artikel

Visie van Arjen Hoekstra: voedingsindustrie zet geen substantiële stappen om watervoetafdruk in keten te verminderen

Duurzaamheid & MVO

Voedingsmiddelenbedrijven mogen dan volop bezig zijn met waterbesparing en -hergebruik in hun fabrieken, maar daar valt niet de grootste winst te behalen. Van al het waterverbruik ligt namelijk 99 procent in de aanvoerketen, dus buiten de eigen productielocatie. Juist daar valt voor de voedingsindustrie nog een wereld te winnen, stelt Arjen Hoekstra, hoogleraar watermanagement aan de Universiteit Twente.

Visie van Arjen Hoekstra: voedingsindustrie zet geen substantiële stappen om watervoetafdruk in keten te verminderen
Enschede - U-today. Foto van Arjen Hoekstra. Tbv U-Today magfazine. Foto: Rikkert Harink RH20190308

Pistachenoten uit Iran, avocado’s uit Chili, aardappels uit Egypte en sperziebonen uit Kenia? “Een no go”, zegt Arjen Hoekstra, hoogleraar watermanagement aan de Universiteit Twente zeer stellig. “Niet kopen deze producten.” Maar waarom dan niet? Zijn er in deze landen allemaal foute regimes aan de macht? Of komen de voedingsmiddelen van te ver weg en creëren ze te veel foodmiles? In het geval van Hoekstra heeft het antwoord logischerwijs te maken met water, zijn vakgebied. Al deze producten hebben namelijk een grote waterfootprint(watervoetafdruk) in waterschaarse gebieden.

Watervoetafdruk

De watervoetafdruk, een concept ontwikkeld door de waterprofessor, meet de hoeveelheid water van de goederen, producten en diensten die we gebruiken en vervuilen. Het kan dan gaan om één productieketen, zoals het verbouwen van katoen tot het maken van een spijkerbroek, of om al het directe en indirecte watergebruik bij een multinational.

Ook is het mogelijk om met de watervoetafdruk na te gaan hoeveel water een heel land consumeert. Het is dus van belang om bij het kopen van een product op te letten hoeveel water er is gebruikt en vervuild om het te produceren of te verbouwen.

Ingrediënten

Maar hoe weet je nou of de ingrediënten van een voedingsmiddel afkomstig zijn uit waterschaarse gebieden met slecht watermanagement? Dat weet je niet, vertelt Hoekstra. Het staat nou eenmaal niet op de verpakking. Maar dit zou eigenlijk wel moeten, zo laat hij doorschemeren. Dat zou de nodige bewustwording creëren bij de consument.

Transitie

”We hebben tegenwoordig terecht veel aandacht voor het klimaat en dus voor het daarmee samenhangende energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen. Maar voor waterschaarste hebben we te weinig aandacht. Het woord ‘energietransitie’ komt om de haverklap voorbij terwijl watertransitie zeker zo belangrijk is.

Suiker voor de cola: uit Nederland of uit Cuba?

Voor de watervoetafdruk kan het veel uitmaken uit welk land een colaproducent zijn suiker haalt. Voor een halfliterflesje cola bedraagt de watervoetafdruk 168 liter als voor de suiker Nederlandse bietsuiker wordt gebruikt. Wordt de suiker voor datzelfde flesje cola gewonnen uit Cubaans suikerriet of Indiase maïs, dan kost dat 309 liter. Herkomstland en soort suiker maken dus een groot verschil.Slechts 0,3 procent van de watervoetafdruk van cola is afkomstig uit de bottelarij. Ruim 95 procent van het totaal is waterverbruik in de keten voor het maken van de ingrediënten (zoals suiker, cafeïne en vanille) en ruwweg 4 procent is water- verbruik voor het maken van het flesje, waaronder de productie van PET. Het beste is om producten te kiezen uit gebieden met veel ‘groen’ water (regen- water). Het gebruik van ‘blauw’ water (irrigatiewater) kan soms problematisch worden omdat irrigatie altijd plaatsvindt in de droge tijd en vaak onduurzaam is door de schaal waarop water uit grondwater en rivieren wordt onttrokken. Een ‘grijze’ watervoetafdruk is altijd slecht: dan komen de producten uit gebieden met watervervuiling. (Bron: The Water Footprint of Modern Consumer Society).

Hoekstra weet zeker dat water dé grote uitdaging wordt in toekomst. “De voedselvraag blijft maar stijgen en het opwekken van hernieuwbare energie kost veel land en water. Kijk naar al die zonnepanelen en de vraag naar bio-energie: dat zorgt voor extra druk op het land en – in geval van biomassa – ook op water.”

Actie voedingsindustrie

In de zojuist verschenen tweede editie van zijn boek The Water Footprint of Modern Consumer Society stelt Hoekstra onomwonden: “Sinds de publicatie van de eerste editie wordt de vraag hoe we onze watervoetafdruk moeten reduceren alleen maar urgenter. Waterschaarste wordt wereldwijd gezien als een systeemrisico en overconsumptie van water is wijdverbreid.”

Is de voedingsindustrie zich voldoende bewust van de urgentie om haar watervoetafdruk te verminderen? In de fabrieken zelf, waar de voedselverwerking plaatsvindt, worden stappen gezet. Maar de bulk van het waterverbruik zit in de keten. “Op zich is in de keten wel sprake van meer bewustwording, maar substantiële stappen om het watergebruik te verminderen worden er niet gezet.”

Begin voedselketen

Het grootste probleem bevindt zich in de eerste fase van de voedselketen, bij de boeren, weet Hoekstra. Door middel van samenwerking kan de voedingsmiddelenindustrie hier iets doen om de watervoetafdruk te verkleinen. Makkelijk zal dat niet zijn. Op veel plekken in de wereld wordt te veel water gebruikt. De vraag is of je als voedingsmiddelenbedrijf bereid bent daar iets aan te doen en in waterbesparing wilt investeren, denkt de hoogleraar hardop.

“We hebben goede opbrengsten nodig met minder input van water, nutriënten en pesticiden. Dat vergt kennis, technologie en investeringen in een ander type landbouw, iets wat de boer niet allemaal zelf kan betalen. Maar meer kosten voor de boer betekent uiteindelijk ook dat fabrikanten en consumenten meer moeten betalen. Alles moet nu zo goedkoop mogelijk geproduceerd worden.”

CO2-uitstoot

Het in kaart brengen van de watervoetafdruk kan in eerste instantie tijdrovend en ingewikkeld zijn, vertelt Hoekstra. “Maar hetzelfde gold voor het inzichtelijk maken van de CO2-uitstoot in de keten. Daar is veel tijd aan besteed en uiteindelijk zijn op dat gebied ook stappen gezet.”

Leveranciers

Bedrijven hebben last van uitstelgedrag als het gaat om het in kaart brengen van die watervoetafdruk, signaleert de wetenschapper. “Dat heeft echter geen zin. Want als je het slim aanpakt kun je er de concurrentieslag mee winnen.” Hoekstra’s advies: smeed langetermijnbanden met leveranciers en weet waar en wat je koopt (producten met een kleine watervoetafdruk uit gebieden waar water niet schaars is, red.). “Waterschaarste uit zich op een gegeven moment in verminderde beschikbaarheid van gewassen en opbrengstverliezen.”

Door het afsluiten van lange-termijncontracten verzekeren bedrijven zichzelf van duurzame grondstoffen over een langere termijn en leveranciers krijgen een betere prijs. “Wat je goed moet weten is welke inkoopkeuzes invloed hebben op de watervoetafdruk. Je moet precies weten waar je ingrediënten vandaan komen en welke landbouwmethoden boeren toepassen. Bedrijven hebben hiervoor veel kennis nodig.

Voedselproductie

”De vraag naar voedsel is zo groot dat boeren nog steeds te veel gewassen telen in droge gebieden, vaak gesubsidieerd door overheden. “Zonder betere regels van de overheid en het beprijzen van water zit er geen rem op het watergebruik.”

Overheden moeten maxima instellen voor consumptief gebruik en vervuiling van water in een stroomgebied, vindt de professor watermanagement. “Je geeft dus een x-aantal vergunningen af voor een bepaalde hoeveelheid water en het gebruik van meststoffen. Overexploitatie vindt plaats omdat er geen limiet zit op de onttrekking van water.”

Ook Europa importeert veel te veel voedsel uit waterschaarse gebieden waar water niet duurzaam wordt gebruikt. Dat vormt een groot risico voor de voedselvoorziening, benadrukt Hoekstra. “We moeten veel meer voedsel gaan produceren in Noord-Europa zelf.”

CV

  • Arjen Hoekstra (1967) studeerde civiele techniek aan de Technische Universiteit (TU) Delft.
  • Hij werkt sinds 2005 bij de Universiteit Twente, waar hij momenteel hoogleraar watermanagement is.
  • Tevens is hij voorzitter van de raad van toezicht van het Water Footprint Network dat hij zelf mede oprichtte in 2008.
  • Ook werd hij in 2016 gasthoogleraar aan de Lee Kuan Yew School of Public Policy in Singapore.

Ook is er waterwinst te behalen als consumenten minder vlees zouden eten. De watervoetafdruk van dierlijke producten is zoveel groter dan bij plantaardige producten, becijferde Hoekstra. Voor de productie van 100 gram rundvlees is bijvoorbeeld 1.500 liter (Nederlandse rundvlees 650 liter) water nodig, voor kaas 510 liter en voor tomaat en komkommer respectievelijk 20 en 35 liter, zo blijkt uit Hoekstra’s onderzoek, dat ook door het Voedingscentrum wordt gebruikt.

Vleesfabrikanten houden zich opvallend stil als het om watergebruik gaat, signaleert de waterexpert. “Het is natuurlijk veel makkelijker om niets te doen dan om iets te doen”, zegt Hoekstra.

Vegetarisch

“Je ziet dat frisdrankfabrikanten de meeste interesse hebben in waterreductie, terwijl de dierlijke sector de grootste watervoetafdruk heeft. Zo’n 40 procent van de totale watervoetafdruk van de gemiddelde westerse consument relateert aan de consumptie van dierlijke producten.” Om die reden is Hoekstra zelf vegetariër geworden.

“Gelukkig zie je dat steeds meer bedrijven vegetarische en veganistische producten gaan maken. Dat is transitie.”

Hoekstra heeft nog wel wat tips voor de voedingsmiddelenindustrie hoe ze hun watergebruik in de keten kunnen verminderen. Ten eerste: ken je watervoetafdruk in je aanvoerketens. Stel vervolgens duidelijk doelstellingen om de watervoetafdruk te verminderen naar duurzame niveaus. Gebruik hiervoor benchmarks. “Eigenlijk komt het gewoon neer op meten en handelen.”

Reageer op dit artikel