artikel

Desinfectiemiddel vereist toelating

Algemeen

Desinfectiemiddel vereist toelating

Desinfectiemiddelen die in een bedrijf worden gebruikt, dienen wettelijk te zijn toegelaten. Daarvan moeten gebruikers zich verzekeren. De website van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) geeft er snel en eenvoudig uitsluitsel over. Maar wanneer is een middel een biocide of een schoonmaakmiddel? Dit artikel is verschenen in VMT 2 van 16 februari 2018.

De fipronilcrisis in de pluimveesector is een horrorscenario waar producenten in andere sectoren van de voedingsmiddelenindustrie niet aan moeten denken: angst voor de volksgezondheid in de media en miljoenen schade door gebruik van een middel dat niet is toegelaten. Schade die de overheid of verzekeraars niet zomaar op zich nemen, want de verantwoordelijkheid ligt zowel bij degene die het middel op de markt brengt als bij degene die het gebruikt.

Biocidenverordening

Biociden vallen onder Europese en nationale wetgeving. Door de Biocidenverordening uit 2012 is Europa één grote markt geworden. Voor producenten van desinfectiemiddelen kan het daardoor aantrekkelijker zijn om ook op de voorheen kleine Nederlandse markt te opereren. Daardoor komen er naar verwachting nieuwe middelen beschikbaar, ook voor bijvoorbeeld desinfectie. Wel is het voor voedingsmiddelenfabrikanten dus zaak in de gaten te houden of een middel wel is toegelaten, wat garandeert dat het veilig kan worden gebruikt. Want biociden zijn verboden, tenzij ze zijn toegelaten door het Ctgb in Ede.

Toelatingendatabank

Om nieuwe fipronilaffaires te voorkomen, moeten fabrikanten verifiëren of het middel dat zij of een ingehuurd schoonmaakbedrijf willen inzetten voor dat gebruik is toegelaten door het Ctgb. In de openbare toelatingendatabank op Ctgb.nl zijn alle – circa 2.500 – toegelaten gewasbeschermingsmid- delen en biociden eenvoudig via hun naam of toelatingsnummer terug te vinden, inclusief de toepassing waarvoor ze zijn toegelaten en de wettelijke gebruiksvoorschriften. Het is ook mogelijk om op Ctgb.nl een middel bij een toepassing te zoeken.

Risicobeoordeling

Het Ctgb is de onafhankelijke Nederlandse toelatingsautoriteit. Het beoordeelt de risico’s en werkzaamheid van gewasbeschermingsmiddelen en biociden volgens in Europese verordeningen en nationale regelgeving vastgelegde procedures en criteria. Fabrikanten van deze middelen moeten hiervoor zelf een aanvraag indienen met een uitgebreid dossier, met een omschrijving van de toepassing en onderzoeken uitgevoerd door onafhankelijke laboratoria. Aan de hand van die onderzoeken beoordeelt het Ctgb of een middel veilig – voor mens, dier en milieu – te gebruiken is en of het werkzaam is. Met andere woorden: of een middel doet wat het etiket belooft en of het bij gebruik volgens voorschrift veilig is voor de gebruiker, volksgezondheid, dieren en het milieu. Daarbij kijkt het Ctgb ook naar de effecten van afbraakproducten en restanten van de biociden.

N- of NL-nummer

Als een middel veilig is te gebruiken volgens deze risicobeoordeling, besluit het Ctgb tot toelating op de markt. Het stelt voorschriften op voor het etiket en het middel krijgt een N- of NL-nummer. Het Ctgb is dus belast met de risicobeoordeling en toelating. Toezichthouders als de ILT, de Inspectie Leefomgeving en Transport, en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zien er vervolgens op toe dat gebruikers de middelen toepassen volgens voorschrift.

Grens tussen reiniging en desinfectie

Voor veel doeleinden is met regelmatig reinigen al een acceptabele hygiëne te verkrijgen. In de voedingsmiddelenindustrie is dat echter vaak niet afdoende en is desinfectie met een biocide nodig. Maar de grens tussen biociden en reinigingsmiddelen is niet altijd duidelijk. Waar ligt die grens? Bij ‘des’-infectie. Voor reiniging gebruik je een schoonmaakmiddel, voor desinfectie een biocide. Volgens de Biocidenverordening zijn biociden bedoeld om schadelijke organismes te bestrijden, af te weren, of de schadelijke effecten daarvan te voorkomen.

Onschadelijk maken

Biociden zijn dus middelen die als specifiek doel hebben (micro)organismes onschadelijk te maken. Denk aan desinfectiemiddelen, rattengif, middelen tegen muggen of aangroeiwerende verven. Ze moeten aan de eisen van de verordening voldoen en voor dat specifieke gebruik zijn toegelaten. Producten die al onder andere regelingen vallen, zijn geen biociden. Voorbeelden daarvan zijn geneesmiddelen, diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen of cosmetica. Biociden zijn verdeeld in producttypes (PT’s). Vooral middelen binnen PT 1-5 (desinfectiemiddelen), PT14 (rodenticiden) en PT18 (insecticiden) zijn voor de voedingsmiddelenindustrie van belang.

Claim bepaalt aard middel

Of je te maken hebt met een reinigingsmiddel of met een biocide is afhankelijk van de claim op het etiket of op de website van het product, zoals: bestrijdt bacterien. Reinigingsmiddelen moeten voldoen aan de eisen uit de wet Milieubeheer en het Besluit detergentia milieubeheer. Voor deze middelen bestaat geen toelatingssysteem. Reinigingsmiddelen die zijn bedoeld als biocide, dus om schadelijke organismes te bestrijden, zijn per definitie biociden en moeten dus voldoen aan de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden en aan de Biocidenverordening.

Resistentie

Een belangrijk punt van aandacht is resistentie. Op etiketten schrijft het Ctgb regelmatig maatregelen voor om resistentie te voorkomen tegen de werkzame stoffen in middelen. Het volgt hierbij onder meer adviezen van de Gezondheidsraad. Juist gebruik – het juiste middel, in de juiste situatie – voorkomt resistentie. De toepassing van biociden is aan zoveel voorschriften gebonden dat alleen professionals ze mogen gebruiken. In de toelatingendatabank van het Ctgb staat ook bij de middelen of ze zijn toegelaten voor professioneel of niet-professioneel gebruik. Speciale aandacht voor het juiste gebruik, bijvoorbeeld in de vorm van een opleiding, wordt steeds belangrijker. Naar verwachting mogen over tien tot vijftien jaar alleen nog goed opgeleide professionals ze gebruiken. Dit vooral ter voorkoming van resistentie, maar ook van ongewenste effecten op het milieu of de gezondheid.

Reageer op dit artikel