artikel

Hoe groot is het gevaar van listeria? NVWA geeft inzicht

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Listeria monocytogenes is een berucht pathogeen. Hoeveel mensen worden er in Nederland ziek door deze bacterie en hoe vaak wordt listeria aangetroffen in levensmiddelen? En weten we dan ook meteen welk type levensmiddel de oorzaak was van die listeria-infecties? Aarieke de Jong van BuRO geeft inzicht in de cijfers en weet hoe WGS kan helpen om de listeriaproblematiek beter in beeld, en daarmee mogelijk onder controle, te krijgen is. Dit artikel is verschenen in VMT 7 op 5 juli 2019.

Hoe groot is het gevaar van listeria? NVWA geeft inzicht

Aarieke de Jong was een van de sprekers tijdens het Symposium Voedselpathogenen van Stichting Food Micro. De Jong is senior adviseur levensmiddelen- microbiologie bij Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO): een onafhankelijke afdeling van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). BuRO houdt zich onder andere bezig met de risico-beoordeling van gevaren zoals listeria die zich voordoen binnen de verschillende werkterreinen van de NVWA en brengt daar advies over uit. Een deel van de adviezen is bestemd voor de NVWA zelf en is bedoeld als handvat voor het risicomanagement. Hiermee kan de NVWA bepalen op welke risico’s de organisatie zich gaat focussen tijdens de inspecties. Een ander deel is bestemd voor het beleid van de ministeries van LNV en VWS.

NVWA

“We zijn een onafhankelijke afdeling binnen de NVWA”, vertelt De Jong. Het woord ‘onafhankelijk’ komt wel een stuk of tien keer voor in haar introductie. “Maar als jullie zo onafhankelijk zijn: hoe voorkom je dan dat je vanuit een ivoren toren ope-reert?” vraagt iemand uit de zaal. “Het gaat om de juiste balans”, antwoordt ze. “Natuurlijk hebben we contact met onze collega’s van de NVWA en luiste-ren we naar de problemen die er in de markt spelen. Maar het gaat erom dat we onafhankelijk onderzoek doen en de risico’s op een onafhankelijke manier be-oordelen en niet ongewenst worden beïnvloed. We willen geen situatie waarin het lijkt of de slager zijn eigen vlees keurt.”

Franse Kazen

In een heldere presentatie geeft De Jong inzicht in de manier waarop BuRO de risico’s van L. mono-cytogenes beoordeelt. Hierbij wordt gebruik ge-maakt van informatie die de NVWA zelf – en in sa-menwerking met het Rijksinstituut voor Volks-gezondheid en Milieu (RIVM) – verzamelt. Het gaat om de combinatie tussen voedsel (NVWA) en mens (RIVM). De Jong geeft een eerlijk beeld van de mogelijkheden én beperkingen van de onderzoeksmethode.

Het RIVM verzamelt informatie over de humane ziektelast. Dit onderzoek richt zich op mensen die een listeria-infectie hebben opgelopen. Hierbij plaatst ze meteen al een kanttekening: “In dat onderzoek zien we bijna alleen maar mensen die in het ziekenhuis zijn opgenomen. Dit zijn vaak mensen die al ziek waren of bepaalde medicijnen gebruik- ten voor ze de infectie opliepen. Het zijn de meest kwetsbare groepen uit onze samenleving. Het gaat hierbij om een relatief kleine groep patiënten. In de periode 2009 tot en met 2017 werd er bij 72 tot 115 patiënten per jaar een listeria-infectie geconstateerd.


Huisstam

Niet alleen de NVWA, ook bedrijven kunnen met de WGS-methode makkelijker achterhalen waar een besmetting vandaan komt. “Vind je in één bedrijf telkens hetzelfde type L. monocyto-genes? Dan weet je dat er een huisstam in jouw bedrijf woont”, legt microbioloog Aarieke de Jong uit. “Vind je telkens een ander type? Dan ligt de oorzaak waarschijnlijk elders, bijvoorbeeld bij de grondstof- leveranciers.”


Vleeswaren en gerookte vis

De Jong: “Maar het feit dat de ene persoon ziek wordt van een listeriabesmetting wil nog niet zeggen dat andere personen ook ziek worden van dezelfde besmetting.”

Om te achterhalen hoe de infectie is opgelopen, wordt van alle patiënten informatie verzameld. Zo krijgen zij een vragenlijst waarin onder andere gevraagd wordt wat zij gegeten hebben. Hieruit blijkt dat vooral vleeswaren, gerookte vis, haring en Franse kazen mogelijke boosdoeners zijn. Er wordt bovendien onderzocht met welk type listeria deze patiënten geïnfecteerd zijn. Dit gebeurde tot voor kort met PFGE, Pulsed Field Gel Electro- forese.

WGS

Sinds 2017 is BuRO overgestapt op WGS, Whole Genome Sequencing. “Het voordeel van WGS is dat we hiermee nauwkeuriger kunnen vaststellen om welk type listeria het gaat”, legt De Jong uit. “Het nadeel is dat we hier nog niet veel historie in opgebouwd hebben. We kunnen de WGS-data niet vergelijken met de via PFGE verkregen data. Daarom wordt een deel van de oude isolaten nu ook met WGS onderzocht, zo- dat we een vergelijking kunnen maken met de data uit het verleden.”

Zalm en kip

De NVWA doet onderzoek naar het voorkomen van listeria in levensmiddelen (zie figuur 2). “Wat hierin opvalt is dat niet veel monsters positief worden bevonden”, zegt De Jong. “In 2017 heeft de NVWA samen met het COKZ, de kwaliteitstoezichthouder voor de zuivel, ongeveer 8.700 monsters onderzocht op listeria. Hiervan zijn er 260 (3%) positief bevonden. In 2016 werden er circa 3.600 monsters onderzocht, waarvan er 150 (4%) positief waren.” Bij die positieve monsters wordt listeria aangetroffen in visproducten (gerookte vis, haring en garnalen), maar vooral in rauw vlees (schaap, geit, kip en rund).

Figuur 2. Listeria monocytogenes in levensmiddelen: een weergave van het totaal aantal monsters dat positief was voor deze bacterie per categorie levensmiddelen. Voor een aantal jaren is daarbij tevens het percentage dat positief was weer gegeven. De cijfers per jaar zijn onderling niet zomaar met elkaar te vergelijken: het onderzoek wordt elk jaar op basis van voorgaande resultaten opnieuw ingericht. Zo kan het type levensmiddel, de plek in de keten en het aantal genomen monsters van jaar tot jaar verschillen en daarmee ook het aantal positieve monsters, zowel absoluut (de balken) als relatief (de genoemde percentages). FRANSE KAZENBij een listeria-infectie zijn vooral vleeswaren, gerookte vis, haring en Franse kazen mogelijke boosdoeners.

Listeria op rund

De Jong vindt het  niet verwonderlijk dat listeria veel in rauw vlees kan zitten: “Belgisch onderzoek toonde aan dat bijna 100 procent van de koeien listeria op de vacht heeft zitten. Listeria komt dus met de dieren mee het slachthuis in. In een procesomgeving kan listeria zich goed handhaven, zodat vervolgens besmetting via de omgeving kan plaatsvinden”.

Ook bij deze monsters wordt er bepaald om welk type listeria het gaat. Vervolgens worden de gegevens van de voedingsmiddelenanalyses en humane ziektegevallen onderling en met elkaar vergeleken. Zo kunnen enerzijds uitbraken worden waargenomen, anderzijds wordt mogelijk inzichtelijk dat een type listeria dat gevonden is bij een patiënt overeenkomt met dat vanuit een levensmiddel. Dan heb je de bron van de infectie gevonden. Al lukt dat maar in een beperkt aantal gevallen.

Listeriastammen vergelijken

De Jong vervolgt: “Met WGS kun je ook op andere manieren listeriastammen met elkaar vergelijken. Het blijkt dat listeriastammen die van een bepaald dierlijk reservoir komen, gelijkenis met elkaar vertonen. Je kunt redelijk inschatten of een listeria van een kip komt of van een koe. Met de oude PFGE-techniek lukte dat niet. Zo kun je dus schatten wat het meest waarschijnlijke reservoir is geweest van waaruit een patiënt de listeria-infectie opliep. Vooral het plaatje van alle patiënten samen levert informatie op over waar we ons in Nederland het best op zou-den kunnen richten om de ziektelast van deze pathogeen te verminderen.”

L. monocytogenes serotype 4b

Is hiermee alles in beeld gebracht? “Nee”, zegt De Jong. “Er is één type listeria dat ons voor een raadsel zet. Dat is L. monocytogenes serotype 4b. Dit type treffen we vaak aan bij patiënten, maar vinden we zelden terug in levensmiddelen. Het is vooralsnog onduidelijk waar dit type vandaan komt. Misschien dat dit type wel goed groeit in de mens en niet op het groeimedium in het laboratorium? Of zit het in levensmiddelen die minder vaak door de NVWA worden onderzocht? We zijn een onderzoek gestart om dit raadsel te ontrafelen.”

Reageer op dit artikel