artikel

Ketens gaan leren van elkaars ‘witte vlekken’

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Op 17 juli vond op het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in Den Haag de officiële aftrap plaats van Private borging voedselketens. Binnen dit project – een initiatief van de overheid – brengen elf sectoren naar aanleiding van het rapport Sorgdrager onbekende risico’s in hun ketens in kaart en stellen hiervoor actieplannen op. Voormalig bankier Bart Jan Krouwel gaat dit proces in goede banen leiden: “Ook de overheid moet verbeteringen doorvoeren.” Dit artikel is verschenen in VMT 8.

Ketens gaan leren van elkaars ‘witte vlekken’

Oud-bankier (Rabobank, Triodos Bank) Bart Jan Krouwel (foto) dacht met elf dierlijke en plantaardige ketens aan de slag te gaan binnen het project Private borging voedselketens. Maar dat aantal kan sneller dan verwacht groeien, zo bleek op de lanceerbijeenkomst van het project bij LNV. Een van de aanwezigen zette Krouwel aan het denken. “Hij maakte me erop attent dat er steeds meer eetbare bloemen en planten zijn waar je met voedselveiligheidsrisico’s te maken kunt hebben. Welke bestrijdingsmiddelen worden daarbij bijvoorbeeld gebruikt?”

Ook meldde NPN, de brancheorganisatie voor voedingssupplementen, zich tijdens de lancering spontaan aan als potentiële deelnemer. Deelname is overigens vrijwillig, merkt Krouwel op. Alhoewel vrijwillig: achter deelname zit een lichte dwang. “Dat iedereen meedoet is ook een beetje een stok achter de deur. Want bij onvoldoende voortgang kan de overheid de wet- en regelgeving aanpassen.”

Best practices uitwisselen

De aftrap gebeurde officieel op de burelen van LNV, maar officieus begon het project al een maand eer-der. De vertegenwoordigers van de sectoren kregen toen al het nodige ‘huiswerk’ mee. Zo worden ze geacht werkgroepen in te richten voor hun sector, inhoudelijke plannen van aanpak te ontwikkelen en tijdschema’s op te zetten. Ook wordt gekeken welke zaken al goed geregeld zijn in de sectoren. “De eiersector is eigenlijk al klaar en ook andere sectoren zijn goed bezig”, geeft Krouwel aan. Het is de bedoeling dat de ketens van elkaars ‘witte vlekken’ leren. Dat ze dus best practices gaan uit- wisselen, stelt de projectleider. De eiersector presenteerde vorig jaar december al een verbeterplan voor private ketenborging. Zo organiseert de sector in het najaar een crisisoefening om mogelijke voedsel-veiligheidsrisico’s direct de kop in te drukken en de juiste maatregelen te treffen. “Het is de bedoeling dat alle sectoren zo’n crisisoefening gaan houden”, zegt Krouwel. Hij roept op alle relevante kennis met elkaar te delen om zo de voedselveiligheid in de voedselketens te kunnen garanderen.

 

Project Private borging voedselketens

Het project bestaat uit een stuurgroep (beslissend), projectgroep (faciliterend) en – per sector – een werkgroep. Bart Jan Krouwel is voorzitter van de stuurgroep en de projectgroep. De projectgroep bestaat naast Krouwel uit projectsecretaris Erik de Jonge en een vertegenwoordiger namens de brancheorganisaties CBL (super-markten), FNLI (voedingsindustrie) en LTO (land- en tuinbouw). In de stuurgroep zitten alle werkgroepvoorzitters en de projectgroepleden. September 2020 is de deadline voor alle eindrapportages: dan moeten niet alleen alle risico’s in beeld zijn, ze moeten ook zijn getoetst en afgedekt.De overheid is als initiatiefnemer niet direct in de projectorganisatie vertegenwoordigd. Wel houdt Krouwel vertegenwoordigers van de NVWA en de ministeries van LNV en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) via periodieke overleggen op de hoogte van de voortgang.

 

Kosten

Alle kosten om de ketens voedselveiliger te maken komen voor rekening van de sectoren zelf. Hoe hoog die zullen zijn, weet Krouwel niet. Is het project al het geld en de moeite wel waard? Ondanks de fipronilcrisis staat voedselveiligheid in Nederland nog altijd op een hoog niveau. Krouwel erkent dat. “De fipronilaffaire uit 2017 was een wake-upcall. Niemand wil zoiets ooit nog meemaken”, zegt hij. “We willen ook internationaal gezien onze goede reputatie op voedselveiligheidsgebied vasthouden dus moeten we met z’n allen kijken of het nog beter kan.”

Ketenborging.nl

Ook het functioneren van Ketenborging.nl komt aan bod in het project. Om stappen te zetten in private borging in de ketens moeten meer kwaliteitssystemen geaccepteerd worden. De kritiek is dat die acceptatie nu nog veel te langzaam gaat. Het proces tussen aanvraag en acceptatie moet inderdaad beter, vindt de oud-bankier. “Er staan nog niet veel kwaliteitssystemen op de witte lijst. Volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) komt dit doordat sommige aanvragers de informatie niet volledig aanleveren.” Wat Krouwel hoort is dat er veel onduidelijkheid is over welke informatie aan- geleverd moet worden. Daar komt nog bij dat er veel discussie is tussen NVWA en aanvragers over de interpretatie van de criteria van Ketenborging.nl. Ook dat moet verbeterd worden volgens Krouwel.

“Nu aarzelen ketenpartijen om zich met hun kwaliteitssysteem aan te melden voor Ketenborging.nl. Ze zijn immers huiverig voor te veel ‘gedoe’.” Dat IKB Ei, het kwaliteitssysteem voor de eiersector, op het punt staat om geaccepteerd te worden, bewijst dat verbetering mogelijk is. Het indienen van een verbeterplan en goed overleg met de NVWA zorgde ervoor dat de interpretatieverschillen tussen de eiersector en de voedselautoriteit werden opgelost. Krouwel wil dat Ketenborging.nl meer bekendheid krijgt en dat het belang ervan veel duidelijker ge-maakt wordt. “Dat er zo weinig kwaliteitssystemen goedgekeurd zijn werkt internationaal averechts. Buitenlandse partijen denken nu misschien dat we te streng zijn.”

 

Deelnemers

Er doen elf sectoren mee aan het project: rood vlees, wit vlees, zuivel, groente en fruit, vis, noten en zuid-vruchten, specerijen en kruiden, wild en ge-vogelte, margarine, oliën en vetten, akker-bouw, en diervoeders. Er wordt nog gesproken met de voedingssupplemen-tenbranche en de (eetbare) bloemen- en plantensector.

 

Kritiek op NVWA

De eiersector uitte veel kritiek op de NVWA tijdens de fipronilcrisis. De voedselautoriteit weigerde bepaalde relevante informatie te delen omdat dit onder de huidige wet- en regelgeving niet is toegestaan. Toen de eiersector de NVWA voor de rechter sleepte over deze zaak, stelde die de voedselautoriteit in het gelijk. Krouwel: “Als een sector schade oploopt omdat volgens de wet bepaalde informatie niet gedeeld mag worden: pas die wet dan aan. Dat gebeurt tot op heden niet. Het kan zijn dat er uit dit project aanbevelingen rollen om wetgeving rond informatiedeling aan te passen. In het belang van de volksgezondheid moet de overheid dat ook gaan doen.”

Reageer op dit artikel