artikel

Waarschuw snel en gericht bij allergenen

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Waarschuw snel en gericht bij allergenen

Om te voorkomen dat allergische consumenten ziek worden van producten, neemt de keten een scala aan maatregelen. De allerlaatste maatregel is een waarschuwing voor producten die voor hen gevaarlijk zijn. Die informatie kan hen vollediger, sneller en gerichter bereiken. Daarin kan Nederland nog leren van het buitenland. Dit artikel is verschenen in VMT 6 van 11 mei 2018.

Vorig jaar werden veel recalls veroorzaakt door niet-geëtiketteerde allergenen. Fouten in de etiketinformatie en verwisseling van etiketten of product zijn veelvoorkomende redenen. Bedrijven hebben blijkbaar onvoldoende aandacht voor dit type fouten.

Als een allergeen ingrediënt niet is geëtiketteerd, voert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit na de melding van het bedrijf een risicobeoordeling uit. Hierbij worden reference doses gebruikt die zijn vastgesteld door Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) van de NVWA. Bij deze risicobeoordeling weegt de autoriteit de eventueel aanwezige waarschuwing dat het product mogelijk (sporen van) allergenen kan bevatten niet mee. Indekken door een fabrikant door een waarschuwing voor een kruisbesmetting te plaatsen die niet is onderbouwd, heeft dus geen zin. Voor plaatsing van een dergelijke waarschuwing kunnen echter ook gegronde redenen zijn. Bedrijven kunnen namelijk niet altijd een kruisbesmetting in alle producten voorkomen. Vorig jaar is melding gemaakt van een chocoladereep waarin hazelnoot is aangetroffen, terwijl hierop de waarschuwing stond: ‘gemaakt in een bedrijf waar ook noten worden verwerkt’. Hoewel het etiket een waarschuwing bevatte, is toch besloten tot een recall.

Een kruisbesmetting voorkomen is in de praktijk erg complex. Ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen kan het gebeuren dat een allergeen toch – in lage hoeveelheden – in een product terechtkomt. Vaak betreft dit niet alle afzonderlijke verpakkingen, maar gedeelten van sommige productiebatches. De verschillende partijen dienen met elkaar af te stemmen onder welke condities bedrijven wel een waarschuwing op het etiket mogen of moeten zetten, zodat die wel meeweegt in risicobeoordelingen van de NVWA.

Europese harmonisatie

Naast de NVWA heeft eind vorig jaar ook het Belgische Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) reference doses vastgesteld. Die liggen vele malen hoger dan de waarden van BuRO NVWA, en ook hoger dan Vital. Andere landen zoals Denemarken en Duitsland hanteren de Vital reference doses, waardoor voor bedrijven onduidelijkheid ontstaat en ook problemen bij im- en export binnen de lidstaten.

Begin dit jaar is de European Food Safety Authority (EFSA) gestart met het project  ‘Detection and quantification of allergens in foods and minimum eliciting doses in food allergic individuals’. Een van de doelstellingen daarvan is te komen tot een wetenschappelijke onderbouwing voor het vaststellen van Europese drempelwaarden voor allergenen. Dit project loopt echter tot 2021,  waardoor deze geharmoniseerde Europese waarden nog geruime tijd op zich laten wachten. 

Meldingen versnipperd

Op de website van de NVWA zijn niet alle meldingen voor allergenen te vinden. Vorig jaar meldde de NVWA 40 waarschuwingen op de website. Via het netwerk van patiëntenorganisaties en  Productwaarschuwing.nl verschenen 14 aanvullende meldingen, zodat het totaal op 54 komt.

Vaak vermelden deze sites waarschuwingen voor allergenen dagen eerder dan de NVWA, soms zelfs meer dan een week eerder. NVWA-woordvoerder Benno Bruggink heeft in het tv-programma Kassa op 17 februari toegezegd dat de autoriteit alle voedselwaarschuwingen eerder zal doorgeven via de website, Twitter en Facebook. Volgens Bruggink wacht de NVWA voortaan niet meer totdat ze  volledig is geïnformeerd door de fabrikant, maar gaat ze de eerste melding  direct doorplaatsen. “We gaan er alles op inzetten om voor consumenten het centrale informatiepunt te worden”, beloofde Bruggink.

FNLI blij met centralisering 

De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) juicht de verhoogde aandacht voor directe en centrale melding van onjuist geëtiketteerde producten toe, aldus Geert de Rooij, manager Wetgeving & Voedselveiligheid bij de koepelorganisatie. “Twee jaar geleden hebben we de NVWA daartoe al opgeroepen.” Hij benadrukt dat consumenten juist en volledig geïnformeerd moeten worden. “Zeker bij allergenen, waarbij de juiste informatie letterlijk van levensbelang kan zijn.”

De Rooij noemt het spijtig dat er meer allergenenrecalls worden uitgevoerd. Als brancheorganisatie heeft ze besloten tot een update van de bestaande FNLI-handleiding ‘Beheersing van het risico op versleping allergenen’ van januari 2017. Daarin zullen ook nieuwe inzichten worden opgenomen uit onder andere het certificatieschema SimplyOK. Allergenenrisico’s ontstaan namelijk niet alleen door versleping, kruisbesmetting. Vaak ligt de oorzaak in databeheer en –systemen binnen bedrijven.

Stichting VoedselAllergie

De Stichting VoedselAllergie stuurt bij allergiewaarschuwingen e-mail- en socialmedia-alerts aan alle leden. De patiëntenvereniging is echter niet altijd op de hoogte van de meldingen. De stichting pleit voor een simpele en snelle manier om de allergische doelgroep gericht te bereiken. Hierbij ziet stichtingsvoorzitter Erna Botjes een rol weggelegd voor de NVWA. Bij allergenenmeldingen zou de voedselautoriteit de patiëntenverenigingen direct kunnen informeren, om zo van deze communicatiekanalen gebruik te kunnen maken. Nog beter zou het volgens haar zijn als de NVWA zelf deze communicatie voert, bijvoorbeeld zoals de Engelse Food Safety Authority (FSA) dat doet. Consumenten kunnen daar zich aanmelden voor allergy alerts per allergeen. Bij een waarschuwing over allergenen die voor hen relevant zijn, ontvangen ze een sms of een e-mail.

Deze werkwijze voorkomt ook dat meldingen ondersneeuwen. Onder andere door de veelheid van meldingen blijkt dat de attentiewaarde ervan afneemt. Volgens Botjes opent maar 40 procent van de ontvangers de e-mailalerts die de stichting verzendt. Andere redenen voor deze lage score is dat de ontvanger het betreffende product niet eet of daar niet allergisch voor is. Ook zijn de fouten soms zo voor de hand liggend dat ze bijna ongeloofwaardig zijn. Zo werden lacherige opmerkingen op social media geplaatst bij een recall van een pindareep waarbij pinda niet als ingrediënt was vermeld.

Hoewel de patiëntenvereniging begrijpt dat er fouten gemaakt worden, is volgens voorzittter Botjes meer aandacht nodig om ogenschijnlijke slordige en onnodige fouten te voorkomen. Ze benadrukt ook de noodzaak om de consument vertrouwen te geven door allergenenrisico’s waar mogelijk uit te sluiten, en bij onvermijdbare en onderbouwde risico’s dit duidelijk te communiceren. “De merkentrouw van de allergische consument is erg groot. Daardoor zullen deze inspanningen zeker lonen”, aldus Botjes.

 

Reageer op dit artikel