artikel

‘Wil je het licht uitdoen?’ Europees project onderzoekt rol gedrag bij energie-efficientie

Technologie & Techniek

Veel energiebesparingsprojecten richten zich voornamelijk op de technische mogelijkheden. “Daarvoor is een goede energie-audit een belangrijke eerste stap. Maar wat maakt dat bedrijven wel of geen tijd, moeite en geld steken in energie-efficiëntie? “Onderzoek laat zien dat dit met meer dan alleen terugverdientijd te maken heeft”, zeggen senior gedragsonderzoeker Suzanne Brunsting en milieuwetenschapper Renee Kooger van ECN part of TNO. Dit artikel is verschenen in VMT 9 met als thema: Duurzaam koelen en verhitten

‘Wil je het licht uitdoen?’ Europees project onderzoekt rol gedrag bij energie-efficientie

“De focus van ons project is gedrags- en cultuurverandering. Veel bestaande energiebesparingstools en trainingen richten zich op de technische maatregelen en gaan voorbij aan menselijk gedrag. De implementatie van energiebesparingsmaatregelen valt of staat juist hiermee.” Suzanne Brunsting en Renee Kooger van ECN part of TNO werken samen met een breder team van gedrags-, cultuur- en innovatiewetenschappers aan Induce. Brunsting is de initiator van dit omvangrijke, Europese project voor het verbeteren van energiemanagement in de agrofoodsector, dat loopt van 2018 tot 2020. Vier landen doen mee: Nederland, Duitsland, Spanje en Frankrijk. In totaal participeren vijftien bedrijven waarvan vier Nederlandse.

Kennis verspreiden

De variatie in bedrijfsomvang is groot: van Suiker Unie in Nederland tot een kleine wijnmakerij in Frankrijk. De belangrijkste activiteit van het project is om voor de vijftien bedrijven trainingen te ontwikkelen om gedrags- en cultuuraspecten die samenhangen met energie-efficiëntie in kaart te brengen. In elk land zijn er trainingsbureaus betrokken bij het project, in Nederland is dat KWA Bedrijfsadviseurs. Daarnaast is in Nederland de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) betrokken als kennispartner en -verspreider. Met de lessen die de trainingen bij de pilotbedrijven opleveren wil het projectteam opschaalbare trainingsformats ontwikkelen. Om dat doel te bereiken worden in elk land ‘train-de-trainer-sessies’ georganiseerd, waarbij energiemanagers en -adviseurs worden opgeleid in de methode. Via hun netwerk zullen vervolgens nog eens 300 bedrijven worden bereikt. Induce ontvangt Europese subsidie voor het ontwikkelen en testen van de trainingen.

Interviews en vragenlijsten

Bij alle bedrijven is het startpunt geïdentificeerd aan de hand van een vragenlijst gebaseerd op ISO 50001. Alle vijftien bedrijven kregen dezelfde vragen. De projectmedewerkers interviewden operators, middenmanagement en andere leidinggevenden over de kansen en barrières die ze tegenkomen bij implementatie van energiebesparingstrajecten. Wat betreft gedragsverandering van medewerkers kwamen vier aandachtspunten naar voren. Deze zijn: het vertalen van een duurzame visie naar concrete maatregelen op de werkvloer, kennis en specifieke vaardigheden, voorbeeldgedrag, en motivatie.

Op alle niveaus

Energie-efficiëntie wordt beïnvloed door gedrag op alle niveaus in een bedrijf, zagen de onderzoekers. “Waar ligt de focus van de mensen in de boardroom? Wat heeft het middenmanagement allemaal op zijn bordje? Is energie-efficiëntie bij operators onderdeel van het takenpakket? Als de key performance indicators (kpi’s) niet worden vertaald naar concrete doelen op alle functieniveaus, dan krijgen andere zaken prioriteit.” De verantwoordelijkheid voor energie-efficiëntie bij één persoon in de organisatie neerleggen is geen garantie dat er voldoende aandacht aan wordt besteed. “We zien dat energie-efficiëntie vaak op het bordje ligt van de KAM-manager: lang niet alle bedrijven hebben een aparte energiemanager. Ligt het echter bij KAM, dan is het vaak gewoon te veel: daar is geen tijd voor.” Op productieniveau heeft de manier waarop de medewerkers werken met de machines invloed op het energiegebruik. “Sluiten ze de koelcellen als ze erin en eruit gaan, starten ze de machines pas op vlak voor productie of al veel langer van tevoren? Dat is allemaal gewoonte-gedrag waar je met een training wat aan kan doen”, legt Brunsting uit.

Trainingen op gedrag populair

Het projectteam kan, afhankelijk van de behoefte, verschillende trainingen ontwikkelen voor de deelnemende bedrijven. Gedragstrainingen zijn populair, omdat de bedrijven zich ervan bewust zijn dat individueel gedrag invloed heeft op energiebesparing. Tegelijkertijd weet men vaak niet hoe je de mensen moet aansporen, zeggen Brunsting en Kooger. Een meer pragmatische reden voor hun populariteit is dat het relatief laagdrempelige trainingen zijn: “Ze grijpen niet in op de organisatie-processen.”

Uit eerdere projecten blijkt dat energiemanagers het lastig vinden om hun leidinggevenden te overtuigen om bepaalde investeringen te doen op het gebied van energie. Brunsting: “Als investeringen in energiebesparing direct met andere investeringen moeten concurreren, leveren die andere investeringen meestal meer op.” Om die reden hebben veel bedrijven al een apart budget voor investeringen in energiebesparingen. Een andere uitdaging voor energiebesparingsprojecten is de manier waarop deze worden gepresenteerd aan het management. “Vaak wordt alleen ingegaan op de financiële besparing gekoppeld aan het verminderde energiegebruik, terwijl investeringen in energiebesparing vrijwel altijd meerdere baten hebben”, zeggen de onderzoekers. “Het is verstandig om alle baten voor het voetlicht te brengen: wat levert de investering bijvoorbeeld op wat betreft het leefklimaat in de fabriek, op het gebied van veiligheid of de productkwaliteit. De focus op meerdere baten maakt het voor een directie veel makkelijker om een investering goed te keuren.”

Net zo gewoon als veiligheid

Waarom zijn gedragstrainingen voor energie-efficiëntie noodzakelijk? “De mens is van nature een gewoontedier”, zegt Brunsting. “Dat betekent dat gedrag moeilijk te veranderen is, maar dat het, als het eenmaal is veranderd, wel gemakkelijk in stand te houden is. “Denk maar aan de veiligheidscultuur binnen bedrijven.” Kooger vult aan: “Bij de bedrijven waar we zijn geweest, staat veiligheid hoog in het vaandel. Er wordt bovendien actief op veiligheid gestuurd en over de resultaten wordt gecommuniceerd. Er zijn bijvoorbeeld displays met de tekst: ‘Al zoveel dagen nul incidenten’. Daar zijn de medewerkers ook erg trots op. Dat kan ook voor energie-efficiëntie. Nu voelt energiebesparing nog te veel als een taak die bovenop de huidige werkzaamheden komt: weer een extra opdracht waar medewerkers aandacht aan moeten besteden.”

Het kost tijd

Naast communicatie zijn ook elkaar aanspreken en het goede voorbeeld geven belangrijk. Zoals het tijd heeft gekost een veiligheidscultuur op te bouwen, zo kost een energiebewuste bedrijfscultuur ook tijd. “Op veiligheid spreekt men elkaar aan”, zegt Kooger. “Bij een van de bedrijven kwam iemand naar ons toe om te zeggen dat we op het speciale zebrapad moesten lopen. Dat is de meest veilige route voor voetgangers. We willen dat mensen elkaar ook aanspreken op zaken als het licht uitdoen en de koelceldeur sluiten.” Daarbij moet het gewenste gedrag wel gemakkelijk worden gemaakt: “Als de koelceldeur heel zwaar loopt, is het niet vreemd dat mensen die vaak in- en

Displays

Bij steeds meer bedrijven hangen displays met informatie over het energieverbruik, zoals het rendement van de zonnepanelen. Dit kan bijdragen aan een energiebewuste cultuur, mits de informatie begrijpelijk en aantrekkelijk wordt gepresenteerd. Vergelijk het elektriciteitsverbruik van de fabriek per maand bijvoorbeeld met het aantal huishoudens dat per maand eenzelfde hoeveelheid elektriciteit verbruikt.

uitlopen die deur tussentijds open laten staan.” Brunsting: “Naast een gewoontedier is de mens ook gemakzuchtig. Het gedrag dat je wilt zien moet dus zo eenvoudig mogelijk gemaakt worden.” Ook in de overdracht tussen ploegen is veel te behalen. Kooger: “Bij een bedrijf kwamen we erachter dat een ploeg een dienst afsloot met het dweilen van de hal en de volgende ploeg daarmee begon. Dubbel werk dus en dubbel waterverbruik.”

Operators Suiker Unie

Bij Suiker Unie Vierverlaten zijn inmiddels twee trainingen uitgevoerd. “Voor de bietencampagne zodat de operators, voor wie de training was bedoeld, de geleerde lessen direct konden toepassen”, vertelt Kooger die samen met Marcel van den Bovenkamp van KWA de training verzorgde. “Bij trainingen is het handig om aan te sluiten bij iets wat al bestaat. Daarom werd onze training onderdeel van een trainingscyclus die het bedrijf al hanteerde.” De focus van de training was: wat kun je als operator zelf doen om energie te besparen. Kooger licht toe: “Anders wordt het idee geopperd om het dak vol te leggen met zonnepanelen, maar daar kunnen ze zelf niet meteen iets mee.”
De training bestond uit drie delen:

1. Het kennisniveau testen. Wat weten de cursisten al van het energiemanagementbeleid van Suiker Unie? Kooger: “Met een quiz (helm op helm af) kregen we de mensen los. Het was leuk om te zien dat de operators toch al best wel veel wisten.”
2. Brainstormen in kleine groepjes. “We deelden de cursisten in kleine groepen in. De opdracht was om te brainstormen over ideeën die ze zelf morgen zouden kunnen uitvoeren om meer energie te besparen. “Dit was een leuke sessie”, zegt Kooger. “We haalden ook informatie op die aanvullend was op de interviews die we eerder hadden afgenomen. De operators hebben heel veel dingen opgeschreven, ook veel technische suggesties. Maar er waren ook suggesties over communicatie en bewustzijn, zoals een betere overdracht tussen teams.”
3. Plenair de beste suggesties uitkiezen. “Plenair hebben we de belangrijkste vier ideeën uitgewerkt. Het was echt een betrokken groep. Twee van de suggesties gingen over communicatie en bewustzijn. Een vraag die je jezelf bijvoorbeeld kunt stellen als je een ruimte binnenloopt is: wat kan er hier beter? Andere suggesties gingen over fabricagenormen.”

Gedrag relevant

“Vaak wordt gezegd dat voor de transitie naar een CO2-neutrale fabriek techniek nodig is. Niets is minder waar. Gedrag van mensen in alle lagen van de organisatie is relevant. Van de ontwerpkeuzes van de engineer tot het beleid van de CEO. Het is geweldig dat we op maat gemaakte trainingen kunnen ontwikkelen binnen dit project. Het draagt bij aan de sociale innovatie die nodig is om een energiebewuste cultuur te bevorderen”, concludeert adviseur Marcel van den Bovenkamp.

Andere projecten van ECN part of TNO op energietransitie

In het project Green by choice is onderzocht waarom bedrijven kiezen (of niet kiezen) voor de groenste technologische opties bij een kapitale investering in een nieuwe fabriek of productielijn.
In het daarop volgende project Green Wedge richtte zich op de rol van de technologieleveranciers. Die presenteren niet altijd de meest groene optie aan hun klanten, bijvoorbeeld omdat ze verwachten de klant zal terugschrikken voor de hogere investeringskosten of de langere terugverdientijd. Soms is deze zorg terecht, maar lang niet altijd. ECN.TNO heeft een workshopformat ontwikkeld waarmee technologieleveranciers het perspectief van hun klant beter leren begrijpen. Met deze kennis kunnen ze hun groene propositie beter voor het voetlicht brengen. Beide projecten zijn uitgevoerd in samenwerking met het ISPT met subsidie van de Topsector Energie.
Rode draad in deze projecten is gedragspsychologie en de impact van bedrijfscultuur om bedrijven te helpen verduurzamen.
Reageer op dit artikel