artikel

Samenwerking met commerciële labs is blauwdruk

Algemeen

Samenwerking met commerciële labs is blauwdruk

De fipronilaffaire lijkt over het hoogtepunt heen, constateren de commerciële laboratoria. Ducares, een van de geborgde laboratoria, ziet de aanvragen voor analyse van monsters op fipronil langzaam afnemen. Het kijkt terug op een goede samenwerking met de NVWA. “Al waren er soms verschillen van interpretatie”, zegt directeur Daniël Mioch. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 14.

Het Utrechtse Ducares, dat voorkomt uit TNO Kwaliteit van Leven, is een van de zes laboraria die op verzoek van de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, werden geborgd door het Rikilt voor het testen op de aanwezigheid van fipronil in eieren. In tegenstelling tot eerdere crises besefte de voedselautoriteit al vrij snel dat ze de grote aantallen monsteraanvragen niet alleen en op tijd kon verwerken. De NVWA werd overstelpt met werk, waardoor het soms dagen duurde voor de testuitslagen naar buiten kwamen. “Ik ben blij dat ze ons hebben ingeschakeld. Hierdoor konden de getroffen pluimveehouders sneller duidelijkheid krijgen over de situatie op hun bedrijf. Die kregen ze door lopende het NVWA-onderzoek ook monsters bij ons te laten analyseren”, zegt directeur Mioch van Ducares. Het aantal fipronilanalyses neemt weer af en de onrust over de fipronilaffaire lijkt weg te ebben. Maar wellicht was de onrust voor een groot deel te voorkomen geweest als de NVWA de communicatie handiger had aangepakt. Bijvoorbeeld door duidelijk onderscheid te maken tussen ‘een acuut gezondheidsgevaar’ en ‘een normoverschrijding.’ Mioch: “Het ging in de meeste gevallen om een normoverschrijding waarbij er geen sprake is van een acuut gezondheidsgevaar. De NVWA had hierin eerder duidelijk moeten zijn.”

Vallen en opstaan

De nauwe samenwerking met de NVWA is in het algemeen goed bevallen. Al waren er soms verschillen van interpretatie, constateert Mioch. “Dit is een blauwdruk voor de aanpak van een eventuele volgende crisis. Ook dan is de capaciteit van de commerciële labs nodig.” Uit de samenwerking zijn ook enkele leerpunten te trekken, herinnert de Ducares-directeur zich. Onlangs was er samen met de vijf andere labs een evaluatie bij de NVWA. De conclusie: niet alleen de communicatie moet in het vervolg beter, maar ook moeten er uniforme afspraken worden gemaakt tussen NVWA en de commerciële labs. “Het was voor ons in het begin bijvoorbeeld niet duidelijk wat de NVWA met de uitslagen van de zes labs ging doen”, blikt Mioch terug. Het bracht hem soms in een lastig parket met zijn opdrachtgevers, de pluimveehouders voor wie hij testen uitvoerde. Als Ducares geen fipronil aantrof of onder de norm, betekende dat nog niet dat de NVWA het betreffende bedrijf gelijk vrijgaf. “De NVWA zei onze labuitslagen serieus te nemen, maar kon die op wettelijke gronden niet gebruiken voor vrijgave. Dit is natuurlijk frustrerend, ook voor de pluimveehouder. Wij konden onze klanten niet uitleggen waarom onze uitslagen schijnbaar een andere waarde hadden dan de eigen uitslagen van de NVWA voor vrijgave.” Achteraf gezien ging het om een juridische reden, waardoor de NVWA de producten niet kon vrijgeven en eerst zelf nog testen ging uitvoeren. “In de toekomst moet je dit soort zaken duidelijk naar elkaar uitspreken. Hopelijk kunnen bij een volgende crisis de uitslagen van de commerciële labs wel worden gebruikt om bedrijven en producten vrij te geven. Dat zou er in ieder geval voor kunnen zorgen dat bedrijven sneller hun normale bedrijfsactiviteiten kunnen hervatten.” De voedselautoriteit laat weten dat er een procedure is voor vrijgave van een bedrijf die beschreven staat op haar website. “De NVWA kan bedrijven alleen blokkeren en vrijgeven op basis van een ambtelijk monster, geanalyseerd in ons laboratorium”, aldus een woordvoerder.

Productschappen

Dat er fipronil in eieren terechtkwam, wil nog niet zeggen dat de voedselveiligheid in Nederland niet goed is geborgd. Integendeel. “Maar het kan nog beter”, bevestigt Mioch. “Er is de afgelopen jaren wel degelijk aan de voedselveiligheid gemorreld”, zegt hij. Hij doelt op het ‘rampzalige’ politieke besluit in 2014 om de productschappen op te heffen. Dat had verstrekkende gevolgen voor de private kwaliteitssystemen in de dierlijke sector. De publiek-private organisaties, waarin overheid en bedrijfsleven nauw samenwerkten, hadden verschillende kwaliteitsregelingen opgetuigd om onder meer de voedselveiligheid via zelfcontroleprogramma’s te borgen. Om deze regelingen goed te laten functioneren, werd een verplichte heffing betaald door alle bedrijven van een bepaalde productiekolom, waaronder plantaardige oliën, varkensvleessector en rundveesector. Met het verdwijnen van de productschappen, verdween echter ook deze verplichting. Omdat ook de geldstroom van de overheid wegviel, hadden de dierlijke sectoren geen middelen meer om zelfcontroleprogramma’s in de lucht te houden, vertelt Mioch. Ook ontbrak een plan van aanpak en het organisatievermogen om dit zelf te regelen. De kalfssector was een van de weinige dierlijke sectoren die de zelfcontroleverplichting wel goed georganiseerd wist te houden. Mioch: “Doordat de productschappen verdwenen, vielen bij meerdere diersectoren de zelfcontroles op chemische voedselveiligheid stil. Natuurlijk zijn er de controles door de NVWA, maar die kunnen niet alles ondervangen. Publieke en private controleprogramma’s versterken elkaar. Samen sta je immers sterker dan alleen.” Verslechtert de voedselveiligheid nu er minder private controles zijn? Mioch benadrukt dat die relatie niet is te bewijzen. “Maar als je moet controleren en je doet dit niet, dan is dat natuurlijk niet wenselijk.” Hij ziet ook lichtpuntjes: de meeste dierlijke sectoren hebben al snel na opheffing van de productschappen vervangende producenten- en brancheorganisaties opgericht. Die namen de bestaande kwaliteitsregelingen over en ontwikkelden daarbinnen nieuwe zelfcontroleprogramma’s. Vervolgens zijn die ter goedkeuring ingediend bij de NVWA via Ketenborging.nl. Mioch denkt dat de goedkeuring van de diersectorprogramma’s nu – als gevolg van de fipronilaffaire – niet al te lang meer op zich laat wachten. “Uiteindelijk verwacht ik dat de private zelfcontroleprogramma’s op een hoger niveau uitkomen dan ten tijde van de productschappen. De NVWA is aan een inhaalslag bezig.”

Blinde vlekken

Had de fipronilaffaire voorkomen kunnen worden als de productschappen niet waren opgeheven? “Nee”, verzekert Mioch. “Fipronil was een blinde vlek. Ook ten tijde van de productschappen werd hier niet op gemonitord.” Er wordt nu wel met nog meer aandacht gekeken naar eventuele andere blinde vlekken bij de controles door overheid en bedrijfsleven. Naast de al bestaande risicogebaseerde aanpak worden er nu versneld analyses voor nieuwe stofgroepen ontwikkeld. “Tevens maken laboratoria in toenemende mate gebruik van zogeheten untargeted analysetechnieken. Hierbij wordt een compleet chemisch profiel van een te analyseren monster gegenereerd en digitaal opgeslagen. Zo zijn nog onbekende risico’s, door bijvoorbeeld nieuwe verboden stoffen, mogelijk sneller op te sporen.”

Heb jij al tickets voor het Food Safety Event? Schrijf je nu in!

Bekijk hier het hele programma.

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 14 binnen het thema Voedselveiligheid en Product.
 
 
Reageer op dit artikel