artikel

NVWA waarschuwt zes jaar na het paardenvleesschandaal: ‘Frauderisico’s nemen alleen maar toe’

Algemeen

NVWA waarschuwt zes jaar na het paardenvleesschandaal: ‘Frauderisico’s nemen alleen maar toe’

Het paardenvleesschandaal schokte in 2013 de voedingswereld. Niemand verwachtte dat kwaadwillenden rundvlees in producten, zoals vermeld op het etiket, zouden mengen met het goedkopere paardenvlees. Voedselfraude stond voorgoed op de kaart van de voedselketen. Wat is er de afgelopen jaren gedaan om fraude tegen te gaan. Dit artikel is verschenen in VMT 2 van 22 februari 2019.

Directeur Ben van Hattem van slachthuis Van Hattem hangt een gevangenisstraf van drie jaar boven het hoofd vanwege het mengen van rundvlees met paardenvlees. Op het etiket stond alleen rundvlees aangegeven. In 2014 kwam dit vlees in een aantal supermarkten terecht. In 2015 werd vleeshandelaar Willy Selten veroordeeld tot tweeënhalf jaar cel vanwege hetzelfde vergrijp. In hoger beroep komt daar mogelijk nog anderhalf jaar bij. In 2013 troffen autoriteiten in verschillende Europese landen paardenvlees aan in producten die waren gelabeld als rundvlees. Ook ruim zes jaar na deze schandalen blijft voedselfraude actueel. In 2017 kwam de fipronilaffaire aan het licht. Het bedrijf Chickfriend had tegen de regels in een middel met de giftige stof fipronil gebruikt om bloedluis onder pluimvee te bestrijden die in eieren terechtkwam. Honderden pluimveebedrijven gingen op slot en er volgden recalls. De schade liep in de tientallen miljoenen euro’s. Uiteindelijk bleken de gevonden hoeveelheden fipronil niet gevaarlijk voor de volksgezondheid. De strafzaak tegen de twee verdachte eigenaren van het bedrijf loopt nog. Wat is er na deze schandalen gedaan om voedselfraude te bestrijden en wat kan nog beter?


Voedselfraude

• Is een illegale handeling die de veiligheid of eerlijkheid van levensmiddelen aantast.

• Is bewust en opzettelijk.

• Is voor economisch gewin.

Bron: NVWA


De voedselautoriteit

De risico’s op voedselfraude blijven toenemen door langere ketens, schaalvergroting en de strengere eisen aan voedingsmiddelen. Ook komen er steeds meer producten op de markt.

karen 1“Al deze zaken werken voedselfraude in de hand”, vertelt coördinerend specialistisch inspecteur Karen Gussow van de divisie Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De voedselfraude-expert vervolgt: “De circulaire economie heeft een schaduwzijde: reststromen die worden hergebruikt en niet vernietigd brengen voedselfrauderisico’s met zich mee.” Daarbij komt dat producten tegenwoordig afkomstig zijn vanuit de hele wereld. “Check je keten daarom goed”, benadrukt ze. “Word niet te afhankelijk van één partij.” Gussow kan niet genoeg waarschuwen voor de gevaren van gesjoemel met voedsel: bedrijven zijn er immers zelf verantwoordelijk voor dat zoiets in hun keten of bij hun bedrijf niet gebeurt.

Toch is de toezichthouder ook kritisch naar zichzelf. In de tijd voor het tweede paardenvleesschandaal bij slachthuis Van Hattem in 2014, had de NVWA het onderwerp voedselfraude nog niet zo nadrukkelijk in het vizier. Er werd internationaal en nationaal nog niet zoveel informatie uitgewisseld over voedselfraude, zoals nu bijvoorbeeld gebeurt via het Europese Food Fraud Network. Dit netwerk zette de Europese Commissie op als reactie op het paardenvleesschandaal.

De NVWA startte in 2013 mede als reactie op dit schandaal met een plan van aanpak om het toezicht te versterken en te moderniseren. Sindsdien is het tegengaan van voedselfraude een van de speerpunten. In de ‘Staat van Voedselveiligheid’ geeft de NVWA een beeld van de voedselveiligheid in Nederland, met een apart hoofdstuk over voedselfraude. De afgelopen jaren namen overheid, politiek en bedrijfsleven tal van maatregelen om fraude tegen te gaan, zoals hogere boetes en meer controles. Al deze acties versterkten de bewustwording in de hele samenleving van de risico’s, weet Gussow. Om de bewustwording ook intern te vergroten, richtte de NVWA een fraude-expertiseknooppunt in. Daarin wisselen de food detectives uit Gussows team informatie en kennis uit met andere onderdelen van de NVWA. “Wij helpen inspecteurs om ook met een fraudebril te kijken in plaats van alleen met een voedselveiligheidsbril. We coachen ze en pakken samen zaken op.”

Gussow realiseert zich dat er natuurlijk altijd een spanningsveld blijft bestaan: hoeveel tijd en geld gaat er naar voedselveiligheid en hoeveel naar de aanpak van vormen van voedselfraude met een lager voedselveiligheidsrisico. De coördinerend specialistisch inspecteur signaleert een steeds sterkere maatschappelijke afkeuring van voedselfraude. De straffen voor Selten en Van Hattem weerspiegelen dat. “Vroeger waren de opgelegde straffen in vergelijkbare zaken veel lager.”

De vleesindustrie

“De consument is bedrogen en de reputatie van de Nederlandse vleessector ligt aan diggelen.” Die woorden sprak de officier van justitie tijdens de rechtszaak op 29 januari tegen Van Hattem. Voorzitter Jos Goebbels van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) kan het alleen maar eens zijn met deze woorden. De paardenvleesschandalen brachten zijn sector behoorlijk in diskrediet, terwijl vleesfraudeurs Van Hattem en Selten nooit lid waren van zijn brancheorganisatie. Geen van de COV-leden raakte ooit betrokken bij een vleesschandaal; de brancheorganisatie doet er alles aan om dit zo te houden. De organisatie voerde een jaar geleden een verplichte gedragscode in die alle leden moeten ondertekenen. Maar hoe handhaaf je zo’n code? Goebbels moet toegeven dat er niet echt gecontroleerd wordt op naleving. Controles zijn er immers al genoeg. “Kijk, er is geen enkele sector die zo grondig gecontroleerd wordt door de NVWA als de vleessector. Deze sector scoort ook hoog in de naleefmonitors van de NVWA.”

Wel staat in de gedragscode dat verdachte zaken aan de COV moeten worden gemeld. “Als wij horen dat een bedrijf zich mogelijk niet aan de regels houdt, dan spreken wij het bedrijf daarop aan.” Trouwens”, zegt Goebbels, “onze leden drongen zelf aan op een code. Dit bewijst dat zij beseffen dat regels regels zijn en dat de verantwoordelijkheid voor voedselveiligheid en integriteit bij de vleesbedrijven ligt.” Negentig procent van de Nederlandse vleesbedrijven is COV-lid. Goebbels roept de rest op ook lid te worden.

Naast de gedragscode zijn er nog de private kwaliteitssystemen, waarvan er steeds meer een integriteitsmodule hebben, zegt Goebbels. Dit is een voortvloeisel uit de Taskforce Voedselvertrouwen, die in 2013 is opgezet. In samenspraak met de NVWA stelde de taskforce voor private kwaliteitsschema’s scherpe criteria op om vooral de voedselintegriteit te borgen. Alle door de NVWA geaccepteerde private kwaliteitsschema’s staan op de website Ketenborging.nl.

OpsporingsdienstNVWA
Het team van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD) onderzoekt een partij verdachte producten.

De voedingsindustrie

Na de paardenvleesschandalen zijn verschillende maatregelen genomen, zoals de opzet van Ketenborging. nl, de nauwere samenwerking tussen de NVWA en de voedingsindustrie, en een betere afstemming in de keten. Toch is voedselfraude nooit 100 procent te voorkomen, weet Marian Geluk, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). Verscherpte kwaliteitseisen helpen dan niet. “Een bedrijf dat het minder nauw neemt met de wet, kan altijd moedwillig de regels overtreden. Hoe meer bedrijven zich meten aan het niveau van Ketenborging.nl en hoe meer partijen in de keten uitsluitend gaan inkopen bij leveranciers met de kwaliteitssystemen, hoe moeilijker het wordt voor fraudeurs.”

Ketenborging.nl is een van de initiatieven uit de koker van de Taskforce Voedselvertrouwen. “Door de paardenvleesschandalen is de taskforce wel sterk op dierlijke producten gericht”, vertelt Geluk. “We verwachten dit jaar te verbreden naar meer ketens, waaronder plantaardige. LTO, de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland, speelt hierin een belangrijke rol.” De FNLI stelde een gedragscode op voor haar leden, waarin een fabrikant publiekelijk stelt dat voedselveiligheid hoogste prioriteit heeft. In totaal 250 leden onderschreven de code. In tegenstelling tot de COV verplicht de FNLI niet tot ondertekening. “De verantwoordelijkheid voor voedselveiligheid ligt te allen tijde bij de fabrikant, niet bij de FNLI.” Daar waar de COV vooral worstelde met de paardenvleesschandalen, had de FNLI het erg zwaar met de fipronilaffaire. De organisatie heeft daar lessen uit getrokken: gecoördineerde actie tussen private partijen en het houden van toezicht is belangrijk om een incident snel op te lossen. Geluk: “Ook daarom gaat de FNLI inzetten op brancheoverstijgende crisissimulaties. Of het nu gaat om communicatie binnen private partijen, snel kunnen handelen, en eenduidige communicatie naar consumenten: een incident vergt inspanningen van vele partijen en het is goed dit met elkaar te oefenen en te leren.”

Voedselschandalen leren dat voedselketens moeten blijven inzetten op transparantie. Daarom werkt het project Fresh Upstream, dat de FNLI ondersteunt, aan de vergroting van de toegankelijkheid van ingrediënten en grondstoffen, vertelt de FNLI-directeur. “Dit zal de voedselveiligheid ten goede komen.”


Straffen

In supermarkten in heel Europa troffen autoriteiten producten aan waarbij rundvlees was vermengd met het goedkopere paardenvlees. Op het etiket stond rundvlees vermeld. De belangrijkste verdachten van deze vleesfraudes in 2013 en 2014 zijn Nederlanders.

Willy Selten kreeg in 2015 tweeënhalf jaar cel, waar in hoger beroep mogelijk nog anderhalf jaar bijkomt. Ben van Hattem kan drie jaar krijgen en vleeshandelaar Jan Fasen kan tien jaar achter de Franse tralies verdwijnen. Fasen wordt verdacht van vleesfraude in dertien Europese landen.


Het laboratorium

De laboratoria merken dat de aandacht voor voedselfraude sinds het paardenvleesschandaal is toegenomen. Nutrilab uit Giessen kreeg bijvoorbeeld veel meer analyses voor vleesherkenning te verstouwen en past daarvoor ook steeds meer analysetechnieken toe. Directeur Pieter Vos: “De laatste tien jaar zijn de aanvragen om iets te onderzoeken op voedselfraude met meer dan honderd procent toegenomen. Laatst moesten we testen of iets wel sambal was, we kijken dan of er originele chilipepers inzitten.” Maar bij een testuitslag is het niet aan het lab om te bepalen of iets voedselfraude is. “We kunnen alleen zeggen of er iets onnatuurlijks is toegevoegd. Kortom, wij doen de meting, de opdrachtgever doet de rest.”

De vraag naar analyses komt uit de hoek van plantaardige oliën, vruchtensappen, honing, koffie, thee en kruiden en specerijen. “Ook claims kunnen we controleren. We kunnen bijvoorbeeld de afwezigheid van pesticiden in biologische producten aantonen.” Ook krijgen we opdrachten om te controleren of er geen suikers aan een product zijn toegevoegd. Als het natuurlijke fruitsuikers mag bevatten, kunnen we nagaan of er extra suiker is toegevoegd.”

Reageer op dit artikel