artikel

Chain of Custody geeft helderheid

Duurzaamheid & MVO

Chain of Custody geeft helderheid

De ISO-leden hebben in augustus het Nederlandse initiatief aangenomen voor de oprichting van een ISO/PC Chain of Custody (CoC). Daarmee zijn transparantie en stroomlijning in de keten een stap dichterbij gekomen. Wat levert het precies op?

Consumenten en producenten houden zich steeds meer bezig met transparantie in de handelsketens en de oorsprong van materialen en onderdelen van producten en eindproducten. Hoe gaat een product met specifieke eigenschappen van A naar B en hoe ver kan het product in de keten getraceerd worden? Telkens weer blijkt dat gesprekken moeizaam verlopen, omdat de gebruikte terminologie in verschillende Chain of Custody-systemen niet op elkaar is afgestemd. Dit leidt tot verwarring en onduidelijke verwachtingen over het niveau van traceerbaarheid tussen de ketenpartijen. Bovendien zijn de complexiteit en de hiermee verbonden kosten een belemmering voor de markttoegang, vooral voor kleinere bedrijven en ontwikkelingslanden.

Verschil in definities

Ook moeten voor allerlei verschillende producten verschillende definities voor CoC-handelsmodellen ontwikkeld worden. Dat draagt niet bij aan een gestroomlijnde en transparante gang van zaken, zegt Juliane Eykelho van NEN, dat het CoC-voorstel indiende. “Neem bijvoorbeeld oliën en vetten. Op basis van het handelsmodel wordt aangegeven hoe ver het product terug te leiden is naar de bron. In deze sector heten die handelsmodellen ‘segregated’, ‘mass balance’ en ‘book and claim’. Voor de houtsector spreekt men ook over handelsmodellen, maar deze heten anders, bijvoorbeeld ‘mixed’. Voor het niveau van traceerbaarheid betekenen beide modellen hetzelfde, maar de benaming is net anders. Op hoofdlijnen verschillen de administratieve eisen aan de spelers in de keten, die een product door de keten halen, dus nauwelijks. Het spreekt echter voor zich dat voor sommige producten een specifieke aanvulling op de generieke eisen nodig is. Een bulkproduct moet doorgaans aan andere eisen voldoen dan een verpakt product.”

Doel

Voor NEN en de Nederlandse industrie en overheid waren deze redenen aanleiding om een initiatiefvoorstel voor een generieke Chain of Custody-standaard op basis van algemeen geaccepteerde ISO-taal uit te werken en bij ISO in te dienen. Dit voorstel is op 2 augustus door de ISO-leden aangenomen. Het projectcomité heeft inmiddels de naam ISO/PC 308 Chain of Custody meegekregen. De nationale normcommissie heeft een voorzitter en vicevoorzitter ge kozen, respectievelijk Leon Mol van Ahold Delhaize en Eddy Esselink van MVO, de ketenorganisatie voor oliën en vetten. Zij zetten zich met passie in om het opzetten van een generieke ISO CoC-standaard tot een succes te maken. Eykelhoff: “Het doel is de verschillende handelsmodellen zo generiek en inzichtelijk te maken dat het bruikbaar wordt voor partijen die met veel verschillende producten en processen werken, zoals retailers of eindfabrikanten. We willen dus een soort horizontaal toepasbaar generiek woordenboek maken, waarmee de spelers in de verschillende ketens aan kunnen geven hoe ver een ingrediënt is te traceren in de keten. Dit is ook interessant voor producten of bedrijven die nog niet met een eigen uitgewerkte CoC werken. Zij kunnen zich dan baseren op de nieuwe norm, die is opgesteld op basis van de beste voorbeelden uit het veld.”

Stroomlijnen

Een grote groep Nederlandse belanghebbende partijen, waaronder de producerende industrie, de overheid, certificerende instellingen, ketenexperts en dienstverleners, steunt het voorstel om een internationale standaard voor CoC te ontwikkelen.

Hugo Byrnes, vicepresident Ahold Product Integrity, is als belanghebbende blij dat het voorstel is aangenomen. “Voor leveranciers aan een bedrijf als het onze, dat veel verschillende producten verkoopt, is het bijzonder handig om in één keer aan te kunnen tonen dat de producten aan de Chain of Custody-eisen voldoen. Alle ISO- of private normen kunnen naar de nieuwe Chain of Custody-norm gaan verwijzen. Dat geldt voor alle bedrijven, maar zeker voor ondernemingen die veel verschillende producten maken. En op hun beurt hun leveranciers. Die kunnen straks ook in één keer aantonen dat hun administratie op orde is. Er komen dus niet meer verschillende mensen hetzelfde administratieve systeem controleren op verschillende CoC’s. Dat gebeurt nu nog wel eens.”

Transparantie

Het scheelt dus veel tijd en papierwerk, maar er zijn meer voordelen, zegt Byrnes. “De consument is kritischer geworden op wat er in onze producten zit. Wij zelf willen ook zeker weten dat het ingrediënt dat aan de andere kant van de aardbol gecertificeerd is, een cacaoboon bijvoorbeeld, ook het ingrediënt is dat uiteindelijk in ons product terechtkomt. Dat kan nu. We kunnen allereerst het originele certificaat opvragen. Als dat in orde is, kan aan de hand van de nieuwe CoC-norm, met uniforme eisen aan alle tussenliggende ketenpartijen, worden nagegaan of dit ook het ingrediënt is dat uiteindelijk in het eindproduct terechtkomt.

Omdat iedereen straks met dezelfde norm werkt, wordt de transparantie groter, maar groeit ook de garantie dat alle ingrediënten aan onze eisen voldoen. We beperken dus ook het risico dat er ooit eens een ‘fout’ ingrediënt, bijvoorbeeld door kinderen gemaakt, in onze producten belandt.”

FNLI

Ook de FNLI, de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie is blij met de nieuwe ontwikkelingen. Voorman Philip den Ouden: “Er is een veelheid aan systemen op de markt om grondstoffen te volgen en certificeren in de keten. Sommige gaan over duurzaamheid en zijn grondstofspecifiek, zoals voor palmolie, vis, cacao of koffie. Andere gaan over kwaliteit en voedsel veiligheid. Dat ieder systeem zijn eigen inhoudelijke standaarden stelt is prima, maar ieder systeem heeft daarnaast zijn eigen regels voor onder meer administratie, hoe je producten volgt door de keten, en terminologie. Die verschillen zijn onnodig. Internationale harmonisatie is dus een goede zaak, zeker voor kleinere ondernemingen of ondernemingen die met veel verschillende grondstoffen of producten werken.” De leden van de FNLI profiteren van een nieuwe CoC-norm, doordat ze kosten en tijd besparen, zegt Den Ouden. “Met één systeem kunnen ze straks voor verschillende producten of grondstoffen aan alle vereisten ten aanzien van CoC voldoen. Bovendien maak je de keten daardoor overzichtelijker.” Ook zal het niveau van duurzaamheid in de keten verder verhoogd worden, denkt Den Ouden. “Bedrijven krijgen steeds meer grip op hun ketens en kunnen zo effectiever ingrijpen als dingen misgaan. Dat is ook aantrekkelijk voor onze consumenten, die steeds meer om transparantie en duurzaamheid vragen.”

Reageer op dit artikel