nieuws

Certificeringsschema’s raken niet de kern van allergenenmanagement

Algemeen

Certificeringsschema’s raken niet de kern van allergenenmanagement

De vernieuwde benchmark van The Global Food Safety Initiative is voor veel certificeringsschema’s, zoals BRC, IFS en FSSC22000, aanleiding geweest om aanpassingen te doen op het gebied van allergenen. Toch raken de schema’s nog niet de kern van allergenenmanagement, aldus Marjan van Ravenhorst, directeur van Allergenen Consultancy. Ze verwacht dan ook dat het aantal recalls hierdoor niet zal afnemen.

De certificatieschema’s BRC, IFS en FSSC22000 zijn GFSI-erkend. De schema’s zijn door Global Food Safety Initiative (GFSI) getoetst aan basiseisen. Deze eisen, Benchmarking Requirements, zijn in 2017 aangescherpt naar aanleiding van de vele allergenenrecalls wereldwijd. In de GFSI Benchmarking Requirements zijn twee punten ten aanzien van allergenenmanagement opgenomen, namelijk etikettering van allergenen conform de wetgeving en het uitvoeren van een risicobeoordeling gericht op kruisbesmetting. In 2018 hebben de schema-eigenaren deze aangepaste eisen verwerkt in de afzonderlijke certificatieschema’s.  

Niet voldoende

De certificatieschema’s verschillen onderling in eisen aan allergenenmanagement. Toch belicht geen enkel schema alle basispijlers van allergenenmanagement. De recente aanpassingen in de schema’s zullen dus niet voldoende zijn om een flinke reductie van het aantal allergenenrecalls te bewerkstelligen. Het aanvullende schema SimplyOK biedt een aanvullend eisenpakket bovenop een GFSI-erkend schema, om het volledige allergenenmanagementsysteem te kunnen toetsen en verbeteren. Een uitbreiding van de eisen in de GFSI Benchmarking Requirements naar alle basispijlers van allergenenbeheer en verduidelijking van verschillende soorten risicobeoordeling is nodig om écht verschil te kunnen maken.

Beheer data en productspecificaties

In de certificeringschema’s wordt allergenenmanagement vaak nog uitsluitend gezien als een kruisbesmettingsproblematiek, resulterend in maatregelen ter voorkoming van besmetting en reiniging in de productieomgeving. Allergenenmanagement draait echter om betrouwbare en volledige productinformatie. Iedere consument kan op basis van die informatie zijn of haar eigen veilige keuze maken. Juist in die gevallen waar kruisbesmetting niet te voorkomen valt of als bepaalde allergenen als ingrediënt zijn verwerkt.

Veel allergenenrecalls worden ook niet veroorzaakt door kruisbesmetting in het productieproces. Vaak gaat het mis bij bedrijfsprocessen welke betrokken zijn bij informatiestromen zoals identificatie van producten, aanmaken van productie-opdrachten, ontwerp van etiketten en communicatie daarover of beheer van productdata en -specificaties.

SimplyOK

De aandacht in voedselveiligheidsystemen moet daarom verbreed worden van een primaire focus op kruisbesmetting en hygiëne naar productinformatie. Stichting SimplyOK heeft, in het SimplyOK certificatieschema voor allergenenmanagement, daarvoor vijf basispijlers van allergenenmanagement benoemd. Dit zijn de pijlers grondstofinformatie, de juiste receptuur, het opstellen van correcte etiketinformatie, het voorkomen van verwisselingen en het voorkomen van kruisbesmettingen. Voor elk van deze vijf basispijlers zijn detaileisen opgenomen in de Code of Practice.

afbeelding pijlers SimplyOK

Daarnaast is in dit schema de risicobeoordeling van kruisbesmetting met allergenen uitgewerkt, volgens de VITAL-aanpak. Een SimplyOK-certificaat kan alleen verstrekt worden aan een bedrijf met een GFSI-erkend schema. Het vult daarmee de ‘blinde vlekken’ in die schema’s. SimplyOK wordt ondersteund door diverse retailers. De eerste bedrijven, Dutch Spices en DP&S, zijn inmiddels gecertificeerd.

BRC 8

Vanaf februari 2019 wordt getoetst tegen versie 8 van BRC. De voorgaande versie stelde al verschillende eisen aan allergenenmanagement. Nieuwe eisen waren niet noodzakelijk vanwege de verandering van de GFSI Benchmarking Requirements. Verschillende eisen zijn wel aangepast of aangescherpt. Maar er zijn geen nieuwe inzichten zichtbaar of verschuiving van focus.

Wel wordt door de toevoeging van het woord ’risicobeoordeling’ aan paragraaf 5.3.6 over etiketteren van kruisbesmetting, onderbouwing nodig van een eventuele allergenenwaarschuwing op het etiket. In plaats van de redernatie ‘er kan niet uitgesloten worden dat kruisbesmetting optreedt’ dient aangetoond te worden dat kruisbesmetting daadwerkelijk kan optreden. Dit ligt in lijn met het beleid dat veel Nederlandse retailers recent hebben ingestoken om over etikettering en onnodige waarschuwingen tegen te gaan. Helaas geeft BRC, niet in de Standard maar ook niet in de interpretation guideline, aan hóe deze risicobeoordeling uitgevoerd moet of kan worden. Toepassing van een systeem als VITAL ligt hier voor de hand.

IFS en FSSC 22000

Audits van IFS en FSSC22000 worden vanaf juli en januari van vorig jaar uitgevoerd tegen de nieuwste versie. De vorige versie van IFS stelde al eisen van allergenenmanagement waardoor weinig aanpassingen nodig waren om aan de GFSI-benchmark te voldoen. Bij FSSC zijn eisen aan Part II Requirements for certification toegevoegd, gelijk aan de formulering van de GFSI-eisen.
In beide schema’s wordt nu gesteld dat maatregelen om kruisbesmetting te minimaliseren, gebaseerd moeten zijn op een risicobeoordeling. Deze maatregelen moeten geverifieerd worden. Wat precies verwacht wordt van een bedrijf is niet toegelicht. Deze risicobeoordeling is gebaseerd op de GFSI-eisen waardoor een procesgerichte (HACCP) beoordeling bedoeld zal worden. 

 


Risicobeoordeling: HACCP of VITAL?

De term ‘risicobeoordeling’ in relatie tot allergenenmanagement wordt op verschillende manieren gebruikt. In de GFSI-eisen wordt een procesgerichte (HACCP) beoordeling bedoeld om de beheersmaatregelen te bepalen die nodig zijn om kruisbesmetting met allergenen te voorkomen. Dit is een ander type risicobeoordeling dan om te bepalen of een waarschuwing op het etiket nodig is. In BRC en IFS wordt dit type risicobeoordeling expliciet benoemd bij de onderbouwing van een waarschuwing voor kruisbesmetting met allergenen. Hiervoor kan een systematiek als VITAL gebruikt worden, waarbij veilige concentraties en actiegrenzen bepaald worden.
De HACCP-systematiek is een (productie)proces gebonden risicobeoordeling. Dit resulteert voor allergenen vaak in eenzijdige risicoanalyses waarbij bij veel processtappen het gevaar ‘allergenen’ wordt benoemd met als beheersmaatregel ‘reiniging’ of ‘voorkomen van kruisbesmetting’.


De benadering van allergenenmanagement in beide schema’s is gelijk aan die van de GFSI Benchmarking Requirements waarbij niet alle basispijlers worden belicht. FSSC 22000 beperkt zich nu tot de minimale eisen terwijl IFS al in de vorige versie al extra eisen had opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van ‘vrij-van’ producten en onderbouwing van een allergenenwaarschuwing met een risicobeoordeling.

Aangescherpte GFSI-eisen te minimaal

Hoewel aanscherping van de GFSI-eisen een positieve ontwikkeling is, zijn de eisen te minimaal. Alleen de pijlers van het opstellen van correcte etiketinformatie en het voorkomen van kruisbesmetting worden hierin benoemd.Verschillende schema-eigenaren hebben de beperkte focus op allergenenmanagement onderkend en hebben aanvullingen opgenomen. Toch worden niet alle belangrijke elementen benoemd. Vooral de pijler van de juiste receptuur, is in alle schema’s onderbelicht of zelfs niet opgenomen.

Auteur: Marjan van Ravenhorst, directeur Allergenen Consultancy,  www.allergenenconsultancy.nl



 

Reageer op dit artikel