nieuws

Voedingsmiddelenindustrie: klimaatakkoord mist aansluiting met praktijk

Economie & Bedrijven

De brancheorganisatie van de levensmiddelenindustrie FNLI maakt zich grote zorgen om het Klimaatakkoord dat afgelopen vrijdag is gepresenteerd. “Het akkoord wordt niet door de industrie gedragen, omdat het aansluiting mist met de praktijk.”

Voedingsmiddelenindustrie: klimaatakkoord mist aansluiting met praktijk

Het baart de FNLI grote zorgen dat het Klimaatakkoord vooral een politiek akkoord is waarbij te weinig is gekeken naar de balans. Volgens de koepel zijn investeringen niet haalbaar en heffingen niet draagbaar.

FNLI: “De voedingsmiddelenindustrie in Nederland behoort tot de wereldwijde koplopers qua energie efficiëntie. Wij willen ook koploper worden op CO2-reductie en de ambitieuze doelstelling van halvering van de CO2-uitstoot in 2030 gaan halen. Grote investeringen staan voor de deur. In het Klimaatakkoord staan stimuleringsmaatregelen om de investeringen mogelijk te maken. Maar er zijn ook een aantal heffingen en belastingen opgenomen die bedrijven moeten aanzetten om uitstoot te verlagen.”

Wortels en stokken

De stokken van het Klimaatakkoord, heffingen en belastingen, tellen enorm op, betoogt FNLI: de sterk stijgende ETS-prijs, de aangekondigde verhoging van de ODE-belasting en de extra nationale CO2-heffing. “Maar de stokken zijn niet eerlijk noch evenwichtig. De ODE-belasting is de inkomstenbron voor de financiering van de SDE++ regeling. De belasting wordt echter geheven bij bedrijven die gas en elektra gebruiken. De kolen- en (aard)oliegestookte installaties in de energie-intensieve industrie blijven buiten schot. In een systeem dat ervan uitgaat dat de vervuiler betaalt, moet iedere vervuiler meebetalen”, klaagt de branchekoepel.

‘Oneerlijk’

De ETS-regeling is de basis voor de extra Nederlandse CO2-heffing. Deze Europese regeling is echter oneerlijk voor de levensmiddelenindustrie (fallback heatbenchmark problematiek), vindt FNLI: “Aan een Europese regeling kan de Nederlandse regering weinig doen. Maar met een eenvoudige ingreep kan voorkomen worden dat deze oneerlijkheid doorwerkt in de extra Nederlandse CO2-heffing. De wortel, de SDE++ is onvoldoende toegankelijk voor onze sector. Onze industrie kan veel CO2 besparen (54 ETS bedrijven) via bedrijfsspecifieke projecten, die vaak efficiënt zijn (veel tonnen CO2 per Euro geïnvesteerd). De beschreven technologieën in de SDE++ is echter te beperkt (limiterende lijst) en de verdeling is onduidelijk.”

Reageer op dit artikel