artikel

SimplyOK zet standaard voor allergenenbeheer

Algemeen

SimplyOK zet standaard voor allergenenbeheer

Niet kruisbesmetting, maar basale fouten in productinformatie of het verwisselen van etiketten of product, zorgen voor veel allergenenrecalls. Daarom is er een andere benadering van allergenenmanagement nodig. Wat bedrijven helpt bij het opzetten en doorvoeren van verbeteringen is versie 2 van het certificatieschema SimplyOK. De Coeliakie Vereniging bereidt een benchmark voor. Dit artikel is verschenen in VMT 9 van 31 augustus 2018.

Tot en met juli 2018 publiceerde de NVWA 21 allergenenmeldingen. De hoofdoorzaken van deze allergenenmeldingen en -recalls blijken een foutieve lijst met ingrediënten of een verwisseling van etiket of product. Vaak gaat het fout bij het onderhouden van de informatie over de grondstof en en receptuur waardoor de lijst met ingrediënten niet overeenkomt met de daadwerkelijke samenstelling. Ook worden productie- of receptuurfouten gemeld waardoor een productiebatch een andere samenstelling heeft.

Basispijlers allergenenmanagement

Het doel van een allergenenmanagementsysteem is het leveren van een product met volledige en betrouwbare allergeneninformatie, zodat de consument zelf een veilige keuze kan maken. Op basis van praktijkervaring en de lessen die uit recalls kunnen worden getrokken, heeft Allergenen Consultancy vijf basispijlers voor een goed allergenenbeheer vastgesteld. Deze basispijlers zijn van belang om correcte informatie over het product te kunnen geven.

Het gaat om:
1. Beheer van grondstofinformatie van de leverancier.
2. Juist receptuurbeheer.
3. Juist ontwerp en beheer etiketinformatie.
4. Voorkomen van verwisseling van grondstoffen, halffabricaten of etiketten en
5. Voorkomen van kruisbesmetting.

De eerste drie pijlers zijn nodig voor het opstellen en bijhouden van een juiste lijst met ingrediënten en allergenen en dus een correct etiket. Hoewel het voorkomen van kruisbesmetting het uitgangspunt moet zijn, is dit niet altijd volledig mogelijk. In sommige productieprocessen, zoals bij chocoladeproducten of droge mengprocessen, kan niet altijd nat worden gereinigd. Dit is echter geen reden om geen maatregelen te nemen om kruisbesmetting te reduceren. Bij verschillende onderzoeken en ook in RASFF-meldingen worden producten aangetroffen met allergeenconcentraties van meer dan 100 ppm.

In producten met moeilijk reinigbare productieprocessen, zoals bij chocolade, zijn zelfs concentraties van ruim boven 4.000 ppm geen uitzondering. Dan is geen sprake meer van een ‘spoor’. Ook bij een waarschuwing op het etiket zal moeite moeten worden gedaan om kruisbesmetting zoveel mogelijk te beperken en dit soort zeer hoge concentraties te vermijden. Ook de NVWA (zie pag. 26 in VMT 9, 2018) wijst fabrikanten erop dat ze hiervoor een inspanning moeten leveren.

Het verwijderen van product door pigging, schrapen of spoelen met het volgende product, kan een maatregel zijn die voorkomt dat hoge besmettingen optreden. Kruisbesmetting met allergenen – pijler 5 in eerdergenoemd overzicht – blijkt slechts in een zeer beperkt aantal gevallen de oorzaak van een allergenenrecall. In 2018 (tot en met juli) hebben slechts 3 van de 21 meldingen betrekking op kruisbesmetting met allergenen.

Risicobeoordeling allergenen

Voedselveiligheidsschema’s, zoals BRC, IFS en FSSC 22000, geven aan dat bedrijven een risicobeoordeling voor allergenen moeten uitvoeren. De manier waarop is niet vastgelegd. Veelal hanteren bedrijven een HACCP-aanpak die de risico’s van de verschillende productieprocessen en -stappen langsloopt. Deze aanpak leidt echter vaak tot een tunnelvisie waarbij voornamelijk aandacht is voor kruisbesmetting en reiniging per processtap.

Pijler 1 tot en met 4 zijn echter niet primair gericht op productieprocessen, maar op productinformatievoorziening. De traditionele HACCP-aanpak is dus voor de beheersing van alle allergenenrisico’s minder geschikt. Producenten zullen daarom hun allergenenmanagement moeten verbeteren door niet alleen te focussen op hygiene en gevaren van het productieproces, maar vooral op het verbeteren van de ondersteunende processen en informatiestromen.

Risicoweging kruisbesmetting

Acceptabele grenzen voor allergenen zijn in bestaande voedselveiligheidssystemen niet vastgelegd. Dit betekent dat vaak kwalitatieve risicobeoordelingen worden uitgevoerd. Vanuit het HACCP-principe gebruiken sommige bedrijven verschillende ernstgradaties voor allergenen. Aangezien alle allergenen een anafylactische reactie kunnen veroorzaken, is deze indeling niet houdbaar. Hoog risico-allergenen bestaan dus niet! Wel kan de hoeveelheid allergeen die leidt tot een allergische reactie per allergeen verschillen. Met wetenschappelijk onderzoek is de maximale hoeveelheid (mg) allergeen eiwit – die nog acceptabel is voor mensen met een allergie – te bepalen. Dit is de reference dose.

Binnen de VITAL-systematiek zijn reference doses voor verschillende allergenen vastgesteld. Naast reference doses omvat het VITAL Program ook een rekenmethode om besmettingen vanuit de grondstoffenketen en het eigen productieproces door te rekenen. De concentratie die uit deze berekening volgt, wordt getoetst tegen de veilige concentratie. Blijft de concentratie daaronder, dan is geen waarschuwing nodig. Daarboven wel. Toepassing van deze systematiek zorgt voor een duidelijke onderbouwing van de allergenenwaarschuwing.

SimplyOK-certificatie

Het voorkomen van verwisseling van producten, receptuurbeheer en het bijbehorende databeheer zijn vaak onderbelicht in bestaande voedselveiligheidssystemen. Daarom is het certificatieschema SimplyOK ontwikkeld. In deze ‘Code of Practice’ zijn de eisen voor een allergenenmanagementsysteem van een voedingsmiddelenbedrijf uitgewerkt. De kern van het nieuwe certificatieschema zijn de vijf basispijlers samen met een kwantitatieve risicobeoordeling. De vijf basispijlers zijn in de Code of Practice gedetailleerd uitgewerkt. Daarnaast is beschreven hoe bedrijven een kwantitatieve risicobeoordeling op basis van VITAL kunnen uitvoeren.

SimplyOK is niet opgezet voor dieetproducten, wel voor alle voorverpakte voedingsmiddelen en grondstoffen (B2B). Het biedt de waarborg van een gedegen allergenenmanagementsysteem en betrouwbare allergeneninformatie. De totstandkoming van allergeneninformatie op een etiket of specificatie is hierbij grondig beoordeeld door een onafhankelijke derde partij. Deze kijkt allereerst naar de gebruikte allergene ingrediënten vermeld in de ingrediënten opsomming, vervolgens naar een allergenenwaarschuwing indien een reëel, niet vermijdbaar risico op kruisbesmetting met een allergeen bestaat. Dit wordt aan de hand van het VITAL-systeem beoordeeld. Als derde beoordeelt de onafhankelijke partij de claim ‘lactosevrij’ of ‘glutenvrij’.

Nieuwe versie Code of Practice

Vorig jaar is de eerste versie van de Code of Practice gepubliceerd. Deze zomer worden de eerste bedrijven beoordeeld volgens het SimplyOK-schema. In aanloop naar deze eerste audits zijn de auditoren van Vincotte ISACert Nederland en Lloyd’s Register opgeleid en vonden enkele wijzigingen in het schema plaats. De wijzigingen hebben vooral betrekking op het auditprotocol.

Een belangrijke aanpassing is de introductie van de fase 1- en fase 2-audit voor de initiële audit. Hierdoor is het eenvoudiger om stapsgewijs aan de eisen te voldoen. Bovendien is de invulling van vervolgaudits beter af te stemmen op de praktijk en verlaagt dit de auditdruk en -tijd. Ook zijn combinatie-audits, zoals met FSSC 22000, IFS of BRC, makkelijker te maken. Ook zijn enkele inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd. De tweede versie van de Code of Practice is sinds 1 juli 2018 gratis te downloaden via www.simplyok.eu. Met verschillende partijen is overlegd over de toepassing en het gebruik van het SimplyOK-schema. Diverse retailers, waaronder Albert Heijn, hebben de Code of Practice als best practice omarmd. Zij vragen de fabrikanten van hun huismerken om aan deze eisen te voldoen. Daarnaast lopen de voorbereidingen voor een benchmark bij de Coeliakie Vereniging.

Het is de bedoeling dat SimplyOK gecertificeerde bedrijven een licentie voor het crossed-grain glutenvrij logo kunnen aanvragen. Dit is nu alleen mogelijk als bedrijven gecertificeerd zijn volgens de Glutenvrij Normenset van de vereniging of de aanvullende module 12 van BRC. De eisen aan glutenvrije producten binnen SimplyOK zijn in lijn gebracht met de eisen die AOECS, de Europese Koepel van coeliakie- organisaties, heeft opgesteld in hun Gluten Free Standard.

Lactosevrij producteisen

In de tweede versie van het SimplyOK schema zijn ook eisen aan producten met de claim ‘lactosevrij’ opgenomen. Lactose veroorzaakt weliswaar geen allergische reacties, maar mensen kunnen lactose intolerant zijn, wat een stofwisselingsprobleem is. Lactose is dus geen allergeen waarvoor reference doses zijn opgesteld (wel voor melk) en het komt ook niet voor in de VITAL-systematiek. Wel is er een toenemende behoefte aan duidelijkheid rondom etikettering en analyse van deze producten.

Als norm voor deze producten is wetgeving uit andere lidstaten aangehouden, namelijk maximaal 100 ppm. Daarnaast zijn er vooral bij lactosevrij gemaakte melkproducten belangrijke aandachtspunten ten aanzien van etikettering en analyse die in de Code of Practice zijn opgenomen. Bij enzymatisch lactosevrij gemaakte melkproducten wordt het melksuiker lactose namelijk omgezet in andere suikers, waaronder galactose. Mensen met galactosemie, een zeldzame maar levensbedreigende vorm van lactose-intolerantie, kunnen geen lactose, maar ook geen galactose verdragen. Binnen de Code of Practice zijn, in lijn met wetgeving voor lactosevrije zuigelingenvoeding, aanvullende waarschuwingen waarschuwingen opgenomen om deze groep mensen te beschermen.

Ook voor mensen met een melkallergie vormen lactosevrije melkproducten een risico. Lactose is niet aanwezig, maar melkeiwit wel. Ook dan is een extra attendering nodig. De traditionele enzymatische bepaling van lactose in lactosevrije melkproducten levert problemen op door de overmaat aan andere suikers. De NEN-normcommissie ‘Melk en zuivelproducten’ werkt mee aan de ontwikkeling van een nieuwe internationale norm voor de analyse van lactose die wel geschikt is voor dit type producten. Deze nieuwe norm wordt in internationaal verband – door AOAC, IDF en ISO – ontwikkeld. Tot die tijd moet er aandacht zijn voor het kiezen van de juiste methode, zoals een aangepaste enzymatische methode, LC-MSMS of HPAEC-PAD.

Codex allergenenmanagement

Allergenenetikettering is binnen de Codex Alimentarius al in de General Standard for the Labelling of Prepacked Foods geregeld. Selderij, weekdieren, lupine, sesam en mosterd komen daarin niet voor. Australië en de Verenigde Staten hebben binnen de Codex een voorstel gedaan om een ‘Code of Practice on Food Allergen Management for Food Business Operators’ op te stellen. Doel is om de bewustwording omtrent voedselallergie en het begrip over de essentiële onderdelen van allergenenmanagement te verhogen.

Stichting SimplyOK heeft hiervoor informatie over de SimplyOK Code of Practice gedeeld. Het voorstel is inmiddels goedgekeurd. Het allergenenbeheer in het nieuwe Codex-document zal naar verwachting alleen voor de negen allergenen gelden. Pas in 2021 wordt het finale Codex-document verwacht.

Reageer op dit artikel