nieuws

7 oplossingen om gevaarlijke stoffen in gerecyclede voedselverpakkingen te traceren en te voorkomen

Voedselveiligheid & Kwaliteit

7 oplossingen om gevaarlijke stoffen in gerecyclede voedselverpakkingen te traceren en te voorkomen

Onlangs bracht de Gezondheidsraad naar buiten dat de kans groot is dat gevaarlijke stoffen zoals minerale oliën in gerecyclede voedselverpakkingen terecht kunnen komen. Hoe kan dit probleem worden aangepakt? Zeven oplossingen.

Een circulaire economie is een mooi streven , maar brengt ook de nodige risico’s met zich mee. Vooral wat betreft het gebruik van gerecyclede verpakkingen: gevaarlijke stoffen zoals vlamvertragers en minerale oliën kunnen via de verpakking in contact komen met voedsel, blijkt uit het rapport Gevaarlijke stoffen in een circulaire economie van de Gezondheidsraad. 7 manieren om dit probleem op te lossen.

1. Hiaten in EU-regelgeving aanpassen

In de Europese regelgeving spelen vier belangrijke kwesties op het gebied van afvalbeheer, chemicaliën en producten die moeten worden aangepakt:

1. Beschikbaarheid van informatie over gevaarlijke stoffen

2. Aanwezigheid van verboden stoffen

3. Gebrek aan aansluiting tussen regels voor stoffen en regels voor afval

4. Onduidelijkheid over einde afvalcriteria

Een probleem is dat producenten van gerecyclede producten niet altijd toegang hebben tot informatie over gevaarlijke stoffen in afvalproducten. De Europese Commissie voert daarom een haalbaarheidsonderzoek uit naar methoden en technieken ‘die ervoor zorgen dat relevante informatie door de gehele toeleveringsketen heen, tot bij de recyclers, gekoppeld blijft aan de artikelen.’ De Europese Commissie denkt dat het haalbaarheidsonderzoek in 2019 gereed is.

Soms komt het voor dat verboden stoffen nog steeds in producten voorkomen omdat deze gemaakt zijn voordat het verbod inging. Dit is in de Europese terminologie ‘het probleem van de uitgefaseerde gevaarlijke stoffen.’

Dan is er nog de classificatie ‘gevaarlijk’ die niet goed aansluit bij afval dat recyclers toepassen. Dus komt het voor dat producten met gevaarlijke stoffen toch het label ongevaarlijk krijgen.

Verder verdienen de EU-criteria voor de ‘einde-afvalfase’ verbreding. Ze zijn tot nu toe alleen maar opgesteld voor glas en schroot. De EU-lidstaten kunnen voor andere materialen op nationaal niveau criteria vaststellen. Ook kunnen ze ervoor kiezen om dit niet te doen. Lidstaten beslissen daardoor verschillend over dezelfde afvalstroom. Dit vergroot de onduidelijkheid.

2. Geharmoniseerde EU-regelgeving voor alle voedselverpakkingen nodig

Voor een aantal materialen bestaat geen geharmoniseerde regelgeving voor het gebruik in voedselverpakkingen. Voor gerecyclede plastics als verpakkingsmateriaal voor voedsel gelden door EFSA opgestelde voorschriften. Zo stelt de Europese voedselautoriteit eisen het type plastics, de zuiverheid daarvan en de toepassingswijze.

Maar voor andere gerecyclede materialen die als voedselverpakkingen dienst kunnen doen, ontbreken deze geharmoniseerde Europese regels. Dat geldt bijvoorbeeld voor papier, karton, inkt, lijmen en coatings. Juist in dit soort verpakkingen kunnen gevaarlijke stoffen zitten zoals minerale oliën en weekmakers. Deze laatste stof vonden inspecteurs bijvoorbeeld in pizzadozen in Denemarken.

3. Meet, monitor en registreer op gevaarlijke stoffen

Het is nog nauwelijks bekend hoeveel stoffen uit de categorie ‘zeer zorgwekkend’ zich in diverse afvalstromen bevinden en in welke concentraties, blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Er worden nauwelijks metingen verricht. Er zijn verschillende mogelijkheden om mogelijk gevaarlijke stoffen te traceren. Dat kan door te meten in de afvalstroom. Zo kan vanuit veilig geachte concentraties per product (soort) worden teruggerekend naar concentraties die in de afvalfase veilig kunnen worden verwerkt. Op basis van deze bevindingen, kunnen voorwaarden worden gesteld voor die specifieke afvalstroom. Dit voorkomt dat hoge concentraties gevaarlijke stoffen in gerecyclede producten terechtkomen.

Een andere optie is om te meten of er gevaarlijke stoffen in gerecyclede producten zitten. Daarvoor is dan wel een systematische aanpak nodig. Doe bijvoorbeeld periodieke steekproeven.

Het verkleinen van de onzekerheden rond gevaarlijke stoffen in afvalstromen behoort ook tot de mogelijkheden. Dit gebeurt via zogeheten flow-analyses. In elke fase van het recyclingsproces vinden metingen en berekeningen plaats om te detecteren op welk moment en in welke afvalstroom gevaarlijke stoffen zitten en in welke producten ze belanden.

Ten slotte valt te meten in hoeverre mensen zijn blootgesteld aan een gevaarlijke stof. Dat hangt onder andere af van het gebruikte materiaal.

4. Gebruik nieuwe scheidingstechnieken

Door het sorteren van afval en daarna gevaarlijke stoffen uit afval te halen, is het mogelijk risico’s te verminderen dat gevaarlijke stoffen na recycling in nieuwe producten worden verwerkt. Meer onderzoek is nodig naar effectieve scheidingstechnieken. Zo is het aantal scheidingstechnieken voor plastic nog in de “prille ontwikkelingsfase.”

5. Ontwerp producten circulair

Gebruik het ontwerpprincipe Circular Design om producten te ontwikkelen. Ontwerp ze om ze lang, veilig te gebruiken en hergebruiken. Dan komen ze minder snel in het afval terecht. Het risico dat gevaarlijke stoffen in het afval belanden, is zo beter te beheersen.

6. Een andere risicobeoordeling is nodig

Een volledige circulaire economie vergt een andere vorm van risicobeoordeling die hoge eisen stelt aan registratie en informatiestromen. De huidige manier baseert zich op een aanpak van afzonderlijke stoffen. Op termijn is dat niet meer toereikend. Een circulaire economie vereist een beoordeling die rekening houdt met mengsels van chemische stoffen die in samenstelling kunnen variëren. Dit betekent dat fabrikanten voldoende kennis hebben over de afvalfase en andere delen van de keten om risico’s in te schatten.

7. Biedt diensten aan in plaats van producten

Een systeemaanpassing: het aanbieden van diensten in plaats van producten, kan risico’s dat gevaarlijke stoffen in gerecyclede verpakkingen terechtkomen beperken. Dit betekent dat fabrikanten verantwoordelijkheid dragen voor de hele keten: niet alleen voor de productie maar bijvoorbeeld ook voor leasen, repareren en recyclen. De nadruk op ketenverantwoordelijkheid betekent ook een stimulans om zoveel mogelijk producten circulair te ontwerpen. In de voedingsindustrie bestaat inmiddels veel aandacht voor ketenverantwoordelijkheid. 

Reageer op dit artikel