artikel

Met je monster naar de dokter

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Met je monster naar de dokter

Dr. A. Verwey in Rotterdam focust op snelle verkrijging van analyseresultaten. Het overgrote deel van de monsters voor dit onderdeel van Agrolab is afkomstig van oliën en vetten en grondstoffen voor feed en food. Zelf roemen zij hun klantgerichtheid. In de markt zien zij nog volop kansen. Uitstapjes naar andere sectoren zijn niet te verwachten. Focus is het devies. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 14.

‘Laboratorium Dr. A. Verwey’ is al van grote afstand boven op de gebouwen te lezen. Laboratorium in grote, witte, strak gevormde letters. De naam in zwierige, groene neonletters die doen denken aan de jaren vijftig en zestig. Wachtend voor de brug over de Coolhaven – twee binnenvaartschepen moeten worden geschut – heb ik alle tijd om de omgeving te bekijken. Dit was ooit het hart van de haven van Rotterdam. Bijna een eeuw later zijn tankers en bulkcarriers, geladen met eet bare oliën en vetten en grondstoffen voor feed, nog steeds de belangrijkste clientèle van deze dokter. Een kwartier te laat rijd ik per ongeluk de auto vrijwel voor de ingang op de binnenplaats, waar ik hem mag laten staan. Ze doen niet moeilijk in Rotterdam. De gebouwen doen gedateerd aan. “Vroeger waren het hier allemaal huizen en garages. In de loop der tijd zijn ze door ons omgebouwd tot laboratorium”, vertelt sitemanager Heiko Teuber even later met een Duits accent.

Uitbreidend werkgebied

Hoewel de oliën- en vettenindustrie ook nu nog de belangrijkste sector is voor het lab, is de aard van het werk sterk veranderd. “Vroeger analyseerden we vooral het vrijwel onbewerkte product. Tegenwoordig gaat het om vergaand gezuiverde en verwerkte producten, zoals vetzuren en derivaten daarvan als lecithine en glycerine”, weet hij. “Feed is daarbij gekomen. En nadat we in 2011 door Silliker werden verkocht aan onze huidige eigenaar Agrolab, hebben we ook weer microbiologie opgezet voor zowel feed als food. Grote klanten vragen daar om. Zij willen het liefst de bulk van al hun analyses onderbrengen bij één lab. Voordeel is ook dat onze eigen microbioloog feeling heeft bij de aangeleverde producten. Laatst ontdekte hij bijvoorbeeld dat het monster niet zonnebloemolie bevatte, maar leek op clarinol. Top! Dat kan onze klantenservice dan direct terugkoppelen aan de klant. Die weet dan dat er ergens iets fout is gegaan en kan snel actie ondernemen. Dat meedenken waarderen klanten enorm.” Chemische analyses vormen met 90 procent de hoofdmoot van de bepalingen, microbiologie is ondersteunend. Dit betreft vooral de standaardanalyses. De meer gespecialiseerde analyses zijn vaak niet zo tijdkritisch en worden gestuurd naar het lab in Kiel, 100 kilometer van Hamburg vandaan.

Snelle resultaten

Snelheid bij analyses vinden hun grote klanten zeer belangrijk. Het gaat immers om veel geld. Schepen met grote tonnages product kunnen vaak niet eerder worden gelost dan nadat bij aankomst in de haven is gebleken dat de lading aan de gestelde specifica ties voldoet. Haast is dus geboden. Daar is het lab dan ook op ingericht en – zeker zo belangrijk – worden de medewerkers op ge selecteerd. Rederijen hebben immers geen 8 tot 5 mentaliteit, maar komen ook ’s nachts en in het weekeinde. “Onze medewerkers regelen het analyseren van die monsters tot nu toe zelf ”, vertelt laboratoriummanager Wilma Holtslag. “Daar heb ik me echt over verbaasd toen ik hier negen maanden geleden kwam. De mensen zijn erg gedreven en klagen daar niet snel over. Nu het aantal schepen structureel toeneemt, moeten we dit gaan regelen om ervoor te zorgen dat de medewerkers niet te veel werken. Anders gaan ze door.” Teuber vindt deze gedrevenheid in combinatie met de aanwezige kennis bij de analisten de grootste kracht van ‘zijn’ lab. Vele analisten werken hier al tien, zelfs tientallen jaren. “Apparatuur is overal te koop. Daarmee kun je je als lab niet onderscheiden van anderen.”

Pesticiden, MOSH EN MOAH

Het pesticidenonderzoek is veruit de grootste tak van het lab. Vijf triple quads – twee GC-MS-MS en drie LC-MS-MS – vormen daarvan het hart. Het paradepaardje, de 6500 LC-MS-MS van Sciex, meet veel gevoeliger dan zijn voorgangers. Holtslag: “Dat stelt ons in staat om monsters op een lager niveau te meten. We kunnen daardoor monsters meer verdunnen, zodat we geen last meer hebben van verontreinigingen die de analyse kunen verstoren. Hierdoor kunnen we de voorbehandeling vereenvoudigen en sneller de resultaten rapporteren.” Een ander voorbeeld is de bepaling van MOSH en MOAH. Die worden in een keer gemeten met behulp van een LC-GC en twee FID’s (vlamionisatiedetectoren). Teuber: “De koppeling tussen de LC en GC is niet zo gemakkelijk. Bij een GC werk je met een draaggas, terwijl je bij een LC werkt met een eluens (loopvloeistof). Maar pas met de geïntegreerde clean-up wordt het interessant. Dan kun je 24/7 in één run gelijktijdig de MOSH en de MOAH meten.” Deze methode biedt een hoge monsterdoorvoersnelheid, reproduceerbare waardes, hoge gevoeligheid en halveert het verbruik aan solvent.

Druk en kwaliteit

Vanwege de grote financiële belangen van de traders en receivers – kopende partij – wordt er soms druk uitgeoefend op het lab om resultaten te snel vrij te geven. Teuber zegt daar niets van te willen weten. Hetzelfde geldt voor zijn medewerkers. “Als je ’s nachts wakker wordt gemaakt met de mededeling dat men je analyseresultaat niet vertrouwt, dan moet je kunnen zeggen: ga maar weer slapen, het klopt. Dat is de basis. Als klanten gaan twijfelen over de kwaliteit van de resultaten, ben je verloren. Daar doen we dus geen concessies aan. Nóóit.” Later zal hij vertellen dat het lab minimaal eens per jaar deelneemt aan ringtesten voor zijn analysemethodes. Voorgeschreven is eens in de vier jaar. Teuber: “De holding vindt kwaliteit erg belangrijk en wil elk kwartaal de resultaten van de ringtesten zien. Vorig jaar zijn we, meen ik, op plek twee van de twintig Agrolabs geëindigd. Behoorlijk goed.” Belangrijke klanten zijn handelaren, maar ook grote producenten van diverse grondstoffen uit alle hoeken van de wereld. Zij laten hun producten analyseren nadat die zijn aangekomen in de Rotterdamse haven en voordat ze die kopen, verkopen of verder verwerken. Ook na het raffineren en veredelen laten zij het eindproduct analyseren. “Onze klanten zitten verspreid over de hele wereld. Gisteren zat ik nog met een klant uit Colombia om tafel. Die moest bij zijn huidig extern lab acht tot zelfs tien dagen wachten op de resultaten van zijn standaard kwaliteitsanalyse. Wij kunnen de meeste analyseresultaten nog op dezelfde dag bij hem aanleveren.”

Eigen ontwikkeld LIMS-syteem

Alle resultaten zet Agrolab in zijn zelf ontwikkelde LIMS-systeem. Een eigen IT-afdeling met meer dan 35 medewerkers is constant bezig alle wensen te voldoen van de laboratoria binnen Agrolab en van hun klanten. Teuber: “Zo is ook Aloora ontstaan. Dat is een klantportaal waarmee klanten direct in ons LIMS-systeem kunnen kijken. De klant plaatst hier zelf zijn order en kan in zijn eigen klantportaal vervolgens het verloop van de analyse volgen, zodat hij bijvoorbeeld ook weet wanneer hij de resultaten ontvangt of om een certificaat kan vragen. Ook dat komt de snelheid ten goede.” De resultaten kan de klant des ge wenst laten inlopen in zijn eigen systeem, al worden de analyse rapporten – zelfs bij grote klanten – soms nog met de hand in het eigen systeem ingevoerd. De analyseresultaten blijven in Aloora opgeslagen, waar klanten die kunnen inzien en trendanalyses kunnen maken. Holtslag: “Vanmorgen kregen we de vraag hoe de vetzuursamenstelling varieert. Hoewel de klant het in principe zelf kan doen, kunnen we dat voor hem in een Excel-sheet uitdraaien. Dat zijn extra’s die je je klant kunt aanbieden. Op het vlak van milieu is dat al standaard. In feed en food zie je de belangstelling hiervoor enorm toenemen nadat de klant er kennis mee heeft gemaakt. Natuurlijk kunnen grote klanten dat alles in hun eigen systemen ook, maar de laag bedrijven daaronder wellicht niet. Die kunnen dus hun gegevens opslaan, naslaan en verwerken in hun eigen portaal van ons systeem. Daarvoor rekenen we geen kosten.”

Marktkansen

Teuber ziet volop marktkansen voor zijn lab in feed, maar ook in food. Veel wil hij er niet over kwijt. “Zo komt er een nieuwe geavanceerde analyse naar Rotterdam die is ontwikkeld in het lab in Kiel. Deze methode met behulp van een nog modernere triple quad zal worden ingezet voor de analyse van bijna 600 pesticiden in kruiden, met name peper. Een erg moeilijke matrix, omdat de veelal typische producteigenschappen van kruiden en specerijen, zoals etherische oliën, de bepaling kunnen verstoren. Dat vergt veel kennis en kunde van de analisten.” Het is duidelijk: Agrolab kiest voor specialistische bepalingen en gaat niet de strijd aan met routine matige analyses, waar prijsconcurrentie een grote rol speelt. “We willen ons onderscheiden”, aldus Teuber. Hij vervolgt: “Je moet niet alle matrixen willen onderzoeken, anders ben je nergens goed in. Wij komen uit de grondstoffenindustrie, waar onze klanten in de oliën- en vettenindustrie telkens de chemische eigenschappen van hun producten aanpassen aan de vraag van hun klanten. Telkens moeten wij zelf dus nagaan of onze analysemethodes nog optimaal zijn en waar nodig bijstellen. Daar zijn we sterk in en willen we ons op blijven focussen.”

Accreditaties sterk uitbreiden

“Verder zullen we ons in ieder geval zeer sterk richten op de uitbreiding van accreditaties, zowel voor feed als food. Dat wordt steeds belangrijker. Ik zie hier zo veel mogelijkheden om de business uit te breiden dat het meer de vraag is hoe ik dat alles voor elkaar krijg.” Omdat grote klanten steeds meer aandacht krijgen voor milieu en arbeidsomstandigheden, heeft het lab deelgenomen aan de certificering voor ISO 14001 (milieu) en ISO 50001 (energiemanagement). Teuber: “Deze certificaten zijn nog geen absolute vereiste. Toch zijn er al voorbeelden van tenders waarbij je hiervoor extra punten krijgt. Juist op een locatie als deze, omringd door woonhuizen, is het voor ons belangrijk goed zicht te hebben op dergelijke zaken.” Bij de latere rondgang door het versnipperde lab worden ook de foto’s gemaakt. Om het snelle werken te verbeelden, stelt de fotograaf voor om enkele labmedewerkers met labbenodigdheden snel heen en weer te laten lopen. Holtslag aarzelt geen moment en antwoordt: “Dan gaan we dat toch effe regelen.” Ze doen niet moeilijk in Rotterdam. Een labmedewerker merkt op dat ze hiervoor geen tijd heeft: “Er ligt een boot te wachten.”

 

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 14 binnen het thema Voedselveiligheid en Kwaliteit.

Reageer op dit artikel