artikel

Zoek de verbinding in de foodketen

Algemeen

Zoek de verbinding in de foodketen

In de biologische sector is de vraag groter dan het aanbod. Fraude en vervlakking liggen dan ook op de loer. Om de productintegriteit te waarborgen, moet in de ketens nauw worden samengewerkt en niet zoals in de reguliere landbouw met papieren kwaliteitssystemen. Zoek de verbinding, is het devies. Durf vanuit een kwetsbare opstelling met elkaar te bekijken hoe ketenverantwoordelijkheid samen is te dragen.Dit artikel is verschenen in VMT 5 van 20 april 2018.

Al dertig jaar ben ik als ondernemer en bestuurder nauw betrokken bij de biologische sector. Die sector begon in de jaren dertig als een sociale beweging die, simpel gezegd, een betere samenleving nastreefde. Vier mooie principes, vastgelegd door IFOAM, de International Federation of Organic Agriculture Movements, vormen de basis van de standaard voor de biologische beweging: ecologie, zorgdragen, gezondheid en eerlijkheid. Daar gingen we ook echt voor. Niet voor een residuvrij eindproduct, maar voor een vernieuwende landbouw en een betere samenleving. We waren bereid een nieuwe landbouwmethode te proberen die haaks stond op alle gangbare systemen. Daarmee wonnen we het vertrouwen van de samenleving. Voor principes heb je geen standaard nodig. Principes moet je gewoon doen en je moet ze vooral zelf zijn.

Principes ingekapseld

In de jaren zeventig werden we uitgelachen. Maar we zijn er nog steeds en in een markt die de wind op alle fronten mee heeft . Dit succes heeft echter een keerzijde. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen onze principes in een EU-verordening vast te leggen. Daarvoor moesten we om de tafel met Brussel. Daar zeiden ze: “Dat kan, maar met het principe van zorgdragen kunnen we niet zo veel. En eerlijke prijzen? Dat laten we over aan de markt”. Die onderdelen hebben we ingeleverd. Wat we vooral in die wet hebben gekregen, is het ecologieprincipe. We hebben de landbouwmethode tot in detail beschreven. We mogen daarbij geen chemie en kunstmest gebruiken en moeten goed voor onze dieren zorgen. De andere drie principes zijn nooit in de verordening gekomen. Je kunt biologische bananen telen en die door kinderhandjes laten plukken. Dan krijg je toch je biologische certificaat.

Jaarlijks 10 procent groei

Volgens het Rabobankrapport ‘Satisfying the Appetite for Organic Food Products’ uit 2016 groeide de markt voor biologische producten de laatste tien jaar telkens met 7 tot 10 procent, terwijl die van reguliere levensmiddelen met een toename van 0,1 tot 0,2 procent vrijwel stilstaat. De biologische sector zet wereldwijd op dit moment ruim 80 miljard euro om. Daar moet elk jaar dus zes tot acht miljard euro bij. Die extra omzet moet vooral komen van boe – ren die overschakelen naar biologische landbouw, een overstap die echter drie jaar duurt. Hoe krijgen we een markt die ieder jaar met 10 procent groeit gevuld met producten die we pas over drie jaar hebben? Want dat product moet er komen. Het krappe aanbod is er onder meer de oor – zaak van dat de prijzen van biologische producten structureel hoger zijn. Ook dat kan fraude in de hand werken.

Klant in contact met boeren

Ik teel en verwerk zelf frambozen, bramen en pruimen van 223 kleine boerenfamilies in Servië. Ik ben al jaren uitverkocht en al blij als ik mijn vaste klanten kan bedienen. Die klanten weten ook allemaal van mijn project. Ik nodig hen ieder jaar uit om mee te gaan naar die boeren, zodat zij mijn klanten kunnen vertellen hoe hun jaar was. Aan klanten die niet daartoe bereid zijn, wil ik niet leveren. Dat kan ik me permitteren omdat ik niet de ambitie heb om 50 miljoen euro in biologisch te gaan doen. Dat is ook wat biologische bedrijven zich af moeten vragen: hoe groot wil je worden en tegen welke regels. We krijgen biologische producten met keurig papierwerk erbij, zonder residuen. Dat heeft niets met biologisch te maken en het gaat keurig door alle compliancesystemen heen. Je zult er geen kwaliteitsmanager ooit over horen en het komt niet in het nieuws. Wat haalt de kranten dan wel? Als er in de frambozen 0,00001 carbendazim wordt gevonden. Dan is de beer los. De boer die de drift van een reguliere collega verderop in het dal ziet overwaaien, wordt dan gedecertificeerd. Hij kan ermee stoppen. We denken een veilige kwaliteit te kunnen leveren door te staren in de microscoop, om ons er zo van te vergewissen dat we een product kunnen telen zonder residuen. Dat is een doodlopende straat. De kwaliteit van biologisch vind je niet in een laboratorium.

Pretendeer geen schijnveiligheid

Met gecertificeerde kwaliteitssystemen als BRC, IFS, FSSC kunnen we veiligheid niet garanderen. Pretendeer die schijnveiligheid dus niet naar de samenleving. Ga de keten in. Vorm een supplychain zoals die bedoeld is vanuit de vier principes Care, Fair, Ecology en Health. Zorg dat je die in de praktijk brengt. Leg dat alles transparant uit op je website. Vertel dat je in China bent geweest en dat je bij je leverancier nog een paar punten hebt gevonden die voor verbetering vatbaar zijn. Wat we nu doen is de levensmiddelenwereld anonimiseren, de consument het gevoel willen geven dat hij op die ordners met papieren kwaliteitssystemen kan vertrouwen. Er zijn 174 keurmerken in voeding, en de consument vertrouwt die steeds minder. Dan gaat er toch iets niet goed?

Niet automatisch veiliger

Wat ik als biologisch ondernemer nodig heb, is een klant die met mij bereid is de verantwoordelijkheid te dragen in mijn Die boer heeft geen idee waar zijn product naar toe gaat. Hij ziet nooit iemand, op een certificeerder na. Met compliance en papierwerk denken we dat ons voedsel veiliger wordt. Dat wordt het niet. Het wordt veiliger als ik de inkoper van Albert Heijn meekrijg naar een project en hem 223 families laat zien die voor hem biologische frambozen in een diepvriesdoosje stoppen. Dan gaat hij zich medeverantwoordelijk voelen voor die boeren. Dat is dan wat we noemen: ketens doen.

Geen ketenvorming

In beleidsnotities staat dat we ketens moeten vormen, maar niemand doet het. Want als iemand verbonden is, dan is hij ook verantwoordelijk. En dus besteden we alles uit. Ik zeg tegenwoordig bij sociale compliance: beantwoord alle vragen maar met een ‘ja’. Als klanten niet bereid zijn om bij mij te komen, vul ik ‘ja’ in. Onlangs wees een grote producent me op het invullen van een portal over sociale compliance. Hij zei: “Doet u mij een plezier: als u iets vindt waarop u ‘nee’ moet antwoorden, vul dan ‘ja’ in. Anders komt het op mijn bureau en dan moet ik er iets mee.” Toen ben ik naar huis gereden en heb mijn dochters verteld dat ik ermee stopte. Want ik ben klein, ik ben kwetsbaar. Die boer is ook klein, ook kwetsbaar. Dat willen we met zijn allen niet zien. We willen niet zien dat 80 procent van de landbouw wereldwijd uit kleine boeren bestaat. Nederland is de uitzondering. Onze landbouw is geen enkele referentie en is ook helemaal niet houdbaar. Dat weten we ook al lang. De Verenigde Naties zei vorig jaar februari: het huidige landbouwsysteem werkt niet meer. En toch blijven we daaraan vasthouden. Keurig met twee ordners erbij over de aanpak van weidevogels. Daar gaat het toch niet over? Het gaat erom dat we verbin dingen durven aan te gaan en dat we ons kwetsbaar opstellen en met elkaar kijken hoe we de ketenverantwoordelijkheid met elkaar kunnen dragen. The principle op Care. Jammer genoeg is dat niet in de wet beland. De moeilijke vragen willen we liever niet in de wet. Daarom gebeurt er ook niets. En dat voelt de burger. Die is niet gek. Die kijkt eigenlijk helemaal niet meer op van paardenvlees op een pizza.

Ethisch vacuüm gecreëerd

Uiteindelijk is de crisis en het gebrek aan vertrouwen in de voedingsindustrie een ethisch vacuüm dat we met ons volle verstand getrokken hebben. Omdat niemand durft na te denken over dat die cashewnoot niet voor drie dubbeltjes gekocht kan worden bij die boer. Ga eens een keer zelf plukken. Ik doe het nog steeds elk jaar. Dan ga ik frambozen plukken bij 40 graden op de berg in Servië. Daarna zeg je ja en amen tegen de frambozenplukkers. Het vak van inkoper is zo goed als verleden tijd. We hebben mensen nodig die supplychains kunnen organiseren van a tot z om de wereldwijde problemen met grondstoffen op te lossen. Dat zijn mensen die in de landbouw durven rond te lopen, die niet bang zijn voor vieze schoenen en die van de boer willen horen wat hij nodig heeft om een duurzaam en menswaardig bestaan te hebben. Deze verbindingsofficieren vind je niet in de eindeloze beleidsnotities en helaas ook veel te weinig in de retail en foodbedrijven zelf.

Reageer op dit artikel