artikel

‘Scholier nog onbekend met voedingssector’

Mensen & Loopbaan

‘Scholier nog onbekend met voedingssector’

De Nederlandse levensmiddelenindustrie heeft tot 2022 ruim 1.600 nieuwe technisch en technologisch geschoolde mensen nodig.

Directeur Arry Verhage van Stichting Opleidings- en ontwikkelingsfonds Levensmiddelenindustrie (SOL) moet middelbare scholieren actief gaan interesseren voor een baan in de sector. “Die is nu nog veel te onbekend.”

Arry Verhage is sinds november vorig jaar de nieuwe directeur bij het Opleidingsfonds Levensmiddelenindustrie (SOL). Hij volgde Liesbeth Rutjes op, die met pensioen ging. Verhages carrière (zie kader) heeft altijd in het teken gestaan van personeels- en talentontwikkeling in de agro- en foodsector. Bij SOL komen nu een aantal zaken mooi samen, zegt Verhage. “Want naast de directiefunctie bij SOL ben ik sinds dit jaar ook projectleider van de Human Capital Agenda (HCA). Die functie heb ik overgenomen van Anton Ooijen, die de HCA de afgelopen jaren vanuit de FNLI op de kaart hee gezet. Hij is eveneens met pensioen gegaan. Verder ben ik vanuit SOL verantwoordelijk voor de invulling van het Sectorplan Levensmiddelenindustrie en ben ik sinds 2013 projectleider van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Agri & Food. De combinatie die ik nu invul, is heel krachtig.”

Wat is uw persoonlijke drijfveer om de komende jaren voldoende gekwaliceerd personeel naar de levensmiddelenindustrie te halen en er te houden?
“Het is mijn drijfveer om talenten en potentiële talenten binnen organisaties tot wasdom te laten komen. Dat en het managen daarvan loopt als een rode draad door mijn carrière. En daarbij ga ik altijd uit van wat iemand al goed kan. Er wordt nog altijd vaak geredeneerd vanuit wat mensen niet kunnen. Daar wordt dan een cursus bij gezocht. Terwijl we inmiddels weten uit alle hr-onderzoeken dat het veel effectiever is om mensen verder te ontwikkelen op gebieden waar ze goed in zijn. Interessante vraag daarbij is hoe je de juiste opleidingen selecteert en hoe je goed vakmanschapsonderwijs borgt. Daarvoor hebben we in Nederland het middelbaar beroepsonderwijs, maar belangrijk is dat er op deze plekken ook de bijscholingscursussen zijn voor personeel dat al bij bedrijven werkt. Dan creëer je plaatsen waar alle kennis bij elkaar komt uit zowel theorie als praktijk.”

Uit de notitie ‘Leren en werken, werken en leren’ van de Taskforce HCA Food & Feed, van de hand van Anton Ooijen van de FNLI, blijkt dat de aanwas van mbo’ers, hbo’ers en monteurs te klein is. Is het tekort nijpend?
“Doordat de pensioenleeftijd is verschoven, is het probleem iets minder acuut geworden, maar het komt er wel degelijk aan. Ik hoorde laatst van een bedrijf in Limburg dat het dertig procesoperators zoekt en nie- mand kan vinden. Ze zijn er gewoon niet. Hier en daar begint het tekort wel zichtbaar te worden. Nu komt de aanwas vooral van zij-instromers en mensen die door bedrijfssluitingen elders worden herplaatst. Je kunt daardoor zeggen dat de gemiddelde leeftijd in fabrieken hoog is en in sommige gevallen het personeel zelfs vergrijst.”

Wat is de oorzaak van de te lage aanwas?
“De conclusie van de notitie is dat er meer jongeren moeten worden geïnteresseerd voor een baan in de levensmiddelenindustrie. De sector is nu gewoonweg te onbekend. En dat gaat ook niet veranderen zolang een levensmiddelenbedrijf alleen een grijze doos is op een industrieterrein. Hoe kun je dan verwachten dat een 14- of 15-jarige bedenkt dat hij een opleiding in die richting wil gaan volgen? Vakantiebaantjes zijn er in die sector ook al niet. Dus jongeren die geïnteresseerd zijn in voeding, denken eerder aan een baan in de horeca. Die sector is namelijk zichtbaar op straat. De verwachting is dat er tot 2022 een jaarlijkse behoefte ontstaat van ongeveer 1.200 medewerkers op mbo-niveau en ongeveer 400 op hbo-niveau. Als je dat afzet tegen de aanwas vanuit de opleidingen, dan zit daar een tekort. Er zitten minder leerlingen op de mbo-richting Levensmiddelentechnologie dan dat we graag zouden zien.”

Wat kan SOL daaraan doen?
“De industrie stimuleren de deuren te openen voor middelbare scholieren. We moeten laten zien wat het is om te werken in een levensmiddelenfabriek. Uit die visie komt onder meer het project FutureProef en de Week van de Levensmiddelenindustrie van de FNLI voort, waar SOL uitvoering aan geeft. Maar het is een project van lange adem. We moeten het lang volhouden om de levensmiddelenindustrie permanent op de kaart te krijgen.”

SOL benadert bedrijven met de vraag de deuren open te zetten. Zijn die bedrijven bereidwillig?
“Vorig jaar ontvingen we duizend vmbo- en havoleerlingen in veertien fabrieken en zijn er gastcolleges gegeven. De open dagen in het noorden van het land zijn goed bezocht en er zijn veel inschrijvingen. In november is opnieuw de nieuwe Week van de Levensmiddelenindustrie. We zetten in op bedrijven die gastlessen willen geven op vmbo’s en klassen willen rondleiden door hun fabriek. De bereidwilligheid is er bij zowel grote als kleine producenten, maar het kost veel tijd. Ik sprak laatst een bedrijf dat vanwege veiligheids- en hygiëne-eisen alleen groepjes van acht leerlingen kan ontvangen. Als je dan honderd leerlingen hebt, vraagt dat een behoorlijke tijdsinspanning. Daarom moet het aantal deelnemende bedrijven nog flink groeien. Anders moeten we te vaak een beroep doen op dezelfde bedrijven. De last moet worden verdeeld.”

Naast nieuwe instroom is het voor de industrie ook belangrijk de bestaande medewerkers optimaal inzetbaar te houden. Welke ontwikkeling ziet u daar?
“In de Nederlandse levensmiddelenindustrie werken ongeveer 134.000 mensen (bron: FNLI, red.). Dat aantal is redelijk stabiel, terwijl de industrie zich wel verder ontwikkelt. Denk maar aan nieuwe technologieën, nieuwe markten, robotisering, producties in kleinere batches. Dat zijn grote veranderingen die we met hetzelfde aantal mensen bewerkstelligen. Door de tijd heen worden er dus steeds andere kwaliteiten gevraagd. Het laat zien dat het belangrijker is dan ooit om bestaande medewerkers te ontwikkelen en te scholen. Dan heb je het vooral over de uitvoering van het Sectorplan Levensmiddelenindustrie. Een groot deel daarvan gaat over opleiden via bbl-018 opleidingen en losse cursussen. Dat is hard nodig als je veel mensen in huis hebt of haalt die niet de juiste vooropleiding hebben. Omdat veel medewerkers als uitzendkracht zijn binnengekomen, is dat vaak het geval. En technologische ontwikkelingen, nieuwe machines, nieuwe eisen en certificaten maken het ook noodzakelijk dat mensen zich blijven ontwikkelen.”

Een ander belangrijk onderwerp in het sectorplan en de HCA is de mobiliteit van werknemers. Wat verstaat u daaronder?
“Dan hebben we het vooral over duurzame inzetbaarheid: wat moet je als medewerker doen om gezond te blijven en plezier te houden tot de pensioendatum? Daarvoor moet beweging binnen en tussen bedrijven mogelijk gemaakt worden. In het kader van het sectorplan loopt er nu een pilot met een transfercentrum in Noord-Nederland. Een hr-functionaris is daar in januari begonnen met de opdracht om te onderzoeken bij voedingsmiddelenbedrijven in Noord-Nederland hoe je medewerkers van werk naar werk kunt faciliteren. Er blijkt inmiddels al dat er veel belangstelling is voor het onderwerp mobiliteit en men wil meedenken over hoe dit gaat worden vormgegeven. Medewerkers blijven nu gemiddeld lang bij dezelfde werkgever in de foodsector. Op dit terrein ligt voor de komende jaren nog het meeste uitzoekwerk.”

Over Arry Verhage

De loopbaan van Arry Verhage stond na zijn studie aan de Wageningen Universiteit altijd in het teken van personeels- en talent- ontwikkeling in de agro- en foodsector. Het fascineert Verhage hoe mensen werken en functioneren binnen organisaties. De factor mens binnen ondernemingen is bepalend voor de resultaten en hoe dat te optimaliseren is een rode draad in zijn carrière. Naast zijn directiefunctie bij SOL is Verhage projectleider bij het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Agri & Food. Verder is hij bestuurslid bij de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling.

Wat is SOL?

SOL is een representatief samenwerkings- verband van werkgevers- en werknemers- organisaties in de levensmiddelenindustrie. Het verband wordt door de Nederlandse Overheid en de Europese Commissie als Opleidings- & Ontwikkelingsfonds erkend. Hierdoor kan SOL voor de bedrijfstak of afzonderlijke branches of bedrijven subsidie-aanvragen indienen en optreden als publiekrechtelijke cofinancier van subsidieregelingen voor beroepsonderwijs, scholing en arbeidsmarkt. SOL kent geen winstdoelstelling.

 

Reageer op dit artikel