nieuws

FNLI vraagt om meer tijd gevolgen klimaatakkoord voor industrie te analyseren

Technologie & Techniek

Het Nederlandse Klimaatakkoord werkt nu als een blokkade voor de levensmiddelenindustrie om CO2 te reduceren, zei Marian Geluk van de FNLI op Food Technology Event. ‘De heffing opslag duurzame energie (ODE) die wordt ingevoerd is te abrupt en te fors.’

FNLI vraagt om meer tijd gevolgen klimaatakkoord voor industrie te analyseren

“We betalen per ton 7x zoveel aan CO2-belasting als andere industrieën. Het principe van ‘de vervuiler betaalt’ wordt geweld aangedaan”, zegt Geluk. “Als je nu overschakelt op groene stroom, betaal je net zoveel ODE-heffing straks. De industrie wordt op kosten gejaagd en daarmee verdwijnt de investeringsruimte voor nieuwe technologieën.”

Tijdens de FNLI-jaarbijeenkomst gaf voorzitter Bas Alblas ook aan dat de voedingsmiddelenindustrie de ambities van het in juni gesloten Klimaatakkoord “ten volle” ondersteunt, maar bang was dat maatregelen uit het akkoord voedingsbedrijven te veel op kosten jaagt.

Reductiedoelstellingen

Geluk: ‘Het Nederlandse Klimaatakkoord is een puur politiek akkoord. De plannen van de industrie zijn terzijde geschoven. We hebben de ambitie om de reductiedoelstellingen van Parijs te halen, maar wel onder de juiste voorwaarden.’

De voedingsmiddelenindustrie is de grootste maakindustrie, maar een heel kleine CO2-uitstoter vergeleken met andere industrie, vertelde Geluk, directeur van de FNLI tijdens het Food Technology Event. “We hebben de ambitie om reductiedoelstellingen van Parijs te gaan halen (2030) en ook in 2050. Het is een enorme uitdaging, ook haalbaar maar onder de juiste voorwaarden.”

Individuele plannen per installatie

Volgens Geluk zijn de fabrieken al jarenlang geoptimaliseerd. “Nu zijn echt andere systemen nodig om verder te verlagen. Maar we vinden daarbij: de vervuiler betaalt. We zeggen: focus op de uitstoters met individuele plannen per installatie. Daar draait het in onze industrie om.”

“Voor een buitenstaander lijkt het wellicht dat het gebaseerd is op het principe ‘de vervuiler betaalt’. Dit is echter niet het geval. CO2-uitstoters worden niet evenredig belast met de ODE-belasting en niet evenredig geprikkeld met de nationale CO2-heffing en ook niet evenredig gestimuleerd met de SDE++.” 

ODE-belasting

Op 12 november wordt hierover gestemd. “We maken ons heel veel zorgen hierover. We moeten dus heel veel gaan betalen en de investeringsruimte voor nieuwe technologieën is daarmee weg. En er is geen enkele sprake van Europees level playing field.”

Oproep Tweede Kamer

Geluk pleit 2e-kamerleden voor meer tijd voor een integrale analyse van de gevolgen van de ODE-wijziging en de andere beleidswijzigingen als gevolg van het Klimaatakkoord voor productiebedrijven in Nederland.

Praktijk weerbarstig

Een dag na de oproep van Geluk presenteerde het PBL op 1 november de Klimaat- en Energieverkenning 2019. Uit deze publicatie blijkt dat de praktijk weerbarstig is: het stellen van ambitieuze doelen geeft de energietransitie elan, maar de uitvoering van gemaakte afspraken blijkt weerbarstig.

Volgens de berekeningen van het PBL worden meerdere doelen voor 2020 naar verwachting niet gehaald, zoals het Urgenda-doel (25 procent minder uitstoot van broeikasgassen) en twee doelen van het Energieakkoord: het aandeel hernieuwbare energie en 100 petajoule energiebesparing.

Het bureau presenteerde ook een policy brief ‘Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten’. De brief geeft inzicht in het potentiële effect van het Klimaatakkoord op de nationale broeikasgasemissies, er van uit gaande dat de instrumenten binnen de kaders van het akkoord worden uitgewerkt. De maatregelen leiden naar verwachting in 2030 tot een CO2-uitstoot die 43 tot 48 procent lager is dan in 1990. Volgens het Klimaatakkoord moet dat 49 procent zijn.

Reageer op dit artikel