artikel

Routeplanner wijst fabrikant weg in wetgevingsland

Wetgeving & Toezicht

TNO heeft een systeem ontwikkeld waarmee fabrikanten gemakkelijk kunnen nagaan aan welke wetgeving hun nieuwe product moet voldoen en hoe zij deze dienen te interpreteren. Aan de hand daarvan kunnen zij besluiten hoe zij een ingrediënt, halffabricaat of eindproduct het beste kunnen categoriseren en/of vermarkten.

Aan welke wetgeving moet mijn nieuwe product voldoen? Is mijn product een ingrediënt of een additief? Wil ik een claim op mijn product en wat voor type claim? Allemaal voorbeelden van vragen die een producent zichzelf stelt voordat hij een product op de markt brengt. De producent moet namelijk kunnen aantonen dat zijn nieuw ontwikkelde voedingsmiddel voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.

Soms moet hij daarvoor een dossier indienen bij de autoriteiten. In andere gevallen kan hij volstaan met het samenstellen van documentatie voor eigen gebruik waarin hij de veiligheid van het product onderbouwt. Het wettelijke kader van een product heeft dus consequenties; vandaar dat de fabrikant de positionering het beste al in een vroeg stadium van productontwikkeling kan bepalen.

Wettelijk kader
Onze ervaring leert dat het voor een producent lastig kan zijn om te bepalen welk wettelijk kader van toepassing is, welke wettelijke documenten daarbij horen en hoe hij deze wetteksten moet interpreteren. Verbanden tussen wetgevingsdocumenten zijn niet altijd duidelijk of er kunnen meerdere wettelijke kaders van toepassing op één product of toepassing zijn. Ook kan er een overgangsperiode gelden wanneer overheden wetgeving door een andere vervangt.

Routeplanner
Om gemakkelijker het juiste wettelijke kader voor een nieuw voedingsmiddel te vinden, heeft TNO de routeplanner ontwikkeld. Dit systeem leidt de producent aan de hand van vragen door het Europese wettelijke kader dat mogelijk van toepassing is op zijn nieuwe product.

De routeplanner omvat de Europese wet- en regelgeving voor voeding en diervoeding en bijbehorende actuele relevante documenten, zoals richtsnoeren voor het maken van een dossier. Het systeem geeft ook de relaties tussen de verschillende wettelijke teksten en aanverwante documenten weer en gaat zelfs nog een stap verder door de producent te begeleiden bij de interpretatie van de documenten. Op deze manier kan de producent antwoord vinden op vragen zoals ‘Valt mijn product onder de ggo-wetgeving?’

Casus
Via een casus over uit tomaten geïsoleerd lycopeen zullen we de werking van de routeplanner illustreren. Deze rode carotenoïde wordt al vele jaren gebruikt voor het kleuren van voedingsmiddelen. Maar lycopeen blijkt ook gezondheidsbevorderende functie voor de mens te hebben. Vandaar dat een aantal bedrijven geïsoleerd lycopeen uit tomaten voor deze functie aan voedingsmiddelen willen toevoegen.

Op de vraag van de routeplanner of deze toevoeging aan voedingsmiddelen bewust gebeurt, antwoordt de producent van het lycopeen bevestigend waarna het systeem aangeeft dat dit ingrediënt valt onder de voedingsmiddelenwetgeving. Ook moet de producent voldoen aan eisen met betrekking tot hygiëne en het productieproces.

GGO
De volgende vraag gaat over de aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) in het eindproduct of het gebruik hiervan in het productieproces. De producent kan soms moeilijk bepalen of zijn product onder de ggo-wetgeving valt doordat deze een aantal uitzonderingen bevat. Proceshulpstoffen vallen bijvoorbeeld niet onder deze regelgeving. Dit heeft in 2004 geleid tot de vraag of fermentatieproducten wel of niet onder de ggo-regelgeving vallen.

De conclusie van de autoriteiten was dat producten van een fermentatieproces waarbij ggo’s gebruikt worden, maar die niet in het uiteindelijke product aanwezig zijn, niet onder de ggo-regelgeving vallen. De routeplanner heeft een hulpbox om de producent daarbij te helpen. Voor geïsoleerd lycopeen uit tomaten is de ggo-regelgeving niet relevant omdat er geen ggo’s worden gebruikt in het productieproces.

Beoogd gebruik
Nu komt het beoogde gebruik van het product aan de orde. Zullen zijn afnemers, de voedingsmiddelenfabrikanten, lycopeen in ‘gewone’ voedingsmiddelen, voedingssupplementen of voeding voor een specifieke doelgroep (zoals jonge kinderen, zieken, sporters) gaan gebruiken?
In deze casus zal de fabrikant lycopeen aan ‘gewone’ voedingsmiddelen toevoegen die dus voor iedereen zijn bedoeld.

Ook de specifieke functie van lycopeen in het voedingsmiddel is relevant. Wordt het toegevoegd vanwege een functie tijdens de productie of het verwerken van een voedingsmiddel (bijvoorbeeld een stof die schuimvorming tegen gaat), heeft het een technologische functie in het uiteindelijke voedingsmiddel (bijvoorbeeld houdbaarheid vergroten) of heeft het een nutritionele functie of een lichaamsfunctie? De functie bepaalt of het respectievelijk om een proceshulpstof, additief of ingrediënt in het product gaat.

Zoals eerder aangegeven, wordt geïsoleerd lycopeen uit tomaten al jarenlang gebruikt als rode kleurstof. Dergelijk gebruik valt onder de additievenwetgeving. Aangezien in deze casus de fabrikant lycopeen zal toevoegen vanwege de gezondheidsbevorderende functie, is het lycopeen in dit specifieke geval een ingrediënt.

Novel food
Voor ingrediënten is het voor de producent belangrijk om te weten of het ingrediënt in significante mate is gebruikt in voedingsmiddelen binnen de EU voor 1997. Deze vraag bepaalt of een ingrediënt wel of niet onder de Verordening op nieuwe voedingsmiddelen (Novel Foods) valt. Het is moeilijk om deze vraag te beantwoorden. Zelfs de autoriteiten verschillen soms van mening over wat wel en niet ‘novel’ is.

De routeplanner geeft de gebruiker handvatten om daar een goed antwoord op te vinden.
Lycopeen werd voorheen nog niet als ingrediënt in voedingsmiddelen gebruikt en wordt daarom in deze functie als novel food beschouwd. Of de inname van lycopeen als voedingsadditief vergelijkbaar of hoger is, staat hier los van.

Etikettering
Behalve naar de wettelijke eisen voor het product zelf dient de producent ook naar de etiketteringseisen te kijken. Enerzijds moet het etiket aan de algemene eisen hiervoor voldoen, anderzijds kunnen er ook per toepassing specifieke eisen bestaan. Wil de producent een positief effect van het product aanprijzen, dan is de claimverordening van toepassing. In deze wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen voedingsclaims, generieke gezondheidsclaims, ziekterisico-reductieclaims of claims die zijn bedoeld voor kinderen. De routeplanner bevat vragen om het type claim en bijbehorende procedures te bepalen.

Wil de producent in deze casus de antioxidantfunctie van lycopeen vermelden, dan moet hij naar de eisen voor generieke gezondheidsclaims kijken. Met het beantwoorden van deze vraag komt de producent aan het einde van de routeplanner. Hij heeft nu een overzicht van de relevante wetgeving en alle bijbehorende documenten en weet nu ook wat de consequenties zijn voor het product lycopeen als functioneel ingrediënt.

Expertsysteem voedselveiligheid
De routeplanner is een onderdeel van het TNO expertsysteem voor de veiligheidsbeoordeling van voedingsmiddelen en diervoeders. Dit expertsysteem heeft het doel een handvat te bieden om nieuwe voedingsmiddelen en diervoeders sneller en doeltreffender te beoordelen.

De wettelijke eisen voor een nieuw product zijn in dit expertsysteem geïntegreerd en worden bij het doorlopen van het expertsysteem direct inzichtelijk gemaakt. Bijvoorbeeld wanneer het verplicht is om een specifieke rekenmethode te gebruiken om de inname van een product te bepalen of om bepaalde toxiciteittesten te doen, wordt dit automatisch in het expertsysteem in beeld gebracht.

Reageer op dit artikel