nieuws

Hoe betrouwbaar zijn ELISA- of Lateral Flow-testen?

Algemeen

Hoe betrouwbaar zijn ELISA- of Lateral Flow-testen?

Het kiezen van de juiste meetmethode is binnen het allergenenmanagement van groot belang. Nutrilab voert voortdurend onderzoek uit naar de betrouwbaarheid van de gebruikte testmethoden. In dit artikel wordt het onderzoek omschreven waarin de zogenaamde sneltesten (Lateral flow-testen) voor allergenen vergeleken worden met de ELISA-methode in het laboratorium.

Het doel van het onderzoek is om te analyseren of de Lateral Flow-test geschikt is om allergenen aan te tonen op oppervlakten. Als testopzet is een werkoppervlak ‘besmet’ met een product waar een lage doses van het allergeen gluten en ei aanwezig is. In dit onderzoek zijn producten gebruikt die in een eerder stadium onderzocht zijn op gluten en ei. Het werkoppervlak is daarna gereinigd met warm water en lichte zeepoplossing. De proeven zijn gescheiden uitgevoerd: de glutentest en heel eipoedertest zijn na elkaar uitgevoerd. Na de schoonmaakprocedure is het oppervlakte getest met de Lateral Flow (LF) testen voor gluten en ei. Na het gebruik van de Lateral Flow is het werkblad ‘geswabt’ en is op de swab een ELISA-analyse in het laboratorium uitgevoerd.

Gluten

De resultaten zijn weergegeven in de onderstaande tabellen. Als eerste zijn diverse monsters op gluten getest. De betreffende monsters zijn gebruikt voor het onderzoek.

Tabel 1

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat beide methoden hun ondergrenzen hebben om te bepalen of het allergeen aanwezig is of niet. In dit onderzoek zijn monsters gebruikt met een laag glutengehalte. Zelfs dan is na een schoonmaakprocedure nog gluten te detecteren met behulp van de Swab + ELISA-methode. In zes gevallen wordt gluten gevonden met de ELISA, terwijl daarvan slechts één product als positief getest is met de LF-test. Er is geen relatie te leggen tussen gevonden gehalten met de ELISA- en het gemeten LF-testresultaat. Zelfs de hoogste waarde van 28 mg/kg  wordt niet gemeten met de LF-test.

 

Heel eipoeder

De onderstaande tabel geeft de resultaten weer van testen op de aanwezigheid van ei in diverse producten. Onder de monsters bevinden zich paneermeel, mayonaise en nog diverse andere eindproducten.

Tabel 2b

 

Wat opvalt bij de resultaten van het onderzoek op ei- allergeen is dat ook hier beide methoden hun ondergrens hebben. In de tweede kolom staan de resultaten van het aanwezige ei-allergeen in het product waarmee de tafel is ingesmeerd. De LT-flowtest laat  driemaal een positieve uitslag zien, terwijl het resultaat van de ELISA-swab in zes gevallen positief is. Het lijkt erop dat de ondergrens voor ELISA in ieder geval rond de 1 mg heel eipoeder/swab ligt. Bij de LT-flowtest voor heel eipoeder zal de ondergrens rond een factor 10 hoger liggen, wat neerkomt op een grens boven de10 mg eipoeder/swab.

 

Discussie en conclusie

In dit onderzoek is een bewuste keus gemaakt om de fabrikanten van de ELISA- en de Lateral Flow- test niet te vermelden. Dat is namelijk niet waar het onderzoek over gaat. De fabrikant van de ELISA is tevens de fabrikant van de LF-testen. Met dit onderzoek is aangetoond dat het noodzakelijk is om de testmethode te valideren in het proces. In dit onderzoek gaat het om de controle van de schoonmaakprocedure na een productie van een allergeen bevattend product. Er kunnen diverse leerpunten getrokken worden uit bovenstaand onderzoek:

             Valideren van de gebruikte testmethode voor allergenen is noodzakelijk

             De ondergrens van de testmethode moet onderzocht worden. Dat geldt in wezen voor elke situatie die getest wordt

             Een swab gevolgd door een ELISA, toont een meer betrouwbaar resultaat van het allergeen aan dan de Lateral Flow-test.

Auteur: Pieter Vos, directeur Nutrilab, info@nutrilab.nl

 

Reageer op dit artikel