artikel

Circulaire economie belangrijk thema voor Zeelandia

Algemeen

Circulaire economie belangrijk thema voor Zeelandia

Niet alleen voedingsmiddelenbedrijven maken werk van de reductie van broeikasgassen en de energietransitie. Dat doen ingrediëntenleveranciers ook. VMT sprak met milieucoördinator André Gouw van Zeelandia, producent van bakkerijgrondstoffen. Dit artikel is verschenen in VMT 11 van 28 september.

De basis van de verduurzaming van de productielocatie van Zeelandia in Zierikzee is de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). “Daarom houden we elke vier jaar een energieaudit waaruit een pakket aan energiemaatregelen naar voren komt dat we vertalen naar onze jaarplannen”, zegt milieucoördinator André Gouw.

Het Energieakkoord (16% duurzame energie in 2023, in 2050 80-95% minder broeikasgassen vergeleken met 1990) vormt de leidraad in Zeelandia’s verduurzaming. Al volgt het bedrijf het akkoord niet letterlijk.

Gouw: “Wij hebben de doelstellingen in het Energieakkoord anders gespecificeerd, bijvoorbeeld naar een aandeel zelf opgewekte energie en een deel duurzaam ingekochte energie. Het streven is dat het energieverbruik in relatie tot het productievolume in 2022 10% lager ligt dan in 2015. Omdat we hiervoor moeten investeren in met name grote energieverbruikers, hangt de haalbaarheid van die doelstelling af van toekomstige ontwikkelingen op onze productielocatie. Daarbij kun je denken aan grote proceswijzigingen en nieuwbouw.”

De speerpunten van Zeelandia in Nederland op het gebied van milieu zijn de circulaire economie en de energietransitie. Voor dat laatste gaat de aandacht vooral uit naar CO2-reductie en elektrificatie van de productieprocessen.

Welke concrete stappen neemt Zeelandia om de productielocatie te verduurzamen?

“Zeelandia heeft al geïnvesteerd in het installeren van ruim zevenhonderd zonnepanelen op ons grondstoffenmagazijn. Dat levert gemiddeld 180.000 kWh per jaar aan duurzame energie op. Daarnaast is het beleid dat ook alle daken van nieuwbouw zonnepanelen krijgen. Bij proceswijzigingen gaat de voorkeur uit naar elektrische in plaats van gasgestookte installaties. Er loopt nu bijvoorbeeld een onderzoek waarbij de cv-ketels van een van de fabrieken wordt vervangen door warmteopwekking vanuit restwarmte van een koelinstallatie.”

Zijn de kosten van de verduurzaming hoog ten opzichte van de terugverdientijden?

“Dat wisselt sterk. LED-verlichting is meestal in drie jaar terugverdiend. Vorig jaar zijn daarom al onze traditionele lampen op onze productielocatie vervangen door LED-verlichting, zowel in de kantoren als in de fabrieken en magazijnen. Zonnepanelen hebben een veel langere terugverdientijd. Inclusief subsidie al gauw zo’n twaalf à vijftien jaar. Dit heeft vooral te maken met de zeer lage energietarieven die gelden binnen de industrie. Maar omdat de panelen minimaal twintig jaar meegaan, is het toch economisch haalbaar.

Daarnaast moet je jezelf afvragen of een terugverdientijd altijd leidend moet zijn. Op een airconditioning zit ook geen terugverdientijd en toch worden dit soort installaties, ondanks dat er geen economische of wettelijke noodzaak is, zonder veel discussie geplaatst. Alles met een terugverdientijd korter dan vijf jaar moet sowieso wettelijk verplicht worden uitgevoerd.”

Hoe zit het met de (leverings)- betrouwbaarheid van duurzame energie?

“Zoals het woord zegt is juist duurzame energie altijd voorhanden. Dit in tegenstelling tot fossiele energie die eindig is. Het is wel zaak dat de netwerkbeheerders, maar ook de bedrijven zelf meer gaan investeren in opslag van duurzame energie.”

Het kabinet wil per 2020 een minimum CO2-prijs invoeren voor elektriciteitsopwekking. Een goed idee?

“Als milieucoördinator ben ik daar vanzelfsprekend voor. Zoals gezegd zijn de energieprijzen voor de grootverbruikers bijzonder laag in vergelijking met wat huishoudens ervoor betalen. Het is niet meer dan vanzelfsprekend dat de milieuschade die nu niet wordt doorberekend in mindere of meerdere mate wordt doorberekend aan de verbruiker.”

Moet er veel worden veranderd in jullie fabrieken in Zierikzee om klaar te zijn voor de energietransitie en het verminderen van de CO2-uitstoot?

“Dat valt eigenlijk wel mee. Maar er is wel veel geld mee gemoeid. Je moet er dus goed over nadenken hoe je dat investeert. In een ideale wereld vervang je alle gebouwen door veel beter geïsoleerde nieuwbouw met vloerverwarming en warmtepompen. Maar dat is niet reëel. Zoals gezegd is onze verlichting al verduurzaamd. Nu ligt onze ambitie bij de energieopwekking en het verduurzamen van het vrachtwagenpark.”

In welke vorm van verduurzaming zien jullie de meeste potentie?

“Het langeafstandstransport zal zich ontwikkelen richting waterstof. Ook als tussenopslag voor duurzaam opgewekte energie gaat waterstof een rol spelen. Binnen de industriële processen is warmteterugwinning en tussenopslag van warmte en koude zeer kansrijk. Verder wordt elektrificatie, bijvoorbeeld in de vorm van warmtepompen, belangrijk.”

Wat zijn de grootste uitdagingen om significante reductie van de CO2-uitstoot te behalen en om geheel fossielvrij te produceren?

“De impact van de grondstoffen op de CO2-uitstoot is niet makkelijk te beïnvloeden. Agro-grondstoffen hebben een grote impact op het watergebruik, biodiversiteit en het klimaat. De vraag naar duurzame grondstoffen neemt toe, maar de beschikbaarheid loopt niet gelijk op. Daarnaast is de levensmiddelenindustrie vrij behoudend in haar manier van denken. Voedselveiligheid is sinds de jaren negentig verankerd in de bedrijven.

Hier zijn de zorgsystemen op ingericht: een milieu- of arbomanagementsysteem hierin integreren vraagt een intensieve aanpak. Ook is er nog steeds onvoldoende besef wat de langetermijngevolgen zijn van klimaatverandering. Grondstoffen zullen onvoldoende beschikbaar zijn waardoor je simpelweg niet meer kunt produceren. Op zijn minst gaan de prijzen fors stijgen. Duurzaam ondernemen is dus eigenlijk helemaal geen keuze.”

Om stappen te maken in verduurzaming is ook bewustwording van medewerkers nodig. Hoe pakken jullie dit aan?

“Iedere medewerker doet sowieso periodiek een e-learningtraining over de algemene milieuthema’s. Verder hebben we dit jaar een cursus herkennen energiebesparing ingepland. Volgend jaar staat voor onze facilitaire medewerkers een cursus energiebesparing op het programma. En in de productie start een cursus gericht op de reductie van piekverbruiken.”

 

 

Reageer op dit artikel