artikel

Industrie start met aanpak fraude

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Industrie start met aanpak fraude

In januari lanceerden SSAFE en PwC wereldwijd de Food Fraud Vulnerability Assessment (FFVA). Veel partijen zijn met de tool aan de slag gegaan, maar er moet nog veel gebeuren om de kwetsbaarheid voor voedselfraude te verminderen.

Ook is er een wetenschappelijk onderzoek naar fraude gestart met eerste resultaten.

Voedselfraude is een oeroud fenomeen dat zich door voedselschaarste, veranderende consumptiepa tronen en urbanisatie steeds sterker manifesteert. Toch is er nog relatief weinig bekend over de omvang en impact. PwC is, ondersteund door Wageningen UR, in februari gestart met een wetenschappelijk onderzoek naar voedselfraude. Dat richt zich op het analyseren van de verliezen door voedselfraude en de kosten en opbrengsten van maatregelen die fraude beogen terug te dringen in zowel de Nederlandse als internationale voedingsmiddelenindustrie. De eerste resultaten laten zien dat de verliezen breder zijn dan alleen van financiële aard (zie kader). De impact door voedselfraude is vooral groot op consumentenvertrouwen en verkoop. Verder hadden van de onderzochte cases het melanineschandaal en het paardenvleesschandaal de grootste impact en verliezen.

Overheden reageren

Naast de toenemende aandacht voor voedselfraude vanuit de sector hebben overheden meer aandacht voor de aanpak van voedselfraude. Een voorbeeld daarvan is operatie Opson. Deze door Interpol en Europol gecoördineerde operatie heeft onder meer tot doel de georganiseerde misdaad die zich bezighoudt met de internationale handel in namaakgoederen te identificeren en te ontwrichten. Daarnaast versterkt Opson de samenwerking tussen toezichthouders in de voedingsmiddelenindustrie enerzijds en politie en justitie anderzijds.

De relatie tussen toezicht en opsporing of handhaving is internationaal nog in ontwikkeling. Pas na het paardenvleesschandaal en op advies van professor Chris Elliot werd in juli 2014 de Food Crime Unit in het Verenigd Koninkrijk inge steld. Vol gens Elliot mag de Nederlandse Inlichtingen- en Opsporingsdienst, on – derdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), worden gezien als een van de effectievere samenwerkingen tussen toezicht en opsporing.

Europol en Interpol publiceerden in maart dit jaar de resultaten van operatie Opson V. Deze internationale (57 landen) en integrale operatie vond plaats tussen november vorig jaar en februari van dit jaar. Bij deze actie waren politie, douane, nationale voedsel- en warenautoriteiten en partners uit de private sector betrokken. Er werd meer dan één miljoen liter en 10.000 ton vervalst voedsel in beslag genomen, waaronder 85 ton olijven in Italië. Deze olijven waren met kopersulfaat behandeld om de kleur te verbeteren. Deze grote hoeveelheden lijken nog maar het topje van de ijsberg te zijn. Europol en Interpol geven aan dat de complexiteit en schaal van fraude omvangrijk zijn en meer internationale samenwerking vragen. De toename van de frauduleuze activiteiten zou te wijten zijn aan een kleine pakkans en door de beperkte schaal waarop industrie en overheid samenwerken om dit fenomeen te bestrijden.

Andere aanpak

De grote voedingsmiddelenorganisaties die samenwerken in SSAFE (Cargill, Coca-Cola, Danone, Fronterra, Kellogg’s, Kerry, Keystone, McDonalds, Nestlé en SAB Miller) hebben al in 2014 geconcludeerd dat de bestrijding van voedselfraude een andere aanpak vraagt dan de borging van voedselveiligheid en kwaliteit. In het artikel in VMT 6 van dit jaar beschreef professor Saskia van Ruth van Wageningen UR al dat ‘fraude met voedsel per definitie opzettelijk en voor eigen economisch gewin is’. Deze opzettelijkheid maakt de bestrijding anders, want wanneer een bepaalde vorm van fraude succesvol wordt bestreden, zullen fraudeurs een andere vorm van fraude zoeken. Dat is niet het geval bij bijvoorbeeld hygiënerisico’s. Als de succesvolle beheersmaatregelen zijn geïmplementeerd, zal het risico beheersbaar blijven. De aanpak van fraude op basis van traditionele, vrij statische risicobeheersmaatregelen is daarom ontoereikend.

Daarom is ervoor gekozen om de Food Fraud Vulnerability Assessment (FFVA)- tool te baseren op de fraudedriehoek, waarbij opportunities (geschikt doelwit), motivations (gemotiveerde dader) en gebrek aan toezicht (control measures) worden geïdentificeerd.

FFVA-tool breed inzetten

SSAFE, PwC en hun wereldwijde samenwerkingspartner hebben sinds de wereldwijde lancering via de SSAFE-website en ffv.pwc.com/vsat/ diverse initiatieven ondernomen om de tool en de bijbehorende kennis onder de aandacht te brengen. De SSAFE-leden promoten het gebruik onder eigen organisaties, leveranciers en afnemers. Daarnaast heeft PwC de tool in zestig landen aan zijn retail- en consumernetwerk gepresenteerd en zijn er diverse bijeenkomsten georganiseerd, waaronder een presentatie tijdens de Global Food Safety Conference 2016 in Berlijn.

Vier maanden nadat de tool is gelanceerd, laten de eerste resultaten zien dat de tool al breed wordt geadopteerd. Ruim 750 gebruikers hebben zich inmiddels geregistreerd. Zij hebben 350 assessments afgerond, verspreid over meer dan vijftig landen. Het is in deze fase nog lastig om te beoordelen of de gebruikers de assessments hebben afgerond met als doel over te gaan tot implementatie van beheersmaatregelen (CCP’s).

Op dit moment vraagt alleen BRC Global Standard for Food Safety Issue 7 gecertificeerde organisaties een systeem te implementeren om de blootstelling aan voedselfraude te reduceren. De deze zomer verwachte GFSI Benchmarking Requirements – voorheen aangeduid als Guidance Document versie 7 – zal van alle gebenchmarkte standaarden vragen een vulnerability assessment (kwetsbaarheidsanalyse) uit te voeren en control plans (beheersmaatregelen) in te stellen. Hierdoor mag worden verwacht dat binnenkort ook schema’s als FSSC 22000, IFS en SQF vergelijkbare eisen opnemen. Op dit moment onderzoekt FSSC 22000 in een pilot wat de impact van de GFSI-vereisten zal zijn en hoe de SSAFE/ PwC-tool daarbinnen past.

Nederland neemt het voortouw

Toch vallen er interessante lessen te trekken uit deze eerste gebruikersgroep. Het valt al gelijk op dat de meeste geregistreerde gebruikers afkomstig zijn uit Nederland: maar liefst een derde. Nog interessanter is het om stil te staan bij wat deze gebruikersgroep rapporteert. Zij kunnen immers uw leverancier of afnemer zijn. 49 procent geeft aan dat er eenvoudige technieken beschikbaar zijn om producten te vervalsen. 44 procent heeft geen fraude-detectiesysteem geïmplementeerd of autenticiteitsonderzoek uitgevoerd. 38 procent heeft geen klokkenluidersregeling om fraude in de organisatie te rapporteren. 43 procent screent relevante medewerkers niet op fraudegevoeligheid. 42 procent van de directe leveranciers heeft geen voedselveiligheidsmanagementsysteem of dat wordt niet extern gecertificeerd. 4 procent geeft aan betrokken te zijn bij een misdrijf of rapporteert dat zij in het verleden regelmatig overtredingen heeft laten zien of meegemaakt.

Al eerder is aangegeven dat deze resultaten dienen te worden genuanceerd, gezien mogelijk testgebruik. Toch kan op basis van het aantal gebruikers, die deze resultaten rapporteren via de tool, worden vermoed dat fraudereductie een onderwerp is dat nog veel aandacht vraagt en veel organisaties nog geen begin hebben gemaakt met het inventariseren van kwetsbaarheden. Laat staan dat ze beheersmaatregelen hebben bedacht en geïmplementeerd.

Kennisdelen noodzakelijk

Veel gebruikers geven aan dat het niet eenvoudig is om een vulnerability assessment uit te voeren. Het gebruik van de tool leert hen dat veel vragen input vereisen van andere organisatiedisciplines, zoals inkoop, financiën, juridisch of commodityhandel. Er is relatief weinig feitelijke informatie over fraude aanwezig. Gebruikers werken daarom vaak samen met deze disciplines om tot antwoorden te komen en zoeken ook de dialoog met leveranciers en afnemers om meer informatie te verkrijgen. Gebruikers vragen om deze reden ook naar een vorm van kennisdeling of benchmarking van assessments. SSAFE en PwC verwachten in maart volgend jaar een eerste rapportage te publiceren, waarbij gedetailleerde assessmentresultaten op algemeen niveau worden gedeeld.

Ook wordt gedacht aan het verder toevoegen van functionaliteiten, zoals benchmarking, en zijn eerste gesprekken gestart over informatiedeling op industrieniveau. Doel van deze gesprekken is te onderzoeken of de resultaten van fraude-assessments op een vertrouwelijke, niet-competitieve manier kunnen worden gedeeld, met in achtneming van mededingingsregelgeving. Immers, een leverancier die effectief fraudemaatregelen invoert en dit op verzoek inzichtelijk maakt aan een van zijn afnemers, zou dit misschien weleens willen delen met een andere afnemer zonder de inhoud van de maatregelen te hoeven delen. Een platform dat dergelijke informatie effectief kan delen zonder concurrentiegevoelige informatie openbaar te moeten maken, zou voorkomen dat leveranciers van iedere afnemer afzonderlijk controles ondergaan op het vlak van fraudereductie.

Eerste onderzoeksresultaten

De eerste resultaten van het onderzoek naar voedselfraude laten zien dat de verliezen breder zijn dan alleen van financiële aard. Er zijn vijf categorieën:

  1. Sociale verliezen en straffen zoals gezondheidskwesties, schending van religieuze of ideologische overtuigingen en straffen opgelegd door rechtbanken. Een voorbeeld van een case met sociale verliezen is een fraude-incident in 2007 waarbij vlees met opzet omgekat was naar halalvlees. Deze partij bleek na onderzoek niet te voldoen aan de normen van de islam.
  2. Verliezen door beslissingen van overkoepelende organen, zoals brancheorganisaties of overheden. Een voorbeeld hiervan is het voorstel, in februari dit jaar gedaan door David Granieri, president van het consortium van Italiaanse olijfolieproducenten. Hij pleitte voor verscherpte controles op de olijfolie-import naar Italië na een fraudeincident met olijfolie diezelfde maand.
  3. Verliezen in consumentenvertrouwen. Een goed voorbeeld daarvan is het melanine- schandaal van september 2008, waarbij 45,3 tot 63,3 procent van de Chinese consumenten Chinese zuivelproducten als onveilig beschouwden. Het vertrouwen is nog maar beperkt teruggewonnen.
  4. Verliezen door afnames van verkoop. Bij deze categorie zijn ook dalingen van aandeelprijzen opgenomen en overpayment. Daaronder verstaan we het bedrag dat te veel betaald wordt voor het frauduleuze product ten opzichte van het originele product, bijvoorbeeld wanneer een goed kope vis is omgekat naar een duurdere vissoort. Een voorbeeld van verkoopdaling is de extreme daling (13%) van diepvriesmaaltijden in het Verenigd Koninkrijk in de periode van 21 januari tot 17 februari 2013 door het paardenvleesschandaal. Hierbij moet worden aange tekend dat de omzetverliezen als gevolg van het paardenvlees nog nauwelijks volledig in beeld zijn gebracht. In Nederland bleken alleen in de casus Selten 1.871 bedrijven direct te zijn betrokken en naar schatting bijna 7.000 bedrijven indirect. Onbekend is in hoeverre zij met aantoonbare directe daling van verkopen zijn geconfronteerd.
  5. Verliezen door recallkosten. Daarin worden de directe en de indirecte kosten door een recall meegenomen.
Reageer op dit artikel