artikel

Maakt informatie de consument gezond?

Algemeen

Maakt informatie de consument gezond?

In het Verenigd Koninkrijk wordt een zogeheten Front of Pack (FOP) nutrition labelling ingezet. Een vrijwillig systeem waarbij op de voorkant van verpakkingen voedingswaarden worden weergegeven met stoplichtkleuren. Mogelijk wordt dit in Nederland het alternatief voor het afgeschafte Vinkje. Maar met alleen meer informatie op het etiket red je het niet om de consument gezonder te krijgen. Dit artikel is verschenen in VMT 9 van 31 augustus 2018.

Met het Britse etiketteringssysteem kan de consument in één oogopslag zien of het product hoge (rood), middelmatige (oranje) of lage (groen) hoeveelheden vet, verzadigd vet, suikers en zout bevat. Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) heeft recent aangegeven dat hij onderzoek laat uitvoeren naar deze variant van het zogenoemde stoplichtsysteem. Vooronderzoek door de Consumentenbond (Consumentenonderzoek Voedselkeuzelogo’s, 2018) wijst namelijk uit dat de Nederlandse consument dit het beste alternatief – van de drie voorgelegde systemen – vindt voor het Vinkje. Voordelen van het stoplichtsysteem zijn bijvoorbeeld: de kleuren vallen op, de belangrijkste informatie is in één oogopslag aan de voorkant van de verpakking te zien en het geeft informatie over belangrijke aspecten van de voedingswaarde van het product. Bovendien is het makkelijk te begrijpen: groen is ‘goed’, rood is ‘slecht’.

Voordelen zijn zwakte

Kijkend naar deze voordelen blijkt dat de interpretatie van het stoplicht tegelijk ook een zwakte is van het systeem. Wat moet je als consument denken van een product met bijvoorbeeld één keer een rode waarde, twee keer oranje en één groen? En wat te doen bij het vergelijken van producten met dezelfde stoplichtkleuren, maar waarbij de kleuren voor andere nutriënten gelden: welk product is dan gezonder?

De Consumentenbond noemde in zijn onderzoek nog andere nadelen. Consumenten vonden de getallen – de hoeveelheid van een nutriënt in een portie en het percentage van de referentie-inname – lastig te begrijpen. Bovendien bleken de getallen slecht leesbaar qua grootte. Ook vonden consumenten niet alle informatie relevant , terwijl tegelijkertijd consumenteninformatie werd gemist (eiwitten, koolhydraten). Het vermelden per portiegrootte werd soms ook als nadeel genoemd: die verschilt volgens de consument toch per persoon.

Voorlichting en infobehoefte

Eerder stimuleerde de overheid al andere voorlichtingsmethoden die consumenten moeten helpen bij het kiezen voor gezondere voeding. De voedingsapp ‘Kies ik gezond?’ van het Voedingscentrum is daarvan een voorbeeld. Zowel de app als het stoplicht beogen de consument te bewegen naar een gezonder eetpatroon. In beide gevallen wordt er een directe relatie gelegd tussen de keuze van individuele levensmiddelen en gezondheid. Het is de vraag of die relatie zo niet te simpel wordt weergegeven. Het is immers niet een individueel product, maar het totaal van alle geconsumeerde producten dat bepaalt of er te veel of te weinig van elk nutriënt wordt geconsumeerd. Bovendien zijn er veel meer factoren die invloed hebben op de gezondheid, denk bijvoorbeeld aan roken en voldoende bewegen.

En hoe zit het met de informatiebehoefte van de consument? Op het huidige etiket staat al informatie over voedingswaarden, gewoonlijk op de achterzijde van de verpakking. Bekijken en benutten consumenten die informatie voor een gezondere keuze? En zou hetzelfde gelden voor het stoplichtsysteem? In 2009 onderzocht1 de European Food Information Council (Eufic) in Europa het consumentengedrag in de supermarkt. Daaruit bleek dat consumenten gemiddeld maar 35 seconden per product besteden. Tweederde van de consumenten keek naar de voorkant van de verpakking, slechts 15% keek verder dan alleen de voorkant. Ook gaven de consumenten bij deze studie aan dat de voedingswaarde en gezondheidsaspecten niet hoog op hun lijstje met selectiecriteria stonden. Gemak en smaak vonden ze belangrijker.

Effect op koopgedrag

Er is geen eenduidig resultaat bij onderzoeken naar de effectiviteit van de stoplichtmethode of andere interpretatieve 2,3,4 voedingswaardevermeldingen. Er zijn studies die wel een effect op het koopgedrag vaststelden, maar ook studies waarbij consumenten niet meer gezonde producten gingen kopen, maar wel minder ongezonde producten. Ook bij het stoplichtsysteem is dit waargenomen.

Er zijn ook studies die geen effect van interpretatieve voedingswaardevermelding vaststellen op het koopgedrag, zoals het Starlight randomized controlled trial5 dat in 2017 werd uitgevoerd in Nieuw-Zeeland. Bij deze studie werden deelnemers aan het onderzoek random ingedeeld in groepen die elk – via een app – een ander voedingswaardevermeldingssysteem te zien kregen. Vergeleken werden het stoplichtsysteem, het sterrensysteem (vijf sterren voor een gezonde keuze aflopend naar minder, dus ongezonder, sterren) en – in tabelvorm – de normale voedingswaardevermelding. Bij zowel het sterren- als het stoplichtsysteem gaven de consumenten aan dat ze de informatie nuttig en duidelijk vonden, ook nam hun kennis over voedingswaarden toe. Toch bleek dat consumenten die het sterren- of stoplichtsysteem te zien kregen, niet meer gezonde producten kochten dan de consumenten die de voedingswaardentabel te zien kregen. Er was alleen een effect te zien bij mensen die een voor het onderzoek ontwikkelde app ‘veel’ gebruikten, in dat geval kochten de deelnemers uit de sterrengroep en de stoplichtgroep gezondere producten dan de deelnemers die de app ook ‘veel’ gebruikten, maar alleen de voedingswaardetabel te zien kregen.

Schijf van Vijf

Een andere bron van informatie over goede voeding is de voedingsrichtlijn Schijf van Vijf. Met het oog op de volksgezondheid vindt de overheid het belangrijk consumenten te informeren, zodat zij bewust kunnen kiezen. Dit in de hoop dat dit leidt tot een gezonder eetpatroon. Ook bij de combinatie van het stoplicht met de Schijf van Vijf is het de vraag of het de consument lukt om met informatie over individuele producten blijvend een evenwichtig(er) voedingspatroon aan te houden.

Het is voor de gemiddelde consument lastig om, op basis van alle stoplichten op elke verpakking, te bepalen of het totaal dat wordt geconsumeerd een goed voedingspatroon is. Hoe gaat een consument dat doen als er in zijn winkelwagen 50 producten liggen met allemaal verschillende ‘stoplichten’? En dan moeten ze ook nog eens kijken of de dagelijkse consumptie voldoet aan de Schijf van Vijf.

Britse ‘sugar tax’

Er zijn landen die verder gaan dan via informatie de consument aanzetten tot een gezonder leefpatroon. Een aantal landen heeft de zogenaamde ‘sugar tax’ ingevoerd voor frisdrank. Dit is een belasting op producten met een hoog suikergehalte. Consumenten betalen bij aanschaf van zo’n product een hogere prijs. In 2017 is dit ingevoerd in de Verenigde Arabische Emiraten, Portugal en Sri Lanka. In 2018 volgden Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika.

In het Verenigd Koninkrijk werd de sugar tax in april dit jaar ingevoerd op frisdranken. Veel producenten pasten het suikergehalte in hun frisdranken aan vóór de ingangsdatum. De verwachte inkomsten van de belasting vallen daardoor ruim lager uit dan verwacht. Maar heeft het succes van het heffen van belasting op één productgroep wel een gezondheidseffect, als gekeken wordt naar het gehele voedingspatroon? Ook hier geldt immers dat niet één product, maar het totaal van alle geconsumeerde producten bepaalt of de consument te veel of te weinig van elke nutriënt consumeert. De vervanging van belaste producten door andere niet-belaste producten is onderzocht, maar uit deze onderzoeken (Ecorys, 2014) komt geen eenduidig beeld6. Dit komt mede doordat de vervanging op vele manieren kan plaatsvinden. De consument kan kiezen om goedkopere merken te kopen, bij een andere supermarkt te kopen, of geheel andere producten te kopen. Het is dus van tevoren niet te zeggen wat voor effect vervanging van belaste producten heeft.

Onze suikerinname

Uit het rapport Suikerinname in Nederland (2013)7 blijkt dat suikerhoudende en gezoete dranken gemiddeld 7% van de energie-inname leveren. Specifiek voor frisdranken ligt dit percentage lager, namelijk op 2%. Een tax op alleen frisdrank kan dus gemiddeld gezien de totale hoeveelheid geconsumeerde energie maar beperkt laten dalen. Of er dan effecten op de gezondheid van consumenten te meten zijn – bijvoorbeeld een daling van het gemiddelde gewicht van consumenten – is de vraag. Behalve een lagere energie-inname zijn er immers zeer veel variabelen van invloed op gewichtsdaling. Als er gemiddeld geen effect te meten zou zijn, doet dat overigens niets af aan de mogelijkheid dat een gunstig effect bij ‘grootgebruikers’ van frisdrank – met name jongens in de leeftijdscategorie 9 tot 12 jaar – wel te meten zou zijn.

Denemarken

Denemarken heeft ervaring met zowel een sugar tax als een fat tax. De fat tax gold voor producten met een hoog gehalte aan verzadigde vetten, de sugar tax werd ingevoerd voor ijs, frisdranken en zoetwaren, voor de hoeveelheid suiker per volume of gewicht.

De fat tax werd ingevoerd in 2011 en 15 maanden later weer afgeschaft. Denemarken voerde de sugar tax lang geleden (1922) in en verhoogde deze tussen 2010 en 2015 een aantal malen flink. Een van de effecten van de verhogingen van de sugar tax was dat Denen naar Duitsland en Zweden gingen om daar hun frisdrank te halen. Dergelijke, door Ecorys in 2014 gesignaleerde, ongewenste neveneffecten moeten niet worden vergeten als er aanvullende regels worden opgelegd.

Hoe dan wel?

Naast de al gestelde vragen en gemaakt kanttekeningen is er nog een belangrijke vraag: hoe ga je de consument wel helpen? Belangrijk is om vast te stellen wat het doel van eventuele maatregelen is. Er zijn volgens Baltas (2001) meerdere doelen te formuleren voor voedingsinformatie8, bijvoorbeeld: de consument helpen bij het maken van een geïnformeerde keuze, de vraag naar gezonde producten stimuleren, concurrentie op het gebied van voedingswaarde stimuleren, en de ontwikkeling en productie van producten met verbeterde voedingswaarde stimuleren. Bij het opstellen van doelen kan ook het uiteindelijke doel – een verbeterde volksgezondheid – worden meegenomen: mogelijk concreter te definiëren als bijvoorbeeld een lager gewicht, verminderde bloeddruk, minder tanderosie. En daarbij dan vastleggen of en hoe dit te evalueren is.

Bij het kiezen van een nieuwe, aanvullende manier voor het vermelden van voedingswaarden of andere maatregelen moeten de gestelde doelen meegenomen worden. Het meewegen van de effecten van die maatregelen is noodzakelijk. Is het doel de totale inname van energie te verlagen, dan is het aanpakken van één type product zoals de sugar tax op frisdrank waarschijnlijk minder geschikt door de beperkte invloed van een type levensmiddel op de totale consumptie.

Vooraf zeer zorgvuldig evalueren of maatregelen het gewenste effect opleveren, scheelt veel werk voor levensmiddelenproducenten. Zij moeten immers de maatregelen gaan uitvoeren en er de effecten van ondervinden. Zelfs als er sprake is van vrijwillige keuze voor producenten om bijvoorbeeld het stoplichtsysteem te gebruiken op etiketten, zoals in het Verenigd Koninkrijk het geval is, zal er aanzienlijke druk zijn vanuit autoriteiten, consumentenorganisaties en consumenten om wél het stoplicht te gaan gebruiken.

Zelf initiatieven nemen

Mogelijk kunnen levensmiddelproducenten (of producentenorganisaties) zelf initiatieven ontplooien en zo invloed uitoefenen op de keuze van maatregelen. Zij zijn er immers bij gebaat dat de interne markt niet verstoord wordt door eenzijdige maatregelen: het is bijvoorbeeld in hun belang dat wijzigingen zoals een sugar tax of aangepaste etikettering op Europees niveau worden doorgevoerd. Het uitwijken naar andere landen door consumenten, zoals bijvoorbeeld bij een landspecifieke belasting, moet immers voorkomen worden, net als een onevenredige belasting van de levensmiddelenproducenten met werkzaamheden en kosten die nodig zijn bij het invoeren van een maatregel.

Welke manier ook gekozen wordt om consumenten te helpen een beter voedingspatroon te kiezen, consumenten benutten de aangereikte informatie alleen als er ook voor hen effect te zien is en de producten betaalbaar en lekker blijven. De effectiviteit van gewijzigde etikettering is in eerste instantie alleen te meten aan een ander koopgedrag. Het meten van effecten van dergelijke maatregelen op de volksgezondheid, als dat al mogelijk is, zal veel meer tijd kosten: gezondheidseffecten zijn vaak pas op de lange(re) termijn aantoonbaar. Een lange adem is dus nodig.

Auteurs: Cyrilla Kormelink en Pascal Geertjes, adviseurs bij N&S Quality Consultants, kennispartner van VMT.

Literatuur

[1] European Food Information Council, (2009), Pan-European consumer research on in-store observation, understanding & use of nutrition information on food labels, combined with assessing nutrition knowledge.
[2] Cecchini, M., and Warin, L. (2016) Impact of food labelling systems on food choices and eating behaviours: a systematic review and meta‐analysis of randomized studies. Obesity Reviews, 17: 201–210. doi: 10.1111/obr.12364.
[3] Sacks, G. , Tikellis, K. , Millar, L. and Swinburn, B. (2011), Impact of ‘traffic‐light’ nutrition information on online food purchases in Australia. Australian and New Zealand Journal of Public Health, 35: 122-126. doi:10.1111/j.1753-6405.2011.00684.x
[4] Gary Sacks, Mike Rayner, Boyd Swinburn; Impact of front-of-pack ‘traffic-light’ nutrition labelling on consumer food purchases in the UK, Health Promotion International, Volume 24, Issue 4, 1 December 2009, Pages 344–352, https://doi-org.ezproxy.library.wur.nl/10.1093/heapro/dap032
[5] Effects of interpretive nutrition labels on consumer food purchases: the Starlight randomized controlled trial (2017), The American Journal of Clinical Nutrition, Volume 105, Issue 3, p 695–704, https://doi.org/10.3945/ajcn.116.144956
[6] Ecorys (2014) Food taxes and their impact on competitiveness in the agri-food sector. Performed on behalf of DG Enterprise and Industry. Ref. Ares(2014)2365745 – 16/07/2014
[7] Sluik D., Engelen A., Feskens E.J.M. (2013) Suikerconsumptie in Nederland, Resultaten uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Wageningen University and Research Centre.[8] Baltas G. (2001) “Nutrition labelling: issues and policies”, European Journal of Marketing, Vol. 35 Issue: 5/6, pp.708-721, https://doi-org.ezproxy.library.wur.nl/10.1108/03090560110388178

Reageer op dit artikel