artikel

Ketensamenwerking is nieuwe R&D

Algemeen

Ketensamenwerking is nieuwe R&D

De R&D-uitgaven in de voedingsmiddelenindustrie dalen de laatste drie jaar. Dat hoeft geen probleem te zijn, want meer samenwerking in de keten zorgt namelijk ook voor innovatie. De bleek niet alleen tijdens de startbijeenkomst van het Food Innovation Centre van Unilever in Wageningen, maar ook uit een aantal reacties van experts in de markt. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 15.

Daar stonden ze dan lachend en wel met gieters in de hand rond rond een grote plantenbak: Unileverbaas Paul Polman, burgervader Geert van Rumund van Wageningen, voorzitter Aalt Dijkhuizen van de Topsector Agri & Food, ceo Louise Fresco van Wageningen University and Research (WUR) en secretaris-generaal Maarten Camps van Economische Zaken en Klimaat. Ze bogen zich voorover om symbolisch water in de pot te sprenkelen. Daarna ontsproten daarin twee gigantische rood-gele Hollandse tulpen en klonk het geklik van camera’s en applaus. De tulpenceremonie markeerde een belangrijk moment voor Nederland en Unilever. De multinational laat namelijk zijn wereldwijde innovatiecentrum voor voeding medio 2019 in Wageningen verrijzen.

Samenwerking

Toch zullen de woorden ‘R&D’ en ‘innovatie’ weinig vallen tijdens de speeches op het aftrapevenement van het Food Innovation Centre op de Campus in Wageningen. Termen als ‘ecosystemen’, ‘duurzaamheid’ en ‘ketensamenwerking’ klinken wel veelvuldig. Dat is waar Unilever uiteindelijk naartoe wil: meer samenwerking. Niet alleen met de WUR zelf, maar ook met de studenten, met startups en de vele boeren die over de hele wereld voor Unilever produceren. “We hebben ons ecosysteem nodig, we kunnen niet alleen innoveren”, zegt Isabelle Esser, executive vicepresident R&D Foods bij Unilever. Het R&D-budget bedraagt zo’n twee procent van de omzet. In absolute termen zullen de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling dalen, geeft ze aan. Maar het gaat erom het geld efficiënt te besteden, om samen met ketenpartners te kunnen innoveren, aldus Esser. “Die twee procent biedt hiervoor een stabiele basis.” FrieslandCampina-topman Roelof Joosten is aandachtig toeschouwer bij de startbijeenkomst. Hij vertelt dat het zuivelconcern meer geld gaat investeren in R&D. Afgelopen jaar spendeerde het 74 miljoen euro aan innovatie-activiteiten. Een jaar eerder was dit nog 73 miljoen. Zo’n 0,7 procent van de netto-omzet wordt besteed aan onderzoek en ontwikkeling.

R&D-intensiteit

Een gering percentage, zegt hoogleraar Retail Marketing Laurens Sloot van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op vragen van VMT. FrieslandCampina doet die hiermee niet onder voor de rest van de food- en agrisector, die minder dan één procent aan R&D uitgeeft. De cijfers uit de Monitor Levensmiddelenindustrie 2017 staven dit beeld: de R&D-intensiteit (uitgaven als percentage van de omzet) bedraagt een half procent. Uit het document, uitgegeven door de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), blijkt verder dat de R&D-investeringen al drie jaar achtereen dalen. In 2013 gaf de voedingsindustrie nog 391 miljoen euro uit, in 2014 was dat 376 miljoen en in 2015 daalden de R&D-uitgaven verder tot 318 miljoen euro.

Verborgen innovatie

Albert Zwijgers, innovatiemakelaar namens de Topsector Agri & Food, stelt dat de voedingssector ook veel kleine bedrijven kent, die ieder op hun eigen wijze innovatie uitvoeren. Die zijn niet meegenomen in de cijfers van het CBS, waar de monitor zich op baseert. De cijfers daaruit gaan over de uitgaven voor eigen R&D-activiteiten en niet om de uitbestedingen aan externe onderzoeksinstellingen, vertelt directeur Ronald Visschers van het Topinstituut Food and Nutrition (TIFN). “Die lijken juist weer aanzienlijk gestegen in 2015.” Hij signaleert dat multinationals steeds meer innovatieontwikkeling via participatie in start-ups financieren.

Voedingsonderzoek onder druk

Maar dat publiek gefinancierde onderzoek komt langzamerhand onder druk te staan. De overheid draait de innovatiekraan steeds verder dicht, ook al doet ze dit zelf anders voorkomen. Secretaris-generaal Maarten Camps van EZ en Klimaat jubelde nog tijdens de bijeenkomst in Wageningen dat er 200 miljoen euro per jaar extra voor fundamenteel onderzoek beschikbaar komt en een eenzelfde bedrag voor toegepast onderzoek. Een druppel op een gloeiende plaat, vindt bestuursvoorzitter Louise Fresco van de WUR. Al dat geld moet over alle instituten en universiteiten worden verdeeld. De laatste vijf jaar ontvangt de WUR 20 tot 30 procent minder overheidsgeld, weet Fresco. In de Verenigde Staten gaan gigantische bedragen om in het voedingsonderzoek. Om concurrentiekracht te behouden is dus meer geld nodig, vertelt ze. “Volgens VNO-NCW is er minimaal één miljard euro nodig.” Ook TIFN heeft meer subsidie nodig van EZ, vindt Visschers. “De Topsector Agri & Food investeert niet meer in de regie van het fundamentele onderzoek, en TIFN als belangrijke en succesvolle organisator van innovatief onderzoek tussen voedingsindustrie en academische onderzoeksgroepen krijgt geen eigen EZ-subsidie meer. Dit terwijl er juist behoefte is aan meer regie omdat steeds meer universiteiten en hbo-opleidingen zich toeleggen op voedingsonderzoek.”

Lichtpunten

Publiek-private samenwerkingen helpen bedrijven met innovatie, maar voedingsbedrijven moeten dit uiteindelijk zelf in de praktijk brengen. “Bedrijven zien R&D te veel als kostenpost. Ze denken dat als je er een euro ingooit, je gelijk resultaat hebt”, reageert Fresco. Ze ziet wel degelijk ook lichtpunten. De foodsector wordt expliciet genoemd in de Algemene Beschouwingen. Food staat als belangrijke sector voor de Nederlandse economie dus wel degelijk op de radar, al vertaalt dit zich vooralsnog niet in het door Fresco gewenste extra geld.

 

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 15 binnen het thema Nieuws en Achtergrond.

Reageer op dit artikel