artikel

Dioxinecapaciteit via LZV uitgebreid

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Dioxinecapaciteit via LZV uitgebreid

Eurofins Lab Zeeuws-Vlaanderen nam in 2014 zijn nieuwe dioxine-onderzoekscentrum in gebruik. Inmiddels staan er vier GC MS/MS-apparaten.

Bij een dioxinecrisis krijgen bedrijven nu sneller uitsluitsel over hun producten. Een gesprek met businessunitmanager Daphne van Damme en operationeel manager Guido De Clercq.

“Eurofins nam drie jaar geleden Lab Zeeuws-Vlaanderen over van oprichter Jos Heijens”, steekt businessunitmanager Daphne van Damme van wal. “Jos was in 1991 in zijn eentje begonnen met grondanalyses voor bemestingsadviezen en wist dit uit te breiden naar mestanalyses, kuil- voeranalyses – voedingswaardebepaling voor het vee – en later milieuanalyses.” De vondst van veel te hoge gehaltes chlormequat in peren eind jaren negentig was aanleiding voor Heijens om ook het onderzoek naar residuen in met name groenten en fruit op te pakken. “We schaften daarvoor toen een LC MS/MS aan. TNO kwam nog kijken of wij dat apparaat wel echt hadden staan. Dat was toen het enige grote lab met dergelijke apparatuur”, herinnert Van Damme zich. In 2011 breidde Heijens de bedrijfsruimte uit van 1.800 naar de huidige 3.600 vierkante meter. Bij gebrek aan opvolging verkocht hij het lab begin 2013 aan Eurofins.

Positie versterken

Met de overname van LZV wilde Eurofins zijn positie in de agrarische sector versterken. “Tegelijkertijd bleek uit analyse dat er voor dioxine-onderzoek marktpotentieel was”, vertelt Van Damme.

Operationeel manager Guido De Clercq, verantwoordelijk voor het dioxine-onderzoek: “Dioxines komen, zij het veel minder dan vroeger, nog steeds in ons milieu terecht en daarmee in ons voedsel. Belangrijke risicogroepen zijn eieren, vlees, olie, melk en melkproducten, babyvoeding en diervoeders. Steeds meer producenten willen de gehaltes in hun producten weten en zo de vinger aan de pols houden.”

Eurofins GfA in Hamburg herbergt het Eurofins Competence Centre voor dioxine-onderzoek. Door dit onderzoek ook in Graauw onder te brengen, vergroot Eurofins naast de capaciteit ook de continuïteit, dus leverbetrouwbaarheid. “Als er weer een crisis uitbreekt, zoals kort geleden in Brazilië, is er voldoende capaciteit”, aldus De Clercq. “Ook kunnen we nu intern onder meer methoden en analysecapaciteit van vestigingen met elkaar vergelijken en optimaliseren.”

GC MS/MS

In januari 2014 werd definitief besloten het dioxine-onderzoek in Graauw onder te brengen. Van Damme: “We wilden zo snel mogelijk commercieel gaan. Aan het eind van dat jaar wilden we onze accreditatie behalen. Er zat dus tijdsdruk op.” De Clercq: “Daarom hebben we de voorbehandelingsmethodes die in Hamburg werden gehanteerd één op één overgenomen.”

Voor de daadwerkelijke bepaling heeft LZV twee GC MS/MS-apparaten gekocht. Die zijn minder specifiek dan de GC-HRMS, de referentiemethode. Deze massaspectrograaf met hoge resolutie meet het gewicht van de afzonderlijke moleculen. De dubbelmassaspectrometer daarentegen, selecteert in een eerste fase stoffen met een bepaalde range in het molecuulgewicht, schiet die moleculen in de tweede fase met elektronen in stukken en analyseert in de derde fase of bepaalde stukken molecuul aanwezig zijn die corresponderen met dioxinemoleculen. De Clercq: “GC MS/MS is net zo gevoelig, terwijl de aanschafkosten substantieel lager zijn dan die voor een massaspectroscoop met hoge resolutie.”

Vorig jaar juni zijn er opnieuw twee GC MS/MS-apparaten aangeschaft van het Amerikaanse bedrijf Agilent. Een run duurt circa 50 minuten. Rekening houdend met onder meer kwaliteitscontroles en onderhoud kan een apparaat gemiddeld 44 monsters per dag analyseren. De Clercq: “Van de meeste monsters worden zowel de dioxines als de pcb’s gevraagd, dus feitelijk gaat het om 22 monsters per dag. Een dergelijke bepaling kost al gauw 300 tot 400 euro.”

Dierlijke producten

Voornamelijk vlees, vis, eieren, melk en oliën zijn goed voor circa 70 procent van de analyses. Voor de rest gaat het vooral om diervoeder. Van Damme: “Producten als groenten en fruit bepalen we eigenlijk alleen bij incidenten. Denk aan de brand in Moerdijk, waar stoffen in de rook konden neerslaan op de gewassen.”

Veruit de meeste monsters worden via de andere labs van Eurofins aangeleverd. Die boeken de monsters van hun klanten in het centrale systeem in, samen met alle specifieke wensen en productkenmerken. “Wij hoeven dan alleen nog het monster bij binnenkomst te scannen en hebben dan alle relevante informatie in één keer bij de hand”, zegt De Clercq. “Wij adviseren de klant altijd om zowel dioxines als pcb’s te laten bepalen omdat je dan volledig test volgens de Europese wetgeving. “Als je een van beide aantreft, is het risico groot dat je ook de andere stof aantreft. Niet alle klanten willen dat, waardoor zij grote risico’s lopen als er later in de keten te hoge gehaltes worden ontdekt.”

Meetonzekerheid

Voor de klant is belangrijk of de analyseresultaten onder of boven de wettelijke grens vallen. Van Damme: “Bij pesticiden hanteren supermarkten bovenwettelijke grenzen om er verzekerd van te zijn dat hun producten veilig zijn. Bij dioxines heb je dat gelukkig niet.”

De Clercq: “GC MS/MS is een bevestigingsmethode. Dat scheelt tijd en voorkomt valse positieve uitslagen.”

Voordat een overschrijding van de wettelijke normen wordt gerapporteerd, wordt intern een tweede analyse gedaan. “Stel dat de norm 100 is en we vinden 110 en 115 met een meetonzekerheid van 15 procent. In Europa moeten wij dan het gemiddelde nemen, dus 112,5 en daarvan twee keer de meetonzekerheid afhalen, dus 30 procent. Zeg dat we op 80 uitkomen. Volgens de wet voldoet het monster dan aan de wettelijke norm. Persoonlijk vind ik dat erg krom. Er is twee keer sprake van een overschrijding en toch moeten beide metingen naar beneden worden bijgesteld. Voor hetzelfde geld levert de tweede meting een te lage waarde op die naar boven moet worden aangepast.”

Meldplicht

In Nederland geldt nog geen meldplicht voor bovenwettelijke waarden aan pesticiden, wel voor contaminanten zoals dioxine in producten van dierlijke oorsprong. “Die melden we via de NVWA-site”, aldus Van Damme. “Tot nu toe hebben we bij food minder dan 1 procent overschrijdingen – dat aantal is echt minimaal. De meeste overschrijdingen vinden we bij feed, niet zo zeer in het kant-en-klare eindproduct, maar in de afzonderlijke grondstoffen. Bijvoorbeeld in koperchloride waar tijdens de productie dioxine wordt gevormd. Dat hebben we al een paar keer meegemaakt.”

Kwaliteitscontroles

Tijdens de rondleiding door het lab komen we in de hal waar een aantal certificaten aan de wand hangen. Van Damme wijst naar die van de ringtesten. “Die goede scores bevestigen onze kwaliteit. Goede apparatuur is belangrijk, maar de mensen zelf zijn uiteindelijk bepalend voor de kwaliteit.”

Opvallend zijn de certificaten van het Bundesverband Naturkost Naturwaren (biologische producten) en ‘relana’. “Dat laatste is een afkorting van reliable analysis”, licht Van Damme toe. “Adviesbureau Lach und Bruns heeft een eigen kwaliteitskring van elf labs die het met advies ondersteunt, maar ook beoordeelt. Het adviesbureau kijkt bijvoorbeeld naar hoe lang het duurt voordat we een klant de analyseresultaten toesturen, of er rare stoffen in het monster zitten, of we de klant goed informeren, de conclusies goed onderbouwen op het rapport, de rapportage van ons lab toegevoegde waarde heeft , of er dingen ontbreken en of de foto’s van het ontvangen productmonster goed zijn. Het rapport is enkel voor je eigen lab, maar je kunt wel zien hoe je kwantitatief scoort ten opzichte van de andere tien labs.”

Toekomst

Op dit moment maken de dioxinebepalingen enkele procenten van het totale aantal analyses uit. De Clercq: “We zien een stijgende lijn in het aantal aanvragen en hebben vacatures. Met vier mensen lukt het niet meer.”

Ter vergelijking: voor de pesticiden-, mestgrond- en milieuanalyses is zojuist het vijfentwintigste GC MS-apparaat geïnstalleerd. Daarnaast staan er nog acht LC-MS/MS-systemen. In Graauw werken circa 120 mensen, van wie 60 op het lab. Directeur Arjen Kuneman van Eurofins Food Testing Nederland vertelde vorig jaar in VMT 12 al dat hij sterk inzet op kortere doorlooptijden en efficiëntie. Bij het dioxine-onderzoek is dat niet anders.

De Clercq: “Een analyse duurt vanaf het aanmelden van het monster twee tot vijf dagen. Die variatie hangt samen met zaken als het weekeinde en de aard van het monster. Producten als vlees, vis, eieren moeten we eerst vriesdrogen om al het vocht kwijt te raken. Dat duurt ongeveer twee dagen. Vandaar dat we een koude extractiemethode ontwikkelen. Daarbij voeg je aan het gehomogeniseerde monster zoveel droogmiddel toe dat je het vriesdrogen kunt overslaan. We hopen eind juni de validatie daarvan rond te hebben. Voor de natte monsters – die maken ongeveer de hel van het totaal aantal uit – zou dat een enorme tijdsbesparing betekenen.”

Bij productmonsters met een laag vochtgehalte, zoals olie, melen, poeders en diervoeder, denkt het lab vooral de clean-upfase effciënter te maken. In dit deel van de analyse worden de pcb’s en dioxines geïsoleerd uit het vetextract en vervolgens van elkaar gescheiden. De pcb’s kunnen dan met de GC MS/MS worden bepaald, terwijl de dioxines nog met Florisil een laatste zuiveringsstap ondergaan. Deze cleanupfase vergt relatief veel middelen en tijd. Een analist kan circa twaalf monsters in acht uur ‘clean-uppen’. Vergaande automatisering dient de arbeid terug te dringen. De Clercq: “We horen wisselende ervaringen over reeds ontwikkelde geautomatiseerde systemen. Daar zouden veel problemen mee zijn. Wij willen daarom hiervoor een robuust systeem ontwerpen samen met

DSP, een bedrijf van onze oud-medewerker en dioxinespecialist Wim Traag.” Het gelijknamige systeem van DSP heeft standaard twee kanalen, maar is eenvoudig uit te breiden tot maximaal zes monsters. “Je kunt twee runs per dag doen en dan heb je dus ook twaalf monsters”, vertelt De Clercq. “Heb je twee DSP-systemen dan heb je al de dubbele capaciteit. Het is dus vooral een kwestie van hoeveel schaal je op?” Deze zomer hopen Van Damme en De Clercq het eerste robuuste DSP-systeem te hebben gevalideerd en in gebruik te kunnen nemen.

Reageer op dit artikel