artikel

FSSC 22000-certificaat geeft goed beeld van integriteit bedrijf

Algemeen

FSSC 22000-certificaat geeft goed beeld van integriteit bedrijf

Is een certificeringsschema zoals FSSC 22000 goed genoeg ingericht om voedselfraude te voorkomen? “FSSC 22000-auditoren zijn geen rechercheurs”, zegt managing director Cornelie Glerum. “Maar tijdens een audit komt wel goed naar voren of een bedrijf het thema integriteit onder controle heeft.” Dit artikel is verschenen in VMT 2 van 22 februari 2019.

Cornelie GlerumFSSC 22000 is een schema dat gebaseerd is op de ISO 22000-norm voor voedselveiligheidsmanagementsystemen en aanverwante normen. Het voldoet volledig aan de laatste eisen van het Global Food Safety Initiative (GFSI). Op het gebied van voedselfraude en integriteit volgt het schema dus ook de eisen die het GFSI stelt. “Dat is belangrijk, want zeker op deze thema’s wil je je als schema juist niet onderscheiden”, zegt Cornelie Glerum, managing director bij FSSC 22000. “Fabrikanten werken in een keten met elkaar samen. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om voedselfraude tegen te gaan. Dat werkt het beste als alle partijen aan de hoogst haalbare eisen voldoen en hier niet op concurreren.”

Risicogestuurd

Haar collega Cor Groenveld, director market development, zegt dat de eisen die de FSSC 22000-norm stelt aan bedrijven, streng genoeg zijn om de thema’s voedselfraude en integriteit goed onder controle te krijgen. “In de FSSC 22000-norm staat dat fabrikanten verplicht zijn om een kwetsbaarheidsanalyse te maken van hun eigen organisatie en van de voedselketen”, legt hij uit. “De reguliere systeemauditoren hebben voldoende kennis en vaardigheden om te beoordelen of dit robuuste analyses zijn die aan de schema-eisen voldoen. Ook zijn zij in staat om tijdens een audit signalen op te pikken waaruit kan blijken dat er iets niet helemaal in de haak is. Bij vreemde situaties kunnen ze dieper op een onderwerp ingaan om bevestigd te krijgen of het bedrijf aan alle schema-eisen voldoet.”

Glerum voegt daaraan toe dat een audit altijd risicogestuurd is. “Bij een vleesbedrijf zoom je op andere thema’s in dan bij een kruidenleverancier. Het is het vak van een auditor om op basis van de risico’s slimme steekproeven te nemen waardoor hij een goed beeld krijgt van de integriteit van een bedrijf. Natuurlijk kun je daar geen honderd procent zekerheid mee garanderen. Een auditor is geen rechercheur die een bedrijf gaat doorlichten om voedselfraude op te sporen. Het gaat erom dat hij of zij er vertrouwen in heeft dat een bedrijf de thema’s integriteit en voedselfraude goed onder controle heeft. Met de kwetsbaarheidsanalyse en de slimme steekproeven om de implementatie van de schema-eisen te toetsen, krijgen auditoren daar een goed beeld van.”

Verbeterpotentieel

Toch vinden Glerum en Groenveld dat voedingsmiddelenbedrijven nog wel degelijk stappen kunnen zetten om het toezicht op integriteit naar een hoger niveau te tillen. “Het gaat dan vooral om de interpretatie van de normen”, zegt Glerum. “Daarom is het belangrijk dat certifi cerende instellingen naar de harmonisatiedagen komen. Daar kunnen ze ervaringen met elkaar uitwisselen en van elkaar leren.” Een voorbeeld van een thema waar bedrijven nog aan kunnen werken, is het creëren van een goede bedrijfscultuur. “Het is belangrijk dat bedrijven daarmee ervaring opdoen, zodat ze dat van daaruit verder kunnen uitbouwen”, zegt Groenveld. “Hetzelfde geldt voor het toezicht op de voedselketen. Vooral voor kleine bedrijven met een complexe voedselketen is dat nog een uitdaging. De ontwikkeling van nieuwe tools en initiatieven kunnen daarin bijdragen.” Glerum geeft aan dat er in mei een nieuwe versie van de FSSC 22000-norm verschijnt. Daarin is nauwelijks iets gewijzigd aan de eisen voor het voorkomen van voedselfraude en integriteit. “Dat bevestigt het beeld dat die thema’s in dit schema al goed geregeld zijn. Het verbeteringspotentieel zit vooral in de interpretatie die certificerende instellingen en bedrijven aan de norm geven.”


FSSC 22000 in cijfers

FSSC 22000 is wereldwijd actief in 140 landen. Circa 19.000 organisaties beschikken over een FSSC-certificaat. Meer dan 120 certificeringsinstanties werken met FSSC 22000. Zo’n 1.500 auditoren voeren FSSC 22000-audits uit.


Certificerende instanties

Een andere vraag is: hoe ziet FSSC 22000 toe op de kwaliteit en integriteit van zijn eigen norm? Glerum zegt dat die kwaliteitsborging begint bij een goede basis. Het FSSC 22000 werkt alleen met certificerende instellingen (CI’s) die geaccrediteerd zijn of die hun accreditatie binnen een jaar halen. Daarnaast moeten zij aantoonbaar kunnen maken dat zij met auditoren werken die voldoende kennis en ervaring hebben om het vak goed uit te voeren. “De bewijslast daarvan ligt bij de certificerende instellingen”, zegt Glerum. “Wij zien daarop toe. We stellen minimale eisen, zoals een afgeronde hbo- of universitaire foodopleiding en minimaal twee jaar relevante werkervaring in de betreffende sector.”

Daarnaast stelt FSSC 22000 eisen aan de CI’s om audits uit te mogen blijven voeren. Dit betekent onder andere dat de auditoren intern moeten worden getraind. Bovendien moet iedere certificerende instelling minimaal één keer per jaar aanwezig zijn op de FSSC 22000-harmonisatieconferentie.

Schorsing

Cor GroenveldOm te controleren of de audits goed worden verricht, voert FSSC 22000 regelmatig deskreviews uit. Groenveld: “Dit betekent dat we de rapporten controleren. Daarnaast houden we eens in de drie jaar een CIkantoorcontrole. Hierbij bezoeken we een CI en controleren we of de CI aan alle schema-specifi eke eisen voldoet. Zijn er klachten uit de markt of treffen we zelf onregelmatigheden aan? Dan wordt de frequentie verhoogd naar eens per jaar. En mocht er aanleiding zijn om te denken dat een auditor zijn werk niet goed doet, dan vindt er een witness-audit plaats. Dit betekent dat een FSSC 22000-assessor met de auditor meeloopt en controleert of de auditor het werk goed uitvoert.”

Als een CI niet aan de eisen voldoet, volgen er sancties. Dit begint bij een gele kaart. Bij ernstige vergrijpen of meerdere gele kaarten volgt er een rode kaart. “Bij een rode kaart leggen we de overtreding op een anonieme manier voor aan een sanctiecomité”, legt Glerum uit. “Dit comité kan besluiten de CI tijdelijk te schorsen. Binnen die periode krijgt de CI de kans om corrigerende maatregelen te nemen. Na deze periode kan de schorsing worden opgeheven. We communiceren transparant over zo’n schorsing naar de markt, bijvoorbeeld door de betrokken CI te vermelden op de FSSC 22000-website.”

Scherp houden

Glerum vertelt dat het sanctiebeleid met gele en rode kaarten goed werkt. “We hebben vorig jaar zeventien gele kaarten uitgedeeld en één keer is een CI geschorst. Die gele kaarten zijn veelal uitgedeeld voor kleine overtredingen, bijvoorbeeld omdat een CI niet tijdig corrigerende maatregelen heeft genomen, niet aanwezig was op de jaarlijkse harmonisatieconferentie of bijvoorbeeld de audit rapporten niet tijdig of volledig heeft geüpload in de FSSC 22000-portal. In de praktijk zien we dat dit soms geen onwil is. Meestal blijkt dat een bepaalde schema-eis niet goed is geïnterpreteerd, soms door de taalbarrière. Een gele kaart is een goede waarschuwing. We zien dat een CI zich vaak weer snel herpakt en er alles aan doet om weer aan de eisen te voldoen.”

Glerum zegt tot slot dat het allemaal misschien erg streng klinkt. En het klopt dat FSSC 22000 overal streng op toeziet. “Maar in de praktijk zien we dat de CI’s onze feedback waarderen. We hebben er allemaal belang bij om het niveau hoog te houden. Uiteindelijk moet je toch samen de integriteit van het certifi caat borgen. Dus we staan in nauw contact met de CI’s om zaken te verduidelijken of te luisteren en leren van CI-praktijkervaring. Zo houden we elkaar scherp.”

Maaike Tindemans is freelance journalist

Reageer op dit artikel