nieuws

Nog te veel verborgen gluten voor coeliakiepatiënten

Algemeen

Nog te veel verborgen gluten voor coeliakiepatiënten

Voor coeliakiepatiënten met een hoge gevoeligheid voor gluten wordt de tolerantie van de dagelijkse hoeveelheid gluten in de meeste gevallen overschreden. Zo blijkt uit onderzoek van onder andere RIKILT Wageningen University & Research. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door verborgen gluten.

Personen met coeliakie hebben een levenslange gevoeligheid voor gluten. Coeliakiepatiënten moeten zich houden aan een levenslang glutenvrij dieet. Het vermijden van gluteninname – na start van zo’n glutenvrij dieet – leidt al gauw tot herstel van de klinische klachten van de patiënt. Een deel van de coeliakiepatiënten blijft –  ondanks het volgen van een strikt glutenvrij dieet – echter klachten houden. Oorzaken hiervoor kunnen gerelateerd zijn aan de voedselinname.

Verborgen gluten

Een mogelijke oorzaak gerelateerd aan voedselconsumptie is de onbedoelde inname van gluten door de aanwezigheid van ‘verborgen’ gluten in het voedsel. Hiermee wordt bedoeld dat het ingrediënt tijdens de cultivatiefase (groei van granen) onbedoeld besmet kan zijn door gluten, of dat tijdens productie, verpakken of transport van het voedingsmiddel onbedoelde besmetting optreedt. Voedingsmiddelen met een glutenvrij label mogen wettelijk niet meer dan 20 mg gluten/kg bevatten.

Om inzicht te krijgen in de totale inname van ‘verborgen’ gluten door coeliakiepatiënten, is een duplicaatportiestudie uitgevoerd en is het glutengehalte bepaald in voedingsmiddelen die coeliakiepatiënten op een dag consumeren.

Verzamelen duplicaatmaaltijden

De studie is uitgevoerd bij 27 coeliakiepatiënten die langer dan één jaar een glutenvrij dieet volgen, tussen 20-65 jaar zijn, en geen andere ziektes of allergieën hebben. Gedurende twee afzonderlijke dagen schreven de patiënten in een voedingsdagboek precies op wat ze aten op de betreffende dag:  het voedingsmiddel of de maaltijd, de geconsumeerde hoeveelheid en het tijdstip van inname. Tevens deden ze een precies gelijke portie van elk gegeten voedingsmiddel of maaltijd in een plastic bakje. Alle bakjes met de duplicaatporties die op 1 dag door een patiënt gegeten zijn, werden de volgende ochtend direct opgehaald en naar het laboratorium van het RIKILT gebracht. Daar werden de bakjes met inhoud gewogen en vervolgens gehomogeniseerd, waarna een monster van elke portie geanalyseerd is op de glutenconcentratie.

Analyses gluten

De glutenanalyses zijn uitgevoerd met de RidaScreen gliadinemethode (Art No R7001). Dit is een ELISA sandwich-methode die gebaseerd is op het R5 antilichaam. Deze methode wordt momenteel aanbevolen door Codex Alimentarius. De test is uitgevoerd volgens de gebruikershandleiding maar met een aantal aanpassingen om de detectielimiet van de test naar beneden te brengen van 3 mg/kg naar 2 mg/kg.

In totaal zijn 499 monsters geanalyseerd op de glutenconcentratie. In 32 monsters waren gluten aanwezig. In vier voedingsmiddelen, te weten gehakt, pannenkoeken, vanille meringuettes en een donkerbruin pistoletje, was de concentratie aan gluten meer dan 20 mg/kg met een hoogste concentratie van 108 mg/kg in de vanille meringuettes. Drie van deze vier voedingsmiddelen hadden een etiket dat ‘glutenvrij’ vermeldde en voldeden dus niet aan de wettelijke eis. In de 28 andere voedingsmiddelen waarin gluten aanwezig waren (> 2 mg/kg), was de concentratie tussen 2-20 mg/kg. De meeste van deze voedingsmiddelen waren bakkerijproducten zoals brood, biscuit en ontbijtgranen.

inname gluten

Gluten blootstelling

Aan de hand van de geconsumeerde hoeveelheid per portie en de geanalyseerde glutenconcentratie per portie is de dagelijkse blootstelling per patiënt aan gluten berekend. De totale dagelijkse blootstelling van patiënten aan gluten lag tussen ‘nul’ (alle producten hadden een glutenconcentratie onder de detectielimiet) en 3,3 mg/dag (Figuur 1). Als aangenomen wordt dat alle porties met een glutenconcentratie meting  onder de 2 mg/kg (onder de detectielimiet) een glutengehalte van 1 mg/kg (dus de helft van de detectielimiet) bevatten, dan is de dagelijkse ongedetecteerde glutenblootstelling 0,2 – 3,2 mg gluten per dag. De totale dagelijkse blootstelling van patiënten aan gluten – dus van zowel de voedingsmiddelen waarin gluten aangetoond is en de verborgen gluten – wordt dan geschat op 3,2 – 4,3 mg gluten per dag. Dit betekent dat het glutentolerantieniveau van herstellende en gemiddelde coeliakiepatiënten – geschat op respectievelijk 10 en 10-50 mg/dag (Bruins Slot et al., 2015) –  niet overschreden wordt. Echter, gevoelige coeliakiepatiënten, met een geschat glutentolerantieniveau van 0,75 mg/dag, krijgen dan op de meeste dagen (47 van de in totaal  54 studiedagen) wel teveel gluten binnen en kunnen hierdoor klachten houden.

Dankwoord

Deze studie is uitgevoerd in opdracht van NVWA en gefinancierd door het Ministerie van LNV. De auteurs danken  Dr. P. Wahab, Dr J. Uil, en Dr. A. Tan als wel alle patiënten die meegedaan hebben aan dit onderzoek voor hun medewerking.

Auteurs: Ine van der Fels-Klerx, Monique Bremer, Monique Nijkamp, Janneke Schultink, Jacqueline Castenmiller en Jeanne de Vries 

 

Reageer op dit artikel