nieuws

RIVM gebruikt andere werkwijze om zout, suiker en verzadigd vet in levensmiddelen te meten

Ingrediënt & Product

RIVM gebruikt andere werkwijze om zout, suiker en verzadigd vet in levensmiddelen te meten

Het RIVM heeft in 2018 de gehaltes aan zout, suiker en verzadigd vet in levensmiddelen opnieuw gemeten, nu met de gegevens van de voedingsapp van het Voedingscentrum. De waardes kunnen daarom niet worden vergeleken met die van de vorige meting in 2016. Uit de nieuwe metingen blijkt wel dat het percentage producten dat op of onder de afgesproken maximum gehaltes uitkwam, varieert. Volgens het RIVM kan meer resultaat worden gehaald als er voor meer producten afspraken worden gemaakt of door bestaande afspraken aan te scherpen.

Het RIVM is in opdracht van het ministerie van VWS nagegaan of de afspraken voor herformulering in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling (AVP) worden gehaald. Een overzicht van alle afspraken is terug te vinden op www.akkoordverbeteringproductsamenstelling.nl.

De Herformuleringsmonitor geeft de resultaten van de recente meting weer.

Levensmiddelendatabank

De nieuwe werkwijze maakt gebruik van productgegevens in de Levensmiddelendatabank. De Levensmiddelendatabank wordt beheerd door het Voedingscentrum en het RIVM en gegevens worden vrijwillig aangeleverd door fabrikanten en supermarkten. De gegevens kunnen aangeleverd worden via het webportaal van de Levensmiddelendatabank, of via samenwerkingsverbanden zoals het SIM en GS1. Via deze databank zijn gegevens van ruim 50.000 producten beschikbaar.

 

In voorgaande Herformuleringsmonitoren werd er gebruik gemaakt van de gegevens uit de Levensmiddelendatabank, maar ook van de chemische analyse gegevens van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Sinds 2011 is er Europese wetgeving van kracht die voorschrijft dat verplichte voedingsinformatie beschikbaar moeten zijn bij online verkoop. Daarnaast is er vanuit het Voedingscentrum de Levensmiddelendatabank uitgebreid voor de ontwikkeling van de Kies Ik Gezond? App. Door deze twee ontwikkelingen bevat de Levensmiddelendatabank meer samenstellingsgegevens en geeft het een representatiever beeld van wat er in de supermarkt beschikbaar is vergeleken met voorgaande jaren. Bovendien zijn de NVWA analyses per 2018 komen te vervallen.

 

Het RIVM meldt echter dat ze voor sommige productgroepen met gegevens van de Levensmiddelendatabank niet kunnen bepalen of producten aan het afgesproken maximum voldoen bijvoorbeeld omdat de afspraak gaat over toegevoegde suikers terwijl alleen informatie over het totale suikergehalte aanwezig is.

 

Resultaten

Op 2 juli 2018 haalde het RIVM de data uit de Levensmiddelendatabank. Op dat moment was de einddatum voor verschillende afspraken verstreken: het zoutgehalte in vleeswaren, vleesconserven, sauzen en soepen; en het verzadigd vetgehalte in vleeswaren en margarinecakes.

 

Voor deze afspraken samen, zit gemiddeld:

73% van de producten op of onder het maximum natriumgehalte

92% op of onder het verzadigde vetzuurgehalte

 

Voor de producten van deelnemers zijn deze percentages iets hoger dan voor de totale groep, hiervan zit gemiddeld:

76% op of onder het afgesproken natriumgehalte

94% op of onder het verzadigde vetzuurgehalte

 

Per afspraak is het gemiddelde percentage producten dat voldoet aan het maximum voor zout:

85% voor vleeswaren

58% voor vleesconserven

68% voor soepen en bouillons

71% voor sauzen

 

Voor verzadigd vet zit op of onder het maximum:

94% van de vleeswaren

72% van de cakes bereid met margarine

 

 

Productgroepen waarvan de einddatum van de afspraak nog niet verstreken was op 2 juli 2018 zijn:

vleesbereidingen en –producten

hartige snacks

groenteconserven (incl. peulvruchten conserven) voor natrium

frisdranken,

zuiveldranken en –toetjes

groenteconserven (incl. peulvruchten- en fruitconserven) voor mono- en disachariden/energie

 

Hiervan is het percentage producten dat voldoet gemiddeld iets lager dan voor de afspraken waarvoor de einddatum al is verstreken. Gemiddeld voldoet 63% van de producten aan het afgesproken natriumgehalte en 72% aan het mono- en disacharidengehalte.

 

Brood

Voor brood is het Warenwetbesluit Meel en Brood van kracht. Het gemiddelde natriumgehalte van het brood, zoals valt onder het warenwetbesluit, is 410 mg per 100g. Dit gemiddelde is iets hoger dan door de NVB (Nederlandse vereniging voor de Bakkerij) gerapporteerde gemiddelde natriumgehalte voor industrieel bereid brood (399 mg/100g) en iets lager dan dat gerapporteerd voor ambachtelijk brood (462 mg/100g) op basis van de tiende landelijke zoutmonitoring.

 

Veel variatie

Voor de meeste productgroepen is er een aanzienlijke spreiding in de nutriëntgehalten, concludeert het RIVM na de analyse. Dit duidt er volgens hen op dat er ruimte is voor verdere herformulering van producten. De aankomende jaren wordt gevolgd in hoeverre de gemiddelde gehalten zout, suiker en verzadigd vet binnen de productgroepen dalen. Een laag deelnemersaantal en/of een laag percentage dat voldoet aan de afgesproken maxima, kan er op wijzen dat het aanpassen van producten in die productgroep een uitdaging is.

 

Er is veel variatie in het bereik van de afspraken. Voor sommige productgroepen, zoals groenteconserven is het bereik (vrijwel) volledig en voor sommige producten binnen deze groep, zoals wortelen, jonge kapucijners en tuinbonen is 100% van de producten afkomstig van deelnemende fabrikanten of supermarkten. Voor andere producten is dit percentage producten laag, bijvoorbeeld voor oosterse sauzen (14%) en gegaarde hamburgers (30%).

 

In VMT 1 vertelde Smilde hoe zij zout reduceerden in hartige snacks in het kader van de AVP.

Reageer op dit artikel