artikel

Keurmerkmedicijn is uitgewerkt

Algemeen

Keurmerkmedicijn is uitgewerkt

Het voeren van keurmerken in zijn huidige vorm is eindig. De functies blijven bruikbaar, maar het systeem moet op de schop. Dat stelt entrepreneur in duurzaamheid Lucas Simons. “We moeten ons afvragen wat de functie is van certificering.”

In 2002 zette Lucas Simons het keurmerk UTZ op. Nu, vijftien jaar later, stelt hij dat certificering in de huidige vorm via keurmerken eindig is. “We moeten ons afvragen wat de functie is van certificering. Aan de functies verifi catie, standaardisering, communicatie en onderscheidend vermogen zal nog wel behoeft e blijven, maar ze zullen op een andere manier moeten worden ingevuld”, zegt hij. Simons runt tegenwoordig zijn eigen adviesbureau NewForesight en is bekend als auteur van het boek Changing the Food Game. Hij geeft lezingen over de hele wereld. Een keurmerk is een soort all-inclusive pakket waarin alles voor een bedrijf wordt geregeld. “Het bedrijf vraagt om certificering en betaalt hiervoor, vervolgens komt het in orde. Dat is waar het op neerkomt. Deze geïntegreerde oplossing werkt echter onvoldoende. De belofte die het keurmerk geeft – het is goed geregeld – wordt niet waargemaakt.” Daarnaast is certificering een dure optie. “Een bedrijf moet telkens weer de premie en de auditors betalen. Ook als de belofte vervolgens niet wordt ingelost.”

Falend systeem

“Het is zo lastig om die belofte in te lossen omdat er sprake is van een falend systeem. Dat staat ook in mijn boek Changing the Food Game”, vervolgt Simons. Hij vergelijkt het huidige systeem met een spel: al speel je het tien of honderd keer, de uitkomst blijft hetzelfde, met doorgaans dezelfde winnaars en verliezers. Willen we een andere uitkomst, dan zullen de spelregels moeten veranderen. “Als ontbossing, armoede, kinderarbeid en verlies aan biodiversiteit telkens de uitkomst is van voedselproductie, moeten we ons afvragen hoe dat komt. Zou het met de spelregels te maken hebben?” Betekent dit dat keurmerkorganisaties en ngo’s het verkeerd aanpakken? “De standaardorganisaties krabben zich achter de oren in deze veranderende wereld, waarin we met een drone en satellieten ook veel transparantie en inzicht kunnen krijgen. We kunnen ook zelf een auditor naar een plantage sturen. Het eens worden over de standaard voor duurzame palmolie kunnen we ook lokaal afspreken.” Simons benadrukt dat standaardorganisaties geen verkeerde bedoelingen hebben. “De mensen bij die standaardorganisaties zullen echter bij zichzelf te rade moeten gaan hoe ze het beter kunnen doen. Ze moeten zich afvragen: zijn we een certificeringsprogramma of een organisatie met veel kennis die daarmee andere programma’s en initiatieven kan helpen. Partijen als UTZ en Rainforest Alliance worden bijna een soort adviesbureaus die hulp kunnen bieden bij standaardisering of bij het opzetten van een auditprogramma. Keurmerkorganisaties zetten hun kennis vaker in. Dat is de tendens.”

Armoede

“Er gaan nu een aantal dingen tegelijk mis. Bij bijvoorbeeld cacao, soja of palmolie is alles erop ingericht om tegen een zo laag mogelijke prijs in te kopen. Dit is slechts één factor waardoor het systeem faalt. Een tweede factor is dat bijvoorbeeld het beroep van cacaoboer er een is met het minste perspectief. Cacaoboeren worden vaak niet goed getraind en hebben vaak geen toe gang tot land of kunstmest. Wat is dan de uitkomst van dit spel? Een sector die op armoede gaat concurreren. Kijk bijvoorbeeld ook eens naar de Nederlandse boeren die onder prijsdruk staan. Van de varkensboeren heeft 45 procent een inkomen onder de armoedegrens. Die cijfers verwacht je in Ivoorkust, niet in Nederland.” Zo’n systeem van armoede wordt van verschillende kanten in stand gehouden, signaleert Simons. “De overheid stelt steeds meer eisen aan producten, en retailers en consumenten willen de laagste prijs. Intussen weet de sector amper hoe ze aan alle eisen kan voldoen. Vervolgens kijken we vreemd op als er zich misstanden voordoen in de sector. Ik vind het bijna een vorm van naïviteit die we met elkaar bedrijven.” Ketenpartijen zouden elkaar de vraag moeten stellen: wat voor sector willen we? “Wat verstaan we in de cacaosector, maar ook in de Nederlandse landbouw, onder duurzaamheid? Laten we samen een strategie bedenken: wat willen we bereiken, hoe zien we de functie van standaardisering, wat zijn de verschillende verantwoordelijkheden van de ketenpartijen en hoe houden we elkaar scherp? Als een boer het juiste doet, moet hij worden beloond en niet gestraft. We moeten de certificeringsfuncties anders vormgeven. “Daar horen ook weer andere vragen bij”, licht Simons toe. “Wat voor soort varkenshouderij we in Nederland willen bijvoorbeeld, en welke kwaliteit we willen belonen en hoe we dat meten. Door de functies anders in te zetten, verandert het spel en krijgen we een andere uitkomst. Dat is de enige manier om samen de spelregels te bepalen.”

Duurzame regio’s

Guur ter Haar, Simons’ collega bij New- Foresight, vindt dat er moet worden in – gezet op duurzame regio’s in plaats van certificering van individuele boeren, wat een erg duur proces is. “Om ervoor te zorgen dat een hele regio duurzaam produceert, moeten we eerst bepalen wat een duurzame regio is. Dat hangt niet alleen samen met certificering maar ook met bijvoorbeeld hoe de overheid zorgt dat er geen ontbossing en andere misstanden plaatsvinden. Daar hoort juiste wet- en regelgeving bij die ook daadwerkelijk gehandhaafd wordt.”

Risico op misstanden

Simons en Ter Haar vinden dat de overheden in ontwikkelingslanden het nogal eens laten afweten – opnieuw een uitkomst van hoe het grotere systeem in elkaar zit. Ter Haar: “Regio’s zouden geëvalueerd moeten worden op basis van het risico op misstanden. Bij de hoogrisicogebieden, waar sprake is van onvoldoende wetgeving of handhaving, kan dan worden vastge steld wat we willen verbeteren. Die verbeterpunten kunnen we linken aan lokale partijen en initiatieven die vaak al langer bezig zijn om misstanden in de regio aan te pakken. Daarbij kun je verbetering meten en laten belonen door de marktpartijen. Die lopen hierdoor minder risico’s bij hun inkoop. Zo kun je niet alleen aan de overheid laten zien wat er niet goed gaat, maar juist ook perspectief bieden om zaken te verbeteren. Een hele regio uit de armoede tillen, is echter niet binnen een paar jaar te realiseren. Daar is meer voor nodig: politiek leiderschap, lokale capaciteit en publiek-private samenwerkingen.” De komende tijd speelt certificering vol – gens Simons en Ter Haar nog steeds een belangrijke rol om aan te tonen dat producten duurzaam zijn, in een regio waar dat doorgaans nog niet het geval is. Simons: “Nederland is grote exporteur van landbouwproducten. Hoeveel inspecties doen bedrijven uit de Verenigde Staten om te kijken of er hier sprake is van kinderarbeid? Dat zijn er maar weinig. Ze weten immers dat Nederland een goed systeem heeft. Bekend is hoeveel kinderen er zijn en hoeveel er naar school gaan. Er zijn wetten die worden nageleefd. Gaan kinderen niet naar school, dan komt de inspectie in actie. Ons systeem weet zaken goed op te lossen en te achterhalen. Dit is gemakkelijker te realiseren en efficiënter dan dat ieder bedrijf certificering en inspecties moet regelen. Meer wetten en regels zijn geen oplossing voor een falend systeem. Het probleem is dat ketenpartijen opereren in een systeem waar de overheid haar verantwoordelijkheid niet neemt. Er is soms sprake van corruptie en enorme prijsdruk, en bedrijven kunnen nergens heen. Zo ontstaan dus misstanden.”

Cacaosector

Simons weet uit eigen ervaring hoe een systeem wel kan functioneren. “Samen met de World Cocoa Foundation hebben we een aantal jaren geleden de grote spelers uit de cacaosector samengebracht. Ze waren het er allemaal vrij snel over eens wat er moest gebeuren: de productie moest verdubbelen en boeren moesten een goed inkomen uit cacao kunnen verdienen. Over hoe dit te bereiken, onder meer door toegang tot goede kunstmest, hebben de bedrijven afspraken gemaakt. Ik zeg niet dat dit eenvoudig te realiseren is. Je moet bijvoorbeeld met gedeelde frameworks gaan meten of iedereen zich aan de afspraken houdt. Ik ben er echter van overtuigd dat we de komende vijf jaar een verschuiving gaan zien: van het certificeren van iedere boerderij naar duurzame regio’s. Dat is een grote switch, naar minder certificering en labeling en naar andere vormen van toezicht. Er gaat dus meer energie zitten in de zoektocht naar een manier waarop we kunnen helpen systemen te verbeteren in landen als Oeganda, Indonesië en Ivoorkust. We gaan dus nadrukkelijk kijken naar de rol van alle ketenpartijen, hoe we elkaar verantwoordelijk kunnen houden, de kosten delen en samen leren. Dit zijn hele volwassen vragen.”

Reageer op dit artikel