artikel

Deskundigen in gesprek over duurzame, gezonde voeding: ‘Minder eten is deel van de oplossing’

Algemeen

Deskundigen in gesprek over duurzame, gezonde voeding: ‘Minder eten is deel van de oplossing’

Volgens trendwatchers willen consumenten de komende decennia niet alleen eten dat lekker is, maar ook nog eens gezond, duurzaam en goed voor het geweten. Kenniscentrum suiker & voeding (KSV) nodigde onlangs tien deskundigen uit voor een rondetafelgesprek over voeding, gezondheid en duurzaamheid. Vanuit hun verschillende expertises gingen ze met elkaar in gesprek. Dit artikel is verschenen in VMT 1 van 25 januari 2019.

Een van de deelnemers, Pieter van ‘t Veer, hoogleraar Humane Voeding van Wageningen University, legde uit dat we nog leven in een wereld waarin het causaal denken domineert. Dit zou volgens hem moeten worden omgebogen naar een wereld waarin circulaire oplossingen de boventoon voeren, waarin multidisciplinair naar problemen wordt gekeken. “De consument en zijn voeding moet hierin centraal staan en er moet een goede wisselwerking zijn tussen de consument en het productiesysteem.”

Sharp-onderzoek

Een van de manieren waarop naar antwoorden wordt gezocht om te komen tot integratie van een duurzame en een gezonde voeding is het Sharponderzoek. Dit is onderdeel van de grotere Europese Susfans-studie, waarin verschillende groepen van Wageningen University & Research en Van ‘t Veer participeren. Sharp staat voor een dieet met duurzame, gezonde, betaalbare, betrouwbare en smakelijke voeding (Sharp betekent: sustainable, healthy, affordable, reliable, and preferred). Gebruikmakend van wetenschappelijke standaarden voor een duurzame en gezonde voeding wordt binnen Susfans de verbinding gelegd naar economie, milieu en beleid. In de onderzoeken wordt gekeken naar verschillende voedingsgewoonten in vier landen (Frankrijk, Tsjechië, Denemarken en Italië).

“We gaan onder andere na of ze aan de aanbevelingen voor nutriënten voldoen”, zegt Van ‘t Veer.“Sommige doen het beter dan andere, maar we zien over het algemeen dat de aanbevelingen voor de nutriëntensamenstelling of voor eten volgens foodbased dietary guidelines (FBDG’s, voedingsrichtlijnen, red.) veelal niet worden gehaald.”

De FBDG’s zijn bedoeld als voorbeeld voor een gezond voedselpatroon (denk bijvoorbeeld aan eten volgens de Schijf van Vijf), maar voedingswetenschappers gebruiken ze óók om voedingspatronen te evalueren. Volgens Liesbeth Temme van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Van ‘t Veer kijken wetenschappers nu op een vergelijkbare wijze naar het halen van de FBDG’s zoals ze dat voor nutriënten doen, alsof 95% van de mensen zou moeten voldoen aan het voorbeeld-voedingspatroon volgens FBDG. Ze vragen zich daarbij af of de lat niet te hoog ligt voor de meesten. Van ’t Veer: “Ik zou al blij zijn als de helft van de bevolking de FBDG’s zou halen. Het gaat hier toch om goede voedingsgewoonten en niet om een concept als minimumnutriëntenbehoefte?”

Panellid Thom Achterbosch van Wageningen Economic Research legde uit hoe binnen de onderzoeksprojecten Susfans en Sharp wordt gekeken naar het gemeenschappelijk voedingsbeleid in Europa. De vraag daarbij is hoe het anders kan worden ingericht en hoe zaken als landbouw-, keten- en voedingsbeleid naar elkaar toe kunnen groeien. Als econoom en projectleider is hij bij het onderzoeksproject betrokken: “Wij zijn op zoek naar de relatie tussen consumptie en productie in het Europese stelsel. Maar ze vormen een complex systeem: mede door de omvangrijke Europese handel is het moeilijk om die twee te verbinden. Bovendien zijn er op dit moment nog veel schotten tussen de beleidsterreinen van de departementen voeding/gezondheid (VWS) en duurzaamheid (LNV), in Nederland en daarbuiten.”


Deelnemers

Thom Achterbosch (Wageningen Economic Research), Koen Boone (Sustainability consortium), Mariska Dotsch (Unilever), Andries Olie (Suiker Unie), Frederike Praasterink (HAS Hogeschool), Jan Steijns (Friesland Campina), Liesbeth Temme (RIVM), Pieter van ‘t Veer (Wageningen University), Wim Verbeke (Universiteit Gent), Henk Westhoek (PBL, Planbureau voor de Leefomgeving). Toehoorders: Theo Ockhuizen (Nutricom Consultancy), Janine Verheesen (directeur KSV) en Paul Mesters (voorzitter KSV).


Minder eten

De grootste determinanten die van invloed zijn op gezondheid en duurzaamheid zijn volgens de deelnemers aan het rondetafelgesprek de energie-inname en de consumptie van met name rundvlees. Minder eten in het algemeen en consumptie van meer plantaardig, minder dierlijk en minder suikerrijke en alcoholhoudende dranken, dragen bij aan een betere gezondheid en lagere milieudruk, zo was tijdens de bijeenkomst te beluisteren.

Verder kwam naar voren dat er voor een transitie naar een duurzame en gezonde voeding veranderingen in het voedingspatroon nodig zijn, waarin zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de onderdelen in de huidige voeding. Opgemerkt werd dat de discussie zich daarbij vaak te zwart-wit op de zogeheten eiwittransitie concentreert, waarbij wordt gepleit voor de consumptie van meer plantaardige in plaats van dierlijke eiwitten. “Het is de vraag of een voeding met vooral plantaardig eiwit wel zo gezond is”, bracht Van ‘t Veer in. “Misschien bedenken we over twintig jaar dat we ons daarin vergist hebben.”

Cost of inaction

Tijdens de discussie benadrukten onder andere Frederike Praasterink (HAS Hogeschool) en Henk Westhoek (PBL, Planbureau voor de Leefomgeving), dat het gevoel van urgentie om met oplossingen voor een duurzame en gezonde voeding te komen te laag is. Er werd dieper ingegaan op de rol van de overheid en bedrijven daarbij. Omdat in het huidige systeem de costs of inaction voor de maatschappij, de volksgezondheid en het milieu hoger dan nu uitpakken als niet wordt ingegrepen, zou de overheid meer moeten doen om met kleine stapjes een gezonde en duurzame voeding te bewerkstelligen. Nu wordt er vooral nog aan symptoombestrijding gedaan.

Een beleid in kleine stappen werpt volgens de panelleden meer vruchten af dan een groot masterplan. Er zijn experts nodig die oplossingsrichtingen aandragen, waarna een dialoog moet volgen met alle stakeholders die in de praktijk aan de voorgestelde oplossingen kunnen werken. Daarbij is het voor veel deelnemende partijen belangrijk dat ze antwoord krijgen op de vraag: What’s in it for me?

Bedrijven worstelen daarnaast met nog een aantal vragen: Wat is nu precies een gezonde en duurzame voeding en hoe is dit te vertalen op maaltijd- en productniveau? Maar ook: Hoe kan de consument het best worden benaderd? Dat is misschien een nog wel belangrijkere vraag.

Hans Kraak is hoofdredacteur van Voeding Nu.


Conclusie gesprek

Duurzaam en gezond kunnen goed samengaan. Er zijn veel initiatieven om een duurzame en gezonde samenleving vorm te geven bij diverse stakeholders. Maar duurzame en gezonde keuzes zijn nog niet voldoende vanzelfsprekend voor consumenten. De gewenste richting komt neer op: minder eten en verschuiving in het eetpatroon, van minder dierlijk naar meer plantaardig, maar niet zwart-wit. Voor een effectieve implementatie zouden de discussies en de maatregelen stapsgewijs specifieker moeten worden gekoppeld aan voortschrijdende kennis, technologie en consumentengedrag, in samenspraak met alle foodsystem-actors, en zonder de urgentie te verliezen.


Reageer op dit artikel