artikel

Herformulering producten in Europa

Ingrediënt & Product

Herformulering producten in Europa

Nederland heeft productherformulering als aandachtspunt op de Europese agenda geplaatst tijdens zijn voorzitterschap van de EU. Zoutreductie is een van de thema’s die in veel Europese landen aandacht krijgt. Hoe ver staat het daarmee en hoe doen de verschillende landen het?

Nederland heeft productherformulering als aandachtspunt op de Europese agenda geplaatst tijdens zijn voorzitterschap van de EU. Zoutreductie is een van de thema’s die in veel Europese landen aandacht krijgt. Hoe ver staat het daarmee en hoe doen de verschillende landen het?

Minister Schippers organiseerde tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap als een van de eerste acties een Europese con ferentie op 22 en 23 februari over herformulering met alle stakeholders uit de keten. Het resultaat is dat 22 lidstaten en Noorwegen en Zwitserland de Roadmap for Action on Product Improvement ondertekenden. Ook ondersteunen Europese brancheorganisaties en ngo’s de afspraken. In het document staat dat herformulering over de grenzen heen moet worden geregeld omdat voeding en dranken verhandeld worden over de grens heen op de Europese markt. In Europa staat voeding en obesitas al een aantal jaren op de kaart.

In een highlevelgroep bespreken de lidstaten beleidsonderwerpen zoals herformulering van voedingsmiddelen. Op EU- niveau spreken stakeholders uit de hele voedingsmiddelenindustrie – retail, cateraars, ngo’s en industrie – met elkaar. In 2008 formuleerde de high levelgroep een Euro pese target voor zoutreductie: in 2020 moet het zoutgehalte met minimaal 16 procent zijn gedaald. Op Europees niveau worden de afspraken gemaakt en gecoördineerd. De nationale overheden moeten de afspraken samen met voedselproducenten en cateraars implementeren. De meeste Europese lidstaten hebben zoutreductie al op de agenda staan. In 2015 heeft de EU een questionnaire uitgestuurd om te inventa riseren wat lid staten doen aan productverbetering.

Smaakverschillen

Uit de resultaten blijken er nogal wat verschillen te zijn tussen de acties van diverse lidstaten. “Er zijn vrij grote verschillen in de verschillende diëten van de Europese landen”, geeft Dirk Jacobs aan, director Consumer Information, Diet and Health van FoodDrinkEurope. Deze Europese brancheorganisatie voor foodproducten is een van de ondertekenaars van de roadmap.“ Er is niet zoiets als de Europese consument. Voorkeuren verschillen. Zo is brood in Duitsland veel zouter dan in Nederland. Daarom is er verschil in het startpunt van zoutreductie.” De roadmap moet de acties voor productformulering versnellen door nationale overheden, foodproducenten en andere stakeholders om de gehaltes aan vet, suiker en zout in voedingsmiddelen te verlagen. Maar het culturele verschil tussen landen in smaakvoorkeuren en eetgedrag zal de aanpak daarvan gedeeltelijk bepalen. De roadmap houdt er ook rekening mee dat sommige landen al verder zijn. Diverse landen hebben al afspraken voor zoutver laging of criteria voor labeling of schoolmaaltijden.

Publiek-private samenwerking

Jacobs ziet dat in landen waar herformuleringstrajecten via een publiek-private samenwerking worden aangepakt, sneller resultaat wordt geboekt. In Nederland is er de dialoog tussen de hele voedselketen, waaronder het ministerie van VWS, FNLI, CBL, KHN en Veneca, die herformulering vooruithelpt. In landen waar de overheid een publieke voorlichtingscampagne is gestart over zoutreductie, bijvoorbeeld in België, is de inname ook met 10 procent verminderd. In de campagne werden consumenten geïnformeerd over de geherformuleerde producten. Onderwerpen die aan bod kwamen waren dat de smaak niet is aangetast en dat te veel zout slecht is voor de gezondheid. Jacobs merkt dat vooral de grotere lidstaten en West-Europese landen verder zijn met zoutreductie. “Zij hebben meer ervaring. De kleinere lidstaten heb – ben meer problemen met implementatie, en dan vooral de met technische mogelijkheden en de capaciteit van ministeries. Bovendien hebben ze niet de cultuur van publiek- private samenwerking.”

Verwachtingen

Het streven is om tijdens het EU-voorzitterschap meer harmonisatie tussen de nationale initiatieven te verkrijgen.

Jacobs verwacht iets meer coördinatie. “Maar het doel is toch vooral laten zien wat er mogelijk is en wat niet werkt. De lidstaten kunnen elkaar inspireren. We kunnen leren van elkaars goede voorbeelden. Het is nood zakelijk dat we op Europees niveau aan een goed datacollectiesysteem werken.” Wat ook Europees geregeld moet worden, is steun voor het middenen kleinbedrijf. “Dat heeft het moeilijk wat betreft herformulering.” Herformulering is een zaak van de lange adem, zegt Jacobs. Daarom is hij geen voorstander van een tax zoals die in het Verenigd Koninkrijk onlangs werd voorgesteld. “Een taks gaat om de korte t ermijn en de gezondheidsimpact is niet duidelijk.”

Een belangrijk aandachtspunt is dat er in heel Europa geen goede methodologie is om zoutreductie te meten. Jacobs: “Wat je uiteindelijk wil weten is of zoutreductie impact heeft gehad bij de consument: leidt de zoutreductie tot een verbetering van de volksgezondheid.”

Project Ierland

De FDII, de Ierse branchevere niging voor producenten van voedingsmiddelen, onderzocht data van 600 producten van de veertien grootste voedingsbedrijven in Ierland. Het onderzoek wordt ondersteund door de Ierse voedsel- en warenautoriteit (FSAI). Uit de analyse bleek dat tussen 2005 en 2012:

  • het zoutgehalte van de geanalyseerde producten met 37% was gedaald;
  • het suikergehalte met 14% was afgenomen;
  • het totaal vetgehalte en het gehalte verzadigd vet met ongeveer 10% was gereduceerd;
  • de hoeveelheid energie gemeten als calorieën in 7 jaar was afgenomen met 12%.

De veertien bedrijven reiken voor de periode 2013-2015 nieuwe data aan. De resultaten worden volgend jaar gepubliceerd. Onder hen waren de Ierse vestigingen van Britvic, Coca-Cola, Kelloggs en Mars. Daarnaast deden ook multinationals mee zoals Unilever, Mondelez International, Pepsico en Nestlé. De onderzoeksmethode verliep als volgt: veertien bedrijven gaven verkoopdata voor hun producten uit tien productcategorieën van 2005 tot 2012, samen met de voedingswaarde van deze producten. Het bedrijf Creme Global analyseerde de data en berekende de tonnen verzadigd vet, suiker en zout die uit de producten waren verwijderd. Hierdoor kon de organisatie de reductie in 2012 bepalen. Vervolgens projecteerde Creme Global de impact van deze herformulering op de dagelijkse in name van vier groepen: basisschoolleer lingen, kinderen, tieners en volwassenen in Ierland voor twee tijdstippen, de basis in 2005 en na herformulering in 2012. De analyse is twee keer uitgevoerd om twee scenario’s te bekijken. Scenario A schatte de invloed op de populatie als alle voedingsbedrijven op dezelfde manier herformuleerden als de veertien gekozen bedrijven. Scenario B ging er vanuit dat alleen deze gekozen bedrijven aan herformulering doen, wat de minimale invloed in Ierland weergeeft.

Verzadigd vet en suiker

Afspraken over verzadigde vetten zijn in 2012 gemaakt toen het programma voor zoutreductie al liep. De target is minimaal 5 procent reductie in vier jaar. Waar zoutreductie breed geldt voor verschillende productcategorieën, geldt vetreductie voor een aantal categorieën: ready meals, margarine/ vetten/oliën, fast food, ontbijtgranen en vlees. Daarvan zijn op dit moment nog geen resultaten. Voor toegevoegd suiker aan voedingsmiddelen zijn in december 2015 afspraken gemaakt om een 10 procent reductie te bereiken in 2020. De focus ligt op zoete dranken, zuivel en ontbijtgranen. De implementatie van dit programma in nationale programma’s is nu gaande.

Reageer op dit artikel