artikel

Expertpanel: welke potentie heeft WGS voor de voedingsmiddelenindustrie?

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Met whole genome sequencing (WGS) toonden de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) aan dat listeria van Offerman de afgelopen twee jaar waarschijnlijk leidde tot drie doden. Wat is de potentie van deze analysemethode bij de bestrijding van pathogenen?

Expertpanel: welke potentie heeft WGS voor de voedingsmiddelenindustrie?

Menno van der Voort

Onderzoeker microbiologie, Wageningen Food Safety Research (WFSR)

“Zijn de pathogenen meegekomen met ingrediënten of zijn ze persistent in een productieomgeving aanwezig? Voor een effectieve bestrijding is het belangrijk om de herkomst vast te stellen. Met een moleculaire typeringstechniek met een hoog oplossingsvermogen, zoals WGS, kan dat. WGS heeft een zeer hoge resolutie waarmee zeer verwante pathogenen onderling te onderscheiden zijn. WFSR gebruikt deze techniek sinds 2017 bij het opsporen van met name listeria en salmonella na ziektegevallen die gerelateerd zijn aan voedsel. Voor het opsporen van voedseluitbraken hebben wij met het RIVM een database opgezet waarin wij data delen. Het RIVM levert de data van bacteriën geïsoleerd uit patiënten, WFSR de data geïsoleerd uit voedsel. Op dit moment wordt WGS nog vooral reactief gebruikt: wanneer pathogenen al voedselgerelateerde problemen veroorzaakt hebben. Doordat wij de komende tijd de database verder vullen, kunnen we ook steeds meer proactief reageren. Ook implementeren we de ontwikkelingen op het gebied van WGS-analyses, zoals verbeterde algoritmes en statistische modellen. Hiermee krijgt de NVWA handvaten om preventief te acteren.”

WGS is bezig aan een opmars. In 2017 gebruikten twintig landen in de Europese Unie de methode, in 2013 paste nog geen enkele lidstaat WGS toe. Zowel de NVWA als de FAVV, de Belgische voedselautoriteit, maken gebruik van de methode. Het grote voordeel van WGS is dat het een uitbraak van pathogenen in de kiem kan smoren omdat de besmettingsbron preciezer vast te stellen is. Ook voor de visverwerkende industrie heeft WGS potentie.

Hans van der Weide

Voorzitter commissie Levensmiddelen, Visfederatie

“Nu WGS betaalbaarder wordt verwachten wij dat deze techniek ons kan helpen om pathogenen te bestrijden. Vooral in ruimten waar gepasteuriseerd product wordt bewerkt en/of verpakt: daar hoeven geen pathogenen te zijn. Door isolaten van positieve monsters met WGS te analyseren, is vast te stellen of monsters hetzelfde genoom (lees: dezelfde bron) hebben (gehad). Deze informatie kan helpen een of meerdere in- of externe bronnen op te sporen. Tegelijk moeten we niet te snel conclusies trekken: eenzelfde genoom kan op meerdere plaatsen voorkomen.”

Eelco Franz

Hoofd afdeling Epidemiologie en Surveillance Intestinale Infecties & Zoönoses, RIVM

Voorheen konden we patiënten die besmet waren met dezelfde listeriastam niet zo precies aan elkaar linken. Met WGS kan dat nu wel. De methode geeft een lead naar een product en waar het vandaan komt. Daar kan de NVWA dan monsters nemen. Dit versnelt de bronopsporing met enkele weken. Deze techniek zou zeker hebben geholpen bij een snellere detectie van de bron van de EHEC-uitbraak in 2011, mits het DNA van het pathogeen in het voedselproduct bekend was. Het begint voor ons al routine te worden. Met salmonella heb- ben we al een paar succesvolle cases. We hebben bijna alle pathogenen al in kaart gebracht. Ook in het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Duitsland en Frankrijk is de techniek al routine. Wat Nederland uniek maakt is de korte lijn tussen organisaties die de patiënten onderzoeken zoals RIVM, toezichthouder NVWA en WFSR. We delen onze data. Daarmee lopen we wel voorop in Europa. WGS zal een flinke impact hebben op de voedselveiligheid. We kunnen op forensisch niveau patiënten linken aan een voedselisolaat. Daardoor kunnen we snel voedingsmiddelen linken aan, of juist uitsluiten van een besmetting. Dat is een groot voordeel.”

Peter Meewisse

Kwaliteitsmanager, Hilton Foods

Bij ready-to-eat-producten is monitoring van product en omge-ving op de aanwezigheid van listeria noodzakelijk. Bij positieve analyses is een oorzaakanalyse nodig, zeker als deze terugke-ren. De besmettingsbron is niet altijd makkelijk te vinden. Opho-gen van de frequentie van product- en grondstofbemonstering leidt tot logistieke problemen als gevolg van noodzakelijke positive releaseprocedures. Dit vergroot de kans op afkeur: er worden meer monsters geanalyseerd. Zelfs als we grondstoffen gebruiken met een lage groeipotentie van listeria, is melding bij de NVWA noodzakelijk. De kans op substantiële afkeur vormt dan een reëel risico. Terwijl we intensiever willen bemonsteren voor een betere voedselveiligheid, remmen de negatieve consequenties ons. Met WGS zijn bij uitstek relaties te leggen tussen besmettingen bij fabrikanten, in grondstoffen, in de werkomgeving en in het eindproduct, zonder dat een analyse van grote hoeveel-heden monsters nodig is. Bij commerciële laboratoria kost een analyse met WGS nu circa duizend euro. Nog steeds kostbaar, maar voordeliger dan intensieve bemonstering met het risico op afkeur. Verwacht wordt dat met WGS ook bronnen van andere besmettingen worden opgespoord. Nog een reden om de borging van besmetting met pathogenen voor elkaar te hebben.”

Reageer op dit artikel