artikel

Modellen in de maak voor mycotoxinemanagement

Algemeen

Modellen in de maak voor mycotoxinemanagement

Voorspellende modellen dragen bij aan een verbeterd mycotoxinemanagement in granen. Wat is de stand van zaken? Dit artikel is verschenen in VMT 12 van 19 oktober 2018.

Mycotoxinen zijn giftige stoffen die – onder bepaalde omstandigheden tijdens de teelt of opslag – worden gevormd door schimmels in een range van producten waaronder noten en granen.

Het risico voor dier en mens na consumptie van besmette producten is afhankelijk van de mate van besmetting en de giftigheid van de mycotoxinen.

De belangrijkste mycotoxinen in granen – gezien mate van voorkomen en toxiciteit – zijn aflatoxinen, geproduceerd door de schimmel Aspergillus, en mycotoxinen, zoals deoxynivalenol (DON) en zearalenon (ZEN), die door Fusarium-schimmels worden gevormd.

Limieten

Om mens en dier te beschermen tegen te hoge blootstelling aan mycotoxinen zijn in de Europese Unie (EU) wettelijke limieten en advieswaarden vastgelegd voor het maximaal toegestane gehalte aan mycotoxinen in grondstoffen, tussen- en eindproducten.

Zo zijn er bijvoorbeeld wettelijke limieten voor DON in verschillende productgroepen. Voor DON in onbewerkte maïs, harde tarwe en haver ligt de wettelijk limiet op 1750 μg/kg, en voor alle andere onbewerkte granen op 1250 μg/kg (Verordening (EG) nr. 1881/2006).

Bijdrage graantelers in Nederland

Voor de ontwikkeling van de voorspellende modellen zijn gegevens gebruikt over het lokale weer en het agromanagement van graantelers in Nederland. Een deel van deze data zijn – als onderdeel van het PPS-project – de afgelopen vier jaar verzameld via een enquête onder graantelers in Nederland. Zij zijn elk jaar gevraagd om de enquête over agromanagement van één tarwe- of gerstperceel in te vullen, zoals onder meer over het ingezaaid ras en de voorvrucht. Daarnaast verzamelden zij een monster graankorrels bij de oogst van dit perceel. Dit graanmonster werd verzonden naar Rikilt WUR, waar het werd geanalyseerd op de eventuele aanwezigheid van de mycotoxinen DON en ZEN.

Mycotoxinemanagement

Omstandigheden die de vorming van mycotoxinen door schimmels in granen op het veld beïnvloeden zijn de (lokale) weersomstandigheden en het agromanagement.

Het belangrijkste is het weer: een hoge luchtvochtigheid en temperatuur tijdens de bloei van het graan kan leiden tot infectie van het graan met de schimmel en tot vorming van de mycotoxinen. Natte omstandigheden in de periode tot de oogst en een uitgestelde oogst, bijvoorbeeld omdat het land te nat is om te kunnen oogsten, leiden vervolgens tot extra verhoging van de mycotoxinebesmetting. Ook agronomische factoren hebben invloed. Door aanpassing in agromanagement kan de teler proberen het mycotoxinegehalte zo laag mogelijk te houden.

Belangrijk zijn onder andere: een juiste raskeuze (resistentie van tarwe tegen Fusarium-infectie), voorvrucht, grondbewerking en op het op het juiste moment gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen. Ook de wijze van opslag en transport kunnen bepalende factoren zijn voor de hoeveelheden mycotoxinen in het eindproduct.

Voorspellende modellen

Om de teler en de aankopende partijen in hun besluitvorming te ondersteunen, ontwikkelt Wageningen University & Research (WUR) voorspellende modellen voor het gehalte aan mycotoxinen in granen.

mycotoxine vmt 12

Voor de Nederlandse omstandigheden gebeurt dit in het kader van een publiekprivate samenwerking (PPS) tussen WUR en een aantal bedrijven in Nederland. Het doel van de modellen is om – al tijdens het teeltseizoen, vanaf zo’n twee weken voor de bloei – een voorspelling te geven van het mycotoxinegehalte van het graan bij de oogst.

Deze vroegtijdige voorspelling kan de teler gebruiken om onder meer eventueel fungiciden in te zetten, het oogstmoment te bepalen en te besluiten om de partij apart te houden. Aankopende partijen kunnen de voorspellingen gebruiken in de besluitvorming bepaalde partijen te kopen, gegeven het productiedoel, of apart op te slaan.

In het PPS-project zijn modellen ontwikkeld voor het voorspellen van DON in tarwe, DON in gerst en voor aflatoxinen in maïs.

Gratis online applicatie

De PPS startte in 2015 en is op dit moment in de afrondende fase. Het model voor het voorspellen van DON in tarwe wordt online en gratis beschikbaar gesteld.

De tarweteler kan, na invoering van een aantal agronomische gegevens, het model gedurende het gehele teeltseizoen gebruiken. Gebruik van het model in de praktijk kan helpen in de dagelijkse besluitvorming om het mycotoxinegehalte in tarwe zo laag mogelijk te houden.

Europese benadering

Naast het Nederlandse project, lopen er momenteel ook twee Europese projecten die gericht zijn op het verminderen van de mycotoxinebesmetting. Deze projecten, genaamd MycoKey (www.mycokey.eu) en MyToolBox (www.mytoolbox.eu), richten zich op mycotoxinen in granen en andere producten in Europa.

De twee projecten zijn in 2016 gestart en worden voor een groot deel door de Europese Commissie gefinancierd. Als onderdeel van het My- ToolBox-project wordt een beslissingsondersteunend systeem ontwikkeld, genaamd E-toolbox, voor mycotoxinemanagement in de hele productieketen van granen, noten en pinda’s.

In deze E-toolbox wordt allerlei informatie over mycotoxinemanagement vastgelegd en op een gebruikersvriendelijke manier beschikbaar gemaakt.Daarnaast bevat deze E-toolbox ook voorspellende modellen voor mycotoxinen in granen op Europese schaal.

Deze modellen richten zich op aflatoxinen en fumonisinen in mais, en op DON en ZEN in tarwe. Net als de Nederlandse modellen, geven deze Europese modellen vroegtijdige informatie over de kans op het ontwikkelen van mycotoxinen in de granen. Deze modellen komen over ongeveer een jaar gratis ter beschikking voor telers en andere actoren in de graanketen.

Meer informatie? Lees het (Engelse) artikel Comparison of Three Modelling Approaches for Predicting Deoxynivalenol Contamination in Winter Wheat.

Reageer op dit artikel