanneer er sprake is van eerlijke vermelding op het etiket. Een paar voorbeelden. Paprikaconcentraat geeft zowel kleur als smaak. Appelconcentraat geeft smaak en verlaagt tegelijkertijd ook de Aw (wateractiviteit, red.) als vervanger van suiker. Azijn is een fermentatieproduct dat in vele varianten van zuiverheid kan worden geleverd en zou daardoor zowel als natuurlijk aroma en als azijnpoeder gedeclareerd kunnen worden.”

Meewisse ziet inmiddels een kentering in de markt. “Tijdens de eerste herformuleringsgolf werden zoveel mogelijk E-nummers vervangen door natuurlijke varianten, veelal met onnatuurlijke declaraties, zoals snijbiet in ham en rode biet in portsaus. Nu begint een tweede golf waarin de ingrediëntendeclaratie vanuit een gezond consumentenperspectief wordt beoordeeld. Ingrediënten moeten passen bij het product en een paar E-nummers hoeven geen probleem te zijn.”

Overigens heeft het Europese Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (SCPAFF) vorig jaar duidelijk gesteld dat het gebruik van plantenextracten die fungeren als levensmiddelenadditief misleidend is voor consumenten. Consumenten moeten er namelijk van uit kunnen gaan dat als er geen levensmiddelenadditieven op het etiket worden vermeld, die stoffen ook niet zijn gebruikt.

Toezichthouder NVWA heeft het onderwerp additievenetikettering inmiddels scherper op de kaart staan en gaat hierop strenger handhaven.

2. Een natuurlijke ingrediëntendeclaratie

sial natuurlijk A1100x825Een tweede issue is dat fabrikanten graag willen dat hun etiket ‘natuurlijk’ oogt, maar tegelijkertijd wel eerlijk is. Maar wat is natuurlijk? Er is geen wetgeving voor. Wel bestaat er de zogeheten Guidance van de Food Standards Agency waar fabrikanten gebruik van maken. In deze guidance, Criteria for the use of the terms fresh, pure, natural, etc. in food labelling, staat omschreven waar een ingrediënt aan moet voldoen om natuurlijk genoemd te kunnen worden. Zo staat er bijvoorbeeld dat suiker geen natuurlijk ingrediënt is, omdat het geraffineerd en gebleekt is.

ARLA-FOODSZuivelproducent Arla Foods ging een jaar of tien geleden op zoek naar een zuiver kompas voor de term ‘natuurlijk’. “Wij hebben hiervoor een onderzoeksinstituut ingeschakeld”, vertelt Ernesto Kerkhof, marketingdirecteur bij Arla. “Zij hebben voor ons een definitie geschreven voor de term ‘natuurlijk’. Voor ons betekent dit dat een ingrediënt in de natuur voorkomt en vrij is van genetische modificatie. En het betekent dat we alleen natuurlijke processtappen gebruiken zoals pellen, hakken, snijden en mengen.”

E-nummers en hulpstoffen

SteviaEen dilemma is ook het wel of niet noemen van E-nummers. Arla heeft ervoor gekozen om deze niet op de verpakkingen te gebruiken, maar de ingrediëntbenamingen voluit te noemen. Het bedrijf vermeldt bij zijn Naturals-producten alle belangrijke ingrediënten op de voorkant van de verpakking. Dat geldt ook voor de ingrediënten die niet meteen tot de verbeelding spreken zoals stevia-extract. Op de zijkant staan deze ingrediënten verder uitgelegd.

Opmerkelijk is dat Arla voor haar Naturals-producten ook de hulpstoffen vermeldt, terwijl dit wettelijk geen verplichting is. “Dit heeft alles met de doelgroep te maken”, zegt Kerkhof. “De Naturals-doelgroep is geïnteresseerd in alle ingrediënten en wil maximale openheid. De doelgroep van bijvoorbeeld Skyr wil vooral weten hoeveel eiwitten een product bevat. Daarom ligt in het ontwerp daar de nadruk op.”

3. Herkomstetikettering

herkomstlabelingEen zorg voor de levensmiddelenindustrie is de mogelijke komst van verplichte herkomstetikettering voor alle producten uit Europa, met een huidige focus op zuivel. Veel Europese landen en producenten zijn daar echter op tegen. “De belemmeringen van een verplichte herkomstetikettering zijn enorm. Die ondermijnen een jarenlang proces van finetunen en optimaliseren van efficiënte systemen en afstemmen van logistieke stromen”, meent Peter Wolfs, regulatory affairsmanager bij FrieslandCampina.

“Allerlei complexe regels over verplichte herkomstetikettering frustreren het functioneren van de Europese interne markt en lijken in toenemende mate te worden ingezet om nationale belangen te beschermen – in het bijzonder in Frankrijk. Voor multinationals zoals FrieslandCampina is het een uitdaging om met dergelijke ontwikkelingen om te gaan.”

Zelfs voor benamingen van producten zou een verplichte herkomstetikettering gevolgen kunnen hebben, geeft Wolfs aan. Want wat als er een land of een streeknaam in een productnaam verwerkt zit?

Zo heeft FrieslandCampina in haar Nederlandse productportfolio een aantal yoghurtproducten die bijvoorbeeld worden aangeduid met ‘Griekse stijl’. Deze benaming geeft een receptuurindicatie aan, en geen land- of herkomstindicatie. Het betreft bij ‘Griekse stijl yoghurt’ namelijk een yoghurt die qua structuur wat steviger is dan de reguliere variant. Een dergelijke naam komt volgens Wolfs waarschijnlijk niet in gevaar. “Deze benadering komt ook terug in een leidraad die de Europese Commissie en EU- lidstaten opstellen inzake de regelgeving voor vrijwillige herkomstetikettering. In de leidraad staan naast ‘stijl’ ook termen die in combinatie met een plaatsnaam of regio verwijzen naar de receptuur, maar in de regelgeving niet begrepen moeten worden als een herkomstindicatie. Het betreft de termen ‘soort’, ‘à la’, ‘recept’, ‘geïnspireerd door’, ‘mengsel’ en ‘type’. Had de in Nederland geproduceerde yoghurt van FrieslandCampina dus ‘Griekse yoghurt’ geheten in plaats van ‘Griekse stijl yoghurt’, dan is aanvullende etikettering weer verplicht.

Varkensvlees

VionAls het aankomt op een correcte praktische uitvoering van het weergeven van de juiste herkomst op een verpakking, heeft VION inmiddels de nodige ervaring opgedaan. Immers, voor onbewerkt varkensvlees is het al verplicht om het land van oorsprong of de plaats van herkomst te vermelden (Voedselinformatieverordening EU nr. 1169/2011).

Peter Schol, QA manager specifications controller van VION legt uit hoe er wordt gegarandeerd dat wat er aan oorsprongsinformatie op een verpakkingslabel staat ook  overeenkomt met het product dat er in zit. “Integriteitsrisico’s in de aanvoerketen zijn beter beheersbaar door sourcing uit een korte, gecertificeerde en transparante keten. Van eindproduct tot aan het dier dient traceerbaarheidsinformatie snel en betrouwbaar beschikbaar te zijn. VION gebruikt hiervoor ‘third party’ certificering zoals de huidige CBL Chain of Custody standaard. Op korte termijn komt daar de IFS Product Integrity Assessment bij. Dergelijke systemen maken beheersing van integriteit in de keten aantoonbaar. De werkwijze: bepaal de kenmerken van het ontwikkelde product in relatie tot relevante wetgeving en toets op definities. Het product is bij VION uiteraard varkensvlees conform verordening EG 853/20004. Grondstof (product en proces) voldoet aan concepteisen voor het keurmerk.”

beter-leven_cropped-27-446-332--14--65Wanneer mag dan een beschermd beeldmerk zoals het Beter Leven Keurmerk op een verpakking worden gezet? Schol legt uit: “Overeenkomstig de eisen voor herkomstetikettering uit verordening EG 1169/2011 en  uitvoeringsverordening EG 1337/2013 wordt verplichte herkomstinformatie verstrekt (GN code 02 03 vlees van varkens).

De minimale verplichte vermelding betreft de beschrijving van de herkomst van de productiepartij vlees met land van gehouden en land van geslacht. Waar mogelijk wordt deze informatie uitgebreid tot land van oorsprong. Het design en het gebruik van het logo moet voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in het gebruikersprotocol en stijlhandboek van de Stichting Beter Leven keurmerk. De aanvoerketen, het productiebedrijf en de partij die het product in de markt zet, moeten voldoen aan de criteria voor het betreffende keurmerk. Bij goedkeuring van het productdossier bij Stichting Beter Leven keurmerk mag in dat geval betreffende logo worden opgenomen als beeldmerk op de verpakking.”

4. Een eerlijke voorkant

Ook de voorkant van de verpakkingen zorgt bij de consument en in de media voor de nodige discussie. Zit er wel in wat erop staat? Na klachten en acties van onder meer de Consumentenbond en Foodwatch is menig verpakking door de jaren heen al aangepast.

Een fabrikant die hier meerdere malen mee te maken heeft gehad is Unilever. Woordvoerder Freek Bracke legt uit met welke afwegingen het bedrijf te maken heeft. “Je ziet dat de consument de laatste jaren steeds kritischer is en met meer interesse kijkt naar wat er op zijn bord ligt of in zijn keukenkastje staat. Dat vraagt van de industrie nog meer duidelijkheid in de manier waarop we communiceren. In woord en in beeld. Het allerbelangrijkste is dat we richting de consument helder en duidelijk communiceren. Vanzelfsprekend houden we ons aan de geldende wetten en regels, maar het is zeker minstens zo belangrijk dat het voor de consument glashelder is wat we bedoelen met een claim, een verpakking of een reclame-uiting.”

Bracke geeft een voorbeeld: “We vragen ons af hoe een consument het interpreteert als wij kiezen voor een bepaalde foto of tekst. Maken we bijvoorbeeld een pastasaus met truffel en room, dan wil je dat op de voorkant van de verpakking niet alleen in tekst duidelijk maken, maar ook in beeld. Dat doen we dan met een kan room, een in plakjes gesneden truffel en een bol knoflook. De consument voelt zich dan niet misleid. Die weet wel dat er geen hele bol knoflook en complete truffel in die ene zak zit. Dergelijke smaakmakers zitten er in relatief kleine hoeveelheden in, omdat dat het recept van het product is. Als je thuis soep maakt, doe je ook geen hele truffel of bol knoflook in een soep voor één of twee personen. Van de op de voorkant genoemde ingrediënten moet je natuurlijk wel op de achterkant aangeven in welke hoeveelheden het in het product zit. De geïnteresseerde consument kan dat dus makkelijk lezen.”

Natuurlijk

Ook Arla zocht voor haar product Naturals naar het meest transparante ontwerp voor de voorkant van de verpakking. Kerkhof: “Dat was complex. Naturals bevat alleen maar natuurlijke ingrediënten. Bij de aanpassing van de verpakking in 2016 wilden we consumenten op de voorkant graag meer inzicht geven in de ingrediënten die we gebruiken en in de hoeveelheden. We wilden bijvoorbeeld niet voorop de verpakking een grote peer laten zien als het grootste deel van het toegevoegde fruit uit appel bestaat. In eerste instantie streefden we ernaar om de grootte van de afbeeldingen overeen te laten komen met de verhouding waarmee ze ook in het product aanwezig zijn. Daar zijn we snel van teruggekomen. We kregen namelijk van de consumenten te horen dat de verpakkingen daardoor te technisch werden. Dat stootte af. Bij het zien van verpakkingen kregen ze niet het gevoel dat het een lekker product zou zijn.”

Arla ging daarom op zoek naar de juiste balans tussen smakelijkheid en inzichtelijkheid. “Het was een heel gepuzzel”, vertelt Kerkhof. “We hebben de verhoudingen van de afbeeldingen aangepast en soms konden we de smakelijkheid vergroten door ingrediënten anders te presenteren. Zo beelden we yoghurt nu af in een kommetje. In enkele gevallen hebben we een slogan aangepast. Op een van de producten stond vroeger bijvoorbeeld ‘perensmaak’. We hebben daar ‘appelperensmaak’ van gemaakt, omdat dat beter overeen komt met de ingrediënten.”

Meer transparantie

Kerkhof vertelt dat de restyling van de Naturals-verpakking het bedrijf verder heeft geholpen in het streven naar meer transparantie. “Tijdens dit proces kregen we kritische vragen van belangenorganisaties en consumenten. Een belangenorganisatie vroeg bijvoorbeeld waar ons fruit vandaan kwam. We hebben gekeken of we daar transparanter over konden zijn. Dat bleek complex te zijn, omdat het fruit niet het hele jaar door uit hetzelfde land komt. Daardoor was het te ingewikkeld om dit terug te laten komen op de verpakking. Ook kregen we bijvoorbeeld vragen over de hoeveelheid suiker in onze producten. En hoewel we met onze suikerniveaus het laagste zijn in de categorie, hebben we ervoor gekozen om de hoeveelheid suiker niet op de voorzijde te vermelden. Consumenten die dit willen weten, kunnen dit opzoeken in de energietabel. En hoewel deze vragen niet tot aanpassingen hebben geleid, zijn we wel blij met deze feedback. Het zijn goede ideeën en wellicht dat we hier in de toekomst wel iets mee kunnen.”

Communicatie over herformulering

Het is voor fabrikanten belangrijk om te kunnen communiceren over herformuleringen van een product. “Als het lukt om eenzelfde product met minder zout, suiker of verzadigd vet te maken, dan wil je dat ook graag communiceren richting consument zodat deze een weloverwogen keuze kan maken voor een product met meer of minder zout, suiker of verzadigd vet”, aldus Bracke van Unilever.

Echter, daar lopen producenten al snel tegen grenzen aan, vult Bracke’s collega Yvonne Dommels, Lead Regulatory Affairs Manager aan. “Communicatie door producenten over productherformulering wordt gereguleerd door Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voeding- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen.

Een claim dat een levensmiddel een verlaagd gehalte aan zout, suiker, energie of (verzadigd) vet heeft, is alleen toegestaan als het gehalte minimaal 30% lager (25% voor zout) is ten opzichte van een reeks aan levensmiddelen van dezelfde categorie. Het verschil in aanwezige hoeveelheid moet vermeld worden op het etiket alsmede moet duidelijk gemaakt worden aan de consument met welke producten is vergeleken. Vergelijking met een oude receptuur is wettelijk niet toegestaan. Echter, een verlaging van bijvoorbeeld 25% zout in een product ten opzichte van de markt is onrealistisch. Die stap is te groot en het product wordt dan door de consument als ‘niet lekker’ gezien. En acceptatie door de consument is de belangrijkste factor bij herformulering. Productverbetering werkt alleen maar in kleine stapjes zodat de consument geleidelijk aan de nieuwe smaak kan wennen. Het is jammer dat we niet tijdelijk over deze stappen mogen communiceren en dat we door wetgeving worden geremd. De tijdelijke claim ‘nu met X% minder [nutriënt]’, met een minimale reductie van 15%, is destijds ingediend maar niet goedgekeurd, een gemiste kans. Dit is voor de gezondheid van consumenten immers wel degelijk relevant en stimuleert productherformulering. We pleiten dan ook voor een verruiming van de communicatie mogelijkheden zodat de producent de consument transparant kan informeren over het verbeterde productaanbod”, vertelt Dommels.

Vragen van buitenaf

1274086039unoxHoe gaat Unilever om met vragen van buitenaf? Bracke: “Daar kijken we natuurlijk altijd naar. En soms is het inderdaad nodig om een claim of een foto aan te passen of te verduidelijken. Het tv-programma Keuringsdienst van Waarde kwam een paar jaar geleden met een vraag over de samenstelling van de Ossenstaartsoep van Unox. Natuurlijk voldeden we aan alle wettelijke eisen, maar ergens hadden de programmamakers wel een punt. Het klinkt logisch dat een consument ‘stukjes rundvlees van de staart van een os’ verwacht en geen ‘gewone stukjes rundvlees’ als hij kiest voor ‘ossenstaartsoep’. En daarom pasten we het recept aan. Daar moet je als producent ook niet te ingewikkeld over doen. In sommige gevallen kan het beter. En als er dan een externe partij is die je daarop wijst, dan verander je de verpakking, de samenstelling of het recept, en dan wordt het eindresultaat beter.”

Bekijk hier het artikel in de printversie van VMT

Reageer op dit artikel